Home › Oude IJsselstreek › Amendement
Concept_amendement_saneringskrediet_DRU_Industriepark_29-10-2026 (1.3)
Uitslag onbekend
| Type | Amendement |
| Gemeente | Oude IJsselstreek |
| Datum | 2026-10-29 gepland |
| Dataniveau | Alleen documenten |
| Bron | Download brondocument → |
Document
Geëxtraheerde tekst
CONCEPT VERSIE 1.2: nog niet ingediend
Amendement saneringskrediet en ontvlechtingsroute Stichting DRU
Industriepark
Gegeven Inhoud
Amendement nr. 1
Raadsvergadering 29 oktober 2026
Raadsvoorstel Financiële maatregelen tot eind 2026 voor Stichting DRU
Industriepark, zaaknummer 1390147, voorstel van burgemeester en
wethouders d.d. 6 oktober 2026
Indiener Richard de Lange, fractie ADA
Mede-indieners Gülden Siner-Sir, fractie Pro Oude IJsselstreek;
Herman de Groot, fractie DenPB;
Herman Vreeman, fractie Burgers op 1.
De raad van de gemeente Oude IJsselstreek, in openbare vergadering bijeen op 29 oktober 2026,
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 6 oktober 2026, zaaknummer 1390147,
inzake financiële maatregelen tot eind 2026 voor Stichting DRU Industriepark,
besluit het voorgestelde raadsbesluit als volgt te wijzigen:
I. Beslispunt 1 blijft ongewijzigd.
II. Beslispunt 2 (aanvullende subsidie van € 573.144) vervalt en wordt vervangen door de nieuwe
beslispunten 2 tot en met 7.
III. Beslispunt 3 wordt beslispunt 8 en wordt gewijzigd, zodat naast de scenario's 1 en 2 ook de
ontvlechtingsroute wordt uitgewerkt.
IV. Er wordt een nieuw beslispunt 9 ingevoegd.
V. Beslispunt 4 wordt beslispunt 10 en blijft inhoudelijk ongewijzigd.
zodat het besluit komt te luiden:
BESLUIT:
1. Kennis te nemen van de memo en het cijferoverzicht zoals verstrekt door de Stichting DRU
Industriepark.
2. Saneringskrediet. Aan Stichting DRU Industriepark (hierna: de Stichting) een saneringskrediet
te verstrekken van € 600.000 met inachtneming van het volgende:
a. het saneringskrediet is een geldlening en geen subsidie; het verstrekte bedrag blijft een
vordering van de gemeente op de Stichting;
b. het saneringskrediet wordt in tranches uitbetaald: een eerste tranche voor de acute
liquiditeitsbehoefte direct nadat de Stichting de voorwaarden van beslispunt 5
Pagina 1 van 20
schriftelijk heeft aanvaard, en de volgende tranches nadat de Stichting de stukken en de
liquiditeitsbegroting bedoeld in beslispunt 5, onder e, heeft opgeleverd;
c. blijkt dat de kostenreducties de tegenvallende horeca-omzet onvoldoende opvangen,
dan kan het saneringskrediet op basis van een concrete liquiditeitsbegroting worden
verhoogd; een verhoging vereist een voorafgaand besluit van de gemeenteraad.
3. Noodlening en zekerheid. Ten aanzien van de noodlening en de zekerheden:
a. de looptijd van de noodlening van € 250.000 die het college op 25 augustus 2026 aan de
Stichting heeft verstrekt, wordt verlengd tot en met 31 maart 2027, het einde van de
overgangsperiode bedoeld in beslispunt 4;
b. het college draagt er zorg voor dat het saneringskrediet en de noodlening worden
gebracht onder het bestaande pandrecht op de aandelen die de Stichting houdt in haar
dochtervennootschappen, door middel van een aanvullende notariële akte die wordt
verleden vóór de eerste uitbetaling uit het saneringskrediet;
c. het college laat de rente en de overige voorwaarden van het saneringskrediet en van de
verlengde noodlening toetsen aan de staatssteunregels voordat uitbetaling plaatsvindt.
4. Overgangsperiode. Een overgangsperiode vast te stellen tot en met 31 maart 2027. In die
periode stelt de Stichting, met een herstructureringsdeskundige, een herstructurerings- en
doorstartplan op. Het plan gaat uit van een ontvlechting van de activiteiten in drie onderdelen:
de culturele en sociaal-culturele taak; de horeca; en de instandhouding en exploitatie van het
rijksmonument. De horeca wordt daarbij extern ondergebracht bij een commercieel bedrijf dat
financieel bijdraagt aan de culturele en sociaal-culturele taak (hierna: de ontvlechtingsroute).
Uitgangspunt van het plan is een afgeslankte Stichting, met een kleinere, op de culturele
output gerichte taakstelling en een forse kostenreductie voor 2027, die in 2027 een culturele
output organiseert van gelijke of betere omvang dan in 2026.
5. Voorwaarden. Aan het saneringskrediet de volgende voorwaarden te verbinden:
a. de Stichting stemt in met het uitgangspunt bedoeld in beslispunt 4;
b. de Stichting stelt een herstructureringsdeskundige aan en staat toe dat deze de
gemeente, als veruit grootste schuldeiser en culturele opdrachtgever, volledig
informeert; de directeur-bestuurder van de Stichting stemt hiermee in;
c. de Stichting spreekt de bereidheid uit om, als het advies van de
herstructureringsdeskundige daartoe strekt, een traject op grond van de Wet
homologatie onderhands akkoord (WHOA) te starten en een akkoord voor te bereiden
dat niet alleen een sanering van de schulden omvat, maar ook de afslanking van de
organisatie, kostenreductie en een heroriëntatie op de invulling van de culturele en
sociaal-culturele taken, op basis van door de gemeente in te brengen kaders;
d. de Stichting stemt in met de benoeming van een externe interim-manager Horeca en
Events, te benoemen in overleg met het college, met als taken de voorbereiding van de
overgang van de horeca naar een externe partij, kostenbewaking en
opbrengstbevordering;
e. de Stichting levert binnen tien werkdagen na de vaststelling van dit besluit aan het
college, naar de stand per 30 september 2026 of actueler: de balans en de
resultatenrekening; een crediteurenlijst; een debiteurenlijst; een personeelslijst; de
organisatiestructuur; de culturele programmering, inclusief de popzaal, met een
kostenoverzicht per evenement; de leverancierscontracten; de opdrachten en
Pagina 2 van 20
boekingen; de uitstaande offertes en aanvragen; en daarnaast een concrete
liquiditeitsbegroting tot en met 31 maart 2027;
f. het saneringskrediet is uitsluitend bestemd voor taken van de Stichting en wordt niet,
ook niet indirect, gebruikt voor de betaling van schulden van DRU Industriepark Horeca
B.V. (hierna: de Horeca B.V.)
g. Uitbetaling van de culturele subsidie voor 2027 vindt slechts plaats in 4 per kwartaal uit
te keren delen. Afwijking hiervan is slechts mogelijk na instemming van de
gemeenteraad.
6. Onderzoek en deskundigen. Ten aanzien van het onderzoek:
a. het onderzoek wordt uitgevoerd door drie deskundigen: een horecadeskundige en een
herstructureringsdeskundige, beiden te betalen door de gemeente, en de interim-
directeur-bestuurder van de Stichting, mevrouw Sissingh, als deskundige op cultureel
gebied, te betalen door de Stichting;
b. voor de inzet van de horecadeskundige en de herstructureringsdeskundige stelt de raad
een budget beschikbaar van € 49.000, te dekken uit de post onvoorziene uitgaven;
c. de deskundigen onderzoeken:
(i) de externe exploitatie van de horeca;
(ii) de instandhouding, de verhuur en de overige exploitatie van het vastgoed;
(iii) een redelijke prijs voor de aandelen in de Horeca B.V. of voor een vergelijkbare
activatransactie;
(iv) welke huurprijs aan de horecaruimte kan worden verbonden;
(v) gelet op de eerder bereikte omzetcijfers van Horeca en Events, de omvang van
een jaarlijkse verplichte afdracht aan de sociaal-culturele doelstelling,
omzetafhankelijk en met een minimum, waarvan de hoogte door de deskundigen
wordt bepaald;
(vi) of een reductie van 5 FTE binnen de Stichting haalbaar is met de taakvermindering
en eventuele efficiencyverbeteringen en wat de gevolgen daarvan voor de
culturele output zou zijn;
d. de deskundigen beoordelen ook de overige scenario's uit de memo van het college van 6
oktober 2026, met inbegrip van het faillissementsscenario, en vergelijken die met de
ontvlechtingsroute.
7. Tijdpad. De deskundigen brengen uiterlijk [15 december 2026] een tussenrapportage en
uiterlijk [15 maart 2027] een eindrapportage uit aan de raad zodat de raad uiterlijk 31 maart
2027 kan besluiten over de schuldenpositie van de Stichting en over de keuze tussen de
scenario's.
8. Kennis te nemen van de memo inzake uitwerking scenario's met betrekking tot het DRU
Industriepark en, na instemming met beslispunt 2, in te stemmen met de uitwerking van
scenario 1 en 2 en van de ontvlechtingsroute, op basis van het onderzoek bedoeld in
beslispunt 6.
9. Het college zet buiten het saneringskrediet en de verlengde noodlening geen onomkeerbare
stappen in de huidige structuur van de Stichting, waaronder het verstrekken van nieuwe
leningen of garanties en het verlenen van nieuwe huuropschortingen, zonder voorafgaand
besluit van de raad.
Pagina 3 van 20
10. Kennis te nemen van bijgevoegde memo inzake aangenomen moties.
Aldus ingediend door:
Richard de Lange, fractie ADA;
Gülden Siner-Sir, fractie Pro Oude IJsselstreek;
Herman de Groot, fractie DenPB;
Herman Vreeman, fractie Burgers op 1.
Pagina 4 van 20
Toelichting
1. Aanleiding en samenvatting
Het college stelt de raad voor de Stichting een aanvullende subsidie van € 573.144 te verstrekken om
het jaar 2026 te overbruggen. Het college schrijft zelf dat deze maatregel geen garantie geeft voor de
toekomst en dat er daarmee tijd wordt gekocht om te besluiten hoe verder te gaan. De schuld van de
Stichting aan de gemeente bedraagt volgens het raadsvoorstel per 1 januari 2027 € 2.082.393. Het
college verwacht dat de BNG nog dit jaar de gemeentelijke garantie voor het krediet van € 600.000
inroept, en wil in het eerste kwartaal van 2027 besluiten over de schuldenpositie, volgens het college
zeer waarschijnlijk met een vorm van sanering of kwijtschelding.
De indieners willen het DRU Industriepark behouden en de Stichting de ruimte geven om 2026 af te
sluiten. Zij willen de gekochte tijd echter benutten voor een onderbouwde keuze, en het geld niet
verstrekken zonder dat duidelijk is hoe de Stichting na 2026 financieel gezond wordt. Dit
amendement doet daarom het volgende:
• een bedrag van € 600.000 wordt verstrekt als saneringskrediet en niet als subsidie: het geld
blijft een vordering van de gemeente en wordt in tranches uitbetaald;
• de noodlening van € 250.000 wordt verlengd tot en met 31 maart 2027, en krediet en
noodlening worden onder het bestaande pandrecht op de aandelen in de
dochtervennootschappen gebracht;
• tot en met 31 maart 2027 geldt een overgangsperiode, waarin de Stichting met een
herstructureringsdeskundige een herstructurerings- en doorstartplan opstelt;
• aan het krediet worden voorwaarden verbonden, waaronder het opleveren van de stukken die
voor een verantwoorde beoordeling nodig zijn;
• drie deskundigen onderzoeken de ontvlechtingsroute en vergelijken die met de scenario's van
het college; daarvoor wordt een budget van € 49.000 gevraagd;
• naast de scenario's 1 en 2 van het college wordt ook de ontvlechtingsroute uitgewerkt, zodat
de raad in het eerste kwartaal van 2027 kan kiezen op basis van een onafhankelijke
onderbouwing.
In de memo van het college is scenario 3 de gecontroleerde afbouw met een nieuwe exploitant. De
route uit dit amendement is iets anders: het is scenario 2 (de horeca bij een derde partij) aangevuld
met een saneringskrediet, een herstructurering van de Stichting en een verplichte bijdrage van de
horeca aan de culturele taak. In deze toelichting heet die route daarom de ontvlechtingsroute. Het
college schrijft zelf dat combinaties van scenario's niet ondenkbaar zijn, maar dat die combinaties
niet zijn uitgewerkt. Dit amendement zorgt ervoor dat dat wel gebeurt.
2. Wat het college voorstelt en waarom dat onvoldoende zekerheid biedt
Volgens het raadsvoorstel bedraagt het tekort van de Stichting over 2026 in totaal € 1,2 miljoen. Het
is als volgt opgebouwd:
• de Horeca B.V. kan de doorbelasting aan de Stichting (€ 389.000) niet betalen en er is geen
winst die aan de Stichting kan worden uitgekeerd (begroot op € 50.000);
• het begrote tekort van de Stichting dat op 23 februari 2026 al was aangegeven (€ 303.000);
• incidentele en niet-begrote kosten (€ 468.000).
Pagina 5 van 20
Op 25 augustus 2026 heeft het college al een lening van € 250.000 verstrekt en de huur over juni tot
en met december 2026 opgeschort (€ 371.414,33), samen € 621.414,33. Volgens het college resteert
een dekkingstekort van € 573.144. Het college wil dat bedrag als subsidie verstrekken, ten laste van
het rekeningresultaat 2026. Over de subsidie legt de Stichting volgens het raadsvoorstel pas in 2027
verantwoording af.
De eigen stukken van het college laten zien waarom dat onvoldoende zekerheid biedt:
• het college schrijft dat de maatregel geen garantie geeft voor de toekomst en dat de financiële
zorgen blijven bestaan als er geen oplossing wordt geboden;
• de scenario's in de memo zijn volgens het college geen detailuitwerking en geen uitgewerkte
businessplannen; er kunnen geen garanties of rechten aan worden ontleend;
• voor scenario 1 is volgens het college structureel ten minste € 380.000 extra subsidie per jaar
nodig, uitgaande van een volledig herstel van de horeca; het college verwacht dat de Horeca
B.V. de eerste twee jaar de afdracht nog niet kan realiseren;
• voor scenario 2 is volgens de scenariomatrix van het college ten minste € 830.000 extra
subsidie per jaar nodig; dat scenario vraagt volgens het college nog verduidelijking en
onderzoek naar de vraag of de horeca-activiteiten vanuit de huidige Horeca B.V. kunnen
worden beëindigd en wat de gevolgen zijn, bijvoorbeeld bij overgang van onderneming;
• het college acht het niet reëel dat de schuld van de Stichting aan de gemeente volledig wordt
terugbetaald, en verhoogt de voorziening voor oninbaarheid van € 760.000 naar € 1.934.000;
• zonder aanvullende steun bestaat volgens het college een reële kans dat de Stichting geen
bestaansrecht meer heeft en dat de schulden, ook aan derden, in een failliete boedel
terechtkomen.
De raad zou dus nu € 573.144 als subsidie verstrekken, zonder voorwaarden die de koers van de
Stichting veranderen, en in het eerste kwartaal van 2027 moeten besluiten over een sanering van
ruim € 2 miljoen zonder onafhankelijke onderbouwing. Dit amendement vult die leemte.
3. Het plan uit het concept-initiatiefvoorstel: ontvlechting in drie delen
In een concept-initiatiefvoorstel van de fracties DePB, ADA, Pro! Oude IJsselstreek en Burgers op 1
(versie 2.2, oktober 2026) is voorgesteld de activiteiten van de Stichting te ontvlechten in drie
onderdelen:
• de culturele en sociaal-culturele taak: programmering, theater, muziek, evenementen en
erfgoed, uitgevoerd door een kleine en efficiënt georganiseerde stichting of een
rechtsopvolger daarvan;
• de horeca: ondergebracht bij een professionele, externe exploitant, die jaarlijks financieel
bijdraagt aan de culturele taak;
• de instandhouding en exploitatie van het rijksmonument: de verhuur aan de gebruikers van
het complex en het onderhoud, dichter bij de gemeente als eigenaar.
Aanleiding voor dat voorstel waren de halfjaarcijfers 2026. Volgens de Stichting kwam het culturele
deel in het eerste halfjaar nagenoeg op begroting uit (resultaat € -258.015 tegenover € -250.255
begroot). De Horeca B.V. leed volgens de Stichting een verlies van € 434.184 tegenover een begroot
verlies van € 119.467, bij een omzet van € 776.727 tegenover € 1.159.987 begroot. De problemen
van het geheel komen dus in overwegende mate uit de horeca.
Pagina 6 van 20
De bijdrage van de horeca
De horeca-omzet groeide volgens de Stichting gestaag van € 1.430.412 in 2011 naar € 3.007.874 in
2024. In 2025 daalde de omzet naar € 1.946.470; voor heel 2026 verwacht de Stichting € 1.651.696.
De resultaten over 2023 (€ 18.951) en 2024 (€ 20.607) lijken bescheiden, maar zijn volgens de
Stichting en de interim-directeur-bestuurder behaald na een doorbelasting aan de Stichting van circa
€ 390.000 per jaar voor overhead, zoals marketing, bestuur en ICT. Het resultaat vóór doorbelasting
lag in die jaren dus in de orde van € 400.000 (optelling van de indieners). Een externe exploitant
heeft wel eigen overhead nodig. Welk deel van de doorbelasting werkelijk vrijvalt voor een afdracht
aan de culturele taak, moet een deskundige bepalen.
Het huidige beeld is zwakker. In het eerste halfjaar van 2026 was het bedrijfsresultaat van de Horeca
B.V. vóór doorbelasting volgens de Stichting € -237.143, tegenover € 75.044 begroot; de
doorbelasting van € 194.586 komt daar nog bij. Bij de huidige omzet is de horeca dus ook vóór
doorbelasting verlieslatend. Alle genoemde cijfers zijn opgaven van de Stichting zonder
goedkeurende accountantsverklaring.
Het concept-initiatiefvoorstel nam voor de jaarlijkse bijdrage van de horeca een voorlopige stelpost
op van € 350.000; dat bedrag is een eigen aanname van de indieners en geen berekend cijfer. Een
vast bedrag van die omvang is bij de huidige omzet niet vanaf de eerste dag haalbaar. Dit
amendement legt de hoogte daarom niet vast, maar vraagt de deskundigen een omzetafhankelijke
afdracht met een minimum te bepalen. Dat sluit aan bij de verwachting van het college dat de
Horeca B.V. de eerste twee jaar nog niet kan afdragen.
Sanering van de schulden
Het concept-initiatiefvoorstel noemt een onderhands akkoord op grond van de WHOA (artikelen 370
en volgende Faillissementswet) als route om de schulden van de Stichting te saneren. Het college
verwacht zelf dat het besluit over de schuldenpositie in het eerste kwartaal van 2027 neerkomt op
sanering of kwijtschelding. Een WHOA-akkoord biedt daarvoor een wettelijk kader waarin ook de
andere schuldeisers worden betrokken, en moet, zoals dit amendement vraagt, worden
gecombineerd met afslanking en kostenreductie om een levensvatbare exploitatie te verzekeren. Of
dat haalbaar is, beoordeelt de herstructureringsdeskundige.
4. Waarom een saneringskrediet en geen subsidie
Het amendement verandert de vorm: een lening in plaats van een subsidie. Daarnaast stelt het
amendement het krediet op € 600.000, € 26.856 meer dan het dekkingstekort van € 573.144 volgens
het college, dit om eventuele onvoorziene kosten t.a.v. herstructurering op te vangen.
• De vordering blijft bestaan. Een subsidie is weg zodra zij is uitbetaald. Een krediet blijft een
vordering van de gemeente en kan in het besluit over de schuldenpositie en in een eventueel
akkoord worden betrokken. De raad houdt zo de keuze in eigen hand.
• Zekerheid. Het krediet wordt gebracht onder het bestaande pandrecht op de aandelen in de
dochtervennootschappen (zie paragraaf 5).
• Sturing. Uitbetaling in tranches en de voorwaarden van beslispunt 5 geven de gemeente
invloed op de koers van de Stichting tijdens de overgangsperiode. Bij een subsidie die pas in
2027 wordt verantwoord, ontbreekt die invloed. De omstandigheid dat de Stichting een
publieke taak uitvoert, daarvoor publieke gelden ter beschikking heeft gekregen, maar haar
Pagina 7 van 20
budget schromelijk heeft overschreden, waardoor grote schulden aan de gemeente zijn
ontstaan, rechtvaardigt dat de gemeente leidende invloed bij de sanering heeft.
• Eerlijkheid over het risico. Het college verwacht zelf niet dat de schulden volledig worden
terugbetaald en verhoogt de voorziening voor oninbaarheid. Ook voor het saneringskrediet is
terugbetaling onzeker. Of een terugbetaling uit de waarde van de aandelen in de Horeca B.V.
mogelijk is, hangt af van die waarde; de deskundige taxeert deze. Het krediet is dus geen
garantie op terugbetaling, maar wel een middel om te voorkomen dat geld zonder
tegenprestatie verdwijnt en alles hetzelfde blijft.
• Staatssteuntoets. De rente en de voorwaarden van het krediet en van de verlengde
noodlening worden getoetst aan de staatssteunregels voordat er wordt uitbetaald. Het
amendement trekt daarover geen conclusie; de toets is een voorwaarde voor uitbetaling.
• Geen geld voor de schulden van de Horeca B.V. Het krediet is uitsluitend bestemd voor taken
van de Stichting, zoals al voorgesteld in het concept-initiatiefvoorstel. Dat voorkomt dat
gemeentelijk geld via de Stichting wordt gebruikt voor oude schulden van de B.V.
5. Zekerheid: wat het bestaande pandrecht dekt en wat de uitbreiding betekent
Volgens de memo van het college van 8 januari 2026 is op 29 december 2025 een notariële akte
gepasseerd waarbij een pandrecht is gevestigd op de aandelen die de Stichting houdt in DRU
Industriepark Horeca B.V. en DRU Industriepark Vastgoedexploitatie B.V. Volgens de
huurovereenkomst (artikel 13.2) dient dit pandrecht tot zekerheid van de huurvorderingen over 2024
en 2025 en van de geldleningsovereenkomst van 20 november 2025 (€ 100.000). De aan de aandelen
verbonden zeggenschaps- en dividendrechten blijven volgens dezelfde bepaling bij de Stichting.
Voor zover uit de stukken blijkt, vallen de noodlening van augustus 2026 en de huur over 2026 niet
onder het pandrecht. De akte zelf is de indieners niet bekend. Het amendement vraagt het college
daarom een aanvullende notariële akte te laten verlijden, waarmee het saneringskrediet en de
noodlening onder het pandrecht worden gebracht, vóór de eerste uitbetaling.
De indieners presenteren deze zekerheid nadrukkelijk als sturings- en zekerheidsmiddel en niet als
volledige dekking. Als de Horeca B.V. insolvent is, hebben de aandelen weinig waarde. Wel geeft het
pandrecht de gemeente een positie bij een overdracht van de aandelen of bij een doorstart: een
opbrengst uit de aandelen komt dan eerst de gemeente toe. Hoeveel de zekerheid in werkelijkheid
waard is, taxeert de deskundige (beslispunt 6, onder c).
6. De voorwaarden en de op te leveren stukken
De voorwaarden van beslispunt 5 hangen samen. De Stichting stemt in met het uitgangspunt van een
afgeslankte organisatie (a), stelt een herstructureringsdeskundige aan (b) en is bereid een WHOA-
traject te starten als diens advies daartoe strekt (c). Een WHOA-akkoord moet dan meer omvatten
dan schuldsanering: ook afslanking, kostenreductie en een heroriëntatie op de culturele en sociaal-
culturele taken, binnen kaders die de gemeente inbrengt. Een interim-manager Horeca en Events (d),
te benoemen na overleg met het college, bereidt de overgang van de horeca naar een externe partij
voor en bewaakt in de tussentijd kosten en opbrengsten. Het krediet is niet bestemd voor schulden
van de Horeca B.V. (f).
De op te leveren stukken (e) zijn nodig om te beoordelen hoeveel geld werkelijk nodig is en of de
ontvlechtingsroute haalbaar is:
Pagina 8 van 20
Stuk (stand per 30 september Waarom nodig
2026)
Balans en resultatenrekening Inzicht in vermogen en actuele exploitatie; basis voor de
vergelijking met een faillissement die in een WHOA-traject
nodig is.
Crediteurenlijst Omvang en samenstelling van de schulden, het aandeel van de
gemeente en de positie van preferente schuldeisers; nodig
voor de indeling van een akkoord.
Debiteurenlijst Welke vorderingen nog binnenkomen; nodig voor de
liquiditeitsbegroting.
Personeelslijst Formatie per functie, inclusief inhuur en zzp; basis voor de
vraag naar een reductie van 5 FTE en voor de gevolgen van
een overgang van onderneming.
Organisatiestructuur Welke taken en functies door de ontvlechting vervallen of
veranderen.
Culturele programmering, Welke culturele output de Stichting levert en wat die kost;
inclusief popzaal, met kosten per toetssteen voor een output in 2027 van gelijke of betere
evenement omvang dan in 2026.
Leverancierscontracten Lopende verplichtingen, looptijden en opzegbaarheid.
Opdrachten en boekingen Toekomstige omzet en verplichtingen tegenover klanten;
nodig voor de waardering van de horeca en voor een
doorstart.
Uitstaande offertes en aanvragen De omzet die eraan komt; maatstaf voor het herstel van de
horeca.
Liquiditeitsbegroting tot en met Hoogte en timing van de tranches, en de onderbouwing van
31 maart 2027 een eventuele verhoging van het krediet.
Deze vraag legt de Stichting grotendeels geen nieuwe last op. Volgens de overkoepelende
overeenkomst tussen de gemeente en de Stichting overlegt de Stichting jaarlijks een onderbouwde
meerjarenplanning (vier jaar) met een exploitatiebegroting, per kwartaal een financiële rapportage,
en jaarlijks een goedkeurende accountantsverklaring, ook voor de Horeca B.V. en de Vastgoed B.V.
De Stichting informeert de gemeente bovendien actief als zich ontwikkelingen voordoen die
wezenlijk afwijken van de begroting. De gevraagde stukken komen grotendeels overeen met een
kwartaalrapportage en zijn dus in hoofdzaak nakoming van bestaande afspraken.
7. De overgangsperiode en het tijdpad
Het college plant het besluit over de schuldenpositie al in het eerste kwartaal van 2027. De
overgangsperiode loopt daarom tot en met 31 maart 2027. De noodlening van € 250.000 heeft een
looptijd van zes maanden en loopt, gerekend vanaf het collegebesluit van 25 augustus 2026, af rond
Pagina 9 van 20
25 februari 2027. Zonder verlenging zou de lening opeisbaar worden midden in het onderzoek en
vóór het raadsbesluit. Daarom wordt de looptijd verlengd tot het einde van de overgangsperiode.
Wanneer Stap
29 oktober 2026 Raadsbesluit over dit amendement en het raadsvoorstel
Direct daarna Schriftelijke aanvaarding van de voorwaarden door de Stichting;
aanvullende pandakte; staatssteuntoets; eerste tranche
November 2026 Opdrachtverlening aan de horecadeskundige en de
herstructureringsdeskundige (streefdatum)
Uiterlijk donderdag 12 Oplevering van de stukken en de liquiditeitsbegroting; daarna
november 2026 (tien volgende tranches
werkdagen na het
raadsbesluit van 29
oktober 2026)
[15 december 2026] Tussenrapportage van de deskundigen aan de raad [voorstel van de
opsteller]
Vóór 31 december 2026 De BNG roept naar verwachting de garantie van € 600.000 in
(raadsvoorstel)
1 januari 2027 Peildatum schuld van de Stichting aan de gemeente: € 2.082.393
(raadsvoorstel)
Circa 25 februari 2027 Einde van de oorspronkelijke looptijd van zes maanden van de
noodlening, gerekend vanaf het collegebesluit van 25 augustus 2026;
door dit amendement verlengd
[15 maart 2027] Eindrapportage van de deskundigen aan de raad.
Uiterlijk 31 maart 2027 Raadsbesluit over de schuldenpositie en de keuze tussen de
scenario's; einde van de overgangsperiode
Het tijdpad is krap. De einddatum van de overgangsperiode is daarom voorlopig, en de data van de
rapportages zijn voorstellen. Een snelle opdrachtverlening aan de deskundigen na 29 oktober 2026 is
nodig.
8. De drie deskundigen, hun onafhankelijkheid, hun kosten en het budget
Het onderzoek wordt uitgevoerd door drie deskundigen:
• een horecadeskundige, voor de horeca-exploitatie, de omzetverwachting, de huur van de
horecaruimte, de afdracht aan de culturele taak en de opzet van een uitvraag aan een externe
exploitant; betaald door de gemeente;
• een herstructureringsdeskundige, voor de schuldenpositie, de liquiditeitsbegroting, een
eventueel WHOA-traject, de route voor de Horeca B.V., de waardering van de aandelen of
Pagina 10 van 20
activa, de zekerheden, de staatssteuntoets en de gevolgen voor het personeel; betaald door
de gemeente;
• de interim-directeur-bestuurder van de Stichting, mevrouw Sissingh, als deskundige op
cultureel gebied, voor de culturele output, de taken die door de ontvlechting vervallen en de
vraag naar een reductie van 5 FTE; betaald door de Stichting.
De horecadeskundige werkt in opdracht van de raad, wordt betaald uit het budget dat de raad
beschikbaar stelt, te dekken uit de post onvoorziene uitgaven, en rapporteert aan de raad. Dat
waarborgt zijn onafhankelijkheid tegenover zowel het college als de Stichting. De
herstructureringsdeskundige wordt aangesteld door de Stichting en betaald door de gemeente uit
hetzelfde budget. De Stichting staat toe dat de herstructureringsdeskundige de gemeente, als veruit
grootste schuldeiser en culturele opdrachtgever, volledig informeert; de directeur-bestuurder van de
Stichting stemt hiermee in [te bevestigen: aan wie rapporteert de herstructureringsdeskundige (par.
7 zegt: de raad) en hoe wordt zijn onafhankelijkheid gewaarborgd nu de Stichting hem aanstelt]. De
term herstructureringsdeskundige wordt hier in algemene zin gebruikt; het gaat niet om de
herstructureringsdeskundige die de rechtbank op grond van artikel 371 Faillissementswet kan
aanwijzen, al kan die rol in een later WHOA-traject wel aan de orde komen.
Mevrouw Sissingh kent de organisatie, de programmering en de formatie als geen ander, en haar
kennis is voor het onderzoek onmisbaar. Zij is echter als bestuurder van de Stichting belanghebbend
en wordt door de Stichting betaald. Haar antwoorden worden daarom getoetst door de
herstructureringsdeskundige.
Budget. Dit amendement vraagt € 49.000, omdat het bedrag nu ook de inzet van de
herstructureringsdeskundige omvat, die de Stichting tijdens de overgangsperiode begeleidt bij het
herstructurerings- en doorstartplan. De kosten van mevrouw Sissingh komen voor rekening van de
Stichting. Indieners vragen de raad dit budget ter beschikking te stellen.
9. Vergelijking met de scenario's van het college
De tabel hieronder vat de scenario's 1, 2 en 4 samen, uitsluitend op basis van de memo en de
scenariomatrix van het college van 6 oktober 2026. De laatste rij beschrijft de ontvlechtingsroute uit
dit amendement. Scenario 3 (gecontroleerde afbouw) en scenario 5 (alternatieve invulling) zijn niet
opgenomen; de deskundigen betrekken alle scenario's in hun vergelijking (beslispunt 6, onder d).
Scenario Kern Kosten voor de gemeente Belangrijkste risico
volgens het college
Scenario 1: Huidige structuur Oplossing nodig voor de Geen garantie op de
basisscenario blijft: de Stichting schuld van € 2.082.393; horeca-inkomsten;
huurt en exploiteert, BNG roept garantie van € herstel heeft tijd
de horeca blijft in de 600.000 in; subsidie nodig, zonder
Horeca B.V. als structureel ten minste € garantie hoe lang
tweede financiële 380.000 per jaar hoger, plus
pijler index; mogelijk extra
bijdrage als de horeca
onvoldoende afdraagt;
aanvullende investeringen
in gebouwen en techniek
Pagina 11 van 20
Scenario Kern Kosten voor de gemeente Belangrijkste risico
volgens het college
Scenario 2: De horeca wordt na Oplossing nodig voor de Winst uit de horeca
basisscenario een aanbesteding bij schuld van € 2.082.393; komt niet meer ten
minus Horeca B.V. een derde partij BNG roept garantie van € goede aan de
ondergebracht; de 600.000 in; subsidie cultuur;
Stichting blijft het structureel ten minste € horecacontracten zijn
culturele deel 830.000 per jaar hoger, plus de gemeente niet
uitvoeren index (scenariomatrix); bekend; mogelijk
aanvullende investeringen overgang van
onderneming; de
gemeente is geen
schuldeiser van de
Horeca B.V.
Scenario 4: Een curator wikkelt De schuld van € 2.082.393 De curator kan de
faillissement het faillissement af; de valt in de boedel en de deuren sluiten
Stichting en de gemeente ziet daar naar voordat overleg
gelieerde verwachting niets van mogelijk is; risico
vennootschappen terug; BNG roept garantie rond het meerjarige
gaan failliet van € 600.000 in; geen subsidiebesluit van
(subscenario's 4a tot huurinkomsten tijdens de 30 oktober 2025; bij
en met 4c) opzegtermijn van ten tijdelijke exploitatie
hoogste drie maanden; door de gemeente
risico dat de curator kan het personeel
aanspraak maakt op van rechtswege
toegezegde subsidie overgaan
Ontvlechtingsroute Scenario 2 met Saneringskrediet van € Afhankelijk van
(dit amendement) saneringskrediet: 600.000 als vordering in instemming van de
afgeslankte Stichting plaats van subsidie; Stichting en van
voor de culturele taak, onderzoeksbudget € herstel van de
horeca extern met 49.000; structurele kosten horeca-omzet; krap
verplichte afdracht, en de omvang van een tijdpad
vastgoed dichter bij de sanering volgen uit het
gemeente onderzoek
In alle scenario's van het college moet een oplossing worden gevonden voor de schuld van ruim € 2
miljoen en roept de BNG de garantie in. Het verschil zit in wat de gemeente daarna structureel kwijt
is en welke risico's zij loopt. Juist die afweging vraagt een onafhankelijke doorrekening.
10. Financiële gevolgen en dekking
In het voorstel van het college komt de subsidie van € 573.144 ten laste van het rekeningresultaat
2026. Ook de verhoging van de voorziening voor oninbaarheid van € 760.000 naar € 1.934.000 komt
ten laste van het rekeningresultaat 2026.
Pagina 12 van 20
Met dit amendement verstrekt de raad een bedrag van € 600.000 als vordering in plaats van als
subsidie. De begrotingstechnische verwerking verandert daardoor: een lening is geen last, maar een
vordering op de balans. Gelet op het risico van oninbaarheid zal voor (een deel van) het krediet
mogelijk wel een voorziening moeten worden getroffen, zodat het verschil voor het
rekeningresultaat 2026 kleiner kan zijn dan het lijkt.
Het budget van € 49.000 voor de horecadeskundige en de herstructureringsdeskundige wordt gedekt
uit de post onvoorziene uitgaven. De kosten van de deskundige op cultureel gebied komen voor
rekening van de Stichting.
11. Conclusie
Dit amendement laat de Stichting niet vallen en geeft haar de middelen om 2026 af te sluiten. Het
verbindt die steun wel aan een herstructurering, aan zekerheid voor de gemeente en aan een
onafhankelijke onderbouwing. Zo kan de raad in het eerste kwartaal van 2027 kiezen tussen de
scenario's van het college en de ontvlechtingsroute, op basis van feiten in plaats van verwachtingen.
De indieners vragen de raad het amendement te steunen.
Pagina 13 van 20
Bijlage A: oorspronkelijke en nieuwe tekst per beslispunt
Deze bijlage zet per beslispunt de tekst van het raadsvoorstel naast de tekst zoals die met dit
amendement komt te luiden. De nieuwe tekst is gelijk aan het dictum van het amendement.
Beslispunt Oorspronkelijke tekst Nieuwe tekst (amendement)
(raadsvoorstel)
1 1. Kennis te nemen van de Ongewijzigd (nieuw beslispunt 1).
memo en het cijferoverzicht
zoals verstrekt door de
Stichting DRU Industriepark.
2 2. Een aanvullende subsidie 2. Saneringskrediet. Aan Stichting DRU
voor 2026 te verstrekken aan Industriepark (hierna: de Stichting) een
Stichting DRU Industriepark ter saneringskrediet te verstrekken van € 600.000
hoogte van € 573.144,- met inachtneming van het volgende:
a. het saneringskrediet is een geldlening en
geen subsidie; het verstrekte bedrag blijft een
vordering van de gemeente op de Stichting;
b. het saneringskrediet wordt in tranches
uitbetaald: een eerste tranche voor de acute
liquiditeitsbehoefte direct nadat de Stichting
de voorwaarden van beslispunt 5 schriftelijk
heeft aanvaard, en de volgende tranches nadat
de Stichting de stukken en de
liquiditeitsbegroting bedoeld in beslispunt 5,
onder e, heeft opgeleverd;
c. blijkt dat de kostenreducties de
tegenvallende horeca-omzet onvoldoende
opvangen, dan kan het saneringskrediet op
basis van een concrete liquiditeitsbegroting
worden verhoogd; een verhoging vereist een
voorafgaand besluit van de raad [keuze te
bevestigen door de indiener].
3. Noodlening en zekerheid. Ten aanzien van de
noodlening en de zekerheden:
a. de looptijd van de noodlening van € 250.000
die het college op 25 augustus 2026 aan de
Stichting heeft verstrekt, wordt verlengd tot en
met 31 maart 2027, het einde van de
overgangsperiode bedoeld in beslispunt 4;
b. het college draagt er zorg voor dat het
saneringskrediet en de noodlening worden
gebracht onder het bestaande pandrecht op de
aandelen die de Stichting houdt in haar
dochtervennootschappen, door middel van
Pagina 14 van 20
Beslispunt Oorspronkelijke tekst Nieuwe tekst (amendement)
(raadsvoorstel)
een aanvullende notariële akte die wordt
verleden vóór de eerste uitbetaling uit het
saneringskrediet;
c. het college laat de rente en de overige
voorwaarden van het saneringskrediet en van
de verlengde noodlening toetsen aan de
staatssteunregels voordat uitbetaling
plaatsvindt.
4. Overgangsperiode. Een overgangsperiode vast
te stellen tot en met 31 maart 2027 [voorlopig]. In
die periode stelt de Stichting, met een
herstructureringsdeskundige, een
herstructurerings- en doorstartplan op. Het plan
gaat uit van een ontvlechting van de activiteiten in
drie onderdelen: de culturele en sociaal-culturele
taak; de horeca; en de instandhouding en
exploitatie van het rijksmonument. De horeca
wordt daarbij extern ondergebracht bij een
commercieel bedrijf dat financieel bijdraagt aan
de culturele en sociaal-culturele taak (hierna: de
ontvlechtingsroute). Uitgangspunt van het plan is
een afgeslankte Stichting, met een kleinere, op de
culturele output gerichte taakstelling en een forse
kostenreductie voor 2027, die in 2027 een
culturele output organiseert van gelijke of betere
omvang dan in 2026.
5. Voorwaarden. Aan het saneringskrediet de
volgende voorwaarden te verbinden:
a. de Stichting stemt in met het uitgangspunt
bedoeld in beslispunt 4;
b. de Stichting stelt een
herstructureringsdeskundige aan en staat toe
dat deze de gemeente, als veruit grootste
schuldeiser en culturele opdrachtgever,
volledig informeert; de directeur-bestuurder
van de Stichting stemt hiermee in;
c. de Stichting spreekt de bereidheid uit om, als
het advies van de herstructureringsdeskundige
daartoe strekt, een traject op grond van de
Wet homologatie onderhands akkoord
(WHOA) te starten en een akkoord voor te
bereiden dat niet alleen een sanering van de
schulden omvat, maar ook de afslanking van de
Pagina 15 van 20
Beslispunt Oorspronkelijke tekst Nieuwe tekst (amendement)
(raadsvoorstel)
organisatie, kostenreductie en een
heroriëntatie op de invulling van de culturele
en sociaal-culturele taken, op basis van door
de gemeente in te brengen kaders;
d. de Stichting stemt in met de benoeming van
een externe interim-manager Horeca en
Events, te benoemen na overleg met het
college, met als taken de voorbereiding van de
overgang van de horeca naar een externe
partij, kostenbewaking en
opbrengstbevordering;
e. de Stichting levert binnen tien werkdagen na
de vaststelling van dit besluit aan het college,
naar de stand per 30 september 2026: de
balans en de resultatenrekening; een
crediteurenlijst; een debiteurenlijst; een
personeelslijst; de organisatiestructuur; de
culturele programmering, inclusief de popzaal,
met een kostenoverzicht per evenement; de
leverancierscontracten; de opdrachten en
boekingen; de uitstaande offertes en
aanvragen; en daarnaast een concrete
liquiditeitsbegroting tot en met 31 maart 2027;
f. het saneringskrediet is uitsluitend bestemd
voor taken van de Stichting en wordt niet, ook
niet indirect, gebruikt voor de betaling van
schulden van DRU Industriepark Horeca B.V.
(hierna: de Horeca B.V.) [overgenomen uit het
concept-initiatiefvoorstel 2.2, besluit punt 5].
g. Uitbetaling van de culturele subsidie voor
2027 vindt slechts plaats in 4 per kwartaal uit
te keren delen. Afwijking hiervan is slechts
mogelijk na instemming van de gemeenteraad.
6. Onderzoek en deskundigen. Ten aanzien van
het onderzoek:
a. het onderzoek wordt uitgevoerd door drie
deskundigen: een horecadeskundige en een
herstructureringsdeskundige, beiden te
betalen door de gemeente, en de interim-
directeur-bestuurder van de Stichting,
mevrouw Sissingh, als deskundige op cultureel
gebied, te betalen door de Stichting;
Pagina 16 van 20
Beslispunt Oorspronkelijke tekst Nieuwe tekst (amendement)
(raadsvoorstel)
b. voor de inzet van de horecadeskundige en
de herstructureringsdeskundige stelt de raad
een budget beschikbaar van € 49.000, te
dekken uit de post onvoorziene uitgaven;
c. de deskundigen onderzoeken:
(i) de externe exploitatie van de horeca;
(ii) de instandhouding, de verhuur en de
overige exploitatie van het vastgoed;
(iii) een redelijke prijs voor de aandelen in
de Horeca B.V. of voor een vergelijkbare
activatransactie;
(iv) welke huurprijs aan de horecaruimte
kan worden verbonden;
(v) gelet op de eerder bereikte omzetcijfers
van Horeca en Events, de omvang van een
jaarlijkse verplichte afdracht aan de sociaal-
culturele doelstelling, omzetafhankelijk en
met een minimum, waarvan de hoogte door
de deskundigen wordt bepaald;
(vi) of een reductie van 5 FTE binnen de
Stichting haalbaar is met de
taakvermindering en eventuele
efficiencyverbeteringen en wat de gevolgen
daarvan voor de culturele output zou zijn;
d. de deskundigen beoordelen ook de overige
scenario's uit de memo van het college van 6
oktober 2026, met inbegrip van het
faillissementsscenario, en vergelijken die met
de ontvlechtingsroute.
7. Tijdpad. De deskundigen brengen uiterlijk [15
december 2026] een tussenrapportage en uiterlijk
[15 maart 2027] een eindrapportage uit aan de
raad [data: voorstel van de opsteller], zodat de
raad uiterlijk 31 maart 2027 kan besluiten over de
schuldenpositie van de Stichting en over de keuze
tussen de scenario's.
3 3. Kennis te nemen van de 8. Kennis te nemen van de memo inzake
memo inzake uitwerking uitwerking scenario's met betrekking tot het DRU
scenario's met betrekking tot Industriepark en, na instemming met beslispunt 2,
het DRU Industriepark en na in te stemmen met de uitwerking van scenario 1
instemming van beslispunt 2 in en 2 en van de ontvlechtingsroute, op basis van
het onderzoek bedoeld in beslispunt 6.
Pagina 17 van 20
Beslispunt Oorspronkelijke tekst Nieuwe tekst (amendement)
(raadsvoorstel)
te stemmen met de uitwerking
van scenario 1 en 2.
Nieuw Geen. 9. Het college zet buiten het saneringskrediet en
de verlengde noodlening geen onomkeerbare
stappen in de huidige structuur van de Stichting,
waaronder het verstrekken van nieuwe leningen
of garanties en het verlenen van nieuwe
huuropschortingen, zonder voorafgaand besluit
van de raad
4 4. Kennis te nemen van Ongewijzigd (nieuw beslispunt 10).
bijgevoegde memo inzake
aangenomen moties.
Pagina 18 van 20
Bijlage B: concept-vragen aan de deskundigen
Hieronder staan concept-vragen aan de drie deskundigen. De vragen worden na vaststelling van het
budget uitgewerkt in de opdrachten. De antwoorden van de deskundige op cultureel gebied worden
getoetst door de herstructureringsdeskundige, omdat zij door de Stichting wordt betaald en als
bestuurder belanghebbend is.
Herstructureringsdeskundige
1. Is een WHOA-akkoord voor de Stichting haalbaar, gelet op de positie van de gemeente als
grootste schuldeiser en op de eis dat een tegenstemmende schuldeiser op grond van het
akkoord niet slechter af mag zijn dan bij een faillissement (artikel 384 lid 3 Faillissementswet)?
Welke indeling in klassen en welk aanbod liggen voor de hand?
2. Welke route is voor de Horeca B.V. het meest realistisch: een WHOA-traject, een faillissement
met voorbereide doorstart, of een overdracht van de aandelen? In welke volgorde ten
opzichte van het traject van de Stichting, en is een afkoelingsperiode (artikel 376
Faillissementswet) zinvol, voor welke rechtspersoon en op welk moment?
3. Kan het bestaande pandrecht op de aandelen worden uitgebreid tot het saneringskrediet en
de verlengde noodlening? Welke risico's zijn daaraan verbonden, waaronder het risico dat
zekerheid voor een bestaande schuld later wordt aangetast, en hoe zijn die te beperken?
4. Hoe moeten de rente, de looptijd, de zekerheid en een eventuele gedeeltelijke kwijtschelding
worden ingericht om te voldoen aan de staatssteunregels?
5. Wat zijn bij elk van de routes de gevolgen voor het personeel van de Stichting en van de
Horeca B.V., in het bijzonder bij overgang van onderneming (artikelen 7:662 en volgende BW,
met de uitzondering bij faillissement in artikel 7:666 BW)?
6. Wat is de schuldenpositie van de Stichting en van de Horeca B.V. per 30 september 2026, en
wat is een sluitende liquiditeitsbegroting tot en met 31 maart 2027? Welke hoogte en welke
verdeling in tranches van het saneringskrediet volgen daaruit?
7. Wat is het genormaliseerde resultaat van de Horeca B.V. over 2022 tot en met 2025, vóór en
na doorbelasting aan de Stichting? Welk deel van de omzet bestaat uit zaalverhuur die de
Horeca B.V. voor de Stichting incasseert, en welk deel van de doorbelasting vervalt bij een
zelfstandige externe exploitant?
8. Wat is de waarde van de aandelen in de Horeca B.V., of van de activa bij een activatransactie,
op basis van voortzetting (going concern) en bij liquidatie, en wat is een redelijke prijs?
9. Welke transactiestructuur (aandelen of activa) is het meest geschikt, en wat betekent die voor
de overgang van personeel, contracten en boekingen?
10. Hoe verhoudt de ontvlechtingsroute zich financieel tot de scenario's 1, 2 en 4 van het college,
met inbegrip van een berekening van wat de gemeente bij een faillissement naar verwachting
terugziet?
Horecadeskundige
11. Welke omzet is in 2027 en 2028 haalbaar, met welke horecaformule, openingstijden en
personeelsbezetting?
12. Welke marktconforme huur kan aan de horecaruimte worden verbonden?
Pagina 19 van 20
13. Welke jaarlijkse afdracht aan de sociaal-culturele doelstelling kan een externe exploitant
dragen, omzetafhankelijk en met een minimum, gelet op de eerder bereikte omzetcijfers van
Horeca en Events en de eigen overhead van de exploitant? Hoe verhoudt die afdracht zich tot
de stelpost van € 350.000 uit het concept-initiatiefvoorstel?
14. Hoe wordt een openbare uitvraag aan een externe exploitant het beste opgezet, met welke
looptijd en welke culturele verplichtingen voor de exploitant?
15. Wat moet het mandaat van de interim-manager Horeca en Events zijn, en met welke
kernprestatie-indicatoren wordt die gevolgd (bijvoorbeeld omzet, marge per evenement,
personeelskosten en derving)?
Deskundige op cultureel gebied (mevrouw Sissingh, namens de Stichting)
16. Kan de culturele output van 2026 in 2027 worden gehandhaafd of verbeterd binnen de
afgeslankte organisatie? Welke programmering hoort daarbij, met welke kosten per
onderdeel?
17. Welke taken van de Stichting vervallen door de ontvlechting, en welke kosten vallen daardoor
weg?
18. Is een reductie van 5 FTE of meer binnen de Stichting haalbaar met de taakvermindering en
eventuele efficiencyverbeteringen? Graag met:
a. de huidige formatie per functie, inclusief inhuur en zzp;
b. welke functies vervallen of worden samengevoegd;
c. welke efficiencywinst wordt verwacht;
d. de kosten en het tijdpad van de reductie, waarbij de ontslagroutes buiten de WHOA om
lopen;
e. het risico op vertrek van sleutelpersoneel;
f. de netto besparing in 2027.
19. Welke kaders van de gemeente voor de culturele en sociaal-culturele taken zijn nodig om het
herstructurerings- en doorstartplan op te stellen?
Pagina 20 van 20
Tekst uit PDF geëxtraheerd