Home › Schiedam › Document
Vaststelling notulen raadsvergadering 30 juni 2026 en 7 juli 2026
Raadsvoorstel
| Type | Raadsvoorstel |
| Gemeente | Schiedam |
| Datum | 2026-10-06 |
| Bron | Download brondocument → |
Document
Geëxtraheerde tekst
Notulen
van de vergadering
van de gemeenteraad van Schiedam
op dinsdag 30 juni 2026
te 19.30 uur.
Voorzitter: de heer Y.J. Haan
Raadsgriffier: de heer A. van der Lugt
Aanwezig zijn 35 raadsleden, te weten E.Allart (PvdD), D.Bouts (VVD), P.Blonk (VVD); H.C.E. Bruggeman
(OPS), I.A.W.M. Coenradie-Maris (PRO Schiedam), S.Y. van Dijk (PRO Schiedam), M.M.Feddema (D66),
C. de Groot (50Plus), Y.J. Haan (PRO Schiedam), A. Hekman (CDA), M.Hekman (CDA), L.Isufi (PRO
Schiedam), M.Janssen (AvS), T.R. Janssen (VVD), C. Kahramanoğlu (DENK), H.Karaaslan-Adal (DENK),
P. van Katwijk (LMV), M.K.C. Keverling (D66), S. Kiliçkaya (PRO Schiedam), R.O. Koek (FvD ), F.Kondu
(DENK), W.E. de Leeuw (PRO Schiedam), J.M.P. Maris (PRO Schiedam), M.Mannee (AvS), B.Q. den
Ouden (VVD), M.R. Reuderink (OPS), M. Rotteveel (LOS), M. Ben Touhami (DENK), J. Trouborst (AvS),
Y. Tuncer (CDA), N.J.P.Verduijn (AvS), M.R. Verspeek (LMV), F. van der Vooren (FvD), J.J. van der
Voorden (D66) en A.E.I. Wilton (AvS).
Tevens zijn aanwezig de wethouders D.Bouts, S.Y. van Dijk, D. van Gulik, C. Kahramanoğlu en R.Karens,
alsmede de gemeentesecretaris C.E. Bos.
Afwezig zijn de leden J. Silva (PRO Schiedam) en W.J. Koning (LMV).
01. Opening en mededelingen
De Voorzitter opent de vergadering en heet de raadsleden, de wethouders, en de medewerkers
van harte welkom, in het bijzonder de aanwezigen op de publieke tribune, maar ook iedereen die thuis
kijkt en luistert. De burgemeester sluit pas later vanavond aan, vanwege zijn aanwezigheid bij de Keti Koti-
herdenking, en daarom zit spreker de vergadering vanavond voor. Mevrouw Silva en de heer Koning
hebben zich afgemeld.
02 Vaststelling agenda
De Voorzitter constateert dat de raad zich met de agenda kan verenigen.
03 Vaststelling notulen van de raadsvergaderingen van 26 en 28 mei 2026
De notulen van de vergaderingen van 26 en 28 mei 2026 worden vastgesteld.
04 Vaststelling besluitenlijst Raadscommissie 16 en 23 juni 2026
De besluitenlijst van de raadscommissie van 16 en 23 juni 2026 wordt vastgesteld.
05 Beëdiging commissieleden
Nadat zij naar voren zijn gekomen leggen mevrouw C. Vrettos (AvS), en de heer T. Reuneker (VVD)
in handen van de Voorzitter de verklaring van zuivering en de belofte van trouw af en de heren B. Badri
(PRO Schiedam) en F. el Haji (DENK) de eed.
De Voorzitter feliciteert allen van harte en wenst hen heel veel succes en wijsheid toe in deze
raadsperiode. De eerste vergadering van de commissie vindt helaas pas plaats na het zomerreces. Ten
slotte merkt spreker op dat er voor de nieuwe commissieleden een boeket bloemen klaar staat. (Applaus)
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.
1
06 Lijst van mededelingen en ingekomen stukken
a Voorstel voor kennisgeving aan te nemen:
b Brieven van het college van burgemeester en wethouders, dan wel de burgemeester,
dan wel collegeleden:
- 01 Raadsinformatiebrief 12 mei Aanbiedings Jaarverslag rechtsbescherming 2025;
- 02 Raadsinformatiebrief 19 mei 2026 Participatiewet in Balans 2026;
- 03 Raadsinformatiebrief 19 mei 2026 huisvestingsopgave;
- 04 Raadsinformatiebrief 19 mei 2026 Verzamelbrief moties en toezeggingen ter afdoening Q2;
Mevrouw Allart vindt het gestelde door het college dat er geen overzicht bestaat van het aantal
maatschappelijke organisaties en hun huisvesting en dat de toezegging van 3 februari 2026 daarmee als
afgedaan wordt beschouwd, te gemakkelijk en niet in de geest van de vraag. Spreker verzoekt deze kwestie
alsnog te agenderen voor de raadscommissie.
De Voorzitter zegt dat toe.
Brieven en documenten van derden:
- 05 Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen 11 mei 2026: Aandacht voor pleegzorg in gemeenten;
- 06 Politie eenheid Rotterdam 28 april 2026: Jaarverslag 2025 Jaarplan 2026;
- 07 Partij18Plus 13 mei 2026: Gemeenteraad Schiedam verliest bevoegdheid op woningmarkt;
- 08 Tweetv 20 mei 2026 Toekomst lokale publieke omroep in Vlaardingen en Schiedam;
Mevrouw Feddema deelt naar aanleiding hiervan mee dat de fractie schriftelijke vragen heeft
ingediend over de brief van Tweetv. Na de beantwoording hiervan zal de fractie bezien of ze de brief wil
agenderen voor een commissievergadering.
De Voorzitter neemt daar goede nota van.
d Brieven over en van gemeenschappelijke regelingen:
e Voorstel ter afdoening in handen van het college te stellen en de raad te informeren
over de afdoening:
- 09 Brief G. de Kok 11 mei 2026 Aandacht voor vrijwilligers en mantelzorgers;
f Leesmap
Zonder beraadslaging of stemming wordt besloten de stukken vermeld onder a, b, c, d, e en f voor
kennisgeving aan te nemen.
07 Actualiteitendebat
Hiervoor is geen aanvraag ingediend.
08. Raadsvoorstel benoemingen gemeenschappelijke regelingen
09. Raadsvoorstel locatiekeuze Ilex college
10. Raadsvoorstel jaarstukken 2025, tweede ontwerpbegrotingswijziging 2026 en
ontwerpbegroting 2027 ROGPlus
11. Raadsvoorstel 2e begrotingswijziging 2026, begroting 2027 en jaarverslag 2025
Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond
12. Raadsvoorstel zienswijze conceptbegroting 2027 DCMR
2
13. Raadsvoorstel zienswijze ontwerpbegroting 2027 Regionale Belasting Groep
14. Raadsvoorstel Technische aanpassing verordening beheer woonruimtevoorraad
Schiedam 2024
15. Raadsvoorstel vaststellen verordening tot intrekking van de Verordening GBA 2010
16. Raadsvoorstel 2e Wijziging verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning
gemeente Schiedam 2020
Deze voorstellen worden zonder beraadslaging en zonder stemming aangenomen.
17. Raadsvoorstel Jaarstukken 2025, ontwerpbegrotingswijziging 2026 en
ontwerpbegroting 2027 Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond
De Voorzitter geeft gelegenheid tot het afleggen van een stemverklaring.
Volgens mevrouw Allart is het instellen van een nieuwe begrotingsnullijn een
verkapte bezuiniging, met risico’s voor Veilig Thuis en gecertificeerde instellingen. De
fractie maakt zich daar ernstig zorgen over en houdt de ontwikkeling scherp in de
gaten. De fractie stemt tegen dit raadsvoorstel.
De Voorzitter constateert vervolgens dat het lid van de fractie van de PvdD tegen het
raadsvoorstel heeft gestemd en de leden van de overige fracties ervoor, zodat het voorstel met 1
tegen 34 stemmen is aangenomen.
18. Raadsvoorstel jaarlijkse herziening grondexploitaties 2025
De heer Hekman meldt dat het CDA in de commissievergadering enkele
vragen heeft gesteld over de jaarlijkse herziening grondexploitaties. Deze moeten
worden vastgesteld omdat de jaarrekening anders niet kan worden vastgesteld. De
fractie stelde voornamelijk de waarom-vraag. Waarom waren de wijzigingen die
worden vastgesteld niet meegenomen in het raadsvoorstel of de geheime bijlage?
Waarom zijn de risico’s niet explicieter duidelijk gemaakt in het raadsvoorstel of de
geheime bijlage? In het raadsvoorstel wordt verwezen naar onderliggende geheime
documenten, de zogenaamde grexboekjes. Die zaten niet bij de agendering. Pas
nadat het CDA daarover vragen stelde, zijn ze naar de griffie gestuurd. De
retorische vraag aan raadsleden is nu: Heeft u de grexboekjes gezien en weet u nu
echt waarover u besluit?
De grexboekjes geven goed inzicht in de projecten. Complimenten via het
college aan de ambtelijke organisatie hiervoor. Inhoudelijk mag er niets over worden
gezegd, maar in grote lijnen zie je wijzigingen die grote impact hebben. In het ene
project zijn grote appartementen van zo’n 140 vierkante meter vervallen en kleine,
van zo’n 50 vierkante meter, daarvoor teruggekomen. In een ander project wordt een
fors aantal sociaal bereikbare woningen minder gebouwd dan waartoe eerst was
besloten. Dat worden woningen in het duurdere middensegment. Vanzelfsprekend
blijft het allemaal binnen door de raad vastgestelde kaders, maar het is goed om te
weten wat er daadwerkelijk gebeurt.
Wat wil het CDA nu? De fractie wil dat de volgende keer alle beschikbare
informatie aan de raad wordt gestuurd. Dat betekent per project de financiële
wijzigingen, de inhoudelijke wijzigingen en de risico’s. Deze informatie geeft veel
meer inzicht dan wat nu bij de raad voorligt. Per slot van rekening heeft de raad niet
alleen een kaderstellende, maar ook een controlerende taak. Wil de wethouder deze
toezegging doen?
De heer Kahramanoğlu heeft vorige week gezegd dat het college de raad op verschillende
manieren gaat informeren over gebiedsontwikkelingen, met name als het grondexploitaties betreft.
Daarbij kun je denken aan raadsinformatieavonden, maar er wordt elk jaar ook twee keer gerapporteerd.
3
In de Kadernota is voorts een voorstel gedaan om de informatie op een beknopte manier met de raad te
delen, zodat het overzichtelijk en begrijpelijk blijft. Spreker is echter nog maar vijf weken wethouder op
deze portefeuille. Hij is nu bezig om zich in de materie in te lezen en hij wil dan in overleg met de afdeling
bezien op welke manier met behulp van het MPG of het JHG meer informatie met de raad kan worden
gedeeld, al wil dat niet zeggen dat dit ook gaat gebeuren, want bepaalde delen uit de grex’en zijn geheim.
Overigens staat de info wel in de grexboekjes en die zijn beschikbaar voor de leden. Maar binnen de
gestelde kaders kan spreker hier wel iets mee en dat gaat hij verkennen.
De heer Hekman dankt de wethouder. Hij denkt graag een keer mee over het vervolg.
De Voorzitter constateert vervolgens dat de raad het raadsvoorstel bij acclamatie aanneemt.
19. Raadsvoorstel jaarstukken 2025
De heer Maris kreeg bij het lezen van deze jaarstukken evenals vorig jaar een déjà vu, niet omdat
het zo’n bijzonder jaar was maar juist omdat het zo herkenbaar is. Voor het vierde jaar op rij sluit
Schiedam af met een veel te positief resultaat, ruim boven de 20 mln., namelijk 23 mln. bijna 17 mln. meer
dan de raad zelf had begroot. Een incidentele meevaller kan altijd en twee jaar achter elkaar misschien ook
nog maar bij vier jaar op rij heb je het niet meer over toeval maar over een structureel patroon. Dat brengt
hem tot de vraag hoe betrouwbaar de Schiedamse begrotingen eigenlijk nog zijn. In de raad zijn de
afgelopen jaren stevige discussies gevoerd over bezuinigingen, lastenverzwaring, ravijnjaren en over
voorzieningen die onder druk komen te staan. De boodschap aan de stad is steeds: wij moeten voorzichtig
zijn, want de financiële ruimte is beperkt. Vervolgens wordt het jaar opnieuw afgesloten met een overschot
van tientallen miljoenen euro’s. Inwoners is dat niet of nauwelijks uit te leggen. Dit overschot is dan ook
niet alleen het gevolg van verstandig financieel beleid. Het college noemt zelf als oorzaak onder andere
minder uitgaven in het sociaal domein, uitgesteld onderhoud, minder ambtelijke inzet door
capaciteitsproblemen en investeringen die opnieuw vertraging oplopen. Dat is volgens spreker geen
financiële meevaller maar een uitvoeringsvraagstuk.
Bij de investeringen ziet spreker hetzelfde patroon terug. Ruim 22 mln. aan investeringskredieten
is doorgeschoven naar het volgende jaar. Kijkt hij kritisch naar die lijst dan ziet hij projecten die al sinds
2017, 2019 of 2021 worden doorgeschoven. Dat is volgens hem geen kleine vertraging maar jarenlang
uitstel, wat uiteindelijk het vertrouwen van de inwoners raakt. Die zien geen jaarrekening maar wel dat
onderhoud niet is uitgevoerd, schoolgebouwen niet worden aangepakt of gebouwd of een brug die niet is
verbouwd. Zij zien dat plannen jaar na jaar blijven liggen, terwijl ondertussen de financiële reserve van de
gemeente groeit, wat niet is uit te leggen.
De fractie van PRO Schiedam is blij dat Schiedam financieel gezond is. Zij ziet liever een positief
resultaat dan een tekort. Gezond financieel beleid betekent echter ook dat begrotingen realistisch moeten
zijn, dat plannen daadwerkelijk worden uitgevoerd en dat de raad kan vertrouwen op de cijfers waarover
besluiten worden genomen. Kan het college uitleggen waarom de verschillen tussen begroting en
jaarrekening inmiddels al vier jaar achtereen zo uitzonderlijk groot zijn? Welke afwijking tussen begroting
en jaarrekening vindt het college eigenlijk acceptabel? Wanneer zegt het college zelf dat de begroting niet
realistisch was? Welk resultaat van een positief resultaat komt volgens het college voort uit uitgestelde
projecten of capaciteitsproblemen? Er worden opnieuw tientallen miljoenen aan investeringskredieten
doorgeschoven en spreker vraagt hoeveel projecten inmiddels meer dan drie jaar achterlopen op de
oorspronkelijk planning en wanneer het college verwacht die achterstanden daadwerkelijk in te lopen.
Welke concrete maatregelen neemt het college om de uitvoeringskracht van de organisatie te vergroten
opdat de raad volgend jaar niet opnieuw exact hetzelfde debat voert en spreker geen déjà vu heeft? De
meest prangende vraag is voor zijn fractie of het college ruimte ziet om bezuinigingen die zijn doorgevoerd
in de afgelopen jaren terug te draaien en, zo ja, welke.
Als de raad volgend jaar opnieuw een overschot van ruim 20 mln. bespreekt, moet men zich niet
alleen afvragen hoe de jaarrekening er uitziet maar moet men zich vooral afvragen of de begrotingen nog
wel voldoende richting geven aan het beleid van de gemeente. Sprekers opdracht is dan ook realistisch te
gaan begroten en te zorgen voor tijdige uitvoering van alle plannen.
Mevrouw Feddema staat voor het eerst op het spreekgestoelte en merkt op dat het stadhuis, dat
sinds april voor haar aanvoelt als haar tweede huiskamer, is opgeleverd in 1997, een jaar nadat zij aan de
middelbare school begon. Eind jaren 90, begin 2000 waren haar vormende jaren, jaren waarin zij voor 60
euro met Easyjet door Europa vloog, je nog bij alles plastic zakjes kreeg en de jaren van de start van de
4
decentralisatie van taken van het Rijk naar gemeenten. Inmiddels is zij 42 en worstelt de stad met de
gevolgen van die trend. Wel de taken maar niet genoeg knaken en minder ruimte voor college en raad om
bij te sturen als het niet goed gaat door bijvoorbeeld aanbestedingen. Spreekster voelt zich bevoorrecht
door in Nederland op te groeien in een tijd waarin de maakbaarheid van de samenleving nog het startpunt
was. Met die uitgangspositie vond zij dat zij alle kansen die zij kreeg moest gebruiken om de positie van
Nederland te begrijpen vanuit de wereld om haar heen. Dit bracht haar na een studie in Rotterdam op heel
veel verschillende plekken waar de wereld deels wordt bestuurd en waar zij Nederland vertegenwoordigde,
zoals in New York bij de VN, in Brussel bij de EU maar ook in gevangenissen en rechtbanken in Roemenië
en Hongarije. Vanuit die ervaring bevreemdt het haar dat het college het voornemen heeft om zich in
principe niet uit te spreken over nationale of internationale conflicten. Voor haar is het buitenland soms
binnenland. Als zij in haar werk Nederland vertegenwoordigde, kon zij zich niet op persoonlijke titel
uitspreken. Als raadslid kan zij dat als lid van de D66-fractie in haar eigen prachtige stad wel, wat zij een
groot voorrecht vindt. Politiek actief was zij allang maar nu doet zij ook echt een stap naar voren. Zij heeft
campagne gevoerd met de belofte dat Schiedam een gemeenteraad verdient die kiest voor verbinding en
niet voor het vergroten van tegenstellingen. Zij staat voor een wereld waarin niet het recht van de sterkste
geldt en zij wil dat de keuzen die in Schiedam worden gedaan ook goed zijn voor volgende generaties.
Hoewel de raadsleden soms niet op dezelfde manier tegen dit verdelings- en waardenvraagstuk aankijken,
hebben zij allemaal een bepaald soort activisme gemeen. Voor spreekster is vrijheid van expressie een
centrale waarde die zij wil bevorderen. Die is bijvoorbeeld te vertalen via de as van rechtsstaat en
veiligheid maar ook via kunst, cultuur en erfgoed. Niet voor niets richt Trump in de VS zijn pijlen ook op
musea, archieven en bibliotheken, zodat die vertonen en verzamelen wat hem aanstaat en goed uitkomt.
Als het gaat om strategische doelen staan kunst en cultuur bovenaan, want van wie is de geschiedenis en
wiens cultuur en tradities worden gewaardeerd in het cultuuraanbod in deze stad? Hoe breed en
gevarieerd is het aanbod waarop kinderen en jongeren in Schiedam hun creativiteit kunnen ontdekken?
Investeringen die essentieel zijn voor het leven van de ziel maken Schiedam sterker. Investeren in cultuur,
theater, muziek en dans is cruciaal voor een gezonde samenleving en niet alleen voor de stadseconomie of
Schiedam als weekendje-weg-stad. Wat spreekster betreft, zijn niet alleen sport maar ook cultuur en
cultuurbeoefening heel belangrijke hoekstenen van Schiedam. Zij vraagt hoe het college en wethouder Van
Gulik hiernaar kijken in de richting van de uitwerking van het coalitieprogramma.
Sinds de jaren ’90 komen in het stadskantoor meerdere functies samen die van grote waarde zijn
voor de inwoners van Schiedam: het theater, de bestuurlijke kracht van de stad, de dienstverlening aan de
burger, het gemeentearchief en zo nu en dan het politiek theater in de raad. Dat dient een belangrijk
maatschappelijk doel en spreekster is vereerd dat zij daaraan een bijdrage kan leveren. Zij kijkt erg uit
naar de verdere samenwerking met raad en college.
Spreekster sluit zich aan bij het betoog van de heer Maris. Zij constateert ook dat een positief
resultaat van 19,6 mln. overblijft. Voorgesteld wordt dit toe te voegen aan de algemene reserve, die
daardoor 74 mln. bedraagt, een heel mooi resultaat. D66 gaat akkoord met het voorstel inzake de
bestemming ervan. De reserve toont aan dat er voldoende reservecapaciteit is om incidenteel tekorten te
overbruggen, naast enige structurele exploitatieruimte voor de komende jaren. Zij nodigt het college graag
uit om daarvan gebruik te maken en is ook benieuwd of er ruimte is om bepaalde bezuinigingen van de
laatste jaren terug te draaien.
Bij de plussen en minnen vielen spreekster vooral de gemeenteschappelijke regelingen in het
sociaal domein op, met 6,5 mln. minder dan begroot. Zij is benieuwd hoe het college voornemens is om in
te zetten op realistischer begroten binnen de gemeenschappelijke regelingen en op welke termijn
resultaten kunnen worden verwacht, wat ook bijdraagt aan toekomstige ruimte om te investeren in de
stad. De motie die LOS in dit verband zal indienen zal de fractie dan ook van harte steunen.
Spreekster heeft ook nog een aantal vragen en opmerkingen rond het thema van Schiedam als
leefbare, gezonde, duurzame en bruisende stad. Zij releveert dat in de jaarstukken wordt opgemerkt dat
een goed ingerichte openbare ruimte ontstaat als meer water, groen, verharding en speelvoorzieningen in
balans zijn. Naar zij opmerkt is volgens de monitor Leefbaarheid en veiligheid op dit moment 54% van de
Schiedammers tevreden over de buitenruimte. Zij vraagt of het college hier ook tevreden over is of dat het
extra aandacht nodig heeft.
Op basis van de jaarstukken stelt spreekster vast dat stevig gebruik wordt gemaakt van de culturele
voorzieningen in de stad. Liefs 54% van de inwoners neemt minimaal één keer per maand deel aan een
culturele activiteit. Het aantal bezoeken van Schiedammers aan gesubsidieerde culturele instellingen ligt
met 53.000 bezoeken ongeveer 20.000 hoger dan de doelstelling voor dit jaar. Het cultuuraanbod krijgt
een nette 7 en de stad ontvangt jaarlijks 474.000 unieke bezoekers. Wat spreekster betreft nadert de
5
populariteit van het cultuuraanbod in de stad dat iedere investering in cultuur dit meer dan waard is.
(Applaus)
De Voorzitter feliciteert mevrouw Feddema met haar maidenspeech, die bijna alle spreektijd van
D66 voor deze vergadering opmaakte.
Mevrouw Feddema zegt dat dit natuurlijk niet de bedoeling was en wijt dit aan een
beginnersfoutje.
De heer Kondu acht het voor de hand liggend dat je bij het lezen van de jaarstukken terugkijkt
naar het afgelopen jaar. Dat is immers het moment waarop verantwoording wordt afgelegd. Natuurlijk was
2025 het jaar van Schiedam760, het jaar waarin samen zijn en verbinding centraal stonden, niet alleen bij
de grote evenementen maar juist ook bij alle kleine initiatieven van de stad zelf van bewoners,
verenigingen, ondernemers en organisaties, die lieten zien dat een jubileum pas echt betekenis krijgt als
mensen eraan meedoen. Het mooiste was misschien nog wel dat Schiedam 750 niet alleen iets was om op
terug te kijken maar ook iets heeft achtergelaten voor de toekomst: nieuwe samenwerkingen, nieuwe
ontmoetingen en hopelijk ook het besef dat Schiedam als stad veel meer bereikt als de inwoners elkaar
weten te vinden. Uiteindelijk maken niet de vlaggen of programma’s een jubileum bijzonder maar de
mensen die eraan meedoen. Schiedam mag daarop best trots zijn.
Op papier wordt 2025 afgesloten met een positief saldo, dat ook heel positief oogt. Kijkt spreker
echter verder, dan ontstaat een genuanceerder beeld. Een deel van het resultaat komt namelijk niet
doordat dingen efficiënter zijn gegaan maar doordat gelden niet zijn uitgegeven, onderhoud is uitgesteld
en projecten vertraging hebben opgelopen. Juist in jaren waarin raad en college moeilijke keuzen hebben
moeten doen en inwoners ook de gevolgen van bezuinigingen voelen, vindt DENK het belangrijk dat steeds
realistischer wordt begroot, niet om minder ambitieus te zijn maar juist om betrouwbaar te besturen en
waar te maken wat is afgesproken. Daarom is spreker ook blij dat in het coalitieakkoord nadrukkelijk is
opgenomen dat meer zal worden gestuurd op realistisch begroten en uitvoerbaarheid. Er moet niet te
optimistisch worden geraamd om later grote verschillen te verklaren maar vooraf beter aan te sluiten bij
wat daadwerkelijk haalbaar is. Dat helpt de raad en de organisatie en uiteindelijk vooral ook de inwoners.
Spreker ziet dit jaar als een bevestiging dat die koers nodig is en hij zal de uitvoering daarvan dan ook
kritisch blijven volgen.
Spreker leest in de stukken over ontwikkelingen in de Staatsliedenbuurt en Groenoord-zuid, waar
stappen worden gezet en beweging ontstaat. Inmiddels is de vaststellingsovereenkomst met Woonplus in
2024 ondertekend en zien bewoners dat dingen in gang worden gezet. Bij veel mensen leeft echter de
vraag wanneer het nu echt zichtbaar gaat worden en hij vraagt de wethouder wat het tijdpad is in de
richting van sloop en start van de nieuwbouw en of deze kan schetsen wanneer daadwerkelijk weer een
substantiële impuls kan worden verwacht voor de sociale huurvoorraad in Schiedam.
Mevrouw Allart stelt vast dat sprake is van onderbesteding van 24 mln., die vooral het gevolg lijkt
van een tekort aan capaciteit in de uitvoering. Dat is zonde, want met het geld had veel kunnen worden
bereikt voor mens, dier en natuur.
In de jaarstukken vallen spreekster een aantal onderwerpen in het bijzonder op. Er is minder
geïnvesteerd in verduurzaming en klimaatadaptie. Geld moet terug naar het groenfonds, omdat de
gemeente haar eigen groene ambities niet weet waar te maken. Zij acht dat een gemiste kans voor een stad
die snakt naar verkoeling en meer natuur. Ook de bomenschuld laat zien dat uitstel uiteindelijk duurder
wordt. Uit de jaarstukken blijkt dat de kosten blijven oplopen. De PvdD roept het college op nu echt werk
te maken van het inlossen van de bomenschuld van het tunneldak van de A4, samen met de inwoners te
zoeken naar nieuwe aanplantlocaties en te beginnen in de wijken waar het groen het hardst nodig is.
Daarvan profiteren bewoners, vogels, insecten en het klimaat. Spreekster vraagt wanneer de bomenschuld
wordt ingelost.
De jaarstukken vertellen meer dan het verhaal van onderbesteding. Ook de uitverkoop van
gemeentelijk vastgoed baart spreekster zorgen. Naar zij opmerkt levert dat op korte termijn geld op maar
zal het op de lange termijn de gemeente duur komen te staan. Het sociale vangnet van Schiedam wordt
uitgehold doordat de gemeente maatschappelijke organisaties geen onderdak meer biedt. Haars inziens
kan dit niet doorgaan en zij vraagt wat het college gaat doen om de uitholling te stoppen.
Hetzelfde ziet spreekster in de cultuur. Het beschikbare budget is wel besteed maar een groot deel
verdwijnt via de huur weer naar de gemeentelijke vastgoedafdeling. Des te knapper vindt zij het dat de
Schiedamse cultuursector zo goed blijft presteren.
6
Spreekster vindt het een compliment waard dat het budget voor dierenwelzijn daadwerkelijk is
besteed. Tegelijkertijd roept zij het nieuwe college op om bij de komende begroting voldoende middelen en
capaciteit vrij te maken voor dierenwelzijn en biodiversiteit, opdat het dierenbeleid niet blijft hangen bij
ratten en voederverbod. Investeren in dieren en natuur is investeren in een gezonde en leefbare stad voor
iedereen.
De heer Hekman constateert dat de jaarstukken over 2025 een positief resultaat laten zien. Maar
wat is er nu zo positief als je tientallen miljoenen euro’s wel begroot, maar er niets mee doet? In een bedrijf
is elke niet uitgegeven euro positief, maar voor een gemeente is dat anders. Elke te veel uitgegeven euro is
niet goed, maar elke niet bestede euro is ook niet goed. De gemeente heeft toch niet voor niets plannen die
ze wil realiseren? Het CDA wil dat er realistisch wordt begroot. Dat wil de coalitie ook, want dat staat in
het coalitieakkoord. Maar er zit een verschil in iets opschrijven en het daadwerkelijk doen. Het CDA wil
daarom een concreet plan van aanpak over hoe er realistisch begroot gaat worden.
Het is aan Schiedammers niet uit te leggen dat er bij het vaststellen van de begroting heel zuinig
wordt gekeken en dat die begroting vervolgens sluitend wordt gemaakt door belastingverhogingen, omdat
dat volgens de coalitiepartijen niet anders kan. Nu blijkt echter dat de gemeente miljoenen euro’s over
heeft. Het CDA wil daarom dat de belastingverhogingen boven de inflatiecorrectie van de afgelopen paar
jaar teruggedraaid worden. Daarbij verwijst spreker naar de aangenomen motie Weer Geld? Weer terug!
van enkele jaren geleden. Graag een reactie van de wethouder Financiën, destijds tevens mede-indiener
van de motie.
De inkomsten uit de parkeerbelastingen bedroegen in 2025 311.000 euro, maar een jaar eerder
bijna een miljoen euro hoger dan was begroot. De auto is daadwerkelijk de melkkoe geworden. Maar
worden er met dat miljoen extra parkeerplaatsen geregeld? Nee, de coalitie wil het betaald parkeren
uitbreiden. Wanneer wordt er gezegd: Ho ho, dit gaan we allemaal niet doen, want het gaat wel heel erg in
tegen de verkiezingsbeloften over lagere lasten, en de auto is geen melkkoe?
De Jaarrekening geeft op veel punten inzicht in de nulmeting, doelstelling en realisatie. Wat blijkt,
is dat de doelstelling op veel punten niet wordt gehaald.
Hoorde de heer Maris de heer Hekman nu echt zeggen dat de coalitiepartijen betaald parkeren
willen invoeren om de begroting te dekken? Of bedoelde hij dat niet?
De heer Hekman heeft gezegd dat de vergunning voor gereguleerd parkeren, betaald parkeren
wordt ingevoerd, maar niet dat dit direct een link heeft met de begroting. Maar als je alles bij elkaar zet,
krijg je dat idee wel. En ook de Schiedammers zien het zo.
De heer Maris constateert dat de heer Hekman die link in ieder geval niet legt.
Volgens de heer Hekman is hij ook een Schiedammer en in die zin legt hij die link eigenlijk ook.
De heer Maris wijst op het coalitieakkoord, waar niet in staat dat gereguleerd parkeren wordt
ingevoerd met het oog op financieel gewin voor de gemeente. Gereguleerd parkeren wordt ingevoerd om
parkeerproblemen op te lossen. En het gaat nu over financiën en niet over parkeerproblemen.
De Voorzitter wijst erop dat vanavond de jaarstukken worden besproken, niet het coalitieakkoord
en niet het Collegewerkprogramma.
De heer Hekman komt op een later moment zeker terug op het coalitieakkoord, het parkeren en
het gevoel bij veel Schiedammers dat de auto een beetje de melkkoe aan het worden is.
De Jaarrekening geeft op veel punten inzicht in de nulmeting, de doelstelling en de realisatie. Wat
blijkt, is dat de doelstelling op veel punten niet wordt gehaald en dat is jammer. Echt tevreden kan de
fractie dus niet zijn. Dat is geen verwijt aan het college, maar het geldt voor iedereen. Spreker vraagt het
college wel om voortaan duidelijker te verklaren waarom een doelstelling niet is gehaald. Hij gaat ervan uit
dat ook in het Collegewerkprogramma wordt gewerkt met haalbare, verifieerbare doelstellingen.
Ook de heer M. Janssen wijst erop dat de jaarstukken 2025 afsluiten met een positief resultaat
van ruim 23 miljoen euro. Dat is financieel gezien positief en het bevestigt dat Schiedam er solide voor
staat. Zeker na de bezuinigingen van de afgelopen jaren en de onzekerheid rond het ravijnjaar.
7
Tegelijkertijd moet niet worden gedaan alsof ieder overschot automatisch goed nieuws is. Een
gemeente die structureel geld overhoudt, in dit verhaal vooral oppot, is geen gemeente die optimaal
investeert in haar stad. Opvallend is het voordeel van ruim 12 miljoen binnen het Programma Mens & Stad
in Beweging. Daarachter zitten onder meer lagere uitgaven binnen het sociaal domein, maar ook
vertraagde uitvoering, onderbezetting en budgetten die niet volledig zijn besteed. Dat vraagt om scherpte,
want juist op deze onderwerpen moeten Schiedammers merken dat de ambities ook worden waargemaakt.
Ook de omvang van de doorgeschoven investeringskredieten laat zien dat de realisatiekracht en planning
aandacht blijven vragen. Geld reserveren, is één ding, maar het daadwerkelijk uitvoeren van plannen en
zichtbare resultaten boeken voor de stad is minstens zo belangrijk.
De fractie begrijpt dat een deel van het resultaat incidenteel of onzeker is, door eenmalige
inkomsten, doorgeschoven middelen of voordelen door capaciteitstekorten. Daarmee kun je geen
structureel nieuw beleid financieren. Daar komt bij dat Schiedam voor een deel afhankelijk blijft van
rijksmiddelen, specifieke uitkeringen en toekomstige landelijke keuzen. Die middelen zijn vaak tijdelijk,
geoormerkt, of aan veranderde voorwaarden gebonden. Daarom moet je voorzichtig zijn met het
structureel maken van uitgaven op basis van geld waarvan de zekerheid voor de komende jaren ontbreekt.
Tegelijkertijd moet je kritisch kijken naar de aansluiting tussen begroting, beschikbare capaciteit en
uitvoering. Daarom verwacht de fractie richting de begroting van 2027 een realistische begroting, conform
de afspraken uit het coalitieakkoord. Realistisch begroten, betekent wat AvS betreft: eerlijk ramen, scherp
prioriteren en ervoor zorgen dat de financiële ruimte daadwerkelijk wordt ingezet voor ambities die voor
de Schiedammers buiten op straat zichtbaar zijn.
Ook de manier waarop prestaties en resultaten worden gemeten, kan beter. Indicatoren zijn nu niet
eenduidig, actueel of goed te vergelijken. Een treffend voorbeeld is de indicator over het aantal inwoners
dat wekelijks contact heeft met vrienden of kennissen. Uit de nulmeting van 2024 volgt een doelstelling
voor 2025, maar er wordt pas eind 2026 gemeten. Dan heeft het formuleren van een doelstelling voor
2025 weinig nut en geen toevoegde waarde.
Schiedam staat er financieel goed voor, maar Schiedam is geen spaarbank. Geld dat structureel
overblijft, hoort niet alleen in de reserves te verdwijnen, maar ook zichtbaar te worden in de stad. In 2025
kon je zien wat dat kan opleveren. “Schiedam Viert 750” bracht inwoners, ondernemers en organisaties
samen en zorgde voor trots en reuring in de stad. Ook evenementen als de Brandersfeesten lieten zien wat
het mogelijk maken van deze evenementen kan betekenen voor Schiedammers, bezoekers en
ondernemers. Benut de financiële positie van Schiedam daarom voor wat Schiedammers merken:
Veiligheid, schone straten, leefbare wijken en een stad waar iets te beleven valt.
Mevrouw Blonk spreekt haar waardering uit voor het positieve financiële resultaat over 2025. De
jaarstukken laten zien dat Schiedam er financieel gezond voor staat en voldoende weerstandsvermogen
heeft om tegenvallers op te vangen. Dat is niet vanzelf gegaan, maar mede het resultaat van keuzen die de
gemeente heeft durven maken. Dat is belangrijk, zeker in een tijd waarin veel gemeenten financieel juist
onder druk staan. Tegelijkertijd is het positieve saldo wat de VVD betreft geen uitnodiging om extra geld
uit te geven. Juist wanneer het goed gaat, moet je verstandig blijven omgaan met je financiën. Gezonde
financiën vragen om discipline, niet alleen wanneer het moeilijk is, maar juist ook wanneer er ruimte lijkt
te zijn.
Daarnaast vindt de VVD het belangrijk dat er zo realistisch en efficiënt mogelijk wordt begroot. Een
overschot van €23,5 miljoen is goed nieuws voor de financiële positie van Schiedam, maar tegelijkertijd
moet je kritisch blijven kijken naar hoe er wordt begroot. Hoe realistischer de begroting hoe beter de raad
vooraf kan sturen op de keuzen die moeten worden gemaakt in plaats van achteraf vast te moeten stellen
dat er geld is overgebleven.
In het raadsvoorstel wordt voorgesteld om incidenteel €895.600 van het jaarrekeningresultaat toe
te voegen aan de Algemene Reserve om de ambtelijke organisatie door te ontwikkelen. Spreekster stelt
voorop dat de VVD het belangrijk vindt dat er een sterke, efficiënte en toekomstbestendige organisatie
staat. Een goede organisatie is de basis van goede dienstverlening aan de inwoners. In het raadsvoorstel en
in de eerdere collegebrief staat dat er plannen zijn voor een structurele uitbreiding van de formatie en dat
dit voorstel via de Bestuursrapportage 2026 aan de raad wordt aangeboden. Maar juist omdat het om een
structurele investering van forse omvang gaat, vindt de Schiedamse VVD het belangrijk om, voordat dit
geld wordt toegekend, eerst te kijken wat de prioriteiten zijn, wat voor organisatie Schiedam nodig heeft,
waar de grootste knelpunten zitten, en welke investeringen daarvoor het meest effectief zijn. Een
bestuursrapportage is wat spreekster betreft niet de juiste plek voor zo’n fundamentele keuze. Die is
bedoeld om de begroting gedurende het jaar bij te stellen en niet om een strategische investering in de
organisatie inhoudelijk te beoordelen. Daarom verzoekt de fractie het college om hiervoor met een
8
afzonderlijk raadsvoorstel te komen, waarin de organisatievisie, de onderbouwing van de investeringen en
de financiële gevolgen worden voorgelegd. Kan het college dit toezeggen? Pas als duidelijk is welke
organisatie Schiedam nodig heeft en welke prioriteiten daarbij horen, kan de fractie een zorgvuldige
afweging maken van de benodigde structurele middelen.
Ten derde de reservering van €450.000 voor de aanpak van femicide. De VVD vindt het erg goed
en belangrijk dat hiervoor aandacht en middelen worden vrijgemaakt en dat met het plan van aanpak
Femicide invulling wordt gegeven aan het voorkomen, signaleren en aanpakken van huiselijk geweld. Dit
is niet simpelweg een pot met geld. Alleen geld reserveren voorkomt geen huiselijk geweld. Voor
slachtoffers kan een goede aanpak letterlijk het verschil maken tussen veiligheid en onveiligheid. Het is
dus cruciaal dat het wat dit betreft niet bij een reserve of plan van aanpak blijft, maar dat er concrete acties
en oplossingen aan worden gekoppeld. Daarom hoort de fractie graag van het college wanneer zij deze
concrete acties kan verwachten, hoe het bedrag ingezet gaat worden en hoe de raad wordt geïnformeerd
over de voortgang en de behaalde resultaten. De fractie wil voorkomen dat dit een reserve wordt waar
jaarlijks geld in blijft staan, zonder dat zichtbaar is welke resultaten worden bereikt.
Juist omdat de financiële positie van Schiedam nu gezond is, moet worden voorkomen dat
incidentele meevallers leiden tot structurele uitgaven. Met de financiële uitdagingen die nog op de stad
afkomen, is behoedzaamheid geen rem op ambitie, maar een voorwaarde om ook in de toekomst financieel
gezond te blijven.
Mevrouw Feddema is benieuwd waar mevrouw Blonk de voorkeur aan geeft: Meer
onderbesteding in de toekomst, vanwege het gebrek aan capaciteit om de prioriteiten van het college uit te
voeren, of een bescheiden investering in het ambtelijk apparaat om dat te voorkomen?
Mevrouw Blonk geeft aan geen van beide opties de voorkeur. Een overschot wil je nooit zien. Je
wil het liefst dat het geld wordt besteed en dat het ook naar het oplossen van problemen gaat. Maar wat de
VVD betreft is een uitbreiding van het ambtelijk apparaat daar niet per se de oplossing voor. De fractie wil
eerst kijken wat er nodig is voor zo’n sterke organisatie. Blijkt dat een uitbreiding van het ambtelijk
apparaat te zijn, dan steunt de fractie dat van harte. Maar in plaats van dat geld nu al toe te kennen, moet
er eerst naar de prioriteiten worden gekeken. Wat is er nu echt nodig om de organisatie te versterken?
Mevrouw Feddema vindt de onderbouwing van dat voorstel richting de ruimtelijke opgaaf van de
stad voldoende. Op dit punt verschillen de fracties dus van mening.
Mevrouw Blonk vindt dat prima.
De heer Van Katwijk stelt dat vandaag de balans wordt opgemaakt van 2025. Als hij het college
mag geloven was het een goed jaar, met een overschot van ruim 23,5 mln. Volgens de accountant kloppen
alle cijfers en dat vindt hij fijn. Als lid van de Fractie Mark Verspeek kijkt hij echter niet alleen naar de
juichverhalen in het stadskantoor. Hij kijkt naar de straat en heeft aandacht voor het gevoerde beleid. Dan
ziet hij dat het aanzienlijke overschot geen teken is van succes maar van onvermogen, Het geld is
overgebleven doordat de beloofde taken simpelweg niet zijn uitgevoerd. Er is 6,5 mln. minder besteed aan
zorg en ondersteuning in het sociaal domein en er is voor 2,2 mln. aan gepland onderhoud in de stad niet
uitgevoerd. De burger heeft belasting betaald maar de gemeente heeft niet geleverd. Sprekers eerste vraag
aan het college is dan ook of het het geld direct gaat inzetten voor lastenverlichting voor de Schiedammer
of dat het geld verdwijnt in de algemene reserve.
Binnen Mens en stad in beweging ziet spreker dat 39% van de inwoners basisvaardigheden mist.
De schuldhulpverlening presteert zwaar onder de maat. Slechts 61% slaagt in plaats van de beloofde 75%.
Volgens hem vraagt dit niet om rapporten maar om lokaal ingrijpen. Hij vraagt hoe de wethouder ervoor
gaat zorgen dat die 61% volgend jaar wel stijgt en wat de concrete actie in de richting van Stroomopwaarts
is om de kloof met de doelstelling te dichten.
Ook bij de jeugd ziet spreker de mentale gezondheid afnemen. Het antwoord van het college is een
praatgroep, themasessies en een transformatieagenda. Zijns inziens moet de jeugd echter structuur
worden gegeven, moet worden geïnvesteerd in het verenigingsleven, moet worden gezorgd voor zinvolle
dagbesteding, moeten creatieve en uitdagende buitenruimtes worden gecreëerd en moet de digitale balans
in de vorm van een smartphonevrije gemeentelijke zone worden gevonden. Hij betoogt dat ook moet
worden ingezet op zichtbare jongerenwerkers en herkenbare wijkagenten.
Spreker constateert dat bijna 20 mln. euro is uitgegeven aan afval- en milieubeheer maar de
overlast blijft zijns inziens groot. Campagnes rond de weekendbarbecues blijken in de praktijk tandeloos.
9
De Schiedammers ergeren zich kapot. Zij melden veel klachten maar zien of horen hiervan in de praktijk
maar weinig terug. Ondertussen wordt de automobilist als melkkoe behandeld: ruim 16.000
parkeernaheffingen en ruim drie ton meer dan begroot aan de opbrengst van straatparkeren. Wat krijgt
echter de Schiedammer die afhankelijk is van de auto daarvoor terug? Meer gereguleerd parkeren in plaats
van meer parkeergelegenheid!
Het openbaar vervoer lijkt af te nemen. In De Gorzen rijdt al sinds 2020 na 20.00 uur geen bus
meer. Haltes dreigen te verdwijnen en de halte bij de begraafplaats is nog steeds een wensdroom. Het
college noemt dit zelfredzaamheid maar spreker noemt het de stad in de steek laten. Hij vraagt wanneer de
wethouder bij de vervoerders de regie terugpakt om dit op te lossen.
De woningnood is hoog en daarom vraagt spreker waarom zo gemakkelijk wordt gekozen voor
sloop in plaats van renovatie. Hij vraagt het college of die oude woningen echt niet te renoveren zijn en wat
het kostenverschil met nieuwbouw is. Ook is hij benieuwd wat gebeurt met de 20 geheime locaties die zijn
bekeken voor de aanwijzing van de azc-locatie.
Het college bespaart 2 mln. euro doordat het simpelweg het personeel niet kan vinden om het werk
uit te voeren. Werk blijft liggen en tegelijkertijd is sprake van hoge kosten, 1,3 mln. euro, door inhuur van
externen. Sprekers vraag is dan ook of die 1,3 mln. extra voor personele voorzieningen door een
onbeheersbaar ziekteverzuim komt of doordat de organisatie simpelweg te duur is en te bureaucratisch is
ingericht.
Spreker merkt op dat 2025 het jaar was waarin de bankrekening van de gemeente groeide omdat
de Schiedammer de zorg en het onderhoud niet kreeg waar deze recht op had. De begroting moet anders
en het roer moet om. LMV dient de motie van LOS dan ook mede in.
De heer Maris wijst de heer Van Katwijk die zegt dat er niet is geïnvesteerd erop dat de begroting
een bedrag van bijna 450 mln. beloopt, zodat 95% wel is geïnvesteerd.
De heer Van Katwijk is het daar helemaal mee eens.
Mevrouw Rotteveel constateert ook dat 2025 op papier wordt afgesloten met een positief
resultaat van ruim 23,5 mln. euro. Dat is een fors overschot, zeker
als je bedenkt dat de inwoners vorig jaar te horen kregen dat bezuinigingen noodzakelijk waren. Hun
lasten werden verhoogd. LOS ziet natuurlijk liever een gezonde financiële positie dan een tekort maar een
overschot van deze omvang is geen reden voor zelfgenoegzaamheid. Zij roept zelf de vraag op of er wel
realistisch is begroot en of het geld wel is terechtgekomen bij het doel dat de raad voor ogen had. Zij dient
hierover een motie in. Uit de jaarstukken blijkt namelijk dat een belangrijk deel van het overschot niet
voortkomt uit slim beleid maar uit zaken die simpelweg niet zijn uitgevoerd. Zo is minder uitgegeven aan
maatschappelijke regelingen in het sociaal domein, bleef onderhoud liggen, was er minder ambtelijke inzet
door capaciteitsproblemen en zijn investeringen doorgeschoven. Dat betekent dat inwoners soms langer
hebben moeten wachten op uitvoering van plannen, terwijl tegelijkertijd werd gezegd dat er financieel
weinig ruimte was. Spreekster vindt dit een ongemakkelijke conclusie. Zij betoogt dat de gemeente niet
moet sparen om het sparen. Belastinggeld is van de inwoners en dat vraagt om een realistische begroting,
krachtige uitvoering en duidelijke politieke keuzes. LOS zou hierover de motie Geen lastenverzwaring bij
positief resultaat indienen maar na overleg is besloten de indiening daarvoor door te schuiven naar de
behandeling van de Zomernota, volgende week dinsdag.
Spreekster kan zich vinden in het versterken van de financiële reserve, zeker met het oog op de
onzekere jaren die voor de gemeente in het verschiet liggen. Tegelijkertijd verwacht zij echter van het
nieuwe college dat het scherper gaat sturen op de uitvoeringskracht, planning en prioriteiten. Het college
erkent zelf ook dat de realisatiekracht onder druk staat. Voor LOS blijft daarom de kernvraag hoe ervoor
wordt gezorgd dat geld dat de raad beschikbaar stelt daadwerkelijk ten goede komt aan de Schiedammer
in plaats van aan het einde van het jaar op de bankrekening van de gemeente te blijven staan. Een solide
financiële positie is volgens spreekster belangrijk maar uiteindelijk worden inwoners niet beter van hoge
reserves alleen. Zij merken het verschil pas als beloften worden waargemaakt.
De Voorzitter zegt dat door de leden Rotteveel en Verspeek de motie Leren van structurele
begrotingsoverschotten; van begroten naar beter uitvoerend wordt voorgesteld:
De gemeenteraad van Schiedam in vergadering bijeen d.d. 30 juni 2026,
10
constaterende dat:
• de jaarrekening 2025 sluit met een positief resultaat van € 23,6 miljoen;
• een belangrijk deel van dit resultaat wordt veroorzaakt door onder andere onderuitputting,
capaciteitsproblemen, doorgeschoven werkzaamheden en lagere uitgaven in het sociaal domein;
• vergelijkbare positieve resultaten zich ook in eerdere jaren hebben voorgedaan;
overwegende dat:
• de gemeenteraad gebaat is bij zo realistisch mogelijke begrotingen;
• inwoners mogen verwachten dat beschikbaar gesteld budget daadwerkelijk wordt ingezet voor
de afgesproken doelen;
• structurele onderschrijding de controlerende taak van de raad bemoeilijkt;
verzoekt het college:
1. vóór de Begroting 2027 met een analyse te komen van de structurele oorzaken van de jaarlijkse
begrotingsoverschotten;
2. daarbij concrete voorstellen te doen om de begrotingen realistischer op te stellen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Deze motie krijgt het nummer M1.
De heer Maris vraagt wat mevrouw Rotteveel bedoelt met het derde punt van het dictum. Hij wijst
erop dat de raad via de planning- en controlcyclus jaarlijks wordt geïnformeerd over al dit soort zaken.
Mevrouw Rotteveel wil jaarlijks worden geïnformeerd over de voortgang in de uitvoering van de
besluiten die worden genomen voor aan de behandeling van de jaarstukken wordt begonnen.
De heer Maris wijst erop dat het college de raad hierin meeneemt. Eerst is er de Zomernota,
vervolgens de begroting, tussentijds krijgt de raad technische aanpassingen op de begroting en uiteindelijk
volgt de rekening. Hij vraagt of mevrouw Rotteveel nog op een extra moment wil worden geïnformeerd
over de financiën.
Mevrouw Rotteveel wil dat in principe wel.
De heer Kondu begrijpt na de toevoeging van mevrouw Rotteveel wat de indieners met de motie
bedoelen. Hij concludeert uit punt 2 van het dictum dat zij wil dat realistischer wordt begroot, een wens
die al vaker is geuit vanavond en een punt dat ook in het coalitieakkoord staat. Tegelijkertijd geeft
mevrouw Rotteveel aan dat zij wil dat het college -efficiënter omgaat met middelen en dat de ambtelijke
organisatie tegen het licht wordt gehouden. Gelet daarop vraagt spreker haar of het niet beter is pas na de
eerstvolgende begroting na te gaan of is gedaan wat de coalitie al dan niet heeft meegegeven. Er wordt het
college nu iets meegegeven maar krijgt nog niet de kans er iets mee te doen.
Mevrouw Rotteveel zegt dat dit ook de bedoeling is.
De heer Kondu vraagt of zij het dan niet met hem eens is dat beter nog even kan worden gewacht
met de motie. Er kunnen nog wel tien van dat soort moties worden bedacht maar dat lijkt hem op dit
moment niet handig.
De heer Rotteveel ziet het anders. Ook de eerste of tweede spreker had al benadrukt dat het voor
de zoveelste keer is. Het staat misschien in het coalitieakkoord maar de raad moet afwachten of het wordt
uitgevoerd. De indieners willen het college met de motie met de neus op de feiten drukken.
De heer Hekman vindt het goed dat nu de motie wordt ingediend. Het had echter ook kunnen
gebeuren bij de behandeling van de Zomernota met het oog op de begroting. Hij ondersteunt het betoog
van de heer Maris. Punt 3 van het dictum vindt hij ook een beetje vaag en vraagt of mevrouw Rotteveel er
genoegen mee neemt als er in de planning and controlcyclus aan dit onderwerp aandacht wordt besteed.
11
Hij kan zich niet voorstellen dat er jaarlijks weer wordt gesproken over de manier waarop dit jaar weer
realistisch gaat worden begroot.
Mevrouw Rotteveel zal nadat de heer Reuderink heeft gesproken een korte schorsing vragen,
waarna zij antwoord zal geven aan de heer Hekman.
De Voorzitter stelt voor te pauzeren nadat de eerste termijn, inclusief het antwoord van het
college is afgerond.
De heer Reuderink zegt dat het aantal podia waarop de raad algemene beschouwingen kan
houden voortdurend groeit. Eerst waren er algemene beschouwingen bij de begrotingsbehandeling. Toen
werd de behandeling van de Zomernota het nieuwe moment om een algemene politieke schets te geven en
zou de begrotingsbehandeling niets anders dan het afhechten en controleren van het in de Zomernota
aangekondigde beleid. Volgens de wet van behoud van klets viel dat fraaie voornemen natuurlijk volkomen
in het water. De jaarstukken, in principe niets meer dan het politiek afhandelen en formaliseren van het
eerder door auditcommissie en accountant bekeken en gecontroleerde beleid, werden in de luwte van de
Zomernota meegenomen. Dat was een prima regeling en de enkele hobbyist op dit onderwerp die niet in
de auditcommissie zat maakte desnoods nog een opmerking. Daar bleef het bij want tegen die tijd was
iedereen wel toe aan de borrel. Aan de andere kant is er nu wel – spreker vindt dit heel opmerkelijk en ook
wel aardig – ruimte voor en aantrekkelijke samenspraak over realistisch begroten. Hij noemt het geen
discussie, want iedereen is het eens. Iedereen berijdt hier zijn eigen stokpaardjes en heeft wel iets te
melden over het vorige college. Naar spreker aanneemt doet iedereen het volgende week nog een keer
dunnetjes over bij de behandeling van de Zomernota. Het gaat over een college dat geen 2000
seniorenwoningen heeft gebouwd, dat zelfs de toilettenmotie, niet direct rocketscience, heeft weten uit te
voeren maar toch bulkt Schiedam kennelijk van het geld. Hier wordt altijd gesproken over bomen en
parkjes. Dat is buitengewoon interessant maar een college dat 14 mln. uittrok voor niet meer dan
noodzakelijk onderhoud van het stadskantoor zou er wel eens mee kunnen worden geconfronteerd dat
heel veel van de nu ervaren voordelen heel snel kunnen verdampen. Het onderhoud van de buitenruimte
scoort een 5,8. Sprekers leerlingen zouden er blij mee zijn maar hij zegt dan altijd dat het wel krap is, ook
al is het een voldoende. Ook de bankjes die dankzij een amendement van het AOV in 2024 zouden worden
geplaatst zijn er niet. Hoewel het eigenlijk voor de Zomernota is heeft het college naar eigen zeggen wel
heel goed op de centjes gepast. Dat is fraai maar het is ontstaan door geen bankjes te plaatsen, de
buitenruimte toch wat te laten verloederen en algemene onderuitputting van middelen. Spreker mist
eigenlijk de heer Siljee die dit tot vier cijfers achter de komma kon uitrekenen, of je het nu wilde of niet.
Naar hij betoogt is feitelijk sprake van niet uitgevoerd gewenst beleid en/of achterstallig onderhoud. Veel
partijen hebben daarvoor terecht nu al aandacht gevraagd. Hij sluit zich dan ook aan bij de vragen die zijn
gesteld indachtig de wet van behoud van klets. Hij kijkt uit naar de algemene beschouwingen bij de
behandeling van de Zomernota.
De Voorzitter constateert dat hiermee een einde is gekomen aan de eerste termijn van de zijde
van de raad en dat het college behoefte heeft aan een korte schorsing alvorens te antwoorden.
De vergadering wordt enige tijd geschorst.
De Voorzitter heropent de vergadering en geeft het woord aan mevrouw Rotteveel.
Mevrouw Rotteveel schrapt punt 3 over het jaarlijks informeren van de raad over de voortgang uit
het dictum van motie M1 van LOS.
De Voorzitter constateert dat motie M1 is gewijzigd, in die zin dat het derde punt uit het dictum is
geschrapt.
Vervolgens geeft spreker het woord aan wethouder Karens.
De heer Karens dankt de raad voor zijn beschouwingen, meningen, vragen en suggesties bij de
jaarstukken.
Wat is nu een positief resultaat? Spreker is het eens met het gestelde dat een financieel positief
resultaat niet altijd iets is om blij mee te zijn. Dat is in dit geval zeker zo. Dat hangt namelijk heel erg af
van je financiële situatie, de trend waarmee je te maken hebt en de risico’s die je loopt. Kijkend naar alle
12
indicatoren die van invloed zijn op haar financiële gezondheid staat Schiedam er goed voor. Het is dan niet
de bedoeling om geld over te houden. Toch is het niet makkelijk om een snel antwoord te geven op de
vraag naar de structurele oorzaken, of om een analyse te maken met het antwoord op de terugkerende
onderbesteding. Dat komt voor een deel, omdat die wordt veroorzaakt door zaken waar de gemeente geen
invloed op heeft. Ten eerste door de rijksfinanciering, die vaak onvoorspelbaar is en die in sommige
gevallen pas komt op het moment dat de kosten al zijn gedekt, laat in het jaar. Dan krijg je altijd een
begroting waar je niet zoveel aan kan doen. Ten tweede door gemeenschappelijke regelingen, want op dat
punt is de gemeente afhankelijk van wat daarover is afgesproken, met het oog op het aanpassen van de
begroting. Spreker ziet nu bijvoorbeeld aankomen dat er sprake is van onderbesteding in een
gemeenschappelijke regeling, maar omdat er geen bijstelling van de begroting plaatsvindt, mag dat niet in
de begroting worden verwerkt en dat leidt tot een afwijking.
Maar op een groot deel van de onderbesteding hebben college en raad wel invloed. Dat gaat over
het stellen van realistische ambities, niet te veel tegelijk willen en met elkaar oog hebben voor wat er in de
uitvoering gebeurt, in plaats van weer nieuwe plannen te bedenken. Voor een deel zit het ook in de
uitvoeringskracht. Spreker weet niet zo goed wat daar de definitie van is, maar iedereen zal daar wel een
soort begrip bij hebben. Spreker vraagt of de raad het goed vindt als het college op alle vragen over het
analyseren, het maken van plannen van aanpak, en het opstellen van een werkwijze om realistisch te
begroten -- daar is het college nu mee bezig -- in de komende begroting expliciet terugkomt. Dat is ook het
moment waarop dat moet. Het is namelijk niet heel erg efficiënt om nu extra tijd te besteden aan iets wat
het college met het oog op de begroting al aan het doen is.
Spreker maakt twee complimenten voor wat er de afgelopen jaren is gebeurd. Raad en college
hebben moeilijke keuzen gemaakt toen het moest. Bij de behandeling van de Meicirculaire bleek al dat de
gemeente in een andere financiële positie zou komen, maar dat had ook zomaar anders kunnen zijn als die
keuzen niet waren gemaakt, of als de onvoorspelbare inkomsten van het Rijk de andere kant op waren
gevallen. Daarnaast zorgt Schiedam er de afgelopen tien jaar stapje voor stapje voor dat alle structurele
lasten in de begroting zoveel mogelijk structureel worden gedekt, en niet met reserves. Op het moment dat
er budget bijkomt vanuit het Rijk ontstaat daardoor direct begrotingsruimte, waardoor er weer dingen
kunnen. Dat betekent dat er de komende tijd realistische ambities moeten worden gesteld, maar het is nog
te vroeg om het coalitieakkoord en de implicaties daarvan al in de eerstkomende begroting te verwerken.
Wel zal het college een eerste inventarisatie maken van zaken die wel in die begroting kunnen. Daar kan
het ongedaan maken van bezuinigingen bij zitten, maar spreker weet nog niet welke dat zullen zijn.
Zowel voor de organisatie als richting de raad lijkt het spreker goed om bij besluiten over het
proces van uitvoering ook meer aandacht te geven aan de financiële stand van zaken van onderwerpen. Op
die manier kun je wat meer grip krijgen op bijvoorbeeld het doorschuiven van budgetten of kredieten,
want momenteel is daar of geen aandacht voor, of men is er te conservatief in. Dat stamt overigens uit de
tijd dat de gemeente in een financieel moeilijker situatie zat, dus dat is ook wel begrijpelijk. Toen spreker
nog raadslid was, was het sentiment precies andersom, want bij elke begroting werd toen gewaarschuwd
hoeveel risico er werd gelopen. Nu hoeft daar minder conservatief mee te worden omgesprongen, wat
betekent dat er scherper aan de wind kan gaan worden gezeild. Spreker heeft in de huidige financiële
situatie -- dat zegt hij op persoonlijke titel, al kan dat eigenlijk niet -- na een jaar overigens liever een
tekort dan weer een overschot. Dat zou een positiever resultaat zijn dan het huidige incidentele overschot.
Dat moet je niet te vaak hebben en het moet niet te groot zijn, maar het betekent wel dat er meer is
gebeurd dan er is afgesproken en dat is beter uit te leggen dan het huidige overschot.
De heer Maris vroeg wat een acceptabele afwijking is. Dat durft spreker niet te zeggen. Dat hangt
heel erg af van de oorzaken en op welke domeinen het zit. Binnen de overheid wordt wat dat betreft in het
algemeen met 1 tot 2% gerekend. Als je dat op de Schiedamse begroting toepast, zit je tussen de vijf en tien
miljoen euro. Kijk je naar het overschot in 2025, pakweg 23 miljoen, dan zat de gemeente daar zestien
miljoen naast. Dat is iets meer dan 3%. De vraag welke afwijking acceptabel is, moet de raad overigens zelf
beantwoorden, want de raad gaat daar over.
De vraag over het doorschuiven van investeringskredieten voor projecten die al meer dan drie jaar
achterlopen, is niet zo makkelijk te beantwoorden, want dan had spreker de complete projecteninventaris
al moeten hebben doorlopen, maar het gaat om meer dan 100 projecten. Bij het programma voor
onderwijs en huisvesting loopt een aantal projecten achter, waarmee flink wat geld is gemoeid. Maar bij
dat soort projecten kun je niet altijd zelf sturen, want je bent afhankelijk van ontwikkelingen bij andere
partners, bijvoorbeeld de provincie.
Het is ook de bedoeling realistischer te gaan begroten als het gaat om de GR’en. De gemeente is
afhankelijk van een eventuele bijstelling van hun begroting, maar dat betekent niet dat ze niets kan doen.
Spreker is tot AB-lid bij Stroomopwaarts benoemd, omdat hij de kwestie graag vanuit dat perspectief
13
beziet, maar je bent afhankelijk van andere gemeenten en een GR die ook een eigen organisatie heeft. In
die zin heb je daar minder directe invloed op dan op je eigen begroting. Spreker is daarmee bezig, maar het
effect van wat je doet, treedt wat later op.
Volgens mevrouw Allart is er te weinig geïnvesteerd in verduurzaming en adaptatie. Spreker hoopt
dat de komende begroting haar positiever kan stemmen. Inmiddels zijn er veel plannen en ook veel
middelen. Het gaat er nu vooral om meters te maken om wat er is afgesproken, ook te laten gebeuren. Er
wordt ook gekeken hoe het budget voor dierenwelzijn voor de komende jaren kan worden geborgd.
Spreker is al ingegaan op de vraag van de heer Hekman over een plan van aanpak realistisch
begroten. Hij komt daar bij de begroting op terug. Als dat plan dan niet realistisch en concreet genoeg is,
staat spreker open voor verdere suggesties.
De belastingverhogingen worden niet teruggedraaid, want het coalitieakkoord is daar duidelijk
over. De begroting, zoals die er lag, is het uitgangspunt en daar zitten de huidige tarieven in. Maar er is
altijd sprake van voortschrijdend inzicht, waardoor je van mening kunt veranderen.
Volgens de heer Hekman was de stelling in het verleden altijd dat belastingverhogingen werden
doorgevoerd omdat men de begroting anders niet rond kreeg. Hoe kijkt de wethouder daarnaar? Het blijft
namelijk een moeizaam verhaal richting de Schiedammers. Ook de raadsleden moeten dit kunnen
uitleggen, maar het geld staat nu wel op de bankrekening van de gemeente.
De heer Karens kijkt daar niet veel anders naar, maar het zijn politieke keuzen. Er zijn inderdaad
altijd andere opties, maar die worden meestal minder wenselijk geacht dan bijvoorbeeld het verhogen van
de ozb. De uiteindelijke afweging maakt de raad wat dit betreft. Daar is de raad ook voor. Spreker herhaalt
dat voortschrijdend inzicht niet slecht is. Hij kijkt in dat kader nu ook anders naar de motie van enkele
jaren geleden, waar hij mede-indiener van was. Maar in het coalitieakkoord zijn nu eenmaal andere
afspraken gemaakt.
Spreker stelt voor de discussie over parkeren te voeren als die kwestie aan de orde is en niet in het
kader van de jaarstukken. Hij is al ingegaan op de eerste twee punten uit het dictum van de motie van
LOS, maar komt erop terug als het college richting zijn eerste begroting wat dit betreft heeft gekozen voor
een bepaalde werkwijze. Als LOS dat niet goed genoeg vindt, kan LOS daarop terugkomen.
Spreker is niet voornemens het positieve resultaat in te zetten voor lastenverlaging van
Schiedammers, want het gaat om een incidenteel resultaat, terwijl een lastenverlaging voor meer jaren
geldt. Van de provincie mogen incidentele middelen niet worden gebruikt voor terugkerende kosten. Het
college stelt wat dat betreft voor om met de huidige middelen op basis van inhoudelijke ambities keuzen te
maken. Het verlagen van de belasting kan zo’n keus zijn.
Mevrouw Allart wil nog weten, in relatie tot het bomengeld, wanneer die bomen er gaan komen.
Volgens de heer Karens maakt die kwestie onderdeel uit van de portefeuille van de heer Van
Gulik.
Mevrouw Van Dijk onderschrijft de zorg over de daling van het aantal
schuldhulpverleningstrajecten. De verklaring van die daling hangt samen met complexe en langdurige
schulden bij heel kwetsbare groepen mensen. In die groepen is het percentage uitval ook hoog. Maar ook
de capaciteit speelt mee en er is vaak sprake van late aanmeldingen. Dat is overigens niet uniek voor
Schiedam. Het is een landelijke trend. Vroegtijdige signalering van de schulden en de problematiek
daarachter is dus van het grootste belang. In de Regionale Visie Armoede en Schulden van 2025-2028 ligt
de focus daarom op preventie, vroegsignalering, nazorg, laagdrempelige hulp en een integrale aanpak door
samenwerking tussen alle partners in het veld. Stroomopwaarts krijgt in dat kader de opdracht om meer in
te zetten op vroegsignalering. Maar ook het welzijnswerk, de preventieve kant dus, gaat zich daarmee
bezighouden.
De aanpak van femicide is inderdaad cruciaal, dus het mag niet alleen bij een plan van aanpak
blijven. In de unaniem aangenomen motie van het CDA is verzocht om een plan van aanpak en dat is
onlangs naar de raad gestuurd. In dat plan wordt ingezet op een versterking van de vroegtijdige
signalering en een betere samenwerking tussen zorg en veiligheid. Op die manier wordt gericht gewerkt
aan het doorbreken van geweldspatronen bij plegers en potentiële plegers. Voor de komende jaren zijn
hiervoor gelden gereserveerd. Voor 2026 is al gestart met de uitvoering, maar voor 2027 en de jaren erna
wil het college graag met de raad in gesprek om verdere input te krijgen. Het college wil de raad ook graag
14
meenemen in de verdere plannen. De raad krijgt voor het zomerreces nog een raadsinformatiebrief, met
daarin het verzoek om snel na het zomerreces met elkaar van gedachten te wisselen over deze kwestie.
De heer Van Gulik is het met mevrouw Feddema eens dat de cultuursector in Schiedam
springlevend is, zoals blijkt uit het feit dat de inwoners van Schiedam het culturele aanbod waarderen met
een 7 maar ook uit het groeiende aantal unieke bezoekers aan de culturele instellingen en evenementen.
Ook in de raad heeft het culturele aanbod de afgelopen jaren volop aandacht gekregen. Zoals bekend is per
1 januari 2026 de nieuwe subsidiesystematiek voor de cultuursector ingevoerd. Voor er vooruit wordt
gekeken naar eventuele nieuwe investeringen of de verdere ontwikkeling van het cultuurbeleid vindt
spreker het belangrijk samen met de raad te evalueren hoe de nieuwe systematiek in de praktijk
functioneert. Op 12 juni heeft de raad hierover een raadsinformatiebrief ontvangen en binnenkort
ontvangt deze tevens een uitnodiging om gezamenlijk terug te kijken op de invoering van de nieuwe
systematiek met als doel te komen tot een zorgvuldige en volledige evaluatie. Hij heeft er vertrouwen in
dat daarna op basis van de uitkomsten raad en college gezamenlijk vooruit kunnen kijken naar de
toekomst van het cultuurbeleid in Schiedam.
Spreker merkt op dat de kwaliteit van de buitenruimte werd beoordeeld met 54%. Op school was
dat een 5,4 en daarmee ga je niet over. De buitenruimte heeft dus extra aandacht nodig. Als hij naar het
Stadserf fietst, komt hij door het Beatrixpark en hij ziet dat het daar na een warme dag wel een rommeltje
is. Ook bijplaatsingen bij afvalcontainers en grofvuildumpingen blijven hardnekkige problemen. Een
schonere buitenruimte is daarom voor het college topprioriteit en het zal daarop stevig inzetten. Aan het
einde van de bestuursperiode mag de raad hem daarop aanspreken. Aan de andere kant moet men ook
realistisch zijn. Afval zet zichzelf niet naast een container, grofvuil dumpt zichzelf niet op een
parkeerplaats en lege vleesverpakkingen belanden niet uit zichzelf naast een barbecue. Het gaat dan ook
vooral om een gedragsvraagstuk.
De heer Reuderink releveert dat de wethouder zegt dat men hem over vier jaar ter
verantwoording mag roepen. Hij vraagt of de heer Van Gulik niet vindt dat de raad dat tussentijds ook mag
doen.
De heer Van Gulik zegt dat het tussentijds natuurlijk ook mag.
Het gedragsvraagstuk zal een combinatie zijn van voorlichting, handhaving en goede en zichtbare
schoonmaak van de openbare ruimte. Hij vertrouwt dat de raad en het college daarover in de komende
periode vaak met elkaar in gesprek gaan.
Spreker zegt dat het college op 16 juni een besluit heeft genomen over de bomenschuld. Via de
berap die de raad na het zomerreces zal ontvangen, zal de raad een voorstel bereiken over de financiering.
Onder voorbehoud van vaststelling van de berap zal het college maatregelen treffen om te voldoen aan de
herplantingsplicht in Schiedam.
De heer Koek memoreert dat de heer Van Gulik heeft gezegd dat de buitenruimte en het opruimen
van de rotzooi extra aandacht nodig hebben maar hij mist nog iets van een concreet plan. Hij vraagt of de
wethouder daarover iets meer kan vertellen en hoe deze denkt om dit buiten Irado om te doen.
De Voorzitter merkt op dat de heer Koek ervoor heeft gekozen in de eerste termijn geen inbreng
te leveren en ook niets te zeggen over de onderwerpen die deze nu aan de orde stelt. Zijns inziens zijn is de
vraag die deze nu stelt niet kort te beantwoorden. Hij wil de wethouder echter in de gelegenheid stellen
deze nu te beantwoorden als hij denkt dat te kunnen.
De heer Van Gulik wijst erop dat het college aan zijn vijfde week bezig is. Er zijn goede ideeën
maar concrete plannen vragen nog op uitwerking door het college. Dat zal de komende maanden
gebeuren.
Mevrouw Feddema dankt de wethouder voor de beantwoording van haar vragen. Zij vraagt of de
positieve resultaten die blijken uit de jaarstukken hem uitnodigen om groot te denken op het gebied van
cultuur en buiten de gebaande paden van het coalitieakkoord te treden.
De heer Van Gulik heeft mevrouw Feddema gehoord.
15
De heer Kahramanoğlu stelt vast dat partijen nogal eens verschillen over wat de hoeksteen van
de samenleving is. Voor een robuust gebouw heb je verschillende hoekstenen nodig. Wat hem betreft zijn
de maatschappelijke voorzieningen in de stad zo’n hoeksteen. Hij zegt dat het college heeft gepoogd
invulling te geven aan de opdracht van de raad om zoveel mogelijk vastgoed te verkopen. Tegelijkertijd
staat in het coalitieakkoord dat het het belang van de maatschappelijke organisaties ondersteunt en dat het
college graag wil meedenken over de manier waarop deze voor de stad kunnen worden behouden. Zoals
zijn voorganger al aangaf is in de komende tijd ruimte nodig om het verder uit te werken en het college zal
bezien op welke manier gemeentelijk vastgoed daarvoor mogelijk kan worden ingezet.
De heer Hekman neemt aan dat de wethouder begrijpt dat het CDA er altijd bij is als het over
hoekstenen gaat. In het coalitieakkoord staat dat sport wordt gezien als de hoeksteen van Schiedam maar
hij hoort de wethouder nu zeggen dat het veel breder moet worden geïnterpreteerd.
De heer Kahramanoğlu zegt dat verschillende hoekstenen nodig zijn om een goed geheel te
vormen en daarvan is sport er een.
De heer Reuderink constateert dat meermaals op persoonlijke titel wordt gesproken. Hij vraagt of
hij de toezegging heeft dat het strikte “wij verkopen al het niet strategische vastgoed” hiermee van de baan
is als er een ander maatschappelijk doel mee wordt gediend.
De heer Kahramanoğlu zegt dat in het coalitieakkoord staat dat het college wil onderzoeken
welke rol de gemeente kan spelen als het gaat om de huisvesting van maatschappelijke voorzieningen. Dat
betekent overigens niet dat de gemeente wildcards kan trekken om alles op alles te zetten om deze hier te
behouden maar het betekent wel dat er wellicht op een andere manier, anders dan in de vorige periode,
invulling aan kan worden gegeven.
De heer Reuderink is misschien te optimistisch maar ziet het als een toezegging waar hij blij mee
is.
De heer Bouts zegt tegen de heer Kondu dat de vaststellingsovereenkomst inzake de
Staatsliedenbuurt uit 2024 wordt uitgevoerd en dat de uitspraken in die overeenkomst zijn ook
bekrachtigd in de prestatieafspraken met Woonplus en met de raad gedeeld. Het gezamenlijke projectteam
is volop aan het werk om het project vorm te geven en zit op het ogenblik in de voorbereidende fase. Het
college is met meerdere activiteiten op dit moment parallel bezig. Helaas vergen dit soort projecten en het
verloop dat het heeft gekend een lange adem. Er spelen projectspecifieke factoren zoals afstemming over
mobiliteitsoplossingen, externe factoren, waaronder bezwaar- en beroepsprocedures en congestie. Met het
oog daarop heeft het college de raad uitgenodigd voor een raadsinformatieavond op 15 september waar het
de raad verder zal informeren. Dat houdt allemaal het risico van vertraging in, wat ook geldt voor andere
projecten dan de Staatsliedenbuurt.
Zoals naar voren komt in het coalitieakkoord zet het college in op verbetering van de sociale
woningvoorraad, iets waarvan dit project een goed voorbeeld is. Onder andere om die reden heeft het zijn
volste aandacht. In Q3 wordt de raad verder geïnformeerd en verstrekt het college een
raadsinformatiebrief waarin de voortgang en de actuele gang van zaken worden gepresenteerd.
De heer Kondu vraagt of de stand van zaken Woonplus en de opgave die de gemeente heeft inzake
sociale woningbouw betreft.
De heer Bouts zegt dat het om de Staatsliedenbuurt gaat.
Tegen de heer Van Katwijk zegt spreker dat woningen niet altijd te renoveren zijn. Het college staat
op grond van het coalitieakkoord voor kwalitatief goede huurwoningen en een goede sociale
woningvoorraad. Daarbij wordt wel altijd een zorgvuldige afweging in acht genomen. De ene keer gaat het
over schimmelwoningen die het college niet wil renoveren maar wil vervangen door kwalitatief goede
woningen of een andere mogelijkheid. Het uitgangspunt blijft een goede socialehuurwoningvoorraad en
dat de sociale huurwoningen die worden gesloopt worden teruggebouwd.
Spreker zegt dat het college voor goede dienstverlening vanuit de ambtelijke organisatie staat, een
plan dat goed aansluit bij de uitdagingen en de ambities die zijn geformuleerd in het coalitieakkoord en
datgene wat Schiedam in de komende jaren nodig heeft. Het college ziet dat de personele ontwikkeling een
volgende stap moet maken. Het plan dat het vorige college heeft vastgesteld wil hij vanuit zijn rol als
16
wethouder goed doorgronden alvorens te besluiten tot een u-turn of het inslaan van een andere richting.
Soms is vertragen goed maar soms is het ook beter om een noodverband te plakken. Hij gaat met de
organisatie in overleg om na te gaan wat nu nodig is en wat straks. Hij wil het goed doorgronden en zegt
toe het ordentelijk te onderbouwen en erop terug te komen.
De heer Van Katwijk vraagt of de 20 locaties die indertijd zijn bekeken voor de aanwijzing van
het azc ook een mogelijkheid zijn voor sociale huurwoningen.
De heer Bouts heeft die informatie nu niet paraat.
De Voorzitter stelt vast dat hiermee de eerste termijn van de behandeling van het voorstel tot een
einde is gekomen en geeft het woord weer aan de raad.
De heer Maris zou als het om realistisch begroten gaat prima kunnen leven met anderhalf procent.
Hij vraagt of het college daarop inzet voor de komende begroting. Hij heeft de wethouder naar hij meent
horen zeggen dat wordt gekeken naar het terugdraaien van de bezuinigingen. Hij verzoekt hem dit te
bevestigen en begrijpt dat hij nog niet kan zeggen welke het zijn.
Spreker is erg blij met de agendering van de jaarstukken en het feit zij niet langer een
ondergeschoven kindje zijn bij de behandeling van de Zomernota. De behandeling van de jaarstukken is
het einde van de cyclus. Gelet op de controlerende taak van de raad vindt hij het belangrijk, er goed
aandacht aan te besteden. Hij loopt hier al een tijdje rond maar stelt vast dat het de eerste keer is dat bijna
alle fracties erover spreken en er daadwerkelijk vragen over worden gesteld. Aan de andere kant moet hij
de heer Reuderink een klein beetje gelijk geven. Het zou niet nodig moeten zijn dat alle wethouders
antwoorden, behalve als het gaat om terugkijkvragen. Er worden nu heel veel toekomstgerichte vragen
gesteld en de heer Reuderink heeft er gelijk in dat die eigenlijk bij de behandeling van de Zomernota
moeten worden gesteld.
De heer Reuderink maakt het feit dat hij een beetje gelijk krijgt van de heer Maris, wat deze
ongetwijfeld zeer zal doen, bijzonder gelukkig.
Het doet de heer Maris geen zeer maar deugd.
Spreker dankt mevrouw Rotteveel dat zij punt 3 uit het dictum heeft gehaald. Desondanks zal hij de
motie niet steunen, aangezien het reëel begroten al in het coalitieakkoord staat en hij de wethouder heel
duidelijk heeft horen zeggen dat hij dit gaat doen. In het eerste punt van het dictum wenst mevrouw
Rotteveel een analyse van de structurele oorzaken van de begrotingsloverschotten. Analyse vergt
onderzoek en ambtelijke inzet en wat PRO betreft zit die analyse al bij de stukken.
De heer Hekman komt terug op het gestelde door de heer Karens dat de ozb-verhogingen van de
afgelopen jaren niet worden teruggedraaid. Ook zei de wethouder op persoonlijke titel dat hij liever een
tekort in plaats van een overschot heeft. Spreker krijgt daar graag iets meer context van. Het CDA ziet dat
absoluut niet zitten, maar wellicht sommige coalitiepartijen ook niet, want die hadden het over gedegen
financiën. Het voortschrijdend inzicht van de wethouder is overigens wel heel interessant. Spreker kondigt
daarom alvast een motie over de ozb aan, want misschien is er ook bij andere partijen sprake van
voortschrijdend inzicht op dit punt.
De heer Maris is benieuwd wat de heer Hekman ervan zou vinden als er geen sprake was van een
overschot van €23 miljoen, maar een tekort van een half miljoen. Was hij dan niet veel blijer geweest?
De heer Hekman gaat niet antwoorden op alsdan-vragen. Er is nu geen tekort en de situatie van
een tekort heeft spreker niet binnen de fractie besproken. Er moet gewoon realistisch worden begroot.
Spreker zou wel het liefst op nul uitkomen. Daarom is hij heel benieuwd naar de analyse van hoe men tot
dat overschot van €23 miljoen is gekomen, want misschien zijn daar goede redenen voor.
Overigens nog wel een compliment aan het adres van wethouder Kahramanoğlu over die
hoekstenen. Daar komt spreker nog een keer op terug.
Mevrouw Rotteveel kent de wethouders, op eentje na, nog niet echt. Daarom vindt ze het prima
dat de raad een beetje druk op de ketel zet door middel van haar motie.
17
Mevrouw Allart komt terug op het gestelde door de wethouder over de uitholling van het
maatschappelijk vangnet. Zijn antwoord over het stoppen van de leegloop daarvan is verwarrend. In het
coalitieakkoord staat dat maatschappelijke organisaties zelf verantwoordelijk zijn voor hun locatie en dat
de gemeente alleen faciliteert. Wat bedoelde de wethouder met zijn opmerking over het stoppen van de
leegloop van maatschappelijke organisaties in Schiedam, zoals het Tamboer-, Trompetter- en
Majorettekorps Juliana, dat is gestopt, en Kringloopwinkel Gewoon Goed, die ook is gestopt? Hoe wordt
ervoor gezorgd dat de Stichting Net Niet Genoeg en de Rijnmondband nog wel vele jaren kunnen
doorgaan?
De heer Koek heeft van de eerste termijn afgezien, omdat hij had voorspeld dat heel veel van wat
de fractie vindt, toch wel zou worden gezegd. Ook de fractie van FvD vindt bijvoorbeeld dat er realistisch
moet worden begroot. Maar spreker wil in tweede termijn wel iets zeggen. In het interruptiedebatje tussen
D66 en de VVD ging het over de vraag of het overschot al of niet deels moet worden ingezet ter verbetering
van de eigen organisatie. FvD is daarover een motie of amendement aan het voorbereiden. Het is namelijk
misschien interessant een bepaald bedrag uit de Algemene Reserve opzij te zetten voor een onderzoek naar
het opzetten van een R&D-afdeling, zodat de organisatie soepeler kan draaien. Daarmee krijg je ook meer
grip op de ondercapaciteit en de huidige begroting. Spreker vindt het leuk om daar in alle openheid voor te
lobbyen, liever dan dat via de achterkamertjes te doen. Hij is benieuwd hoe de fracties en het college
daarover denken.
Volgens de Voorzitter heeft de heer Koek iets gedaan wat heel ongebruikelijk is. In tweede
termijn kom je normaliter terug op wat er in eerste termijn is besproken. De heer Koek doet dat op een
heel slimme manier, maar zijn vrij technische opmerkingen hebben geen betrekking op de jaarstukken.
Het kan dus zijn dat het college daar vandaag nog niet op wil reageren. De heer Koek kan er wellicht beter
op terugkomen bij de behandeling van de Zomernota.
De heer Koek heeft daar geen probleem mee.
De Voorzitter constateert dat de tweede termijn van de raad daarmee is afgerond. Nu is het
woord weer aan het college, als eerste aan de heer Karens.
De heer Karens ziet graag dat de raad een keer discussieert over het percentage van
onderbesteding dat hij aanvaardbaar vindt en waarop vervolgens zou kunnen worden gestuurd. Dan kan
dat percentage ook als doelstelling bij de begroting en de jaarrekening worden gehanteerd, maar het wel
handig als dat nog niet direct voor de eerste begroting gaat gelden. Want als er sprake is van
onderbesteding, moet je ombuigen en de oorzaken daarvan aanpakken, zodat de onderbesteding de
komende jaren naar beneden kan. Het is niet doenlijk om in één jaar van het huidige overschot naar een
volledig beheersbare begroting te gaan. Het is daarom beter om met de afdeling Financiën te kijken naar
een realistische termijn daarvoor.
De heer Hekman begrijpt dat, maar nu legt de wethouder een actie bij de raad neer die spreker
lastig vindt. Wellicht kan de wethouder met voorstel komen waarover de raad vervolgens kan discussiëren.
De heer Karens neemt die vraag mee, want hij kan zich op dit punt een faciliterende rol vanuit het
college, dan wel de afdeling Financiën, in samenwerking met de Auditcommissie goed voorstellen.
Een kwestie als realistisch begroten is overigens niet zo voorspelbaar. Het is geen koekjesfabriek,
waarbij je van tevoren weet hoeveel je moet inkopen, hoeveel mensen je moet inzetten en hoeveel koekjes
je verkoopt. In gemeenteland weet je vaak gedurende het jaar niet wat je nog kunt doen, of de kosten
plotseling anders zijn en waar nog budget voor komt. Voorts is sprake van verschillende
financieringsstromen, en andere opbrengsten.
Over het terugdraaien van bezuinigingen merkt spreker op dat het college momenteel kijkt naar de
prioriteiten in de begroting voor komend jaar. Die kunnen uit het coalitieakkoord komen, maar het kan
ook gaan om het corrigeren van bezuinigingen waartoe eerder is besloten. Maar het terugdraaien van de
ozb-verhogingen maakt daar om meer redenen geen deel van uit. Hierover zijn namelijk afspraken
gemaakt, maar het zou ook een vrij technische exercitie zijn die door de bestaande regels voor
Schiedammers financieel niet zoveel uitmaakt. Over de systematiek als zodanig laat spreker zich overigens
nog beter informeren door de afdeling.
In de motie van LOS wordt gevraagd om een analyse van de oorzaken en om concrete voorstellen.
Spreker deelt nut en noodzaak daarvan, maar hiervoor hoeft geen druk op de ketel te worden gezet, want
18
veel eerder dan de begroting lukt dat toch niet. Daar komt bij dat het college toch al wilde doen waar in de
motie om wordt gevraagd, dus spreker vraagt zich af of dat nog eens moet worden vastgelegd. Maar hij laat
het oordeel over de motie aan de raad.
Ten slotte komt spreker even terug op zijn opmerking in eerste termijn dat hij liever een tekort
heeft. De afdeling Financiën vindt die opmerking niet heel erg genuanceerd. Dat is prima, maar als spreker
zou moeten kiezen tussen een overschot van €23 miljoen of tekort van een miljoen, kijkend naar de
huidige financiële omstandigheden en zonder dat daar heel rare dingen aan ten grondslag liggen -- een
nuance -- dan kiest hij toch voor het laatste.
De heer Kahramanoğlu onderschrijft het gestelde dat de maatschappelijke organisaties
verantwoordelijk zijn voor hun eigen huisvesting. Toch is het college bereid, kijkend naar het gemeentelijk
vastgoed, om de komende periode te onderzoeken of er opties zijn om zijn rol wat dat betreft te verbreden.
Dat staat overigens ook al in het coalitieakkoord. In het kader van de stadsprogrammering waarover in het
coalitieakkoord wordt gesproken, wordt ook gekeken naar het voorzieningenniveau in deze stad, wat er
minimaal nodig is in de stad, en hoe het staat met de ruimtebehoefte in dat kader. Maar in de
vastgoedportefeuille staan ook objecten die je liever afstoot, misschien vanwege de waarde, misschien
vanwege het benodigde onderhoud dat je zelf liever niet meer doet. Daar moeten dus keuzen in worden
gemaakt.
Volgens mevrouw Allart hebben sommige steden een maatschappelijke portfolio voor vastgoed.
Dat is wellicht een idee voor Schiedam.
De heer Kahramanoğlu vindt het te vroeg om daar al iets over te zeggen, maar het is altijd goed
om na te denken over wat Schiedam op dit gebied minimaal zou moeten hebben.
De heer Bouts zou graag zien dat de heer Koek bij de behandeling van de Zomernota een motie
indient over de R&D-afdeling.
De Voorzitter sluit de beraadslaging en constateert dat hiermee de tweede termijn is afgerond.
Er gaat nu worden gestemd, eerst over het raadsvoorstel en daarna over de motie van LOS en de
LMV. Spreker geeft gelegenheid tot het afleggen van een stemverklaring over het raadsvoorstel.
De heer Hekman stemt in met de Jaarrekening als verantwoordingsdocument.
De Voorzitter brengt het raadsvoorstel in stemming en constateert dat dit bij acclamatie is
aangenomen.
Spreker geeft gelegenheid tot het afleggen van een stemverklaring over de gewijzigde motie.
De heer Reuderink stemt voor de motie.
De heer M. Janssen vindt de motie sympathiek, maar overbodig. De boodschap in het
coalitieakkoord dekt dezelfde lading. De fractie stemt daarom tegen de motie.
De heer Kondu stemt tegen de motie, want DENK wil de wethouder wat meer tijd en ruimte geven
wat dit betreft. In het coalitieakkoord staat ook hetzelfde uitgangspunt als in de motie.
De heer Koek constateert dat het college ook realistisch wil begroten, maar toch is dit een goed
signaal vanuit de raad. Hij gaat voor de motie stemmen.
De heer Hekman gaat ook voor de motie stemmen, want daarin wordt expliciet gevraagd om de
analyse. Daar hecht het CDA aan.
Mevrouw De Groot zal ook voor de motie stemmen.
Mevrouw Feddema onderschrijft het gestelde door de heer Koek. De motie wordt gesteund
vanwege de intentie, al is ze blij met de uitleg van de wethouder.
19
De Voorzitter brengt de gewijzigde motie in stemming en constateert dat de aanwezige leden van
de fracties van 50PLUS, CDA, D66, Forum voor Democratie, Lijst Mark Verspeek, Lokaal Onafhankelijk
Schiedam en de Ouderenpartij Schiedam ervoor hebben gestemd en de aanwezige leden van de overige
fracties ertegen, zodat de motie met 14 tegen 21 is verworpen.
20 Raadsvoorstel zienswijze op de begroting MRDH 2027 en wijziging begroting MRDH
2026
De heer Tuncer heeft in zijn eerdere bijdrage aangegeven dat de fractie de
lijn in de zienswijze steunt, maar ook dat de constatering als zodanig van de
onderbesteding wel wat concreter mag. De MRDH noemt oorzaken als capaciteit en
complexiteit en de fractie herkent dat. Desondanks blijft een en ander te algemeen.
De wethouder gaf aan dat de raad hier voor de begroting geen oplossing voor hoeft
te bedenken, maar dat beoogt de fractie ook niet. De fractie wil wel meer inzicht. Daarom stelt zij in een
amendement voor om de onderbesteding concreter en
meetbaar te maken, zodat daarover meer helderheid ontstaat en de raad kan volgen
of een en ander in de toekomst verbetert. Dat is geen nieuwe koers, maar een
versterking van de controlerende taak van de raad.
De Voorzitter zegt dat door het lid Tuncer het amendement Concretisering
onderbesteding MRDH wordt voorgesteld:
“De raad van de gemeente Schiedam, in vergadering bijeen op 30 juni 2026,
behandelende het voorstel inzake de zienswijze op de begroting MRDH 2027 en de
wijziging begroting MRDH 2026;
Besluit:
Het tweede beslispunt als volgt te wijzigen:
Het dagelijks bestuur van de MRDH te informeren over de zienswijze middels
bijgevoegde brief (26UIT02245), met dien verstande dat de volgende tekst wordt
toegevoegd als derde alinea onder het kopje 'Financiële uitdagingen':
'Voorts verzoeken wij u om jaarlijks op een transparante en meetbare wijze inzicht te
geven in de omvang van eventuele onderbesteding, de belangrijkste oorzaken
daarvan en de voortgang en effectiviteit van maatregelen om onderbesteding te
verminderen.'
Toelichting:
De MRDH erkent dat middelen niet volledig tot besteding komen door
capaciteitsproblemen, complexiteit en vertragingen in projecten. Hoewel deze
oorzaken worden benoemd, ontbreekt voldoende inzicht in waar en in welke mate dit
speelt. Beter inzicht helpt de raad om de ontwikkeling te volgen en zijn controlerende
rol goed te vervullen,
en gaat over tot de orde van de dag.”
Dit amendement krijgt het nummer A1.
Volgens de heer Karens is het amendement in lijn met de zienswijze, dus hij
laat het oordeel aan de raad.
De heer Tuncer is toch benieuwd wat de wethouder van het amendement
vindt.
De heer Karens vindt het goed dat er aandacht is voor de onderbesteding bij
de MRDH. Hij nodigt de heer Tuncer daarom graag uit om lid te worden van de
Rekencommissie van de MRDH, samen met mevrouw De Groot, want dan kan hij
zich daar daadwerkelijk voor inzetten. Dat is ook de plek waar de informatie kan
20
worden gevonden. Spreker vermoedt dat mevrouw De Groot best bereid is om dat
samen met de heer Tuncer te doen. In het amendement wordt echter een derde
alinea toegevoegd, terwijl in de eerste alinea ook al iets staat over de
onderbesteding, maar het signaal is goed.
De Voorzitter stelt de stemming over amendement A1 aan de orde en
constateert dat het amendement bij acclamatie is aangenomen.
Vervolgens brengt spreker het gewijzigde raadsvoorstel in stemming en
constateert dat het met algemene stemmen is aangenomen.
21. Raadsvoorstel Zienswijze Beleidsplan 2027-2031 Veiligheidsregio Rotterdam
Rijnmond
Mevrouw Allart stelt de vraag aan de orde wat er met de dieren gebeurt als zich in Schiedam een
ramp voordoet, bijvoorbeeld een overstroming, een incident met gevaarlijke stoffen of een uitbraak van
vogelgriep. Dieren zijn dan vaak volledig afhankelijk van menselijk handelen. Juist daarom is goede
voorbereiding essentieel, niet alleen voor dierenwelzijn maar ook voor de veiligheid van mensen. Het is
bekend dat inwoners soms niet willen evacueren zonder hun huisdier of zelfs risico’s nemen om hun dier
te redden. Als dieren niet worden meegenomen in crisisbeleid kan het ook Schiedammers in gevaar
brengen. Daarom vindt de Partij voor de Dieren dat dieren structureel onderdeel moeten zijn van
crisisbeleid. Landelijk is deze ontwikkeling al ingezet. Naar aanleiding van Kamermoties is gevraagd
dieren structureel op te nemen in crisisdraaiboeken en landelijk uniforme afspraken te maken over
professionele dierenhulp bij calamiteiten. Ook in de regio Rotterdam Rijnmond zijn al stappen gezet. In
2005 zijn gesprekken gestart tussen de veiligheidsregio en Stichting Dieren in rampen en inmiddels is er
voor deze regio ook een coördinerende dierenhulporganisatie aangewezen. Juist daarom valt op wat niet in
het beleidsplan staat. In het conceptbeleidsplan van de veiligheidsregio wordt helemaal geen aandacht
besteed aan dieren bij ramp en crisis. Spreekster vindt dat een duidelijke omissie, een gemiste kans die
gelukkig eenvoudig is te herstellen. Daarom dienen de fracties van de PvdD, de LMV, 50Plus, LOS en PRO
Schiedam het amendement Dieren tellen mee in het beleid van de veiligheidsregio in. Met dit
amendement vragen zij niet om een geheel nieuwe aanpak. Zij vragen de veiligheidsregio vooral om de
ontwikkelingen die al in gang zijn gezet zichtbaar op te nemen in het definitieve beleidsplan. Spreekster is
blij dat de burgemeester al heeft aangegeven dat hij zich hard wil maken voor dierenwelzijn in rampen en
crises in de regio en in Schiedam. Naar zij betoogt moet men bij een ramp niet pas nadenken over dieren
als het al misgaat. Dat moet vooraf goed worden geregeld. Met dit amendement geeft Schiedam naar zij
opmerkt een helder signaal af dat crisisbeleid gaat over veiligheid van mens en dier. Zij vraagt de raad
daarom om steun voor dit amendement.
De Voorzitter zegt dat door de fracties van de PvdD, de LMV, LOS en PRO Schiedam het
amendement Dieren tellen mee in het beleid van de VRR wordt voorgesteld:
De raad van de gemeente Schiedam, in vergadering bijeen op 30 juni 2026,
gelezen het raadsvoorstel 26VR023 over de Zienswijze Beleidsplan 2027-2031 van de Veiligheidsregio
Rotterdam-Rijnmond,
besluit het tweede beslispunt als volgt te wijzigen:
De volgende zienswijze in te dienen op het Beleidsplan 2027-2031 (26BJ00987) van de VRR:
Geacht bestuur van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond:
U heeft ons bij schrijven van 23 april het concept Beleidsplan 2027-2031 aangeboden ten behoeve van de
zienswijzeprocedure. Hierbij doen wij u de reactie van de gemeente Schiedam toekomen.
Wij hebben kennisgenomen van het Beleidsplan 2027-2031, waarin inzicht wordt gegeven in de
voorgenomen ontwikkelingen en speerpunten voor de komende vier jaar, evenals de opgaven waar de
21
Veiligheidsregio zich op zal richten. De raad maakt graag gebruik van de mogelijkheid om hierop een
zienswijze in te dienen.
Dieren bij rampen en crises
De gemeenteraad verzoekt de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond om in het definitieve beleidsplan
aandacht te besteden aan de ontwikkelingen rondom de integratie van dieren in de crisisbeheersing.
Daarbij verzoeken wij de samenwerking met Stichting Dieren in Rampen en de Coördinerende
Dierenhulporganisatie als crisispartner voor dieren te benoemen.
Hiermee wordt zichtbaar invulling gegeven aan het programma Dieren in Rampen en Crises. Dit
programma volgt uit Kamermoties uit 2022 en 2023 en de daaropvolgende opdracht aan de Vakraad
Risico-en Crisisbeheersing, waarin is verzocht dieren structureel op te nemen in crisisdraaiboeken en
landelijk uniforme afspraken te maken over professionele dierenhulp bij calamiteiten.
Binnen de regio zijn hiervoor al belangrijke stappen gezet. In 2025 zijn gesprekken gestart tussen de
Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond en Stichting Dieren in Rampen. Door deze ontwikkelingen in het
beleidsplan op te nemen, wordt duidelijk hoe de hulp aan dieren wordt verankerd in de relevante plannen,
protocollen en samenwerkingsafspraken.
Deze ontwikkelingen raken rechtstreeks aan de taken van de Veiligheidsregio en aan de wijze waarop zij de
veiligheid van mens én dier vorm gaan geven in de komende jaren. Wij verzoeken u deze zienswijze te
betrekken bij de definitieve vaststelling van het Beleidsplan 2027-2031.
Wij hopen u hierbij voldoende te hebben geïnformeerd."
22
Het derde beslispunt als volgt te wijzigen:
De VRR middels uitgaande brief te informeren conform de hierboven opgenomen
zienswijze.
Dit amendement krijgt het nummer A2.
De heer Koek vraagt hoe breed “dieren” moet worden gezien. Gaat om de huisdieren
of ook de mieren in het bos?
Mevrouw Allart zegt dat het om dieren maar niet om landbouwdieren en insecten
gaat.
De heer Reuderink vraagt of koeien wel mogen verdrinken.
Mevrouw Allart antwoordt dat de veiligheidsregio daar niet over gaat.
De Voorzitter zegt dat de eerste locoburgemeester namens het college zal reageren
omdat de burgemeester nog niet in de vergadering is verschenen.
Mevrouw Van Dijk zegt dat het college geen belemmering constateert om wel een
zienswijze in te dienen en laat het oordeel over het amendement over aan de raad omdat het
gaat om de zienswijze van de raad.
De Voorzitter brengt het amendement A2 in stemming en stelt vast dat de leden van
de fracties van AvS, FvD en de VVD tegen het amendement hebben gestemd en de aanwezige
leden van de overige fracties ervoor, zodat het met 24 tegen 11 stemmen is aangenomen.
Vervolgens brengt spreker het gewijzigde raadsvoorstel in stemming en stelt vast dat
dit met algemene (35) stemmen is aangenomen.
22. Sluiting
De Voorzitter dankt allen voor hun aanwezigheid en inbreng en sluit te 22.06 uur de
vergadering.
Vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van 6 oktober 2026.
de griffier, de voorzitter,
mr. A. van der Lugt mr. H.M. Bergmann
23
Tekst uit PDF geëxtraheerd