Home › Binnenmaas (opgeheven) › Amendement
Amendement begrotingswijziging dienst gezondheid en jeugd
Uitslag onbekend
| Type | Amendement |
| Gemeente | Binnenmaas (opgeheven) |
| Datum | 2018-10-11 |
| Dataniveau | Alleen documenten |
| Bron | Download brondocument → |
Document
Geëxtraheerde tekst
AMENDEMENT BEGROTINGSWIJZIGING 2018
DIENST GEZONDHEID & JEUGD
Raadsvergadering: 11 oktober 2018
Agendapunt 14.
Onderwerp: Voorgenomen begrotingswijziging DG&J 2018 n.a.v. Eerste Burap 2018
Serviceorganisatie Jeugd ZHZ
De raad van de gemeente Binnenmaas, in vergadering bijeen d.d. 11 oktober 2018;
Overweegt dat:
er productie is geleverd door zorgaanbieders boven hun budget zonder
toestemming van de Serviceorganisatie
de reële kostenstijging €3,0 miljoen bedraagt
financieel toezicht door de provincie ingesteld wordt wanneer een reëel evenwicht
van de begroting ontbreekt
thans geen betrouwbare cijfers te leveren zijn over het aantal jeugdigen in de 2e
lijns zorg
het uitgangspunt in onze regio dat geen kind tussen wal en schip mag vallen geen
duidelijke en controleerbare doelstelling is
Constateert dat:
de 17 gemeenten gezamenlijk in totaal 17 miljoen euro extra geïnvesteerd
hebben in de jeugdhulp
de korting op het rijksbudget Jeugd ruim 15 miljoen euro bedraagt
11% van het aantal jeugdigen een beroep doet op enige vorm van jeugdhulp
vergoeden van overproductie leidt tot het in stand houden van het verdienmodel
van de zorgaanbieders uit de regionale zorgmarkt
Besluit:
1. Kennis te nemen van de Eerste Burap van de Serviceorganisatie Jeugd ZHZ en het
AB-Besluit van 5 juli 2018 met een voornemen tot een begrotingswijziging 2018
van €4,7 miljoen;
2. de zienswijze op de voorgenomen begrotingswijziging 2018 aan te passen
conform de bij dit amendement behorende zienswijze en deze in te dienen bij
het DB van de Dienst Gezondheid & Jeugd.
3. Niet in te stemmen met het onder 3. verwoorde voorstel om onder voorbehoud
van ongewijzigde besluitvorming in het AB van de DG&J over de begrotingswijziging 2018, een bedrag van € 162.284 voor extra benodigde middelen
Jeugdhulp bij te ramen op het budget Jeugdhulp ten laste van het exploitatieresultaat 2018 en dit te verwerken in de slotrapportage 2018.
En gaat over tot de orde van de dag
Namens de fractie van VVD:
L.V.M. Niemantsverdriet
Zienswijze op de voorgenomen begrotingswijziging 2018 behorende bij het
amendement zoals ingediend door de VVD fractie bij agendapunt 14 van de
raadsvergadering in Binnenmaas d.d. 11 oktober 2018
Begin dit jaar is ons gevraagd om een zienswijze in te dienen op €5,4 miljoen aan extra
middelen. Wij hebben toen ingestemd met deze extra middelen waarbij de Service
organisatie heeft aangegeven dat in het meerjarenperspectief deze extra bijdrage zou
worden ingelopen. Het feit dat er nu wederom een extra bijdrage wordt gevraagd houdt
in dat er niet ingelopen gaat worden maar dat het verschil alleen maar groter wordt.
Wij vinden het belangrijk dat alle jeugdigen gezond en veilig opgroeien en zich zo goed
mogelijk ontwikkelen. Als opgroeien of opvoeden niet vanzelf gaat, is hulp nodig. Die
hulp moet zoveel mogelijk aansluiten bij wat de jeugdige of ouder nodig heeft en bij wat
zij zelf kunnen doen.
Wij vinden dat het doel van de jeugdwet, het voorkomen van zware vormen van
jeugdhulp, leidend moet zijn. Dat is in het belang van de jeugdige ( minder onnodige
medicalisering). De transitie is erop gericht de jeugdzorg dichterbij te brengen en ook
goedkoper te maken aangezien lokale overheden beter kunnen bepalen wat voor zorg er
nodig is.
In de Hoeksche Waard wordt hulp op maat dichtbij jeugdigen en gezinnen geboden,
wordt effectief samengewerkt met de jeugdgezondheidszorg , de huisartsen en andere
partners.
De jeugdteams in de Hoeksche Waard zijn erin geslaagd om de korting op het
Rijksbudget te overbruggen. Het halen van deze twee doelen is een fantastisch resultaat
waarmee we deze jeugdteams graag complimenteren. Het Algemeen Bestuur zet de
financiële solidariteit die we in ZHZ t/m 2019 hebben afgesproken onder druk door nu
opnieuw deze extra bijdrage te vragen terwijl de Hoeksche Waard de korting op het
Rijksbudget heeft overbrugd. Het zou voor de Hoeksche Waard aanleiding kunnen zijn
om aansluiting bij een andere gemeenschappelijke regeling te zoeken.
Begin dit jaar hebben wij ingestemd met het Meerjarenperspectief.
Daarbij is afgesproken om met een budgetplafond te blijven werken en om met
interventies op verschillende niveaus, grip te krijgen op het gebruik van de uitgaven
voor jeugdhulp.
Doelstelling die leidend is voor de voorgestelde interventies is dat minder kinderen
specialistische jeugdhulp ontvangen uit de regionale zorgmarkt.
Op ZHZ niveau zou met name de Serviceorganisatie aan de slag gaan met de
transformatie van de regionale zorgmarkt. Een half jaar later is er geen afname zichtbaar
van de regionale zorgmarkt en willen de zorgaanbieders in de regionale zorgmarkt hun
overproductie niet voor eigen rekening nemen. Hiermee wentelen de zorgaanbieders hun
verantwoordelijkheid om binnen de budgetten te blijven af op de gemeenten. Wanneer
de zorgaanbieders dit jaar zelf geen enkele actie hebben ondernomen om
budgetoverschrijding te voorkomen vinden wij het onacceptabel dat zij dit risico volledig
neerleggen bij de gemeenten. Door overproductie te financieren dienen we het
economisch belang van de zorgaanbieder. Dat is niet in het belang van het kind.
Overproductie is ook een verantwoordelijkheid van de zorgaanbieder zelf en die
verantwoordelijkheid moet de gemeente niet volledig over willen nemen. De
transformatie van de jeugdzorg (lees zorginstellingen) blijft op deze manier achterwege.
Wij gaan niet akkoord met een begrotingswijziging in 2018 van €4,7 miljoen. Het
Algemeen Bestuur verzoekt dit als maximale bedrag om knelpunten in de zorg te kunnen
oplossen waarbij de volledige overproductie van zorginstellingen van 2018 voor rekening
van gemeenten komt. In het belang van het kind en het oplossen van de meest urgente
genoemde knelpunten is de raad van Binnenmaas akkoord met een maximaal bedrag van
€ 3,2 miljoen waarbij de verantwoordelijkheid voor de kosten van overproductie voor
rekening van zorginstellingen, de serviceorganisatie en gemeenten komt.
Daarnaast vragen wij de Stichting Jeugdteams en de Serviceorganisatie om alle
inspanningen in het kader van het Meerjarenperspectief volgens plan uit te voeren.
Hierbij zijn in ieder geval maatregelen zoals het stellen van duidelijke doelen, monitoring
en het begrenzen van het budget nodig. Hierbij moeten de gecertificeerde
zorgaanbieders meer samenwerken met hulpverleners uit instellingen in de 1e lijn. Dit
sluit aan op de nieuwe jeugdwet waarin de nadruk ligt op passende en integrale hulp,
een meer op het individu afgestemd aanbod, een aanbod dat voor iedere hulpvrager
anders moet kunnen zijn.
Wij rekenen erop dat deze zienswijze een bijdrage levert om te komen tot een passend
besluit in de vergadering van het Algemeen Bestuur op 15 november 2018 over een
begrotingswijziging.
Tekst uit PDF geëxtraheerd