Home › Gooise Meren › Motie

M26-83 Motie VVD Investeren is vooruit kijken

Uitslag onbekend
TypeMotie
GemeenteGooise Meren
Ingediend doorVVD
Datum2026-10-28
DataniveauAlleen documenten
BronDownload brondocument →

Document

Geëxtraheerde tekst

Gemeenteraad Gooise Meren Motie Naam en fractie: Friso ten Brink, VVD Onderwerp: Investeren is vooruit kijken Agendapunt (nr. en naam): M26-83 Begroting 2027, Programma 6 Financieel gezond / Bijlage 1 Overzicht investeringen Status: Ingediend Versie: 1.1 Bovengenoemd(e) raadslid/-leden dient/dienen de volgende motie in; De raad van de gemeente Gooise Meren in vergadering bijeen, Verzoekt het college: Bij het CUP en de bijbehorende begrotingswijziging een realistisch en geprioriteerd investeringsplan voor de periode 2027–2030 voor te leggen, en daarbij: a. de kapitaallasten en rentelasten zichtbaar te maken; b. de stelpost onderuitputting kapitaallasten te baseren op de werkelijke realisatie van de afgelopen jaren; En gaat over tot de orde van de dag. Toelichting Constaterende dat: 1. In de begroting (p.9) wordt geconstateerd dat er de afgelopen jaren sprake was van een onderuitputting op de kapitaallasten van ruim €1 miljoen, en dat dit ook in 2026 het geval is. 2. Er in de begroting tevens wordt aangegeven dat bij een volgende begroting fundamentele keuzes gemaakt moeten worden om tot een realistische raming te komen. 3. In de begroting niet de volledige €1 miljoen wordt opgenomen als structureel voordeel, maar slechts 50% hiervan (een stelpost van € 0,5 mln, uitgaande van ca. 65% realisatie), terwijl in 2023 en 2024 slechts 27% respectievelijk 32% van de gebudgetteerde investeringskredieten werd uitgegeven; 4. Het investeringsprogramma tot en met 2030 € 228 mln bedraagt, waarvan € 141 mln voor onderwijshuisvesting, waardoor de leningen stijgen van € 179 mln (ultimo 2025) naar € 229 mln (ultimo 2029); 5. De netto schuldquote daardoor stijgt naar 131,3% (2028) en 135,1% (2029), de categorie “zeer risicovol”, en het rapportcijfer kengetallen in 2027–2030 onder de eigen minimumnorm van 6,0 ligt; 6. Nieuwe leningen worden aangetrokken tegen 3,05% (huidige portefeuille 2,34%), een rentestijging van 1% ca. € 0,25 mln per jaar kost, en elke € 10 mln extra investering ca. € 0,55–0,7 mln aan kapitaallasten per jaar met zich meebrengt; 7. Verschillende projecten nog als PM zijn opgenomen. Overwegende dat: 8. In het CUP en de bijbehorende begrotingswijziging de financiële koers van de komende jaren ingezet zal worden, en de raad daar ook in positie moet staan; 9. Een realistische investeringsplanning van belang is voor een betrouwbare meerjarenbegroting, mede gelet op de kapitaallasten en de samenhangende rentelasten 10. Een stelpost onderuitputting die aansluit bij de werkelijke realisatie (ca. € 1,0 mln in plaats van € 0,5 mln) structurele ruimte geeft, en een geprioriteerd en kleiner programma bovendien de rente- en afschrijvingslasten verlaagt.

Tekst uit PDF geëxtraheerd