Home › Schiedam › Document
Raadsvoorstel fiscale tarieven 2027
Raadsvoorstel
| Type | Raadsvoorstel |
| Gemeente | Schiedam |
| Datum | 2026-11-10 |
| Bron | Download brondocument → |
Document
Geëxtraheerde tekst
Raadsvoorstel
Aan: De gemeenteraad van Schiedam 6 oktober 2026
Registratienummer: 26VR036
Contact Steller: [email protected]
Telefoonnummer steller: 010 2191111
Portefeuillehouder: wethouder R. Karens
Publicatie : Openbaar
Onderwerp: Fiscale tarieven 2027
A. Voorgesteld besluit:
1. de navolgende wijzigingsbesluiten vast te stellen:
a. 6e wijziging Verordening afvalstoffenheffing Schiedam 2021;
b. 6e wijziging Verordening havengeld pleziervaartuigen Schiedam 2021;
c. 5e wijziging Legesverordening Schiedam 2023;
d. 6e wijziging Verordening logiesbelasting Schiedam 2021;
e. 6e wijziging Verordening marktgelden Schiedam 2021;
f. 6e wijziging Verordening onroerende-zaakbelastingen Schiedam 2021;
g. 6e wijziging Verordening parkeerbelastingen Schiedam 2021;
h. 8e wijziging Precarioverordening Schiedam 2021;
i. 6 e wijziging Verordening reinigingsrecht Schiedam 2021;
j. 5e wijziging Verordening rioolheffing Schiedam 2021;
k. 6e wijziging Verordening woonschepenrechten Schiedam 2021;
l. 5e wijziging Verordening woonwagenrecht Schiedam 2021;
2. het kostenbesluit naheffingsaanslag parkeerbelastingen Schiedam 2027 vast te stellen.
B. Aanleiding:
De belasting- en retributieverordeningen worden jaarlijks gelijktijdig met de begroting vastgesteld.
Dit is nodig om geactualiseerde tarieven te kunnen hanteren.
De begroting 2027-2030 vormt de basis voor de gewijzigde belastingverordeningen voor 2027.
Algemene beleidsuitgangspunten voor de lokale lastenheffing zijn vastgelegd in de Kadernota
financieel beleid.
In de vastgestelde Zomernota is een trendmatige verhoging van 2,7% opgenomen (correctie voor
loon- en prijsontwikkeling) conform prijsindexcijfer afgegeven door het Centraal Plan
Bureau (CEP maart 2026), prijs bruto nationaal product. Conform de kadernota Financieel Beleid
wordt ieder jaar van deze prijsindex uitgegaan. Dit indexcijfer is destijds bewust als kaderstelling
opgenomen omdat de cijfers van het Centraal Plan Bureau ook het uitgangspunt vormen voor de
circulaires van de algemene uitkering.
Een aantal heffingen volgt dit percentage, dit wordt toegelicht onder D. argumenten, punt 1.3. Voor
enkele heffingen worden afwijkende verhogingen voorgesteld vanwege afwijkend beleid of
kostendekkendheid. Afwijkingen van de inflatiecorrectie van 2,7% worden nader toegelicht.
C. Maatschappelijk doel:
Op 10 november 2026 wordt de Begroting 2027-2030 vastgesteld. Deze dient als basis voor de
verschillende belastingverordeningen voor 2027. Dit besluit richt zich op de vaststelling van die
belastingverordeningen.
D. Argumenten:
1.1. De verordeningen zijn onderdeel van het begrotingsproces.
De actualisatie van de fiscale verordeningen is onlosmakelijk verbonden met het
begrotingsproces. Op deze wijze communiceert de gemeente de nieuwe tarieven voor
het komende jaar met de buitenwereld.
1.2. Heffen en kwijtschelden is een wettelijke bevoegdheid.
Het heffen van belastingen en retributies (heffingen) alsmede het verlenen van
kwijtschelding is een wettelijke mogelijkheid voor de gemeente. Om de geactualiseerde
tarieven te kunnen hanteren en juridisch juist te kunnen toepassen, moeten jaarlijks de
(wijzigingen van de) belasting- en retributieverordeningen worden vastgesteld door de
gemeenteraad.
1.3. De tarieven worden trendmatig verhoogd.
De tarieven van de navolgende heffingen volgen de trendmatige verhoging (de letter
achter het tarief geeft het verband aan met de achterliggende verordening zoals
aangegeven bij onderdeel A gevraagd besluit):
• Havengeld pleziervaartuigen (b)
• Leges (enkele tarieven worden afwijkend verhoogd) (c)
• Logiesbelasting (d)
• Marktgeld (e)
• Onroerende-zaakbelastingen (f)
• Parkeerbelastingen behoudens kosten naheffingsaanslag (g)
• Precariobelasting (h)
• Woonschepenrecht (k)
Een extra toelichting op de overige heffingen en diverse leges staan opgenomen onder
F. ‘Kanttekeningen en risico’s’ in deze adviesnota.
Dit geeft het volgende overzicht waarbij voor de algemene belastingen de
kostendekkendheid geen rol speelt:
Relatie Gerelateerd in
Aanvullende
Heffing Kostendek- 2026 de verorde-
Uitgangspunten
kendheid ning
Belastingen
OZB N.v.t. +2,7% Artikel 5
Precario-
N.v.t. +2,7 % Tarieventabel
belasting
N.v.t.
Kosten
behoudens
Parkeer- Artikel 9 en naheffingsaanslag
voor kosten +2,7%
belastingen Tarieventabel worden maximaal
naheffings-
verhoogd
aanslag
Maximaal 100%
Rioolheffing Ja +1% Artikel 7
kostendekkend
Afvalstoffen- 90%
Ja +9,2% Artikel 4
heffing kostendekkendheid
Logiesbe-
N.v.t. +2,7% Artikel 5
lasting
Retributies
Diverse wettelijke of
Leges Ja +2,7% Tarieventabel wettelijk gemaximeer-
de tarieven;
Reinigings-
recht Ja +3,55% Tarieventabel
(bedrijven)
Woonsche-
Ja +2,7% Artikel 5
penrechten
Marktgelden Ja +2,7% Artikel 4
Rechten
havengeld
Ja +2,7% Tarieventabel
pleziervaar-
tuigen
Woonwagen- Volgens Beleidsplan
Ja +3,65% Artikel 5
recht woonwagenzaken
1.4. De verordeningen worden geactualiseerd.
Naast het actualiseren van de verordeningen voor wat betreft de tarieven, zijn ook
tekstuele aanpassingen gedaan om te voldoen aan de actuele wet- en regelgeving of
actuele situatie:
Legesverordening (c): diverse tekst- en tarievenaanpassingen. Deze worden nader
toegelicht onder ‘Kanttekeningen en risico’s’ in deze adviesnota.
OZB (f): De verhoging met 2,7% wordt voor de OZB zoals gebruikelijk toegepast op de
totale opbrengst van de OZB en niet op het tarief. De reden hiervoor is dat bij de
berekening van de tarieven ook met de waardeontwikkeling van de onroerende zaken
rekening moet worden gehouden. Dus bij hoge waardestijgingen daalt het tarief om
dezelfde opbrengst te bereiken. De OZB-opbrengst stijgt met 2,7% en wordt verhoogd
met opbrengst van het nieuwe areaal (nieuwbouw minus sloop). De door de Regionale
Belasting Groep begrote effecten van verminderingen op bezwaar, leegstand en
oninbare aanslagen worden in de berekening meegenomen. Om de berekende
opbrengst van
€ 20.774.327 in 2027 te realiseren is een tariefsaanpassing noodzakelijk naar:
- eigenaren van woningen 0,0722% (2026: 0,0757%),
- eigenaren van niet-woningen 0,3430% (2026: 3680%) en
- voor gebruikers van niet-woningen 0,2640% (2026: 0,2740%).
Het uiteindelijk te betalen OZB-bedrag is afhankelijk van de WOZ-waarde.
Vrijstelling buitensportaccommodaties
De gemeente Schiedam maakt gebruik van een facultatieve vrijstelling. Dit betekent dat
geen OZB wordt geheven op buitensportaccommodaties, voor zover niet bedrijfsmatig
geëxploiteerd. Voorgesteld wordt om deze situatie voor 2027 te handhaven in
afwachting van de resultaten van het onderzoek dat de minister van BZK heeft laten
verrichten naar de toepassing door gemeenten van een wijziging van de Gemeentewet
en het daaraan gepaarde nieuwe tarievenbeleid voor sportaccommodaties. In deze
wijziging wordt gemeenten de mogelijkheid geboden om een lager OZB-tarief vast te
stellen voor ‘instellingen van sociaal belang’ waaronder ook sportverenigingen. Op
advies van de VNG is aan deze mogelijkheid (nog) geen invulling gegeven in verband
met zwaarwegende praktische uitvoerings- en toepassingsvraagstukken onder andere
ten aanzien van de afbakening. Dit zou te grote fiscale risico’s met zich meebrengen.
E. Duurzaamheid
Niet van toepassing
F. Kanttekening en risico’s:
1.1. Er vindt een beoordeling plaats van tarieven die maximaal kostendekkend mogen
zijn.
De beoordeling van tarieven die maximaal kostendekkend mogen zijn, vindt op grond
van de Gemeentewet plaats op basis van de geraamde baten en lasten (dus op
begrotingsbasis). De gerealiseerde verschillen (in de jaarrekening) worden verrekend
met de algemene middelen. Realisatieverschillen bij de afvalstoffenheffing,
rioolheffing en leges Omgevingswet worden verrekend met de betreffende
voorziening.
1.2. Voor een aantal tarieven wordt een afwijkend voorstel gedaan.
Afwijkende uitgangspunten worden voorgesteld voor diverse tarieven:
• De afvalstoffenheffing (a) te verhogen met 9,2%. Hierbij blijft de
kostendekkendheid gehandhaafd op 90%. De kosten van Irado stijgen. Deze
kostenstijging wordt veroorzaakt door de stijging van de hoeveelheid restafval en
de hogere verwerkingskosten als gevolg van heffingen van het Rijk. De
kostenbesparing als gevolg van de beëindiging van de PMD inzameling is in
mindering gebracht.
• De tarieven parkeerbelastingen (g) volgen de trendmatig verhoging van 2,7%
volgens de Zomernota met uitzondering van het tarief voor de kosten van de
naheffingsaanslag. De kosten van een naheffingsaanslag bestaan uit een uur
parkeergeld en kosten die de gemeente maakt om de parkeerbon te geven. In het
Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen is het maximum tarief opgenomen wat
in rekening gebracht mag worden als kosten. Dit bedrag wordt per 2027 gewijzigd
en verhoogd met 2,8% naar € 84,30 (maximum 2026: € 82,00). Voorgesteld
wordt het tarief per 2027 te verhogen naar het wettelijk maximum van € 84,30
omdat hiermee de kostendekkendheid maximaal wordt, dit is 65,74%.
• De rioolheffing (j) Voor de tariefberekening wordt volgens PWR 2024-2027
uitgegaan van toepassing van inflatiecorrectie en maximale kostendekkendheid.
Met het vaststellen van het PWR 2024-2027 is het besluit genomen te stoppen met
sparen en worden de investeringen gedeeltelijk gefinancierd uit het opgebouwde
spaarsaldo. Dit besluit resulteert in een daling van de kapitaallasten. Daarbij loopt
het investeringstempo achter op de prognoses, waardoor er investeringen naar
achter schuiven. Toepassing van de inflatiecorrectie van 2,7% op huidige tarief van
€ 258,32 (2026) betekent voor 2027 een kostendekkendheid van meer dan 100%.
In afwijking van PWR 2024-2027 wordt daarom voorgesteld het tarief te verhogen
met 1% naar € 260,90 (2026: € 258,32). De rioolheffing is hiermee bijna 100%
kostendekkend.
• Het woonwagenrecht (l.) volgt op grond van het beleidsplan de maximaal redelijke
huurprijs bepaald door het ministerie van BZK wat een verhoging van de tarieven
met 3,65% betekent.
• Diverse legestarieven (c.) zijn wettelijk of wettelijk gemaximeerd en deze tarieven
zijn uitgezonderd van de verhoging met 2,7% maar volgen de wettelijke tarieven.
Daarnaast worden enkele leges Omgevingswet gewijzigd naar aanleiding van
opgedane ervaringen met de Omgevingswet en worden enkele aanpassingen
voorgesteld in de leges burgerlijke stand (huwelijken) en in de tekst en afronding
van de tarieven reisdocumenten en rijbewijzen. De voorstellen worden nader
toegelicht onderaan de bij deze stukken behorende bijlage 26BIJ01749.
• Tenslotte wordt voorgesteld de tarieven reinigingsrecht (i), afwijkend te verhogen
van de 2,7% inflatiecorrectie volgens Zomernota met het door Irado toegepaste
percentage voor inflatie van 3,55%.
Daarnaast wordt vooruitlopend op het voor Schieveste aan te leggen ondergrondse
afvaltransportsysteem (OAS) in de tarieventabel behorende bij de verordening
reinigingsrecht vast toegevoegd categorie 5a voor grotere bedrijven die in het
ondergronds afvalstransportsysteem meer afval zullen aanbieden dan waarmee de
verordening op dit moment rekening mee houdt.
G. Financiën:
Met de gevolgen is in de begroting 2027-2030 rekening gehouden.
H. Uitvoering (TA-tekst, planning, communicatie, publicatie, evaluatie/controle etc.):
Bekendmaking
Na de vaststelling worden de wijzigingen bekend gemaakt via de wettenbank (Overheid.nl) en
gepubliceerd op de gemeentepagina van het Nieuwe Stadsblad.
Bijlage(n):
1. de navolgende wijzigingsbesluiten vast te stellen:
a. 6e wijziging Verordening afvalstoffenheffing Schiedam 2021 (26BIJ01746);
b. 6e wijziging Verordening havengeld pleziervaartuigen Schiedam 2021 (26BIJ01747);
c. 5e wijziging Legesverordening Schiedam 2023 (26Bij01748 en 26BIJ01749);
d. 6e wijziging Verordening logiesbelasting Schiedam 2021 (26BIJ01751);
e. 6e wijziging Verordening marktgelden Schiedam 2021 (26BIJ01750);
f. 6e wijziging Verordening onroerende-zaakbelastingen Schiedam 2021 (26BIJ01752);
g. 6e wijziging Verordening parkeerbelastingen Schiedam 2021 (26BIJ01753 en 26BIJ01754);
h. 8e wijziging Precarioverordening Schiedam 2021 (26BIJ01755 en 26BIJ01756);
i. 6 e wijziging Verordening reinigingsrecht Schiedam 2021 (26BIJ01757 en 26BIJ01760);
j. 5e wijziging Verordening rioolheffing Schiedam 2021 (26BIJ01763);
k. 6e wijziging Verordening woonschepenrechten Schiedam 2021 (26BIJ01765);
l. 5e wijziging Verordening woonwagenrecht Schiedam 2021 (26BIJ01766);
2. het kostenbesluit naheffingsaanslag parkeerbelastingen Schiedam 2027 (26BIJ01767);
3. het was-wordt overzicht legestarieven 2026-2027 (26BIJ01770).
burgemeester en wethouders van Schiedam,
de secretaris, de burgemeester,
A.W.E. van Malkenhorst, l.s. mr. H.M. Bergmann
De raad van de gemeente Schiedam;
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 6 oktober 2026 (26VR036)
Besluit:
1. de navolgende wijzigingsbesluiten vast te stellen:
a. 6e wijziging Verordening afvalstoffenheffing Schiedam 2021;
b. 6e wijziging Verordening havengeld pleziervaartuigen Schiedam 2021;
c. 5e wijziging Legesverordening Schiedam 2023;
d. 6e wijziging Verordening logiesbelasting Schiedam 2021;
e. 6e wijziging Verordening marktgelden Schiedam 2021;
f. 6e wijziging Verordening onroerende-zaakbelastingen Schiedam 2021;
g. 6e wijziging Verordening parkeerbelastingen Schiedam 2021;
h. 8e wijziging Precarioverordening Schiedam 2021;
i. 6e wijziging Verordening reinigingsrecht Schiedam 2021;
j. 5e wijziging Verordening rioolheffing Schiedam 2021;
k. 6e wijziging Verordening woonschepenrechten Schiedam 2021;
l. 5e wijziging Verordening woonwagenrecht Schiedam 2021;
2. het kostenbesluit naheffingsaanslag parkeerbelastingen Schiedam 2027 vast te stellen.
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Schiedam in zijn openbare vergadering van
10 november 2026.
de griffier, de voorzitter,
{{esl:Signer1:capture:size(200,100)}} {{esl:Signer2:capture:size(200,100)}}
mr. A. van der Lugt mr. H.M. Bergmann
Tekst uit PDF geëxtraheerd