Home › Nuenen, Gerwen en Nederwetten › Document
Voor- en vroegschoolse educatie
Raadsvoorstel
| Type | Raadsvoorstel |
| Gemeente | Nuenen, Gerwen en Nederwetten |
| Datum | 2026-11-05 |
| Bron | Download brondocument → |
Document
Geëxtraheerde tekst
RAADSVOORSTEL
Datum raadsvergadering: 5 november 2026
Datum B&W-besluit: 31 maart 2026
Cluster: Maatschappelijke Ontwikkeling
Portefeuillehouder: S.Walravens
Zaaknummer: 2928035
Documentnummer: 2994410
Onderwerp
Beleid Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) 2026.
Beslispunten
1. Het beleid Voor- en vroegschoolse educatie 2026 vast te stellen.
Inleiding
Het huidige beleid ‘Uitgangspunten voorschoolse educatie 2018-2022’ is op 22 februari 2018
vastgesteld door de raad. Sinds de vaststelling van dat beleid hebben zich zowel landelijk als
lokaal veranderingen voorgedaan. Deze geven aanleiding tot het actualiseren van het beleid,
zodat het beter aansluit bij de huidige praktijk en de geldende wettelijke kaders. Met
voorschoolse educatie wordt aanbod in de periode van 2,5 tot 4 jaar bedoeld. Vroegschoolse
educatie vindt plaats in de eerste jaren van de basisschool. Het voorliggende beleid is
opgesteld in samenwerking met betrokken partners. Onderdeel van de actualisatie is het
aanscherpen van de doelgroepdefinitie.
Wat willen we bereiken
Een integraal beleid dat aansluit bij het huidige wettelijke kader en de landelijke en
gemeentelijke ontwikkelingen. Het beleid VVE is erop gericht gelijke kansen voor kinderen te
bevorderen en een risico op onderwijsachterstanden zo vroeg mogelijk te signaleren, te
voorkomen en terug te dringen.
Argumenten
1.1 De gemeente heeft de wettelijke verplichting tot het bieden van voldoende voorschools
aanbod in volume, spreiding en kwaliteit voor peuters met (een risico op) een
onderwijsachterstand
Voorschoolse educatie vindt plaats in de kinderopvang. Het is een aanbod van spelenderwijs
leren, waarbij gebruik wordt gemaakt van ontwikkelingsgerichte programma’s. Deze richten zich
vooral op taalachterstanden, maar besteden ook aandacht aan de ontwikkeling op het gebied
van rekenen en motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen. Het doel is dat
de achterstand bij de start van groep drie zo klein mogelijk is. Daarnaast moeten gemeenten
resultaatafspraken voor vroegschoolse educatie maken met het basisonderwijs. De gemeente
legt jaarlijks verantwoording af aan de onderwijsinspectie.
1.2 Zowel schoolbesturen als kinderopvang hebben een rol in VVE
Schoolbesturen hebben een wettelijke taak om vroegschoolse educatie (groep 1 en 2) aan te
bieden en ontvangen rijksmiddelen om onderwijsachterstanden te bestrijden. Zo kan iedere
school met achterstandsproblematiek een eigen beleid voeren.
Kinderopvang vervult een eigen pedagogische rol, gericht op de brede ontwikkeling van taal,
spel, sociaal-emotionele vaardigheden en welbevinden van jonge kinderen. VVE biedt zo een
stevige ontwikkelingsbasis passend bij de leeftijd van het kind. In samenwerking met het
Pagina 1 van 4
Zaaknummer: 2928035 Documentnummer: 2994410
onderwijs, jeugdgezondheidszorg en andere partners fungeert kinderopvang als volwaardige
pedagogische partner met eigen expertise. De toegang tot VVE vindt plaats via de
doelgroepindicatie van het consultatiebureau van de GGD.
1.3 Voorliggend beleid sluit aan bij het lokale beleidskader “Gelijk in kansen, verschil in
aandacht” en de Lokale Educatieve Beleidsagenda.
Met de vaststelling van het beleidskader “Gelijk in kansen, verschil in aandacht” heeft uw raad
eind 2024 gekozen voor een duidelijke koerswijziging. Wegnemen van onderwijsachterstanden
en bevordering van taalontwikkeling zijn daarbij belangrijke speerpunten, in samenhang met
participatie en zelfredzaamheid. Dit beleidskader VVE beschrijft hoe de gemeente, samen met
haar partners, werkt aan het vroegtijdig signaleren en verminderen van onderwijsachterstanden
en het vergroten van onderwijskansen voor jonge kinderen. Het kader richt zich op het wettelijk
verplichte aanbod van voorschoolse educatie voor peuters van 2,5 tot 4 jaar met een taal- of
spraakontwikkelachterstand en op aanvullende maatregelen die de kansen van alle kinderen in
Nuenen versterken. In de komende beleidsperiode ligt de focus op het vergroten van
kansengelijkheid met aandacht voor integratie en tegengaan van segregatie. Dit doen we onder
andere door het creëren van een doorgaande leer- ontwikkellijn voor kinderen van 0 tot 7 jaar.
Deze doelen sluiten aan op de Lokale Educatieve Agenda (LEA).
1.4 De doelgroepdefinitie sluit aan bij de landelijke indicatoren van het CBS
In het beleid wordt de doelgroepdefinitie gebruikt die aansluit bij de indicatoren van het CBS:
opleidingsniveau van de ouders, herkomst en verblijfsduur in Nederland en de taalontwikkeling
van het kind. De jeugdverpleegkundige of jeugdarts van de GGD beoordeelt samen met de
kinderopvang of een kind in aanmerking komt voor voorschoolse educatie. Een verwijzing is
maatwerk en houdt rekening met zowel risico’s op achterstanden als professionele inschatting
van onderstimulatie. In het huidige beleid is het ook mogelijk om indicaties af te geven op
Sociaal Medische Indicatie (SMI) en ontwikkelachterstanden.
1.5 In het beleid is opnieuw aandacht voor de doorgaande leer- en ontwikkellijn van kinderen
De doorgaande lijn binnen de VVE zorgt voor een soepele overgang van voorschool naar
basisschool. Hierbij is deskundigheidsbevordering van kinderopvang en onderwijs, elkaar beter
leren kennen, samenwerking en afstemming tussen de professionals van beide sectoren van
groot belang. Maar ook de overdracht en verbinding tussen consultatiebureau en voorschoolse
voorziening en van de voorschoolse voorziening naar groep 1 en 2 van het basisonderwijs.
Over de samenwerking en afstemming, warme overdracht en verdere doorgaande lijn zijn en
worden dan ook afspraken gemaakt die terug te vinden zijn in de resultaatafspraken en de
uitvoeringsagenda in de LEA.
Kanttekeningen en alternatieven
1.1 De nieuwe doelgroepdefinitie is gericht op de landelijke CBS-indicatoren en niet meer op
SMI en ontwikkelachterstanden
Voorschoolse educatie is bedoeld om onderwijsachterstanden bij jonge kinderen, met name op
het gebied van taalontwikkeling, te voorkomen en te verminderen. In de afgelopen periode is
binnen de gemeente een bredere doelgroep gehanteerd, waardoor VVE ook werd ingezet voor
kinderen met andere ondersteuningsvragen. Hierdoor werd het instrument minder gericht
gebruikt dan waarvoor het bedoeld is.
Om aan te sluiten bij de wettelijke opdracht van de gemeente en VVE doelgericht in te zetten,
wordt de doelgroepdefinitie aangepast naar kinderen met een risico op een
onderwijsachterstand, conform de indicatiestelling door de jeugdgezondheidszorg (GGD)
gericht op de taalontwikkeling. Voor kinderen met andere ondersteuningsvragen, zoals op
Pagina 2 van 4
Zaaknummer: 2928035 Documentnummer: 2994410
bijvoorbeeld sociaal-emotioneel gebied of vanuit een sociaal-medische situatie, wordt VVE niet
langer als instrument ingezet. Door een sterke verbinding en goede afstemming met het sociaal
domein wordt gewaarborgd dat kinderen en gezinnen tijdig in beeld komen en passende
ondersteuning krijgen voordat problemen ontstaan of groter worden.
Voor kinderen met een SMI, bijvoorbeeld wanneer ouders door medische, psychische of sociale
omstandigheden tijdelijk onvoldoende voor hun kind kunnen zorgen, blijft ondersteuning
beschikbaar. Er zijn middelen opgenomen in de begroting waarmee kinderopvang voor deze
doelgroep tijdelijk vergoed kan worden. Hiervoor wordt een aparte SMI-regeling ontwikkeld en
door het college vastgesteld. In deze SMI-regeling wordt duidelijk vastgelegd voor welke
doelgroep en onder welke voorwaarden deze ondersteuning wordt ingezet. Zolang de regeling
nog niet is vastgesteld is de zorg voor deze ouders en kinderen gewaarborgd.
Wat gaan we daarvoor doen
Planning
Na de vaststelling van het beleid gaan de werkgroepen met de uitvoeringsagenda aan de slag.
Communicatie
Het VVE-beleid is door middel van participatie in twee stappen tot stand gekomen. Eerst is input
opgehaald bij de betrokken ketenpartners, namelijk kinderopvangaanbieders (aanbieders van
voorschoolse educatie), jeugdgezondheidszorg van de GGD en het basisonderwijs. Vervolgens
is dit verwerkt in een conceptbeleid waar de betrokken ketenpartners feedback op hebben
gegeven. De kinderopvangaanbieders en de jeugdgezondheidszorg van de GGD maken
onderdeel uit van de coalitie Kansrijke Start. Het landelijke actieprogramma Kansrijke Start richt
zich op het zo kansrijk mogelijk maken van de eerste 1000 dagen van een kind (-10 maanden
tot en met 2 jaar).
Wat mag het kosten
De gemeente bekostigt voorschoolse educatie via een inkomensafhankelijke kindgebonden
financiering: per uur per geïndiceerde peuter is subsidie beschikbaar. Alle kinderopvang-
aanbieders die voldoen aan de gemeentelijke en wettelijke VVE-eisen ontvangen dezelfde
subsidie per uur. In het gesubsidieerde uurtarief zit een extra bedrag bovenop het wettelijk
normtarief voor kinderopvang, zodat de extra kwaliteit en inspanningen van VVE transparant en
kostendekkend worden gefinancierd. Daarnaast ondersteunt de gemeente peuters die geen
recht hebben op kinderopvangtoeslag. Ouders betalen een inkomensafhankelijke bijdrage en
de gemeente vult het verschil aan tot het vastgestelde uurtarief, voor een beperkt aantal uren
per jaar. Zo wordt de toegankelijkheid van peuteropvang gewaarborgd en gelijke ontwikkel-
kansen geboden.
De gemeente ontvangt een rijksbijdrage voor dit doel en vult dit aan met gemeentelijke
middelen, waar nodig, om de wettelijke taken te kunnen uitvoeren. Voor 2026 bedraagt de
rijksbijdrage € 105.478,- en de voorlopige subsidies bedragen € 282.920,-.
De subsidie wordt na afloop van het jaar verantwoord en afgerekend. Omdat deze afhankelijk is
van het aantal deelnemende kinderen en het inkomen van hun ouders wijkt de afrekening af
van de bevoorschotting.
Jaarlijks in november stelt het college de tarieven vast op basis van de landelijke vastgestelde
uurtarieven voor het daarop volgende jaar.
Pagina 3 van 4
Zaaknummer: 2928035 Documentnummer: 2994410
Evaluatie
Niet van toepassing.
Bijlagen
1. Raadsbesluit Voor- en vroegschoolse educatie 2026
2. Beleid Voor- en vroegschoolse educatie
Burgemeester en wethouders van Nuenen,
de secretaris, de burgemeester,
mr. drs. H.P.C. Verbruggen F.G.F. van Genugten
Pagina 4 van 4
Zaaknummer: 2928035 Documentnummer: 2994410
Tekst uit PDF geëxtraheerd