Home › Twenterand › Motie

Tussenevaluatie motie basisvaardigheden 12 mei 2026

Uitslag onbekend
TypeMotie
GemeenteTwenterand
Datum2026-08-28
DataniveauAlleen documenten
BronDownload brondocument →

Document

Geëxtraheerde tekst

Inhoudelijk verslag & tussenevaluatie motie Basisvaardigheden Door coördinator het Talenthuis (Taalpunt) mei 2026 1. Inleiding en context In 2024 is aan de Bibliotheek een subsidie van €45.000 verleend in het kader van het actieplan basisvaardigheden gemeente Twenterand 2023–2026. Door de late toekenning van deze subsidie (18 november 2024) konden niet alle activiteiten in dat jaar worden uitgevoerd. In overleg met de gemeente is toestemming verleend om het resterende bedrag van €28.000 in te zetten in 2025 en 2026. Deze tussenevaluatie beschrijft de voortgang, opbrengsten en betekenis van de inzet in de periode augustus tot en met december 2025, met nadruk op de inhoudelijke ontwikkeling. 2. Bereik en deelname In september 2025 is een nieuwe ronde van de Avondschool gestart in Vroomshoop. In de periode augustus tot en met december 2025 hebben 49 inwoners deelgenomen aan het aanbod van de Avondschool. Hoewel het aantal deelnemers in deze periode iets lager ligt dan in eerdere rondes, is sprake van een duidelijke inhoudelijke verschuiving in de deelname. De belangstelling verplaatst zich van voornamelijk praktische en creatieve cursussen naar cursussen gericht op basisvaardigheden, zoals: • taalvaardigheid; • digitale vaardigheden; • gezondheid en zelfredzaamheid. Deze ontwikkeling past binnen de doelstellingen van het actieplan basisvaardigheden en laat zien dat deelnemers steeds gerichter gebruikmaken van het aanbod. 3. Ervaringen van deelnemers en vrijwilligers De Avondschool wordt door deelnemers ervaren als een veilige en laagdrempelige plek, waar leren mogelijk wordt zonder schaamte of prestatiedruk. De volgende uitspraken zijn illustratief voor wat deelnemers ervaren: “Ik durfde nooit naar een cursus. Op school ging het altijd mis. Hier is het anders. Niemand kijkt raar als je iets niet snapt.” — deelnemer digitale vaardigheden “Eerst kwam ik voor het tekenen. Nu zit ik bij taal. Dat had ik een jaar geleden echt niet gedaan.” — deelnemer Avondschool 1 “Ik leer hier niet alleen lezen of met de computer omgaan, maar ook dat ik niet de enige ben die het moeilijk vindt.” — deelnemer, NT1 Ook vrijwilligers herkennen deze ontwikkeling: “Wat hier gebeurt, zie je niet in reguliere cursussen. Mensen komen binnen die we anders nooit bereiken.” — vrijwilliger Avondschool Deze ervaringen maken zichtbaar wat in cijfers moeilijk te vangen is: de Avondschool fungeert steeds meer als vertrouwensruimte, waar deelnemers de stap durven zetten richting het werken aan basisvaardigheden. 4. Ontwikkeling in behoefte: van ‘doen’ naar ‘leren’ De verschuiving in het cursusaanbod is het resultaat van langdurige inzet op ontmoeting, vertrouwen en communitygericht werken. In eerdere fases fungeerden creatieve en praktische cursussen als eerste instap. In de huidige fase zien wij dat deelnemers: • zelf aangeven te willen werken aan taal en digitale vaardigheden; • vragen stellen over gezondheid, formulieren en digitale overheidszaken; • bewust kiezen voor cursussen die eerder als spannend werden ervaren. “Ik kwam eerst voor de gezelligheid. Nu wil ik echt beter leren lezen, want ik wil mijn kinderen kunnen helpen.” — deelnemer ouder/kind Deze ontwikkeling laat zien dat de Avondschool niet alleen mensen bereikt, maar hen ook in beweging brengt richting zelfredzaamheid en eigenaarschap. 5. Reflectie vanuit de praktijk (Rijk A4)1 In deze tussenevaluatie is bewust ruimte gemaakt voor reflectie vanuit de praktijk zelf, geïnspireerd op het Rijk A4 en het muzisch perspectief op goed werk. Het moment Tijdens de inschrijfavond in het najaar van 2025 zat een deelnemer, die eerder uitsluitend creatieve cursussen volgde, zichtbaar gespannen aan tafel. Halverwege de avond zei zij: “Ik vind het spannend, maar ik wil het wel proberen. Hier lukt dat.” 1 De Rijk A4-methodiek is een reflectie-instrument dat wordt gebruikt om praktijkervaringen diepgaand te analyseren, vaak toegepast in leerprocessen en intervisie. 2 Meerdere mensen beaamden dat. Het werd geaccepteerd en diegene voelde ruimte om te leren zonder daar op te worden aangekeken. Inzichten Dit moment maakte zichtbaar dat: • veiligheid en vertrouwen een voorwaarde zijn voor het werken aan basisvaardigheden; • wat aan de buitenkant lijkt op minder deelname, vaak meer diepgang en eigenaarschap betekent; • de Avondschool zich ontwikkelt van activiteit naar lerende gemeenschap. Onderliggende vraag Hoe creëer je een plek waar mensen die leren lang hebben vermeden, opnieuw durven te leren? Beeld De Avondschool functioneert als een steiger: een tijdelijke, stevige plek van waaruit deelnemers hun volgende stap kunnen zetten. Conclusie Betekenisvol werken aan basisvaardigheden begint niet bij aanbod of output, maar bij het serieus nemen van de leefwereld van deelnemers. Vanuit die basis ontstaat de beweging richting leren. Volgende stap In 2026 willen we verder onderzoeken hoe de Avondschool nog sterker kan fungeren als toeleiding naar taal- en digitale trajecten, met behoud van het informele en veilige karakter. 6. Maatschappelijke betekenis en bredere impact De Avondschool vervult een groeiende maatschappelijke functie: • als toeleidingsplek naar basisvaardigheden; • als schakel tussen inwoners en organisaties; • als ontmoetingsplek waarbij ook eenzaamheid wordt bestreden; • als laagdrempelig alternatief voor mensen die reguliere trajecten vermijden. De aanpak vraagt tijd en nabijheid, maar levert duurzame effecten op in termen van bereik, vertrouwen en zelfredzaamheid. De Avondschool is in de afgelopen jaren uitgegroeid tot een laagdrempelige leer- en ontmoetingsplek voor inwoners die via reguliere trajecten vaak niet of nauwelijks worden bereikt. Op basis van praktijkervaringen bestaat circa 70% van de deelnemers uit inwoners met beperkte basisvaardigheden (NT1), die moeite hebben 3 met taal, rekenen en/of digitale vaardigheden en voor wie deelname aan formele leeromgevingen vaak een grote drempel vormt. De belangrijkste opbrengst van de Avondschool is daarmee niet uitsluitend deelname aan activiteiten, maar vooral het zichtbaar maken en bereiken van een doelgroep die eerder buiten beeld bleef. Voor veel deelnemers vormt deelname de eerste stap terug richting leren en ontwikkeling. Juist dit eerste contactmoment – het opnieuw durven deelnemen aan een leeromgeving – is voor deze doelgroep van grote betekenis. De impact laat zich daarom niet alleen uitdrukken in traditionele outputcijfers, maar vooral in de ontwikkelbeweging die deelnemers doormaken. In de praktijk ontwikkelen deelnemers zich van het vermijden van leren naar actief deelnemen. Zij vergroten hun zelfvertrouwen, ontwikkelen leerbereidheid en stromen door naar taal- en digitale trajecten. Daarnaast zijn er bredere effecten zichtbaar op het gebied van zelfredzaamheid, sociale verbinding, participatie, structuur en het zogenoemde ‘leren leren’. De Avondschool vervult daarmee een brede maatschappelijke functie: als ontmoetingsplek, als voorziening die eenzaamheid vermindert en als toeleidingsplek richting ondersteuning en verdere ontwikkeling. De laagdrempelige en relationele aanpak blijkt essentieel om deze doelgroep daadwerkelijk te bereiken en te behouden. Binnen alle activiteiten wordt gewerkt aan basisvaardigheden, op een geïntegreerde en praktijkgerichte manier die aansluit bij de leefwereld van deelnemers. Vaardigheden worden niet uitsluitend aangeboden via formele lessen, maar ook via praktische, creatieve en maatschappelijke activiteiten. Deze werkwijze blijkt effectief in het bereiken van NT1-doelgroepen, aangevuld met meer gerichte lessen op het gebied van taal- en digitale vaardigheden. De Avondschool wordt door deelnemers ervaren als een veilige omgeving waar leren mogelijk is zonder schaamte of prestatiedruk. Zowel deelnemers als vrijwilligers geven aan dat hier inwoners worden bereikt die in reguliere trajecten vaak buiten beeld blijven. 7. Landelijke duiding en voorbeeldwerking De werkwijze van de Avondschool sluit aan bij landelijke ontwikkelingen rondom inclusieve aanpak van basisvaardigheden. Vanuit regionale en landelijke netwerken wordt met belangstelling gekeken naar de manier waarop: • ontmoeting wordt ingezet als startpunt voor leren; • NT1-doelgroepen worden bereikt buiten reguliere structuren; • aanbod ontstaat vanuit vraag en relatie. De vraag die vanuit het land terugkomt is niet zozeer wat er wordt aangeboden, maar vooral hoe het werk wordt ingericht: relationeel, flexibel en betekenisvol. De Avondschool wordt daarbij gezien als een succesvol praktijkvoorbeeld. 4 Landelijk wordt al langere tijd onderkend dat het bereiken van de NT1-doelgroep complex is, mede door schaamte, onzichtbaarheid van de problematiek en beperkte aansluiting van formeel aanbod. Onderzoek benadrukt dat juist een persoonlijke en laagdrempelige aanpak noodzakelijk is om deze doelgroep te bereiken. Tegen deze achtergrond is relevant dat de Avondschool in Twenterand er wél in slaagt deze doelgroep structureel te bereiken en te binden. De werkwijze sluit aan bij de uitgangspunten van de Community Library, waarin ontmoeting, vertrouwen en aansluiting bij de leefwereld centraal staan. Vanuit regionale en landelijke netwerken bestaat belangstelling voor deze praktijkgerichte aanpak, juist omdat deze doelgroep via reguliere structuren moeilijk bereikbaar blijft. Daarmee vervult Twenterand in toenemende mate een voorbeeldfunctie binnen de landelijke ontwikkeling rondom inclusieve aanpakken van basisvaardigheden. De kracht van deze werkwijze zit niet alleen in het aanbod zelf, maar juist in het werken vanuit ontmoeting, vertrouwen, leefwereld en relationeel contact als basis voor ontwikkeling en participatie. 8. Samenwerking en randvoorwaarden uitvoering Rondom de Avondschool is sprake van een brede en groeiende samenwerking. Binnen de uitvoering wordt samengewerkt met onder andere ROC van Twente en Het Noordik. Daarnaast zijn diverse maatschappelijke partners betrokken bij activiteiten en gastlessen, waaronder organisaties op het gebied van participatie, werk en zelfredzaamheid. Ook buiten de Avondschool wordt actief samengewerkt met partners in het sociaal domein, zoals MEE Samen, Mijande Wonen, ZorgSaam, Avedan en lokale initiatieven, met name op het gebied van signalering, toeleiding en ondersteuning van inwoners met beperkte basisvaardigheden. Tevens wordt de samenwerking met scholen rondom het bereiken van ouders versterkt. Een belangrijk aandachtspunt blijft het structurele tekort aan vrijwilligers en betaalde NT1-docenten. Dit beperkt de mogelijkheden voor intensieve, individuele begeleiding. Juist daarom is de groepsgerichte en laagdrempelige opzet van de Avondschool van grote waarde: zonder deze voorziening zou een aanzienlijk deel van de doelgroep geen toegang hebben tot ondersteuning. 9. Relatie met gereserveerde middelen (€28.000) De inzet van de gereserveerde middelen uit 2024 maakt het mogelijk om: • deze werkwijze in 2025 en 2026 voort te zetten en te verdiepen; • in te spelen op veranderende behoeften van deelnemers; • samenwerkingen rond taal, digitaal en gezondheid te versterken; • ruimte te houden voor maatwerk en begeleiding. Deze tussenevaluatie laat zien dat de middelen doelmatig en inhoudelijk onderbouwd worden ingezet en bijdragen aan de doelstellingen van het actieplan basisvaardigheden. 5 Op basis van de jaarrekening 2025 bedragen de kosten van de Avondschool €26.129. Uitgaande van circa 120 deelnemers komt dit neer op ongeveer €218 per deelnemer. In breder maatschappelijk perspectief is dit een relatief beperkte investering. De Avondschool draagt bij aan het voorkomen van zwaardere problematiek, zoals eenzaamheid, verminderde zelfredzaamheid en maatschappelijke uitval. Landelijke inzichten laten zien dat lage basisvaardigheden samenhangen met hogere zorgkosten en grotere afhankelijkheid van ondersteuning. In dat licht is sprake van een kosteneffectieve inzet. 10. Samenwerking met professionals – werken aan handelingsruimte Naast het directe aanbod aan inwoners wordt er actief geïnvesteerd in het versterken van de handelingsruimte van professionals die werken met mensen met beperkte basisvaardigheden. In gesprekken en trainingen met samenwerkingspartners wordt expliciet stilgestaan bij handelingsverlegenheid: het gevoel bij professionals dat zij signalen wel zien, maar niet weten hoe zij deze op een passende manier kunnen benoemen of adresseren. Gesprekken en trainingen met partners In het najaar 2025 zijn met verschillende maatschappelijke partners gesprekken gevoerd en bijeenkomsten georganiseerd waarin: • herkenning en bespreekbaarheid van beperkte basisvaardigheden centraal staan; • ruimte is om onzekerheden, dilemma’s en vragen van professionals te delen; • praktische handvatten worden aangereikt om laagdrempelig en respectvol het gesprek aan te gaan met inwoners. Deze gesprekken laten zien dat handelingsverlegenheid breed voorkomt, ook bij betrokken en ervaren professionals. Door dit expliciet te benoemen, ontstaat ruimte om van ‘niet weten wat te doen’ te bewegen naar ‘durven proberen’. “We zien het wel, maar zijn vaak bang om iemand te beledigen of af te schrikken.” — professional, samenwerkingspartner Praktische handvatten en andere manier van kijken In de trainingen en uitwisselingen wordt niet gewerkt met vaste scripts of protocollen, maar met: • herkenning van signalen in het dagelijks contact; • het normaliseren van moeite met taal, digitaal en formulieren; • het stellen van open, niet-oordelende vragen; • het aanbieden van ondersteuning zonder probleemtaal. 6 Daarnaast delen wij onze visie op een andere benadering van beperkte basisvaardigheden: niet als individueel tekort dat opgelost moet worden, maar als een maatschappelijke realiteit waar professionals en organisaties mede verantwoordelijk voor zijn in hun manier van werken en communiceren. Versterken van samenwerking en doorverwijzing Deze gesprekken dragen bij aan: • meer onderling begrip tussen organisaties; • betere afstemming in doorverwijzing; • het herkennen van de diensten van de bibliotheek als laagdrempelige plek waar inwoners veilig kunnen landen; • het gezamenlijk ontwikkelen van een meer mensgerichte aanpak. De Avondschool fungeert hierbij als praktijkplek waar professionals kunnen zien hoe relationeel en vraaggericht werken in de praktijk vorm krijgt. 11. Slotopmerking Deze tussenevaluatie laat zien dat de Avondschool en de Bibliotheek zich ontwikkelt als een duurzame, lerende praktijk binnen het lokale basisvaardighedenbeleid. Door te werken vanuit betekenis en relatie ontstaat beweging die niet altijd direct zichtbaar is in aantallen, maar wel wezenlijk bijdraagt aan maatschappelijke doelen. De praktijkervaringen, deelnemersverhalen en zichtbare ontwikkelbewegingen laten zien dat de Avondschool een wezenlijke maatschappelijke impact heeft, ook al is deze niet volledig in cijfers te vatten. Monitoring van unieke deelnemers blijft complex, maar de richting en betekenis van de resultaten zijn duidelijk. 7 Bronnen (APA 7): Kohnstamm Instituut. (2021). Werving van laaggeletterde volwassenen met Nederlands als moedertaal: Hoe pak je dat aan? https://kohnstamminstituut.nl/werving-van-laaggeletterde-volwassenen-metnederlands-als-moedertaal-hoe-pak-je-dat-aan/ Pharos. (2021). Laaggeletterdheid en beperkte gezondheidsvaardigheden. https://www.pharos.nl/infosheets/laaggeletterdheid-en-beperktegezondheidsvaardigheden/ Raad voor Volksgezondheid & Samenleving. (2020). Samenleven is meer dan overleven: Breder kijken naar gezondheid en verschil. https://www.raadrvs.nl/documenten/publicaties/2020/05/11/samenleven-is-meerdan-overleven Stichting Lezen en Schrijven. (z.d.). Hoe bereik ik laaggeletterden met de focus op NT1 in mijn gemeente? https://www.lezenenschrijven.nl/wat-doen-wij/oplossingvoor-je-vraagstuk/hoe-bereik-ik-laaggeletterden-met-de-focus-op-nt1-mijn Toezicht Sociaal Domein. (2025, 18 maart). Laaggeletterdheid vaak slecht herkend bij mensen met Nederlands als moedertaal. https://www.toezichtsociaaldomein.nl/actueel/nieuws/2025/03/18/laaggeletterdhe id-vaak-slecht-herkend-bij-mensen-met-nederlands-als-moedertaal 8

Tekst uit PDF geëxtraheerd