Home › Amsterdam › Document
Expertmeeting Chemsex
Raadsvoorstel
| Type | Raadsvoorstel |
| Gemeente | Amsterdam |
| Datum | 2026-10-08 |
| Bron | Download brondocument → |
Document
Geëxtraheerde tekst
Brandbrief
Aan: Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam en de gemeenteraad
Betreft: Borg de aanpak van chemsexproblematiek in Amsterdam voordat essentiële expertise
verloren gaat
Datum: 2 september 2026
Geacht college, geachte leden van de gemeenteraad,
Als organisaties die deel uitmaken van het Amsterdams Chemsex Overleg en vanuit
verschillende perspectieven betrokken zijn bij de aanpak van chemsexproblematiek in
Amsterdam, maken wij ons grote zorgen over de toekomst van deze aanpak en daarmee ook
over de ondersteuning van Amsterdammers die door chemsex in de problemen raken.
Chemsex — het gebruik van specifieke middelen om de seksbeleving te intensiveren — komt
met name voor bij mannen die seks hebben met mannen (MSM) en bij transgender personen.
Ook binnen andere groepen, zoals jongeren, swingers en sekswerkers, komt geseksualiseerd
drugsgebruik voor. Dit wordt echter niet aangeduid als chemsex, omdat bij chemsex specifieke
sociaal-culturele factoren een rol spelen die voornamelijk kenmerkend zijn voor MSM en
transgender personen (Stuart 2019). Een recente landelijke survey onder MSM en genderdiverse
personen laat zien dat bijna een derde (31%) van de respondenten in Noord-Holland, inclusief
Amsterdam, in de afgelopen zes maanden chemsex had. Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat
landelijk 7,6% van de respondenten in de afgelopen zes maanden drugs injecteerde (Adam
2025). Kenmerkend voor chemsex zijn langdurige sekssessies, doorgaans thuis en met meerdere
deelnemers. Van de Nederlandse MSM die chemsex hebben, ervaart 9% een negatieve invloed
op het dagelijks functioneren (Evers 2020).
Chemsexproblematiek is een complex vraagstuk op het snijvlak van seksuele gezondheid,
mentale gezondheid, verslavingszorg, inclusie en gelijke toegang tot ondersteuning. Vanuit onze
praktijk zien wij dat een deel van de mensen die aan chemsex deelnemen vastloopt, afhankelijk
raakt, psychische problemen ontwikkelt of in een sociaal isolement terechtkomt. Deze
problematiek kan leiden tot ernstige, soms acute gezondheidsproblemen, een ingrijpende
ontwrichting van het dagelijks leven en suïcidale gedachten. Uit onderzoek van de GGD
Amsterdam onder 438 respondenten bleek dat 142 deelnemers (30,9%) iemand kenden die was
overleden als gevolg van chemsex. Van deze groep gaf ruim de helft (74 personen; 52,9%) aan
zelfs meerdere personen te kennen die hieraan waren overleden (Van den Dungen, manuscript
in voorbereiding). Hoewel chemsexgerelateerde incidenten en sterfgevallen niet structureel
worden geregistreerd door politie en ambulancezorg, signaleren de politiemedewerkers van
Roze in Blauw met enige regelmaat dergelijke gevallen.
Internationale richtlijnen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO 2022) en het European
Centre for Disease Prevention and Control (ECDC 2015), evenals onderzoek uit Nederland, laten
zien dat een effectieve aanpak vraagt om een laagdrempelige, niet veroordelende en
geïntegreerde ondersteuning waarin seksuele gezondheid, mentale gezondheid en
verslavingszorg nauw met elkaar verbonden zijn en met elkaar samenwerken (WHO 2024).
Wat Amsterdam heeft opgebouwd en nu dreigt te verliezen
Amsterdam heeft de afgelopen jaren geïnvesteerd in kennisontwikkeling, samenwerking en de
start van een aanpak rond chemsexproblematiek. Daardoor is een waardevol en groot netwerk
ontstaan van zorginstellingen, preventieorganisaties, onderzoekers, ervaringsdeskundigen en
maatschappelijke partners die elkaar weten te vinden en gezamenlijk verantwoordelijkheid
nemen voor een problematiek die vraagt om maatwerk. Het belang van een sterke en goed
toegankelijke chemsexzorgketen in Amsterdam wordt onderbouwd door onderzoek van de GGD
Amsterdam. Hieruit blijkt dat inwoners van Amsterdam ruim twee keer zo vaak problematische
chemsex ervaren als deelnemers die elders wonen, wat wijst op een verhoogde zorgbehoefte
binnen de stad (van den Dungen, manuscript in voorbereiding).
Tegelijkertijd staat de infrastructuur die de afgelopen jaren is opgebouwd om deze problematiek
aan te pakken onder druk als gevolg van het wegvallen van financieringsstromen en het
ontbreken van duurzame borging. Doordat Mainline haar activiteiten heeft moeten staken, is er
een groot gat ontstaan in zowel de landelijke als de Amsterdamse aanpak van chemsex.
Laagdrempelige ondersteuning als brug naar zorg weggevallen
Mainline vervulde een belangrijke rol in het laagdrempelig ondersteunen van mensen die
twijfelen over hun chemsexgebruik en verandering overwegen. Uit onderzoek blijkt dat dit geldt
voor 28% van de MSM en genderdiverse personen, terwijl slechts 13% professionele hulp zoekt
(Adam 2025). Voor velen speelt een dubbel taboe: zowel middelengebruik als seksualiteit en
seksuele identiteit zijn beladen onderwerpen.
Via online consulten, gespreksgroepen en lotgenotencontact bood Mainline een veilige
omgeving voor mensen die vanwege schaamte nog geen professionele hulp zochten of daar nog
niet aan toe waren. Zonder verwijzing konden zij hun ervaringen delen en ondersteuning krijgen.
Daarmee droegen deze activiteiten bij aan vroegsignalering, preventie en tijdige toeleiding naar
passende zorg. Daarnaast leverden zij waardevolle praktijkkennis op over trends in
middelengebruik, de behoeften van de doelgroep en knelpunten in het ondersteuningsaanbod.
De gevolgen van het wegvallen van Mainline laten zich inmiddels voelen. Mensen die voorheen
bij Mainline terecht kwamen, melden zich nu bij andere organisaties binnen de
chemsexzorgketen. Die organisaties beschikken echter niet over voldoende capaciteit en
middelen om deze ondersteuning over te nemen.
Waarom deze brief, waarom juist nu?
Door de schaamte, het stigma en de morele oordelen rond chemsex is laagdrempelige
ondersteuning essentieel voor mensen die vragen hebben over hun gebruik of verandering
overwegen. Met het wegvallen van Mainline verdwijnt niet alleen specialistische expertise, maar
ook een belangrijke toegangspoort tot zorg voor mensen die de reguliere hulpverlening moeilijk
bereiken.
Juist daarom schrijven wij deze brandbrief. Dit is het moment om de opgebouwde kennis,
samenwerking en ondersteuning rond chemsex duurzaam te borgen, voordat deze infrastructuur
verder afbrokkelt. Daarmee voorkomen we dat mensen die hulp nodig hebben uit beeld raken en
problemen escaleren.
De verantwoordelijkheid van Amsterdam
De vraag is of Amsterdam bereid is regie te nemen op een vraagstuk waarvan de risico's al
jarenlang bekend zijn. Een vraagstuk dat niet vanzelf verdwijnt wanneer financiering stopt, maar
juist groter wordt wanneer kennis en ondersteuning wegvallen. De maatschappelijke gevolgen
van niets doen zijn groot, niet alleen voor de mensen die hiermee te maken hebben, maar ook
voor hun omgeving, de zorg en de stad als geheel.
Dat is extra betekenisvol in een jaar waarin Amsterdam met trots WorldPride organiseerde.
Terecht vierden wij vrijheid, zichtbaarheid, gelijkwaardigheid, diversiteit en inclusie. Maar een
stad die Pride viert, heeft ook de verantwoordelijkheid om te investeren in passende
ondersteuning voor de mensen die buiten beeld raken. Voor mensen in de homo- en trans
gemeenschap die leven met psychische problematiek, afhankelijkheid, eenzaamheid of een
geschiedenis van afwijzing of trauma, en voor wie chemsex onderdeel is geworden van een
grotere worsteling.
Onze oproep
Wij roepen het college en de gemeenteraad daarom op de noodzakelijke specialistische
activiteiten rondom chemsex structureel te borgen en hierover op korte termijn met ons in
gesprek te gaan. Niet alleen om bestaande expertise te behouden, maar vooral om te
voorkomen dat mensen tussen wal en schip raken.
Deze brandbrief gaat niet alleen over de toekomst van enkele activiteiten die om een relatief
beperkte investering vragen. Zij gaat ook over de vraag wat voor stad Amsterdam wil zijn. Een
stad die pas handelt wanneer mensen in crisis raken, of een stad die signalen serieus neemt en
investeert in preventie voordat mensen uit beeld verdwijnen.
Wie Pride omarmt, kan niet wegkijken van de mensen die op moeilijke momenten van hun leven
ondersteuning nodig hebben. Wij hopen dat Amsterdam opnieuw laat zien dat inclusie meer is
dan een ambitie of een openbare belofte. Dat zij ook vraagt om concrete verantwoordelijkheid
voor mensen die kwetsbaar zijn, juist wanneer hun problemen zich achter schaamte, stigma of
isolement afspelen.
Met vriendelijke groet,
Frank Pijnappel, Amsterdam UMC (verpleegkundig consulent hiv)
Marie Ricardo, COC Nederland (directeur)
Hans Wijnands, De Regenboog Groep (directeur, bestuurder)
Jason Farrell, Choices Support Center (directeur)
Meine Bosma-Bleeker, Expertise Centrum Seksuologie,
(klinisch psycholoog, psychotherapeut, seksuoloog NVVS)
Martijn de Jong, Het Herstelcollectief (oprichter, coach)
Doortje van den Dungen, Het Herstelcollectief (Raad van Advies)
Thijs Albers, Hiv Vereniging (belangenbehartiger medische zaken & zorg)
Valentine Endtz, Huisartsenpraktijk Oudezijde (huisarts)
Niki Kroone, Huisartsenpraktijk Oudezijde (huisarts)
Leon Stoepker, Huisartsenpraktijk Oudezijde (huisarts)
Wim Vermeulen, Huisartsenpraktijk WB Vermeulen (huisarts)
Tom Bart, Jellinek, (senior preventiedeskundige)
Eva van Gennep, Jellinek (verslavingsarts KNMG)
Iris Harmsen, Jellinek (GZ-psycholoog, seksuoloog NVVS i.o)
Leendert van Giessen, Jellinek (ambulant behandelaar)
Elise Nelis, Kaleidos (psychiater, seksuoloog NVVS)
Henri van Tilburg, Kaleidos (psychotherapeut, GZ-psycholoog)
Wim van den Brink, Mainline (bestuursvoorzitter, emeritus-hoogleraar Verslavingszorg)
Piet van Tuijl, Open Universiteit (universitair docent)
Bas Frelier, Prisma Praktijk (psychiater, seksuoloog-NVVS)
Guy Ramaekers, Prisma-Praktijk (psychiater)
Erik van Beek, Praktijk Van Beek (seksuoloog NVVS, traumatherapeut, systeemtherapeut)
Hans-Erik Nobel, PSGA (consulent seksuele gezondheid)
Amma Effah-Bekoe, Qpido (gedragswetenschapper)
Mark Vermeulen, Soa Aids Nederland (directeur)
Jake Smit, Universiteit voor Humanistiek (onderzoeker, humanistisch geestelijk verzorger)
Rabab Oulhadj, Veilige Haven (projectleider)
Bronnen bij deze brandbrief:
Adam, P. C. G., Zantkuijl, P., Op de Coul, E., van den Elshout, M., Vermey, K., van den Burg, R.,
Ketsuwan, I., & De Wit, J. B. F. (november 2025). Seksualiteit, seksuele gezondheid en
maatschappelijke ervaringen van mannen die seks hebben met mannen, non-binaire en
transgender personen in Nederland: Voorlopige bevindingen uit This Is How We Do It! 2025. Soa
Aids Nederland, Amsterdam, Nederland. Vindplaats: Richtlijnen en tools voor soa-zorg |
Professionals | Soa Aids Nederland
ECDC -European Centre for Disease Prevention and Control (2015). Public health guidance on
HIV and STI prevention among men who have sex with men.
Evers YJ, Hoebe CJPA, Dukers-Muijrers NHTM, Kampman CJG, Kuizenga-Wessel S, Shilue D,
Bakker NCM, Schamp SMAA, Van Buel H, Van Der Meijden WCJPM, Van Liere GAFS. Sexual,
addiction and mental health care needs among men who have sex with men practicing chemsex
– a cross-sectional study in the Netherlands. Preventive Medicine Reports. 2020; 18:101074.
Stuart D, Chemsex: origins of the word, a history of the phenomenon and a respect to the
culture. Drugs and Alcohol Today. 2019 Vol. 19 Issue: 1; pp.3-10.
Van den Dungen et al., (in voorbereiding). Beleidsplan en adviesrapport; inventarisaties rondom
chemsex gerelateerde overlijdens. Ongepubliceerd manuscript.
Van den Dungen et al., (in voorbereiding). Unpacking sexualized drug use: What distinguishes
problematic from non-problematic chemsex? Ongepubliceerd manuscript.
WHO -World Health Organization (2022). Consolidated guidelines on HIV, viral hepatitis and STI
prevention, diagnosis, treatment and care for key populations. WHO.
WHO -World Health Organization (2024). Evidence to Decision: Behavioural interventions for
chemsex.
Tekst uit PDF geëxtraheerd