Home › Breda › Document

Notulen 1 oktober 2026

Raadsvoorstel
TypeRaadsvoorstel
GemeenteBreda
Datum2026-11-05
BronDownload brondocument →

Document

Geëxtraheerde tekst

NOTULEN VAN DE VERGADERING VAN DE AUDITCOMMISSIE VAN HET BREDAAS BERAAD van 1 oktober 2026 Voorzitter: mevrouw L. van Kelle Griffier/secretaris: de heer M. Renders (Burger-)raadsleden: mevrouw I. Verdaasdonk de heer P. Jong raadslid C. van Kastel de heer S. Vos de heer T. Buhre de heer T. Visker de heer I. Dienjes Portefeuillehouder: de heer A. van Drunen Rekenkamer: de heer S. Oostlander BDO Accountants: de heer N. van Engelen Vastgesteld in de vergadering van , voorzitter , griffier Notulen auditcommissie d.d. 1 oktober 2026 Pagina 1 1. Opening De voorzitter heet iedereen van harte welkom. Raadslid Van Kastel en de heer Van Woudenberg komen later. Mevrouw Verdaasdonk verlaat de vergadering om 18.00 uur. 2. Keuze definitieve voorzitter Mevrouw Van Kelle is in april gekozen als tijdelijk voorzitter. Er kan nu een definitieve voorzitter gekozen worden. Zij wil graag voorzitter worden in coproductie met de heer Visker als plaatsvervangend voorzitter. Zij denkt dat de auditcommissie de adviserende positie nog meer kan benutten en een verdiepingsslag kan maken bij de cyclische producten. De visie, die straks op de agenda staat, is een goede start. De tijd van iedereen is kostbaar en daarom wil zij de vergaderingen strak voorzitten maar met ruimte voor vragen en debat. Ze wil de ervaring die zij in de afgelopen drie jaar als lid van de auditcommissie heeft opgedaan graag voortzetten als voorzitter. De heer Visker vindt het een mooie coproductie. Over de visie is al samen nagedacht. Hij sluit zich aan bij de woorden van mevrouw Van Kelle. Mevrouw Van Kelle constateert dat er geen andere kandidaten zijn voor het voorzitterschap of het plaatsvervangend voorzitterschap en dat de commissie akkoord gaat met het voorstel voor benoeming. 3. Vaststellen van de agenda De voorzitter constateert dat de commissie akkoord gaat met de voorgestelde agenda. 4. Mededelingen 4.a. Mededelingen van de wethouder Wethouder Van Drunen geeft aan dat er vorige week bij de sessie Jeugd discussie is ontstaan over de indicatoren Jeugd. Het beeld van het college is dat we elk jaar opnieuw kijken of we de juiste indicatoren hebben, of die nog up-to-date zijn en of er nog verbeteringen aan te brengen zijn. Dit jaar zijn de indicatoren aangepast in de auditcommissie van 9 april. Formeel moet dat altijd plaatsvinden bij de BERAP. Vervolgens worden ze vertaald in de begroting van dit jaar. Mevrouw Verdaasdonk merkt op dat dit in algemeenheid is hoe de indicatoren verlopen maar de auditcommissie vond dat de indicatoren Jeugd eerst politiek besproken moesten worden. Dat is rond 11 juni doorgegeven aan de agendacommissie, die het pas zeer recent geagendeerd heeft. Daar is toen gezegd dat er geen ruimte meer was voor oordeelsvorming en ze zouden in de BERAP zitten. Ze staan echter niet in de was-wordt-lijst van de BERAP omdat ze een politiek oordeel vragen. De voorzitter doet een procesvoorstel: het proces van de indicatoren nog een keer met elkaar doorlopen in de auditcommissie en kijken hoe het proces vorm gegeven moet worden als we de indicatoren politiek maken. Daarnaast specifiek de indicatoren Jeugd bij de beeldvorming van de BERAP te laten. De heer Renders vult aan dat de indicatoren in principe worden vastgesteld bij de BERAP. Dat zou betekenen dat ze voor Jeugd pas in 2027 ingaan tenzij er nog een sessie over georganiseerd wordt. De voorzitter denkt dat het goed is om bij de BERAP het proces met de wethouder te bespreken. b. Mededelingen van de accountant De accountant heeft op dit moment geen mededelingen. c. Mededelingen van de rekenkamer De heer Oostlander geeft aan dat een lid van de rekenkamer volgende week een presentatie zal geven over een extern onderzoek, waarin alle resultaten van onderzoeken naar Participatiebeleid van verschillende rekenkamers bij elkaar zijn geveegd. Hij roept iedereen die daarbij betrokken is, op om daar tijd voor vrij te maken. d. Mededelingen van de de griffie De griffie heeft vandaag geen mededelingen. 5. Ingekomen stukken De voorzitter constateert dat het stuk over subsidie decentrale politieke partijen in de gemeente Breda voor kennisgeving is aangenomen. 6. Notulen bijeenkomst auditcommissie van 3 september 2026 De voorzitter constateert dat deze notulen ongewijzigd vastgesteld worden. 7. Actie- en aandachtspuntenlijst De heer Dienjes wil graag een concrete einddatum voor de punten die al langer openstaan. De heer Renders antwoordt dat er alleen bij de Spelregels financieel beleid/financiële verordening geen einddatum staat. Die hangt af van wanneer er een nieuwe versie of actualisatie van de financiële verordening komt. Hij kan wel afstemmen of daar enig zicht op is. 8. Visie op de auditcommissie De voorzitter heeft met de plaatsvervangend voorzitter en de griffie een aanzet gemaakt voor een visie, hoe we dingen in de auditcommissie doen. Er wordt gevraagd daar nu op te reflecteren zodat er vervolgens aan een Notulen auditcommissie d.d. 1 oktober 2026 Pagina 2 gedetailleerdere uitwerking gewerkt kan worden. Eigenlijk wordt in het voorliggend stuk gezegd wat de doelen van de auditcommissie moeten zijn en op welke drie verbeteringen in deze raadsperiode de nadruk gelegd zou moeten worden: een scherper preadvies bij de cyclische producten, een beter planbare en hanteerbare agenda en een betere keuze, welke onderwerpen wel en niet in de auditcommissie thuishoren. Deelt de commissie deze visie op hoofdlijnen? De heer Buhre vraagt of de voorzitter nu feedback wil of schriftelijk. De voorzitter wil opmerkingen in algemene zin graag nu en als het over punten en komma’s gaat graag schriftelijk. De heer Buhre merkt op dat er diepgang boven breedte wordt genoemd en vraagt wat we dan niet doen. Maatschappelijke effecten wordt benoemd. Daar zit een dunne lijn naar politieke zaken. Dat kan misschien aangescherpt worden. De heer Jong vindt het een goed stuk maar vraagt zich af of de auditcommissie tijdig over voldoende en kwalitatief hoogwaardige stukken kan beschikken. De heer Vos onderschrijft de wens naar meer focus en vindt het tijdpad helder. De heer Dienjes kan zich vinden in de hoofdlijnen maar zou vijf punten explicieter willen zien. Hij zou structureel de onderbesteding willen zien. Uit de BERAP blijkt dat een investeringsprognose van € 117-188 miljoen. Hij zou willen terugzien hoe dat uitstel komt. Hij zou terug willen zien of dat door personeelstekort of uitvoeringscapaciteit komt en of de aanbevelingen over externe inhuur opgevolgd worden. Als vijfde, dat geld gekoppeld wordt aan prestaties en niet alleen aan budgetten. Mevrouw Verdaasdonk vindt het een prima stuk. Interessant zou zijn de meerwaarde voor de raad. Dat we na ieder cyclische product kijken hoe het volgende keer nog beter kan. Een mooie vooruitgang van de afgelopen jaren is gweest dat we de cyclische producten veel meer naast elkaar gezet hebben. De voorzitter vindt dat een goed punt. Raadslid Van Kastel sluit zich aan bij de woorden van mevrouw Verdaasdonk. De heer Visker heeft dit document mee opgesteld en hoort wat mooie onderwerpen om de diepte in te duiken. Hij denkt dat dat tweeledig is, enkele onderwerpen inhoudelijk uitdiepen en de adviserende rol naar de raad toe. We hoeven niet op gezette tijden bij elkaar te komen, we kunnen dat ook afstemmen op wanneer dingen gebeuren. De voorzitter vindt dat een goede toevoeging. De vraag van wat wel en wat niet is precies de afweging die we moeten maken. Het stuk wat volgende keer voorligt, zal daar verder op ingaan. We zullen niet perse minder onderwerpen hebben maar we kunnen een soort hamerraad model hanteren voor stukken waar weinig vragen over zijn of waar technische vragen over gesteld kunnen worden. Dan kunnen we op andere onderwerpen dieper ingaan. Wel moeten we er alert op zijn, dat het hier van tafel gaat als het politiek wordt. We kunnen wel adviseren om een politiek gesprek over een onderwerp te voeren. De vraag hoe we tijdig informatie krijgen hangt samen met de planning. Dat we niet meer iedere eerste donderdag van de maand vergaderen maar kijken wat past bij de cyclische producten. Door de auditcommissie wat meer gefocust te maken, zijn we ook beter in staat om informatie die we nodig hebben op te vragen. De heer Jong merkt op dat je niet weet wat je niet weet. Wie zorgt er dan voor dat het hier aan de orde komt? De voorzitter antwoordt dat we altijd informatie op kunnen vragen via de griffie en ook ambtelijke ondersteuning, als dat nodig is. De rekenkamer en de accountant helpen ons ook om meer inzicht te krijgen. De onderwerpen die de heer Dienjes noemt zijn precies de onderwerpen die interessant zijn om hier te bespreken. Ook het evalueren van de cyclische producten wordt meegenomen in de uitwerking. De heer Renders vult aan dat in de uitwerking gekeken wordt hoe we de planning goed af kunnen stemmen op de cyclische producten. Dat betekent dat we in bepaalde perioden wat meer vergaderingen hebben en in andere perioden wat minder. De heer Dienjes is benieuwd hoe bepaald wordt welke onderwerpen we niet of minder doen. Hij kan zich voorstellen dat een partij een onderwerp in de auditcommissie wil bespreken. De voorzitter denkt dat daarbij hetzelfde principe gehanteerd kan worden als bij de hamerraad. Er komt een voorstel vanuit de griffie, de voorzitter en de vicevoorzitter maar als een partij het onderwerp een bespreking waard vindt, wordt het onthamerd en alsnog uitgebreid besproken. De voorzitter dankt de heer Renders voor de eerste opzet. 9. Beschouwing begroting door accountant De heer Van Engelen heeft een reflectie gemaakt op basis van een viertal onderwerpen maar ook naar het algemeen beeld gekeken. Er is ingezoomd op de paragraaf kapitaalgoederen en enkele belangrijke thema’s zoals onderbesteding, uitvoeringscapaciteit en geld koppelen aan prestaties. De heer Renders vult aan dat het best een uitgebreide analyse is geworden, waarbij de begroting van meer dan 290 pagina’s teruggebracht is tot 38 slides. De heer Van Engelen geeft aan dat de cijfers afkomstig zijn uit de begroting van Breda zelf. Daar is aan toegevoegd wat de accountant daarvan vindt, zonder dat er een controle uitgeoefend is. Op slide 3 staat een samengevatte reflectie op de programmabegroting 2027. De reflectie ziet toe op twee zaken, wat vinden we van de cijfers maar ook wat vinden we van de transparantie en de begrijpelijkheid. Per onderdeel is een aantal vragen opgesteld, die de auditcommissie of de raad zou kunnen stellen. Dit is echt ter ondersteuning van de auditcommissie en de raad. Notulen auditcommissie d.d. 1 oktober 2026 Pagina 3 Het algeheel financieel beleid laat een structureel sluitende begroting zien, waarbij het saldo in 2029 wel krap is. Dat is een goed vertrekpunt maar € 130,4 miljoen aan geplande investeringen, waarvan 22% overprogrammering, is een enorme opgave. Dat is een systematiek waar Breda voor gekozen heeft. In de bestuursrapportage is de investeringsprognose al teruggebracht. Dan rijst de vraag of het wel realiseerbaar is in de tijd die ervoor bedacht is. De uitvoeringsdruk neemt nadrukkelijk toe. Dat zien we ook bij andere gemeenten. Het geld is niet meer het probleem maar krijgen we het allemaal wel gedaan. Wat voor vertraging zorgt zijn bijvoorbeeld netcongestie, langere voorbereidingstijd, burgerparticipatie, aanbestedingsprocedures en personele capaciteit. Onze boodschap is dat de raad keuzes moet gaan maken en prioriteiten moet gaan stellen.. Als we kijken naar het weerstandsvermogen en de risicobeheersing, zien we een sterke buffer. Ook hier is een reflectie op inhoud, transparantie en begrijpelijkheid. De paragraaf is goed opgebouwd maar vooral beschrijvend. Wat is de top 3 van risico’s waar de raad op moet letten, hoe wordt de raad daarover geïnformeerd gedurende 2027? Wat zijn de mogelijkheden om bij te sturen? Als meerdere risico’s zich tegelijkertijd voordoen, hoe stevig is ratio 2,2 dan? De ondergrens is ingesteld op 1,4 dus er is wel ruimte. De uitvoeringskracht blijft de grootste uitdaging. De heer Jong vraagt of er voldoende is gekeken naar de risico’s bij bruggen en viaducten. De heer Van Engelen antwoordt dat er niet gekeken is vanuit de beheersopgave maar vanuit de accountantscontrole. BDO houdt in de gaten of de beheersplannen actueel zijn maar dat wil niet zeggen dat het onderhoud op orde is. Breda is hard aan de slag om achterstanden in onderhoud en inspecties in te lopen. Het is goed als de raadsleden de voortgang in de gaten houden. De heer Vos begrijpt dat de accountant zich niet veel zorgen maakt over de weerstandsratio maar wel over de uitvoeringscapaciteit. Hoe kijkt de accountant naar het middel van overprogrammering? De heer Van Engelen antwoordt dat overprogrammering twee kanten heeft. BDO is zeker voorstander van flexibiliteit in de uitvoering. Maar in de praktijk werkt dat vaak niet en hou je geld over. De ambities zijn vaak al hoog en overprogrammering zet er nog een stukje op, wat vaak door externe factoren niet haalbaar is. De uitvoeringskracht is vaak de bottleneck. Er is vanuit het perspectief van de accountant naar de programma’s gekeken, zonder een politiek oordeel te geven. Een van de speerpunten van BDO is dat er een duidelijke koppeling moet zijn tussen het maatschappelijk effect wat je wil bereiken, de doelen en de activiteiten die eraan gekoppeld zijn en uiteindelijk ook de middelen. Per programma zijn de middelen wel duidelijk maar niet een op een gekoppeld aan de activiteiten en de doelen. Tegelijkertijd, de raad stuurt op hoofdlijnen en moet niet op de stoel van het college gaan zitten. Er moet balans zijn tussen diepgang en detail maar de raad moet de hoofdlijn goed kunnen volgen. Het is voor alle gemeenten lastig om het maatschappelijk effect te meten omdat het vaak om een lange termijn gaat en er niet direct harde resultaten zijn. Belangrijk is dat er een lerende cirkel in zit. Een voorbeeld: een gemeente heeft een subsidie programma voor zonnepanelen maar niemand wil meer zonnepanelen. Op dat moment wil je flexibiliteit hebben zodat je tijdelijk andere maatschappelijke doelen haalt, bijvoorbeeld het verduurzamen van woningen. Het gaat niet alleen om efficiëntie maar ook om effectiviteit. Blijf niet te lang discussiëren over welke indicator bij welk doel hoort maar welke streefwaarde erbij hoort. Dat is een politieke discussie. Als je een hoog financieel risico neemt, moet er ook een hoog maatschappelijk rendement tegenover staan. Maar die afweging moet de gemeente zelf maken. BDO heeft per onderdeel een aantal kernvragen benoemd, die de raad of de auditcommissie ter verduidelijking zou kunnen stellen. Uiteraard of de overprogrammering wel realistisch is, krijgen we het wel uitgevoerd? Wat zijn de top 3 risico’s en hoe wordt de raad daarin meegenomen? Wanneer zijn de kapitaalgoederen op het gestelde niveau en hoe staat het met de inhaalslag? Is dit een begroting waar de raad echt en tijdig op kan sturen? Volgende week kan er tijdens de raadsacademie verder op ingegaan worden. Mevrouw Verdaasdonk vraagt of er tools of hulpmiddelen voor de raad zijn voor de prioritering. Het college zou anderhalf jaar geleden werken aan een impactanalyse maar de raad heeft die nog niet gezien. De heer Van Engelen geeft aan dat er wel methodes zijn om bepaalde activiteiten af te wegen door te plotten maar dan moet de raad het wel eens zijn over wat de maatschappelijke impact is. Dit kan wel meegenomen worden in de raadsacademie. Mevrouw Verdaasdonk vraagt of het college dit niet doet of hebben ze een bepaalde manier om de impact te meten, waarop de keuzes integraal gemaakt worden. De heer Van Engelen antwoordt dat dit een vraag is voor het college. De heer Dienjes vraagt of de accountant onderdelen in het bestuursakkoord ziet, waarvoor ambities zijn opgenomen, waarbij de dekking of de uitvoeringskracht nog kwetsbaar is. De heer Van Engelen heeft daar niet specifiek naar gekeken maar de partijen kunnen zelf eventueel kijken hoe het bestuursakkoord door de begroting en een eventueel uitvoeringsprogramma heenloopt. De heer Dienjes vraagt of deze begroting beter voorspelbaar is dan andere jaren of ziet de accountant dezelfde patronen terug. De heer Van Engelen ziet een consistente gedragslijn en dezelfde patronen als voorgaande jaren. Hij heeft niet alle begrotingen van vorige jaren gezien maar je ziet dezelfde systematiek tot en met 2030. Het is goed om die eens onder de loep te nemen. De voorzitter dankt de heer Van Engelen en de heer Renders voor deze heldere analyse. Notulen auditcommissie d.d. 1 oktober 2026 Pagina 4 10. Controleprotocol 2026 inclusief normenkader Wethouder Van Drunen geeft aan dat het voorliggend normenkader er iets anders uitziet dan voorgaande jaren omdat de externe regelgeving nu expliciet onderdeel is van het normenkader. De heer Vos merkt op dat de accountant eerder heeft gezegd dat bij Breda wellicht een hogere rapportagegrens dan € 500.000 zou passen. Hier staat de € 500.000 genoemd. Wat is een goed moment om daar een gesprek over te hebben en welke gevolgen heeft het als we overstappen naar een hogere grens? Wethouder Van Drunen vindt het een goed moment om het daarover te hebben. Als het aangepast moet worden, moet er een nieuw normenkader vastgesteld worden voor het controleprotocol in het jaar hierna. De heer Van Engelen geeft aan dat de rapportagegrens van € 500.000 aan de onderkant van de benchmark zit maar de materialiteit is omhoog gegaan. De heer Buhre vraagt wanneer dit dan besproken moet worden. De voorzitter antwoordt dat dit het moment is om het erover te hebben. Als de auditcommissie vindt dat er een politiek gesprek voor nodig is, moet het naar de raad. Het controleprotocol en normenkader wat nu voorligt wordt gehanteerd voor de jaarstukken 2026. Als er een dieper gesprek over gevoerd moet worden gaan we richting het normenkader 2027. Wethouder Van Drunen geeft aan dat er meerdere mogelijkheden zijn. De auditcommissie kan het teruggeven als er politieke consensus is en de organisatie past het snel aan en komt ermee terug. Als er geen politieke consensus is kan het via een amendement. Als er politieke consensus is in de auditcommissie bespaart dat de organisatie veel werk. De heer Van Engelen merkt op dat de rapportagegrens geen invloed heeft op de diepgang van de controle. Die wordt gebaseerd op de goedkeuringstolerantie. De accountant rapporteert sowieso wat in zijn ogen kwalitatief belangrijk is. Raadslid Van Kastel had een was-wordt-lijst wel handig gevonden. De voorzitter vraagt de wethouder aan te geven wat er anders is ten opzichte van het vorige normenkader. Wethouder Van Drunen antwoordt dat de externe regelgeving is toegevoegd bij de SISA-regelingen. De voorzitter merkt op dat er bij bijlage 3 een was-wordt-lijst zit, maar die is ingewikkeld om te lezen. De heer Vos stelt voor de rapportagegrens richting volgend jaar op een ander moment te bespreken. De voorzitter constateert dat dit voorstel navolging vindt en dat dit stuk naar de hamerraad kan. 10. Rondvraag De voorzitter constateert dat er geen behoefte is aan een rondvraag. Volgende keer komt de visie wat uitgebreider aan de orde. Zij dankt iedereen voor de inbreng en sluit de vergadering. Notulen auditcommissie d.d. 1 oktober 2026 Pagina 5

Tekst uit PDF geëxtraheerd