Home › Maasdriel › Motie
Raadsinformatiebrief motie 'Veilig laveren door de financiële storm'
AangenomeniUitslag automatisch bepaald uit documenttekst
| Type | Motie |
| Gemeente | Maasdriel |
| Datum | 2026-09-22 |
| Dataniveau | Verrijkt via AI |
| Bron | Download brondocument → |
Document
Geëxtraheerde tekst
Aan: de gemeenteraad
Raadsinformatiebrief uitvoering motie M2026-05 "Veilig laveren
Onderwerp :
door de financiële storm"
Datum : 04 september 2026
Zaaknummer : 1605174
Geachte raadsleden,
Tijdens de behandeling van de Jaarrekening 2025 en de Kaderbrief 2027-2030 heeft uw
raad op 2 juli 2026 de motie "Veilig laveren door de financiële storm" aangenomen. In deze
motie vraagt uw raad het college om te komen tot een integraal financieel afwegingskader,
verschillende toekomstscenario's uit te werken, de financiële risico's inzichtelijk te maken en
de gemeenteraad actief te betrekken bij de keuzes die de komende jaren gemaakt moeten
worden. Met deze brief informeren wij u over de wijze waarop het college uitvoering geeft
aan deze motie en hoe we toewerken naar de Programmabegroting 2027 en een financieel
gezond meerjarenperspectief.
Financiële opgave
De financiële positie van gemeenten staat landelijk onder druk. Ook Maasdriel wordt
geconfronteerd met een combinatie van oplopende kosten, toenemende druk binnen het
sociaal domein, stijgende bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen, inflatie-effecten,
noodzakelijke investeringen in de openbare ruimte en onzekerheden rondom toekomstige
inkomsten uit het gemeentefonds. De financiële opgave waarvoor wij staan is daarmee niet
tijdelijk van aard, maar heeft een structureel karakter.
De Bestuursrapportage 2026 maakt zichtbaar dat de gemeente voor 2026 rekening houdt
met een verwacht tekort van € 3,47 miljoen. De belangrijkste oorzaken zijn de hogere
uitgaven voor jeugdhulp en de hogere kosten voor de Omgevingsdienst Rivierenland. Deze
actuele ontwikkeling onderstreept de noodzaak om naast de dekking van het tekort in 2026
te werken aan structurele keuzes voor 2027 en verder.
We richten ons allereerst op het realiseren van een sluitende begroting voor 2027.
Tegelijkertijd vinden wij het belangrijk om richting uw raad uit te spreken dat het op dit
moment niet realistisch is om voor de gehele periode tot en met 2030 reeds een volledig
sluitend meerjarig perspectief te presenteren. De oorzaak hiervan ligt niet alleen binnen de
beïnvloedingssfeer van de gemeente, maar hangt ook samen met landelijke ontwikkelingen
en onzekerheden rondom toekomstige rijksmiddelen.
We werken daarom aan een breed pakket van analyses en handelingsperspectieven
waarmee de financiële weerbaarheid van de gemeente de komende jaren stap voor stap kan
worden versterkt. Daarbij staat een realistisch financieel perspectief centraal, waarbij inzicht
wordt geboden in zowel de mogelijkheden als de beperkingen waarmee de gemeente wordt
geconfronteerd. In deze brief beschrijven we de kaders en het proces waarmee we
stapsgewijs toewerken naar een financieel houdbaar en realistisch meerjarenperspectief.
Een integraal financieel herstel- en beheerkader
Het college voert een integrale analyse uit van de gemeentelijke huishouding, gericht op
keuzes die financieel houdbaar én uitvoerbaar zijn. De analyse maakt zichtbaar welke
maatregelen beschikbaar zijn en welke financiële effecten en consequenties deze hebben
voor de uitvoering van taken, het voorzieningenniveau en de dienstverlening aan inwoners.
Het college bundelt de uitkomsten in één samenhangend financieel afwegingskader. Dit
eerste integraal financieel afwegingskader vormt de basis voor de voorbereiding van de
Programmabegroting 2027. De verdere uitwerking van structurele handelingsperspectieven
voor de periode vanaf 2028 wordt opgenomen in het verdiepte financieel herstel- en
beheerkader, dat in het eerste kwartaal van 2027 aan de raad wordt voorgelegd.
1. Analyse van de basisbegroting
Een belangrijk onderdeel van het traject is het opnieuw beoordelen van de bestaande
begroting. We beoordelen per taak, activiteit en budget welke middelen noodzakelijk zijn
voor wettelijke taken en waar bestuurlijke ruimte bestaat om prioriteiten te herijken.
We werken maatregelen uit op verschillende niveaus. Het gaat daarbij om optimalisaties van
processen, administratieve vereenvoudigingen en efficiencyverbeteringen, maar ook om
beleidsmatige keuzes zoals het aanpassen van ambitieniveaus, het beperken van
activiteiten of het heroverwegen van voorzieningenniveaus. Daarnaast brengen we
fundamentele opties in beeld, waarbij taken anders worden georganiseerd of uitgevoerd.
2. Organisatie en benodigde capaciteit
Naast de inhoudelijke begroting kijken we ook naar de omvang en inrichting van de
gemeentelijke organisatie. Daarbij staat niet uitsluitend de vraag centraal hoeveel capaciteit
beschikbaar is, maar vooral welke capaciteit noodzakelijk is om gemeentelijke taken uit te
voeren, wettelijke verplichtingen na te komen en bestuurlijke ambities te realiseren.
We brengen scherp in beeld welke capaciteit nodig is bij verschillende niveaus van
dienstverlening en welke keuzes daarbij horen. Daarbij worden scenario's uitgewerkt die
uiteenlopen van een minimale organisatie gericht op wettelijke taken tot varianten waarbij
meer ruimte aanwezig is voor beleidsontwikkeling, innovatie en maatschappelijke opgaven.
Daarmee maken we expliciet welke gevolgen financiële keuzes hebben voor de
uitvoeringskracht van de organisatie en voor de dienstverlening aan inwoners, ondernemers
en maatschappelijke organisaties.
3. Grip op het sociaal domein
Het sociaal domein vormt één van de belangrijkste aandachtsgebieden binnen het financiële
traject. De uitgaven voor onder andere jeugdhulp en Wmo staan landelijk onder druk en
kennen bovendien een beperkt beïnvloedbaar karakter. Tegelijkertijd hebben deze uitgaven
een grote invloed op de meerjarige financiële positie van gemeenten.
Om beter inzicht te krijgen in de ontwikkelingen analyseren we de kostenontwikkelingen
binnen het sociaal domein. Daarbij wordt gekeken naar de ontwikkeling van het zorggebruik,
de toegang tot voorzieningen, verwijspatronen, contractmanagement en beleidskaders.
Bovendien werken we binnen de transformatie sociaal domein al aan het realiseren van een
stevige sociale basis, een versterkt voorliggend veld met preventieve interventies, collectieve
voorzieningen en vroegsignalering.
Ook onderzoeken we welke interventies kunnen bijdragen aan een betere beheersing van
de kostenontwikkeling en welke effecten dergelijke maatregelen naar verwachting hebben
2
op de langere termijn. We onderzoeken ook met welke interventies we kunnen stoppen
omdat de resultaten onvoldoende zijn. Het doel hiervan is om te komen tot beter
onderbouwde keuzes die zowel financieel als maatschappelijk verantwoord zijn.
4. Investeringen en fasering
De gemeente staat de komende jaren voor aanzienlijke investeringen op onder meer het
gebied van infrastructuur, beheer, onderhoud en mobiliteit. Deze investeringen zijn
noodzakelijk, maar leggen tegelijkertijd druk op het financiële perspectief.
Het college brengt de investeringsopgave in prioriteitsvolgorde in beeld. Daarbij worden
noodzakelijke investeringen onderscheiden van investeringen die kunnen worden gefaseerd
of heroverwogen. Hierdoor ontstaat een beter inzicht in de financiële ruimte die beschikbaar
is en de afwegingen die noodzakelijk zijn tussen maatschappelijke opgaven en financiële
draagkracht.
5. Gebiedsontwikkeling en inkomstenbronnen
Het college brengt gericht in beeld hoe gebiedsontwikkelingen, waaronder woningbouw,
bedrijventerreinen en kostenverhaal, op verantwoorde wijze kunnen bijdragen aan de
financiële positie van de gemeente. Daarnaast verkent het college aanvullende inkomsten-
en financieringsmogelijkheden, waarbij haalbaarheid, risico’s en eventuele voorwaarden
expliciet worden meegewogen.
Daarmee richt het college zich niet alleen op kostenbeheersing, maar ook op een
realistische versterking van de inkomstenpositie.
6. Duurzaamheidsmiddelen, vastgoed en reserves
Daarnaast wordt aandacht besteed aan de inzet van beschikbare middelen, gemeentelijk
vastgoed en bestaande reserves en voorzieningen. Bij de beoordeling van de inzet van
incidentele middelen staat voorop dat deze geen vervanging vormen voor structurele
oplossingen. Het college weegt daarbij de financiële risico’s, de noodzakelijke weerbaarheid
en het structurele perspectief nadrukkelijk mee.
Voor de vastgoedportefeuille betekent dit onder meer inzicht verkrijgen in gebruik, kosten,
opbrengsten en toekomstbestendigheid van gemeentelijke eigendommen. Bij reserves en
voorzieningen wordt gekeken naar de noodzaak van bestaande bestemmingen, de relatie
met risico's en mogelijkheden om middelen doelmatiger in te zetten.
Deze samenhangende sporen vormen de basis voor het integrale financiële afwegingskader
en het meerjarige financiële perspectief.
Betrokkenheid van de raad
Het college onderschrijft het belang van actieve betrokkenheid van uw raad gedurende dit
traject. Er zullen keuzes gemaakt moeten worden waarbij een zorgvuldige afweging van
belang is. Het integraal financieel afwegingskader moet u in positie brengen om deze
afwegingen te maken.
In de motie heeft uw raad gevraagd de informatieavond van 8 september te benutten voor
technische vragen over de kaders van het financiële herstel. Gelet op het politiek-
bestuurlijke karakter van de raadsinformatiebrief is voorgesteld de brief niet tijdens deze
informatieavond, maar in de commissie Samenleving & Financiën te bespreken. De
agendacommissie heeft op 1 september 2026 met dit proces ingestemd.
3
De behandeling in de commissie biedt de raad de gelegenheid om aandachtspunten,
inzichten en richting mee te geven voor de verdere uitwerking van het integrale financiële
afwegingskader.
Het college is daarnaast van mening dat één bestuursrapportage per jaar onvoldoende is om
de raad tijdig en adequaat in positie te brengen. Het college wil daarom vanaf 2027 werken
met een bestuursrapportage in het voorjaar en een bestuursrapportage in het najaar. De
precieze inhoud, inrichting en planning van beide rapportagemomenten worden eerst met de
auditcommissie besproken, zodat deze goed aansluiten op de begrotingscyclus en de
informatiebehoefte van de raad.
Gefaseerde uitwerking van de financiële opgave
Stap 1: Programmabegroting 2027 (november 2026)
De Programmabegroting 2027 is een belangrijke eerste stap binnen een meerjarig traject om
de financiële weerbaarheid van de gemeente te versterken. De omvang en complexiteit van
de financiële opgave maken dat niet alle vraagstukken vóór de behandeling van de
Programmabegroting 2027 volledig kunnen worden uitgewerkt.
Het college richt zich daarom in eerste instantie op de maatregelen die nodig zijn om voor
2027 een reële en sluitende begroting aan te bieden. Bij de Programmabegroting 2027 legt
het college tevens een eerste integraal financieel afwegingskader voor. Dit bevat ten minste
actuele risico’s, een overzicht van de algemene reserve, structurele prognoses voor
jeugdhulp en ODR, een geprioriteerde investeringsagenda en eerste bestuurlijke
keuzerichtingen.
Stap 2: Handelingsperspectieven voor financieel herstel (april 2027)
Voor verschillende onderwerpen is meer tijd nodig voor een zorgvuldige analyse, bestuurlijke
afweging en eventuele implementatie. Dit geldt onder meer voor de toekomstige inrichting
van de organisatie, de structurele beheersing van de kosten in het sociaal domein, vastgoed,
gebiedsontwikkeling en onderdelen van de investeringsopgave.
Bij de Programmabegroting 2027 worden voor deze onderwerpen al eerste bevindingen,
scenario’s en handelingsperspectieven gepresenteerd. De verdere uitwerking wordt
opgenomen in het verdiepte financieel herstel- en beheerkader, gericht op de structurele
keuzes voor 2028 en verder. Het college legt dit kader in april 2027 aan de raad voor. Het
maken van structureel houdbare keuzes vraagt om zorgvuldigheid en tijdige betrokkenheid
van de raad.
Stap 3: Voorjaarsrapportage 2027 (mei 2027)
Het college wil vanaf 2027, naast de bestuursrapportage in het najaar, ook een
bestuursrapportage in het voorjaar aan de raad voorleggen. De precieze inhoud, inrichting
en planning worden eerst met de auditcommissie besproken.
De voorjaarsrapportage moet de raad vroegtijdig inzicht bieden in de actuele financiële
positie, relevante afwijkingen en risico’s, de voortgang van de herstelmaatregelen,
ontwikkelingen binnen het sociaal domein en de uitvoering en fasering van investeringen. De
uitkomsten kunnen worden betrokken bij de voorbereiding van de Kadernota 2028.
Stap 4: Kadernota 2028 (juni en juli 2027)
De uitkomsten van het verdiepte financieel herstel- en beheerkader en de actuele inzichten
4
uit de voorjaarsrapportage worden betrokken bij de voorbereiding van de Kadernota 2028.
De Kadernota wordt in juni 2027 aan de raad aangeboden en in juli 2027 ter besluitvorming
voorgelegd.
Daarmee kan de raad op basis van actuele financiële inzichten en verder uitgewerkte
handelingsperspectieven richting geven aan de structurele keuzes voor 2028 en verder. De
financiële opgave kan niet binnen één begrotingscyclus volledig worden opgelost en vraagt
daarom om een meerjarige aanpak.
Tot slot
De komende maanden staan in het teken van het presenteren van een sluitende begroting
voor 2027 en het maken van keuzes die een zo realistisch mogelijk financieel perspectief
bieden voor de jaren daarna. Op die manier werken we stapsgewijs aan het versterken van
de financiële weerbaarheid van de gemeente. Gezien de impact van de keuzes die voor ons
liggen, is dit nadrukkelijk een traject van college én raad. Bij aanvullende investeringen en
nieuw beleid vragen wij nadrukkelijk om rekening te houden met de financiële positie en de
structurele gevolgen voor de gemeente. Zo kunnen we gezamenlijk werken aan een
financieel gezond en toekomstbestendig Maasdriel.
Het college van Maasdriel,
de secretaris, de burgemeester
F. Baars A.A.M.J. Walraven
5
Tekst uit PDF geëxtraheerd