Home › Tynaarlo › Motie

Motie 2026.8 Ruessink e.a. – Vergelijkbare scenario’s voor Vries-Oost

Uitslag onbekend
TypeMotie
GemeenteTynaarlo
Datum2026-10-06
DataniveauAlleen documenten
BronDownload brondocument →

Document

Geëxtraheerde tekst

Motie 2026.8 Ruessink e.a – Vergelijkbare scenario’s voor Vries-Oost (art. 34 RvO) Ingediend door: Detmar Ruessink (Tynaarlo Vooruit) en Eelco von Meyenfeldt (VVD) Datum raadsvergadering: 6 oktober 2026 Agendapunt: Vaststelling startnotitie voor de nieuwe woonwijk Vries Oost in Vries De raad van de gemeente Tynaarlo in vergadering bijeen op 6 oktober 2026, Constaterende dat:  de startnotitie Vries-Oost uitgaat van maximaal 300 woningen, circa 70% betaalbare woningen en maximaal vijf bouwlagen;  bij deze uitgangspunten een negatief grondexploitatieresultaat van € 5.000 tot € 10.000 per woning wordt geraamd;  tijdens de commissiebehandeling vragen zijn gesteld over de bouwhoogte, betaalbaarheid, landschappelijke inpassing en financiële haalbaarheid; Overwegende dat:  de raad de gevolgen van verschillende invullingen moet kunnen afwegen voordat een stedenbouwkundig voorkeursplan wordt vastgesteld;  een vergelijking van realistische scenario’s inzicht kan geven in de mogelijkheden om betaalbare woningbouw, behoud van dorpskarakter en verantwoord ruimtegebruik te combineren; Verzoekt het College: 1. als onderdeel van de voorbereiding van het stedenbouwkundig plan voor Vries-Oost een beperkt aantal realistische scenario’s door middel van een volumestudie op hoofdlijnen ruimtelijk en financieel te onderzoeken, waaronder ten minste één volwaardige variant met maximaal drie bouwlagen; 2. daarbij te onderzoeken met welke woningmix binnen maximaal drie bouwlagen een sluitende of positieve grondexploitatie mogelijk is, en inzichtelijk te maken wat dit betekent voor het aantal woningen, de woningtypen en het aandeel betaalbare woningen; 3. deze scenario’s op basis van vergelijkbare uitgangspunten inzichtelijk te maken op:  het aantal woningen, de woningtypen en de betaalbaarheid;  de bouwhoogte, het ruimtegebruik en de landschappelijke inpassing;  het behoud van groen en de ruimte voor water;  de indicatieve kosten, opbrengsten en het grondexploitatieresultaat, inclusief de belangrijkste aannames en onzekerheden; 4. per scenario aan te geven hoe het zich verhoudt tot de wettelijke kaders en bindende regionale afspraken, en eventuele afwijkingen van de startnotitie expliciet te benoemen; 5. deze vergelijking te laten aansluiten bij de onderzoeken en financiële verkenningen voor de stedenbouwkundige uitwerking, zonder voor ieder scenario een volledig uitgewerkt stedenbouwkundig plan te verlangen; 6. deze vergelijking, voorzien van een gemotiveerd voorstel, aan de raad voor te leggen voordat een stedenbouwkundig voorkeursplan wordt vastgesteld; En gaat over tot de orde van de dag. Ondertekening namens de fractie(s): D.J. Ruessink E.J. von Meyenfeldt Tynaarlo Vooruit VVD Tynaarlo

Tekst uit PDF geëxtraheerd