Home › Stichtse Vecht › Motie
M X.1 CDA - Ieder kind naar school
Uitslag onbekend
| Type | Motie |
| Gemeente | Stichtse Vecht |
| Ingediend door | CDA |
| Datum | 2026-10-13 |
| Dataniveau | Alleen documenten |
| Bron | Download brondocument → |
Document
Geëxtraheerde tekst
Reg. Nr. M X.1
Agendapunt X: Motie vreemd aan de agenda
Onderwerp: Ieder kind naar school
De gemeenteraad van Stichtse Vecht, in vergadering bijeen op 17 november 2026,
constaterende dat:
- de Hoge Raad op 21 april 2026 heeft verduidelijkt onder welke omstandigheden een
beroep op artikel 5, onder b, van de Leerplichtwet mogelijk is voor het bieden van
thuisonderwijs en dat deze vrijstelling slechts in uitzonderlijke gevallen kan worden
verleend;
- het recht op onderwijs een fundamenteel recht van ieder kind is en de overheid
verantwoordelijk is voor de naleving van de Leerplichtwet;
- de beroepsvereniging voor leerplicht en doorstroom (Ingrado) naar aanleiding van
deze uitspraak een nieuwe handreiking heeft opgesteld voor de uitvoering van artikel
5, onder b, van de Leerplichtwet;
- meerdere gemeenten waaronder Utrecht, Rotterdam en Groningen vooruitlopend op
verdere landelijke duidelijkheid aanvragen voor vrijstelling op grond van artikel 5,
onder b, afwijzen overeenkomstig de nieuwe juridische lijn;
- de gemeente Den Haag daarnaast heeft aangekondigd ook bestaande vrijstellingen
opnieuw te beoordelen in het licht van de uitspraak van de Hoge Raad.
overwegende dat:
- ieder kind recht heeft op kwalitatief goed onderwijs en op een volwaardige
deelname aan de samenleving;
- langdurige afwezigheid van regulier onderwijs risico’s kan meebrengen voor de
cognitieve, sociale en emotionele ontwikkeling van kinderen;
- gemeenten verantwoordelijk zijn voor een zorgvuldige uitvoering van de
Leerplichtwet en daarbij dienen te handelen overeenkomstig de geldende
jurisprudentie;
- een zorgvuldige herbeoordeling van bestaande vrijstellingen, met oog voor zowel
de belangen van het kind om zoveel mogelijk kansen te bieden om deel te nemen
aan passend onderwijs, als de rechtspositie van ouders, bijdraagt aan een
juridisch houdbare en maatschappelijk verantwoorde uitvoering van de
Leerplichtwet.
verzoekt het college:
1. met onmiddellijke ingang aanvragen voor vrijstelling op grond van artikel 5, onder b,
van de Leerplichtwet te beoordelen overeenkomstig de door de Hoge Raad op 21
april 2026 verduidelijkte juridische maatstaf en uitsluitend vrijstellingen te verlenen in
dien aan die maatstaf wordt voldaan;
2. alle bestaande vrijstellingen op grond van artikel 5, onder b, van de Leerplichtwet
opnieuw te beoordelen aan de hand van deze juridische maatstaf en vrijstellingen
waarvoor niet langer een wettelijke grondslag bestaat zorgvuldig te beëindigen, met
inachtneming van de rechtsbescherming en het welzijn van de betrokken ouders en
kinderen;
3. ervoor zorg te dragen dat kinderen van wie een vrijstelling wordt beëindigd actief
worden begeleid naar een passende onderwijsplek, waarbij continuïteit van onderwijs
en een zorgvuldige overgang centraal staan;
4. de gemeenteraad uiterlijk in het eerste kwartaal van 2027 te informeren over het
aantal dossiers dat hernieuwde beoordeling nodig heeft en daarna periodiek te
informeren over het aantal opnieuw beoordeelde dossiers, de uitkomsten daarvan, de
gevolgen voor de gemeentelijke uitvoeringspraktijk en eventuele landelijke
ontwikkelingen die aanleiding geven tot aanpassing van het gemeentelijk beleid.
en gaat over tot de orde van de dag.
Namens de fractie(s),
CDA Stichtse Vecht
Sarah van Lindenberg-Hess
Tekst uit PDF geëxtraheerd