Home › Amsterdam › Document

Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie Mobiliteit d.d. 20 augustus 2026

Raadsvoorstel
TypeRaadsvoorstel
GemeenteAmsterdam
Datum2026-09-17
BronDownload brondocument →

Document

Geëxtraheerde tekst

Gemeente Amsterdam Mobiliteit Mobiliteit, Openbare ruimte, Varen, Gemeentelijk vastgoed, Zuidasdok, Maatschappelijke voorzieningen, Sport en bewegen Raadscommissieverslag, 20 augustus 2026 CONCEPTVERSLAG Vergadering Openbare vergadering van de raadscommissie Mobiliteit Vergaderdatum Donderdag 20 augustus 2026 van 13.30 uur tot 17.00 uur in de Willem Kraanzaal Verslag vast te stellen op: D onderdag 17 september 2026 Voorzitter: Anna Bomhof Commissiegriffier: B. Brouwer (commissiegriffier), M. Saelman (commissieondersteuner) Verslaglegging: S.E. Yildiz (Notuleerservice Nederland) Aanwezige commissieleden: D. Akkermans (Partij voor de Dieren), A. Bomhof (PRO Amsterdam), P. van Burk (Volt), S. Cruickshank (D66), J. Dessing (Forum voor Democratie), W. Deterink (VVD), R.B. Havelaar (CDA), B. van Hilten (D66), N. Kasmi (PRO Amsterdam), S. Keij (JA21), S. Koyuncu (DENK), A. Krijger (Partij voor de Dieren), J. Krom (Partij voor de Dieren), D. Reijnaers (SP), A. Snijders (Forum voor Democratie), G. Vijzelman (BIJ1), I. Wijbenga (CDA), D. Wijnants (VVD) Afwezige commissieleden: N. Ait Boubker (D66), M. Belkasmi (PRO Amsterdam, vervangen door het lid Van Munster), T. Dibi (BIJ1) Aanwezige portefeuillehouders: wethouder Van der Horst, wethouder Mbarki, wethouder Moeskops Afwezige portefeuillehouder: Overige aanwezigen: 1. Algemeen deel 1a. Opening procedureel gedeelte De VOORZITTER heet iedereen van harte welkom bij de eerste vergadering van de commissie Mobiliteit. Zij stelt zichzelf voor als vaste voorzitter van de commissie en stelt de heer Brouwer voor als griffier van de commissie. De voorzitter heet alle leden, de wethouders, de aanwezigen op de publieke tribune en de kijkers thuis welkom en opent de vergadering. 1b. Mededelingen De VOORZITTER staat stil bij het overlijden van Maarten Brante, hoofd fractiebureau van JA21, en betuigt namens de commissie haar condoleances en steun aan de fractie van JA21. Het lid Belkasmi (PRO Amsterdam) heeft zich afgemeld voor de vergadering en laat zich vervangen door het lid Van Munster. Ook de leden Ait Boubker (D66) en Dibi (BIJ1) hebben zich afgemeld. De voorzitter meldt dat wethouder Van der Horst vandaag aanwezig zal zijn bij de bespreking van agendapunt 11, over de gestegen kosten van de Sprong over het IJ. Pagina 1 van 23 Gemeente Amsterdam Mobiliteit Raadscommissie voor Mobiliteit Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026 Vanwege de start van een nieuwe commissiecyclus na het zomerreces neemt de voorzitter de huisregels door. Leden dienen zich vooraf aan te melden voor de agendapunten waarop zij het woord willen voeren, uiterlijk 24 uur voor de vergadering bij de griffie. Stukken van de TKN-lijst die leden willen bespreken, dienen uiterlijk om 13.00 uur op de dag voor de vergadering bij de griffie te worden ingediend, onder vermelding van de motivatie. Overige punten die leden willen aandragen voor de agenda dienen uiterlijk vijf werkdagen voor de vergadering bij de griffie te worden ingediend. Dit is ook terug te lezen in het reglement van orde. Omdat dit de eerste vergadering van de commissie is, wordt een plaatsvervangend voorzitter gekozen. Het lid Deterink (VVD) wordt hiervoor aangedragen en de commissie stemt hiermee bij acclamatie in. De voorzitter feliciteert het lid Deterink met zijn benoeming. Er zijn geen overige mededelingen vanuit de leden. Wethouder MBARKI meldt een toezegging uit de vorige bestuursperiode over golfclub Sloten af te handelen. Golfclub Sloten kampt met een dalend ledenaantal en kan hierdoor de huur voor 2026 en daarna niet meer betalen. Afgesproken is dat de golfclub in 2026 50 procent van de huur betaalt en dat de golfactiviteiten op Sportpark Sloten per 1 januari 2027 stoppen, zoals eerder al was aangekondigd. De leden van de golfclub zijn hierover geïnformeerd tijdens de ALV in april. De gemeente ondersteunt leden die dat wensen bij het vinden van een andere golfclub, bijvoorbeeld bij Sportpark 't Loopveld, en bij het afbouwen van de activiteiten van de golfclub, indien gewenst. Wethouder MOESKOPS biedt de commissie twee technische sessies aan, waarvoor de griffie een intekenlijst laat rondgaan. De eerste sessie gaat over het programma Zuidasdok, dat een nieuwe fase ingaat terwijl de commissie grotendeels nieuw is samengesteld. De sessie behandelt zowel de inhoud van het programma als een terugblik op het verloop tot nu toe. De griffie stelt hiervoor woensdag 4 november van 14.00 tot 15.30 uur voor. De tweede sessie gaat over de werkwijze van de stadsregisseur, die ervoor zorgt dat de stad tijdens werkzaamheden in de openbare ruimte bereikbaar blijft door werkzaamheden in straten en buurten onderling af te stemmen, in samenwerking met regio, partners, logistiek, openbaar vervoer en hulpdiensten. De stadsregisseur heeft als onafhankelijk adviseur zelf aangeboden de raad hierin mee te nemen. Hiervoor wordt nog een datum gezocht, afhankelijk van de animo. De VOORZITTER geeft aan dat een technische sessie doorgaat zodra leden van ten minste vier fracties zich hiervoor aanmelden. De uitkomst van de inventarisatie wordt de volgende dag in de uitslagenlijst gedeeld. 1c. Vaststellen agenda De VOORZITTER neemt de vooraf via de dagmail gedeelde agendavoorstellen door. Het lid HAVELAAR (CDA) verzoekt agendapunt 7, over de positie van verloskundigen in het verkeer, van de agenda af te voeren, in verband met de aanstaande herziening van het beleid omtrent RVV-ontheffingen. Dit verzoek is mede ingediend door de leden Deterink (VVD) en Keij (JA21). Beide leden stemmen op de vraag van de voorzitter in met het afvoeren van dit punt. Het lid AIT BOUBKER (D66) verzoekt agendapunt 8, de raadsinformatiebrief over sociaal veilige en aantrekkelijke openbare ruimte, door te schuiven naar de volgende vergadering. Het lid BELKASMI (PRO Amsterdam) verzoekt agendapunt 10, de Najaarsbrief 2025 van het Mobiliteitsprogramma Zeeburgereiland en IJburg, door te schuiven naar de Pagina 2 van 23 Gemeente Amsterdam Mobiliteit Raadscommissie voor Mobiliteit Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026 commissievergadering van 18 november, in verband met de technische sessie op 4 november over De Cruciale Mijl en de nieuwe tramstalling op het Zeeburgereiland. De voorzitter meldt dat het lid Wijbenga (CDA) zich voor dit punt heeft aangemeld. Het lid WIJNANTS (VVD) verzoekt agendapunt 11, over de gestegen kosten van de Sprong over het IJ, aan het begin van de vergadering te bespreken. De VOORZITTER stelt voor om eerst agendapunt 3 met wethouder Mbarki te behandelen en vervolgens agendapunt 11 en de overige punten met wethouder Moeskops. Het lid VAN MUNSTER (PRO Amsterdam), als vervanger van het lid Belkasmi, vraagt of agendapunt 4, over het Jaar van de Voetganger, kan worden afgevoerd als hij de enige aangemelde spreker is. Het lid REIJNAERS (SP) geeft aan zich ook voor dit punt te hebben aangemeld, waarna de VOORZITTER concludeert dat dit punt op de agenda blijft staan. Het lid VAN MUNSTER stemt hiermee in. Het lid DETERINK (VVD) vraagt om verduidelijking van het eerdergenoemde agendapunt. De VOORZITTER licht toe dat het gaat om agendapunt 7 en dat het lid Havelaar heeft verzocht dit af te voeren, waarop het lid DETERINK en het lid KEIJ (JA21), die zich beiden voor dit punt hadden aangemeld, bevestigen hiermee akkoord te gaan. Er zijn geen overige agendavoorstellen. De commissie stemt in met de agenda, die hiermee is vastgesteld. 1d. Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie TAR van 17 juni 2026 De VOORZITTER meldt dat er, omdat dit de eerste vergadering van de commissie Mobiliteit is, geen eigen verslag van deze commissie ter vaststelling voorligt. Het verslag van de tijdelijke algemene raadscommissie van 17 juni 2026 is reeds vastgesteld in de commissievergadering Huisvesting. 1e. Actielijsten en langetermijnagenda’s, per portefeuille De VOORZITTER licht toe dat op de actielijsten onder meer de openstaande moties, schriftelijke vragen en toezeggingen staan vermeld, waarover leden bij dit agendapunt vragen kunnen stellen over de voortgang. Op de langetermijnagenda's geeft het college aan welke beleidsdocumenten de commissie in de toekomst kan verwachten, ook hierover kunnen vragen worden gesteld. De voorzitter merkt op dat sommige actielijsten en langetermijnagenda's leeg zijn of onderwerpen bevatten die niet meer in de betreffende portefeuille vallen, en dat het college bezig is deze onderwerpen naar de juiste lijst over te zetten. Er zijn geen vragen of opmerkingen van de leden. 1f. TKN-lijst Pagina 3 van 23 Gemeente Amsterdam Mobiliteit Raadscommissie voor Mobiliteit Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026 De VOORZITTER licht toe dat leden stukken van de TKN-lijst kunnen laten agenderen voor inhoudelijke bespreking in een volgende vergadering. Dit dient uiterlijk om 13.00 uur op de dag voor de vergadering bij de griffie te worden gemeld via het hiervoor bedoelde formulier, met vermelding van de motivering, zodat andere leden zich op het debat kunnen voorbereiden. De VOORZITTER meldt een ontvangen verzoek om TKN 2, de raadsinformatiebrief over de afdoening van motie 566 inzake de effecten van gratis OV voor kinderen en de onderzoeksresultaten GVB Kids Vrij 2025/2026, te agenderen voor bespreking in de vergadering van 17 september. Dit verzoek is ingediend door de leden Deterink (VVD) en Belkasmi (PRO Amsterdam), met een motivering die vooraf via de dagmail is gedeeld. De commissie stemt hiermee in. 1g. Ingekomen stukken stadsdeelcommissies De VOORZITTER meldt dat er één ingekomen stuk van een stadsdeelcommissie voorligt, van de stadsdeelcommissie Oost. Zij licht toe dat de raadscommissie beslist of een ingekomen stuk voor kennisgeving wordt aangenomen of voor bespreking wordt geagendeerd, en dat bij bespreking eventueel ook om een bestuurlijke reactie van het college kan worden gevraagd. Het ingekomen stuk betreft Advies 465 van de leden Jaarsma en Van der Sangen over een aanpassing van de kosten voor een BHG-vignet voor huurders van waterpercelen aan de Nico Jessekade, voorzien van een reactie van het dagelijks bestuur. Het lid DETERINK (VVD) verzoekt dit stuk te bespreken en geeft aan dat een aparte bestuurlijke reactie van het college niet nodig is, omdat de reactie van het dagelijks bestuur al een reactie van het college bevat. De VOORZITTER concludeert dat de commissie hiermee instemt: het stuk wordt geagendeerd voor bespreking, zonder een aparte bestuurlijke reactie te vragen. 2. Inhoudelijk deel 2a. Opening inhoudelijk deel De VOORZITTER opent het inhoudelijke deel van de vergadering en wijst de leden erop dat vanaf dit moment de spreektijden ingaan. 2b. Inspreekmoment publiek De VOORZITTER kondigt aan dat er voor deze vergadering drie insprekers zijn aangemeld en neemt de spelregels voor het inspreken door. Insprekers krijgen drie minuten spreektijd, worden verzocht na hun bijdrage te blijven zitten in verband met eventuele vragen van commissieleden, krijgen een signaal wanneer de spreektijd bijna is verstreken, hun wordt gevraagd hun betoog tot de commissie te richten en niet tot de wethouders, aangezien deze te gast zijn bij de commissievergadering, en het is niet toegestaan namen van ambtenaren te noemen. Eerste inspreker: de heer Frans Hein, namens Admiraal Hein, over agendapunt 2b De heer HEIN schetst de geschiedenis van het vaarbeleid vanaf 2009, waarbij achtereenvolgende colleges en wethouders wisselend beleid voerden, een innovatielab liep Pagina 4 van 23 Gemeente Amsterdam Mobiliteit Raadscommissie voor Mobiliteit Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026 dat na twee jaar werd afgekapt, en een juridisch traject volgde waarin hij uiteindelijk bij de Raad van State gelijk kreeg en de rechter het gehele beleid onrechtmatig verklaarde. Hij stelt dat hierdoor onder tijdsdruk nieuw beleid moest worden opgesteld, wat volgens hem heeft geleid tot een ‘race to the bottom’ en het verdwijnen van tientallen salonbootrederijen. Hij meldt dat inmiddels vier leden hebben gereageerd op zijn aanbod tot een informatiebijeenkomst, die hij samen met de Verenigde Rederijen wil organiseren, en dat een eerste bijeenkomst na de herfstvakantie gepland lijkt te zijn. Hij verzoekt de commissie kritische ondernemers niet langer tegen te werken, bezwaartermijnen te respecteren en geleden schade te vergoeden. Het lid DESSING (Forum voor Democratie) vraagt de heer Hein naar zijn langetermijnvisie op het vaarbeleid voor kleine rederijen. De heer Hein verwijst naar de honderden oplossingen die tijdens het innovatielab van 2016 zijn uitgewerkt, waaronder afspraken over lichtplaatsen, en geeft aan dat deze oplossingen nog steeds beschikbaar zijn maar door een beleidswijziging niet zijn doorgevoerd. Er zijn geen overige vragen van commissieleden. De VOORZITTER dankt de heer Hein voor zijn komst. Tweede inspreker: mevrouw H.E. van Nierop, namens het Comité Westelijke Grachtengordel e.o., over agendapunt 9 Mevrouw VAN NIEROP geeft aan dat de beantwoording van het raadsadres van juni 2024, die negen maanden op zich liet wachten, naar haar mening inadequaat is en geen oplossing biedt ter voorkoming van schade aan bomen. Zij stelt daarbij de volgende vragen aan de commissie: • Hoe kan de heftruckbestuurder gewaarschuwd worden om geen zakken met stenen of andere zaken op de boomspiegels te deponeren om schade te voorkomen? • Wie controleert dat? • Is de heftruckbestuurder wel de Nederlandse taal machtig? • Kan hij 's ochtends om half acht nog precies herinneren wat de opdracht was? • Weet hij wat een boomspiegel inhoudt? Zij stelt dat de controle door de omgevingsmanager tekortschiet of ontbreekt en vraagt hoe het zit met die zichtbaarheid van die omgevingsmanager. Ter illustratie beschrijft zij een incident waarbij een jonge aanplant scheef kwam te staan doordat een geparkeerde auto niet op de handrem stond, en waarbij de gemeente er vervolgens toe overging de boom te kappen in plaats van te herstellen, tot onbegrip van omwonenden. Zij verzoekt de commissie controle bij werkzaamheden rond bomen in de openbare ruimte verplicht te stellen en de zichtbaarheid van de omgevingsmanagers te verbeteren. Er zijn geen vragen van commissieleden. De VOORZITTER dankt mevrouw Van Nierop voor haar komst en inspraak. Derde inspreker: de heer Ed Eringa, namens de Fietsersbond Amsterdam, over agendapunt 11 De heer ERINGA adviseert het college sinds 2014 over IJ-oeververbindingen. Hij plaatst de recent bekendgemaakte kostenstijging van 300 miljoen euro voor de herinrichting van het oostelijk IJ, inclusief de Oostbrug, in de context van wereldwijde prijsstijgingen die volgens hem ook andere grote infrastructuurprojecten raken. Hij benadrukt de maatschappelijke waarde van de Oostbrug voor het fiets- en voetgangersnetwerk, waaronder minder files, schonere lucht en gezondheidswinst, en verwijst naar onderzoek van de Universiteit Maastricht dat het lagere overgewichtspercentage in Amsterdam becijfert op een jaarlijkse besparing van 300 miljoen euro. Hij schetst de politieke geschiedenis van het project vanaf de eerste plannen tot het Pagina 5 van 23 Gemeente Amsterdam Mobiliteit Raadscommissie voor Mobiliteit Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026 vrijmaken van budget door wethouder Van der Horst. Hij roept de commissie op het project niet af te remmen en stelt dat een lagere brughoogte, mits goed afgestemd met Den Haag, tot een kostenbesparing zou kunnen leiden. Het lid REIJNAERS (SP) reageert dat hij de bijdrage belangrijk vindt en deze ter harte neemt. Er zijn geen overige vragen. De VOORZITTER dankt de heer Eringa voor zijn tijd en komst. 2c. Actualiteiten Er zijn voor deze vergadering geen actualiteiten aangemeld. 2d. Rondvraag Er zijn voorafgaand aan de vergadering geen aanmeldingen voor de rondvraag ontvangen. De VOORZITTER vraagt de leden of er een vraag voor de rondvraag is. Dit is niet het geval. BESPREEKPUNTEN De VOORZITTER licht toe dat op de agenda zowel raadsvoordrachten ter advisering aan de gemeenteraad als door leden zelf geagendeerde punten kunnen staan. Raadsvoordrachten worden automatisch geagendeerd voor de eerstvolgende raadsvergadering na de commissie. Overige bespreekpunten worden niet automatisch geagendeerd voor de raad; leden die dat wel wensen, kunnen dit aan het einde van het betreffende agendapunt aangeven, waarna het punt op de agenda komt van de raadsvergadering van 30 september of 1 oktober. Voor deze vergadering staan geen raadsvoordrachten geagendeerd; er worden uitsluitend door commissieleden geagendeerde punten behandeld. SPORT EN BEWEGEN 3. Bespreken van de raadsinformatiebrief over zwemles voor volwassenen via stadspas en voor statushouders (VN2026-008990) De VOORZITTER licht toe dat dit punt was geagendeerd door het lid Yemane (PRO Amsterdam), die zich vandaag laat vervangen door het lid Kasmi. Ook de leden Cruickshank (D66) en Koyuncu (DENK) hebben zich voor dit agendapunt aangemeld. Er zijn geen overige aanmeldingen. Het lid KASMI (PRO Amsterdam) geeft aan dat zwemmen in een waterrijke stad als Amsterdam niet alleen sport of ontspanning is, maar ook een belangrijke basisvaardigheid, en dat haar fractie het positief vindt dat de gemeente investeert in zwemlessen voor volwassenen, met specifieke aandacht voor statushouders. Zij vraagt daarbij aandacht voor verschillen in culturele achtergrond en de manier waarop mensen elders hebben leren zwemmen, bijvoorbeeld in open water zonder formele zwemles of diploma, wat niet automatisch betekent dat men voldoende zwemvaardig of bekend met de veiligheidsregels Pagina 6 van 23 Gemeente Amsterdam Mobiliteit Raadscommissie voor Mobiliteit Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026 in een Nederlands zwembad is. Zij verwijst naar het overlijden van een Amsterdamse inwoner in het Bijlmer Sportcentrum en de bijbehorende rechterlijke uitspraak, en stelt de wethouder de volgende drie vragen: • Welke concrete lessen heeft de gemeente hieruit getrokken en welke veiligheidsmaatregelen zijn sindsdien aangescherpt voor niet-zwemvaardige volwassenen? • Hoe worden niet-zwemvaardige bezoekers beschermd buiten de zwemles om, en zijn er stedelijke afspraken met zwembadexploitanten gemaakt? • Welke concrete veiligheidseisen stelt de gemeente aan de zwembaden waarmee zij samenwerkt en hoe wordt hierop actief gecontroleerd? Het lid CRUICKSHANK (D66) voert het woord namens zijn collega Abeln en spreekt waardering uit voor de maatregel, die volgens hem bijdraagt aan zowel veiligheid als volwaardige deelname aan de stad. Hij vraagt aandacht voor de capaciteit: de gemiddelde wachttijd voor volwassenenzwemlessen bedraagt volgens de brief ongeveer een half jaar, terwijl het personeelstekort bij zwembaden in zowel de Agenda Zwemmen als de reactie van de Sportraad als grote uitdaging wordt genoemd. Hij vraagt of het college hier voldoende op anticipeert, of er al concrete afspraken met zwemaanbieders worden gemaakt om de capaciteit te vergroten, en of het college kan toezeggen de ontwikkeling van wachttijden en beschikbare capaciteit actief te monitoren en de raad hierover te informeren. Het lid KOYUNCU (DENK) brengt een separaat punt in over de toegankelijkheid van het zwembad voor mindervalide stadspashouders die gebruik moeten maken van een lift om in of uit het water te komen. Hij geeft aan dat deze lift niet altijd beschikbaar is in het bad waar men wil zwemmen, en vraagt het college of dit bekend is en of hier iets aan gedaan kan worden. Wethouder MBARKI beantwoordt de vragen. Hij licht toe dat de in de raadsinformatiebrief aangekondigde actie vanaf september van start gaat: volwassenen met een stadspas kunnen voor 5 euro een vijflessenkaart aanschaffen in het Zuiderbad, het Noorderparkbad en het De Mirandabad, en in het Bijlmer Sportcentrum en het Sloterparkbad een maandabonnement voor zwemles afsluiten. Statushouders kunnen daarnaast in het Sloterparkbad en het Bijlmer Sportcentrum lessen volgen. Op de vraag over getrokken lessen antwoordt de wethouder dat naar aanleiding van de genoemde casus alle protocollen opnieuw onder de aandacht zijn gebracht bij alle betrokken zwembadmanagers, zowel van eigen als geëxploiteerde zwembaden, waarbij elke exploitant zelf verantwoordelijk blijft voor het opstellen, naleven en kenbaar maken van deze protocollen bij het personeel. Voor statushouders die specifiek voor lessen komen, is als extra maatregel toegevoegd dat zij een polsbandje krijgen en de eerste keer persoonlijk worden begeleid; zonder les worden zij niet tot het zwembad toegelaten. Ook wordt bezoekers explicieter gevraagd of zij daadwerkelijk kunnen zwemmen, waarbij bij twijfel via de portofoon wordt gecommuniceerd met toezichthouders. Over de bescherming buiten de zwemles om geeft de wethouder aan dat vrij zwemmen onderworpen is aan wet- en regelgeving waarvoor de exploitanten verantwoordelijk zijn via hun veiligheidsprotocollen, welke per bad kunnen variëren; hierover bestaan geen directe stedelijke afspraken. In de zwembaden waar statushouderslessen worden gegeven, wordt wel gewerkt met polsbandjes in combinatie met een poortjessysteem, zodat lesdeelnemers niet zomaar toegang hebben, en is in het betreffende zwembad besloten geen vrij zwemmen meer toe te staan in het diepe water. Over de rol van de gemeente in toezicht en controle antwoordt de wethouder dat alle zwembaden in Nederland, dus ook in Amsterdam, dezelfde wettelijke eisen moeten naleven, vastgelegd in de Omgevingswet, waaronder eisen aan het aantal toezichthouders en BHV/EHBO. Voor gemeentelijke zwembaden is de gemeente zelf verantwoordelijk en hierop wordt gecontroleerd; externe exploitanten dragen deze verantwoordelijkheid zelf, waarbij de gemeente via kwartaalgesprekken extra aandacht besteedt aan het borgen van veiligheidsprotocollen. Op de vraag van het lid Cruickshank over capaciteit antwoordt de wethouder dat met de start van lessen in een extra zwembad direct capaciteit wordt toegevoegd, wat de Pagina 7 van 23 Gemeente Amsterdam Mobiliteit Raadscommissie voor Mobiliteit Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026 wachtlijsten mede moet verminderen. Deze lessen worden bovendien vaak gepland op tijden met doorgaans meer beschikbaar zwemwater, overdag, wat volgens de wethouder ook helpt. Hij geeft aan dat de huidige actie alleen via de zwembadexploitanten loopt en nog niet via commerciële aanbieders, en dat het college bij aanhoudende wachtlijsten met aanvullende aanbieders in gesprek zal gaan om de wachttijd te verkorten. Op de vraag van het lid Koyuncu over de toegankelijkheid van de lift voor mindervalide stadspashouders geeft de wethouder aan hier niet direct het volledige antwoord op te hebben. Bij de gelegenheid tot een tweede termijn komt de wethouder hier nogmaals op terug en hij biedt zijn excuses aan voor het ontbreken van een volledig antwoord op deze naar zijn zeggen terechte vraag, aangezien het hem niet helemaal scherp voor ogen staat hoe dit precies geregeld is. Hij koppelt dit aan de bredere vraag hoe laagdrempelig de gemeente dit soort voorzieningen kan maken, en zegt toe hierop terug te komen. Er is geen behoefte aan een tweede termijn. De VOORZITTER stelt vast dat het punt voor nu voldoende is besproken en dankt wethouder Mbarki voor zijn aanwezigheid. Er wordt niet verzocht dit punt te agenderen voor de raadsvergadering. MOBILITEIT (INCL. PARKEREN) 4. Bespreken van de raadsinformatiebrief over de terugblik op het Jaar van de Voetganger (VN2026-009072) De VOORZITTER licht toe dat dit punt is geagendeerd door de fractie van PRO Amsterdam. Aangemeld hebben zich het lid Reijnaers (SP) en het lid Akkermans (Partij voor de Dieren). Op navraag van de voorzitter geeft het lid Van Munster (PRO Amsterdam) aan namens zijn fractie geen gebruik te maken van het woord bij dit agendapunt. Voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling maakt het lid REIJNAERS een punt van orde en hij vraagt of de spreektijd, gezien de lengte van het voorgaande debat, kan worden verruimd. De VOORZITTER antwoordt dat de griffier dit niet toestaat. Vervolgens maakt het lid DETERINK (VVD) een punt van orde: hij heeft agendapunt 5 (de voortgangsrapportage Aanpak Wegtunnels Amsterdam) geagendeerd, maar houdt hierdoor geen spreektijd meer over, en verzoekt dit agendapunt door te schuiven naar de volgende commissievergadering. De overige leden stemmen hiermee in. Het lid REIJNAERS (SP) geeft aan, gezien zijn beperkte spreektijd, kort te zullen zijn en direct op het belangrijkste punt te komen. Hij stelt dat het bij het Jaar van de Voetganger onder meer gaat om bewustwording, zichtbaarheid en toegankelijkheid van OV-haltes en geleidelijnen voor blinden. Hij verwijst naar een recent rapport van de rekenkamer over de toegankelijkheid van tram- en bushaltes, waarin expliciet wordt gesteld dat het zoveel mogelijk aansluiten bij bestaande werkzaamheden niet efficiënt is en tot verkeerde effecten leidt. Hij constateert dat dit precies de aanbeveling is die de wethouder in haar terugblikbrief doet, en vraagt hoe de wethouder tegen deze aanbeveling aankijkt nu de rekenkamer hier kritisch over is. Het lid AKKERMANS (Partij voor de Dieren) stelt dat een stad waarin voetgangers ruim baan krijgen, gemotoriseerd vervoer minder noodzakelijk maakt, met positieve gevolgen voor de gezondheid van Amsterdammers, de ecologische voetafdruk en de verbinding met de buurt. Zij geeft aan dat haar fractie blij is dat de voetganger het afgelopen jaar veel aandacht heeft gekregen, maar wijst erop dat gedragsverandering in het verkeer tijd kost. Zij stelt vast dat er voetgangerstellingen zijn uitgevoerd en verkeersmodellen zijn aangeschaft, maar dat de inzichten die daaruit volgen in de stukken Pagina 8 van 23 Gemeente Amsterdam Mobiliteit Raadscommissie voor Mobiliteit Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026 ontbreken, en vraagt of de stad dit jaar toegankelijker is geworden voor voetgangers, wat de knelpunten zijn en of deze proactief worden aangepakt, en of de raad deze resultaten kan volgen. Daarnaast vraagt zij naar de aanbeveling van het college dat agendering van het thema voetganger belangrijk blijft, terwijl concrete plannen hiervoor volgens haar ontbreken, en hoe de wethouder ervoor gaat zorgen dat de belangen en veiligheid van voetgangers op de agenda blijven staan. Wethouder MOESKOPS beantwoordt de vragen. Over het rekenkamerrapport geeft zij aan hier apart op terug te komen, aangezien de situatie bij haltes complexer ligt: de gemeente is wegbeheerder voor het gebied rondom een halte, terwijl de halte zelf onder de vervoerregio valt, waardoor beide perspectieven eerst onderling worden afgestemd voordat een reactie volgt. Zij onderschrijft dat het voorliggende stuk een terugblik betreft en zegt toe graag met de commissie vooruit te kijken naar een betere aanpak van haltes, aangezien zij ervan uitgaat dat deze ambitie wordt gedeeld. Op de vraag van het lid Akkermans over het vervolg antwoordt de wethouder dat in het coalitieakkoord al enkele opmerkingen staan over ruimte voor de voetganger, en zegt toe hier apart op terug te komen met een uitwerking van de vervolgstappen. Zij vermeldt dat het Jaar van de Voetganger destijds is geïnitieerd door haarzelf toen zij nog raadslid was, en geeft aan met plezier verder te willen kijken hoe dit uitgangspunt, ook voor de nieuwe leden van de raad, verder vorm kan krijgen. Er is geen behoefte aan een tweede termijn. De VOORZITTER stelt vast dat het agendapunt voldoende is besproken en dat er geen behoefte bestaat aan behandeling in de raad. 5. Bespreken van de voortgangsrapportage Aanpak Wegtunnels Amsterdam tweede halfjaar 2025 (VN2026-009035) Dit agendapunt is, op verzoek van het lid Deterink (VVD) in verband met diens beperkte resterende spreektijd, met instemming van de overige leden doorgeschoven naar de volgende commissievergadering en is bij deze vergadering niet inhoudelijk behandeld. 6. Bespreken van de derde halfjaarrapportage van de MIRT Verkenning OV- verbinding Sloterdijk – Amsterdam Centrum (OVSA) (VN2026-009126) De VOORZITTER licht toe dat dit punt is geagendeerd door het lid Krom (Partij voor de Dieren). Aangemeld hebben zich het lid Akkermans (Partij voor de Dieren) en het lid Wijbenga (CDA), die aangeeft toch geen gebruik te maken van het woord. Het lid AKKERMANS (Partij voor de Dieren) geeft aan dat veel Amsterdammers, en ook haar fractie, uitkijken naar een metroverbinding van enkele minuten van halte Isolatorweg naar het Centraal Station. Zij wil echter, nu deze verkenning voorligt, zorgen uiten over enkele geschetste scenario's. Zij licht toe dat de longlist van mogelijke opties, bestaande uit metro-, tram-, bus- en treinvarianten, inmiddels is teruggebracht tot een shortlist van negen opties, die de komende tijd verder wordt teruggebracht en uitgewerkt. Zij wijst erop dat een aantal van deze opties, waaronder de varianten 2A, 2C, 4A en 6A, ten koste zouden gaan van het groen van het Westerpark. Dit kan bijvoorbeeld door een spoorlijn aan de noordkant van het park, of door een halte tegen het park aan met bijbehorende fietsenstallingen en fietsroutes door het park. Zij stelt dat dit de druk op het Westerpark zou vergroten. Het park komt door de verwachte groei van de stad namelijk al onder druk te staan. Dit is volgens haar onwenselijk met het oog op de leefbaarheid, de noodzakelijke verkoeling bij toenemende hitte en de kwetsbare biodiversiteit. Zij vraagt of de wethouder deze zorg deelt en kan toezeggen dat de belangen van omwonenden, mens en dier worden meegenomen bij de volgende schifting van opties. Pagina 9 van 23 Gemeente Amsterdam Mobiliteit Raadscommissie voor Mobiliteit Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026 Wethouder MOESKOPS antwoordt dat er in de bijdrage van het lid Akkermans niet zozeer een vraag als wel een gedeelde zorg en een uitgesproken voorkeur van de Partij voor de Dieren te horen was, waarvan zij kennisneemt. Op de vraag of de genoemde belangen worden meegewogen, antwoordt zij bevestigend. Zij meldt dat de nota Reikwijdte en Detailniveau op dit moment ter inspraak ligt, naar zij zich herinnert tot ongeveer 3 september, en dat het onderwerp bij terugkomst van dit stuk verder verdiept met de commissie kan worden besproken, eventueel met aanvullende technische duiding, gezien de omvang en complexiteit van dit project. Het lid AKKERMANS reageert dat dit haar zorg niet volledig wegneemt, aangezien juist een relatief groot aantal van de resterende opties (2A, 2C, 4A, 6A) invloed heeft op het Westerpark, en zij vreest dat na de volgende schifting alleen nog opties overblijven die ten koste gaan van het park. Zij vraagt of de wethouder deze zorg kan wegnemen. Wethouder Moeskops licht in reactie een technisch punt toe: als te weinig opties worden onderzocht, ontstaat er juridisch risico in het kader van de milieueffectrapportage. Daarom moet een voldoende brede reeks logische varianten worden onderzocht, om latere problemen bij de uiteindelijke voorkeursvariant te voorkomen. Er is geen behoefte aan een tweede termijn. De VOORZITTER stelt vast dat het agendapunt voldoende is besproken en dat er geen behoefte bestaat aan behandeling in de raad. 7. Bespreken van de positie van verloskundigen in het verkeer (VN2026-008882) Dit agendapunt is op verzoek van het lid Havelaar (CDA) bij de vaststelling van de agenda afgevoerd en is bij deze vergadering niet inhoudelijk behandeld. OPENBARE RUIMTE 8. Bespreken van de raadsinformatiebrief Sociaal veilig en aantrekkelijke openbare ruimte (VN2026-009248) Dit agendapunt is op verzoek van het lid Ait Boubker (D66) bij de vaststelling van de agenda doorgeschoven naar een volgende commissievergadering en is bij deze vergadering niet inhoudelijk behandeld. OPENBARE RUIMTE 9. Bespreken van beantwoording raadsadres Evaluatie pilot werken rond Bomen (VN2026-009050) De VOORZITTER licht toe dat dit punt is geagendeerd op verzoek van het lid Veenhoff (PRO Amsterdam). Het lid Wijbenga (CDA) had zich eveneens aangemeld, maar heeft zich teruggetrokken. Het lid VEENHOFF (PRO Amsterdam) leidt haar bijdrage in met de opmerking dat een onderwerp als bomen wellicht als niche-onderwerp wordt gezien, maar dat de recente hitte laat zien hoe waardevol met name oudere bomen zijn voor verkoeling, een effect dat volgens haar exponentieel toeneemt naarmate een boom ouder wordt. Zij stelt dat hierom zorgvuldig moet worden omgegaan met werkzaamheden in de openbare ruimte rond bomen, met name het plaatsen van zware materialen tegen de stam. Zij constateert dat de beantwoording van het raadsadres als strekking heeft dat het beleid op orde is, verwijzend naar het handboek Zo Werken Wij in Amsterdam (WIOR). Zij stelt vast dat dit handboek Pagina 10 van 23 Gemeente Amsterdam Mobiliteit Raadscommissie voor Mobiliteit Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026 toestaat zware materialen op de boomspiegel te plaatsen mits er een rijplaat onder ligt, wat zij niet kan rijmen met de poster van het Norminstituut Bomen, die aangeeft dat de kwetsbare zone rond een boom juist moet worden afgeschermd. Zij wijst erop dat zij dit knelpunt eerder, in stadsdeel West, al eens heeft gesignaleerd, waarbij haar destijds is toegezegd dat met de bomenposter zou worden gewerkt, maar dat in de praktijk onderaannemers deze poster vaak niet kennen. Zij vraagt of het handboek WIOR op dit punt klopt, en wijst erop dat ook foto's in het handboek zelf voorbeelden tonen van opstapeling onder bomen als ‘goed voorbeeld’. Zij pleit voor een fysieke afscherming met een hekwerk, zoals in andere steden gebruikelijk is, gecombineerd met het ophangen van de bomenposter op het hek of aan de boom zelf. Wethouder MOESKOPS beantwoordt de vragen en complimenteert het lid Veenhoff met het signaleren van een inconsistentie tussen twee formele documenten: de Bomenverordening/WIOR enerzijds, die de basis vormt waarop een vergunning wordt verleend, en de ZWIA anderzijds. Zij geeft aan dat de WIOR wordt geactualiseerd om deze in lijn te brengen met de door de raad vastgestelde bomenverordening, en dat de ZWIA op dit punt nog niet op orde is, waarbij zij toezegt hier een zorgvuldiger alinea aan te wijden. Zij nuanceert vervolgens, op basis van deskundig advies, dat de praktijk rond bomen genuanceerder ligt dan een simpel ‘wel of niet toegestaan’: bij onverharde grond, zoals in parken, moet met rijplaten worden gewerkt tot ver van de boom vandaan, omdat het kwetsbare wortelstelsel zich daar bevindt, terwijl direct onder de boom, op de boomspiegel zelf, meer belasting kan worden toegestaan. Bij verharde ondergrond, zoals straten, ligt dit anders, omdat boomwortels daar al gewend zijn aan belasting door bijvoorbeeld verkeer. Daarnaast maakt zij onderscheid tussen bescherming van de wortels en bescherming van de stam (bast), waarbij voor de stam gewerkt wordt met een beschermende ombouw. Zij licht toe dat een hekwerk als afscherming juist averechts kan werken, omdat dit de kwetsbare zone verder van de boom afschermt terwijl juist dichter bij de boom meer belasting toelaatbaar is, en zij zet uiteen dat de gewenste werkwijze inhoudt dat opslag zoveel mogelijk dicht bij de boom plaatsvindt terwijl de stam wordt beschermd. Daarnaast meldt zij dat naar aanleiding van een positief geëvalueerde pilot in Amsterdam-Noord de werkwijze ‘werken rond bomen’ stadsbreed is uitgerold, waarvoor twee fte zijn aangesteld en een trainee wordt toegevoegd, die schouwen uitvoeren en maatwerk per boom beoordelen. In een aanvullende reactie licht zij toe dat de door het lid Veenhoff aangehaalde poster van een instantie buiten de gemeente afkomstig is en dat er momenteel bij uitvoerders en stadsdelen verschillende posters in omloop zijn; zij kondigt aan dat de gemeente daarom een eigen, eenduidige poster zal ontwikkelen. Het lid VEENHOFF dankt de wethouder voor de uitgebreide beantwoording en geeft aan hiermee meer inzicht te hebben gekregen in het onderscheid tussen de theorie en de praktijk rond opslag bij bomen. Zij pleit ervoor de nieuwe bomenposter daadwerkelijk in de openbare ruimte bij bomen op te hangen, juist vanwege het probleem met onderaannemers die de regels niet uit eigen beweging kennen. Zij doet daarnaast de suggestie om bij de aangekondigde actualisatie van het handboek WIOR ook de samenvatting aan te passen, aangezien werken rond bomen daarin momenteel geheel ontbreekt, wat volgens haar iets zegt over de prioritering, en pleit ervoor dit onderwerp gezien de klimaatcrisis een prominentere plek te geven. Wethouder MOESKOPS erkent dit punt eveneens, licht toe dat het handboek verouderd is en sowieso aan actualisatie toe was, en zegt toe dat in de samenvoeging en inleiding meer aandacht zal worden besteed aan het groen van de stad, aansluitend bij de veranderde prioritering binnen de organisatie. Er is geen behoefte aan een tweede termijn. De VOORZITTER stelt vast dat het agendapunt voldoende is besproken en dat er geen behoefte bestaat aan behandeling in de raad. Pagina 11 van 23 Gemeente Amsterdam Mobiliteit Raadscommissie voor Mobiliteit Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026 MOBILITEIT (INCL. PARKEREN) 10. Bespreken van de Najaarsbrief 2025 van het Mobiliteitsprogramma Zeeburgereiland en IJburg (VN2026-009070) Dit agendapunt is, conform het bij de vaststelling van de agenda door het lid Belkasmi (PRO Amsterdam) gedane verzoek, doorgeschoven naar de commissievergadering van 18 november en is bij deze vergadering niet inhoudelijk behandeld. TOEGEVOEGD BESPREEKPUNT MOBILITEIT (INCL. PARKEREN) 11. College intransparant over gestegen kosten Sprong over het IJ (VN2026-009354) De VOORZITTER kondigt aan dit agendapunt te behandelen in een eerste termijn, gevolgd door een korte schorsing. Het punt is geagendeerd door het lid Wijnants (VVD). Wethouder Van der Horst is op uitnodiging van het lid Wijnants aanwezig, hoewel zij geen portefeuillehouder meer is voor dit onderwerp; wethouder Moeskops is verantwoordelijk voor de Oostbrug en voor vragen over de toekomst van het project, terwijl vragen over het handelen van wethouder Van der Horst in haar toenmalige rol aan haar worden gesteld. Aangemeld voor dit agendapunt hebben zich de leden Wijnants (VVD), Keij (JA21), Reijnaers (SP), Koyuncu (DENK), Krijger (Partij voor de Dieren), Wijbenga (CDA), Van Burk (Volt), Van Munster (PRO Amsterdam), Dessing (Forum voor Democratie) en Cruickshank (D66). Eerste termijn Het lid WIJNANTS (VVD) stelt dat wethouder Van der Horst voor de verkiezingen wist dat de brug minimaal het dubbele zou gaan kosten van wat tot dan toe met raad en stad was gedeeld, en dat zij ervoor koos deze informatie niet te delen terwijl zij als lijsttrekker van D66 in de campagne claimde dat de brug er zou komen en het geld hiervoor gereserveerd was. Hij wijst op de SSK-raming van Haskoning van december 2025, waaruit een bandbreedte van 650 tot 850 miljoen euro bleek, en stelt de volgende vragen: waarom is de raad niet direct geïnformeerd toen deze bandbreedte bekend werd; klopt het dat de wethouder zelf pas op 12 februari is geïnformeerd, en hoe kan het dat er ruim drie maanden zaten tussen het bekend worden van de cijfers en het informeren van de wethouder, laat staan de raad; waarom is in de campagne nooit gezegd dat de brug duurder zou worden; en waarom benadrukten ambtenaren in interne correspondentie dat de cijfers vertrouwelijk moesten blijven? Hij besluit met de vraag of hier sprake is van een inschattingsfout of van het bewust beïnvloeden van de beeldvorming. Het lid KEIJ (JA21) wijst op de regeling grote projecten, ingesteld om een nieuw Noord/Zuidlijndebacle te voorkomen door de raad vooraf te informeren in plaats van achteraf te laten controleren. Hij stelt dat de raming opliep tot 2,5 keer het laatst gerapporteerde bedrag, dat de wethouder dit voor de verkiezingen wist, en dat de voortgangsrapportage pas na de verkiezingen is gedeeld, waardoor de Oostbrug in de campagne als succes kon worden gepresenteerd terwijl de werkelijke kosten verborgen bleven. Hij citeert uit een interne mail van 12 februari waarin zou staan dat de update vanwege de verkiezingen niet is verstuurd, en stelt dat het ontkennen van wat in eigen stukken staat het vertrouwen in de politiek ondermijnt. Het lid REIJNAERS (SP) stelt vast dat een brug die eerst 325 miljoen euro zou kosten, mogelijk een half miljard duurder wordt, en dat de wethouder dit al ruim een half jaar weet. Hij stelt dat het niet gaat om de vraag of iets wettelijk verplicht was, maar om Pagina 12 van 23 Gemeente Amsterdam Mobiliteit Raadscommissie voor Mobiliteit Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026 vertrouwen en een cultuur van transparantie tussen bestuur en Amsterdammers, en vraagt de wethouder of zij niet gewoon kan erkennen dat dit een inschattingsfout is geweest. Het lid KOYUNCU (DENK) wijst op eerdere financiële tegenvallers zoals bij de Noord/Zuidlijn en het belang van tijdige informatievoorziening bij grote projecten. Hij constateert dat voor de Oostbrug is afgesproken de raad twee keer per jaar te informeren over onder meer geld en risico's, dat in overleg met de wethouder is besloten een van die momenten samen te voegen, en dat de eigen projectrapportage aangeeft dat de ramingen op dat moment al inzicht gaven in grote kostenstijgingen. Hij stelt dat het rapportagemoment dus precies is overgeslagen op het moment dat het financiële alarm afging, en vraagt of dit een bewuste bestuurlijke keuze was, en hoe dit te rijmen valt met de stelling van het college dat er niet is gesproken over het al dan niet delen van de tussenstand met de raad. Het lid KRIJGER (Partij voor de Dieren) wijst op het volgens recente CBS-cijfers historisch lage vertrouwen in de nationale politiek en stelt dat bestuurders een grote verantwoordelijkheid hebben dit vertrouwen te versterken. Zij stelt dat uit door AT5 openbaar gemaakte documenten blijkt dat de voormalig wethouder al ruim voor de verkiezingen beschikte over de bandbreedte van 650 tot 850 miljoen euro, en citeert uitspraken van de wethouder tijdens het AT5-verkiezingsdebat ("Die bruggen over het IJ, die gaan er komen") en in een interview met BNR, waarin zij als wapenfeit noemde dat er geld was voor de bruggen over het IJ. Zij vraagt hoe de wethouder terugkijkt op deze uitspraken en wat het effect hiervan is geweest op het vertrouwen van Amsterdammers in de politiek. Het lid WIJBENGA (CDA) stelt dat het debat niet gaat over het nut van de brug, maar over de vraag of de raad zijn werk kan doen met de informatie die hij krijgt. Hij noemt drie punten uit de schriftelijke beantwoording die volgens hem nieuwe vragen oproepen: ten eerste dat de tijdlijn van het college al in februari 2025 begint, toen de wethouder werd geïnformeerd dat de door het Rijk geëiste brug twee keer duurder zou uitkomen dan de door Amsterdam gewenste variant, zonder dat dit signaal in de verdere beantwoording terugkomt; ten tweede dat het college stelt dat er geen besluit is genomen om de raad niet te informeren en dat geen ander collegelid hiervan wist, wat volgens hem niet kan verklaren waarom een half miljard euro extra dan geen collegebeslissing zou zijn; en ten derde dat de coalitieonderhandelaars op 16 april wel over dezelfde bandbreedte beschikten, terwijl deze niet met de raad is gedeeld. Hij citeert de uitspraak van de wethouder dat ‘verkiezingen geen datum maar een periode zijn’ en stelt dat verkiezingen nooit een reden mogen zijn om relevante financiële informatie bij de raad weg te houden. Het lid VAN BURK (Volt) stelt dat de raad voldoende informatie nodig heeft om zijn controlerende taak uit te oefenen, ook wanneer er geen formele informatieplicht bestaat, en vraagt de wethouder om reflectie op drie keuzes: ten eerste het niet delen van de kostenstijging op 12 februari met de raad terwijl dit wel kon, en de vraag hoe de verkiezingen hierbij een rol speelden; ten tweede het op diezelfde dag eenzijdig overslaan van de afgesproken halfjaarlijkse voortgangsrapportage zonder dit met de raad te delen; en ten derde het in de campagne als lijsttrekker uitdragen van de brug als succes terwijl de kostenstijging al bekend was, terwijl zij er ook voor had kunnen kiezen hier niets over te zeggen. Hij besluit met de opmerking dat hij hier ‘toch echt slecht van zou slapen’. Het lid VAN MUNSTER (PRO Amsterdam) stelt dat hij in acht jaar Amsterdamse politiek heeft geleerd dat nuance snel sneuvelt en dat zaken gecompliceerder zijn dan ze lijken. Hij zegt tijdens zijn vakantie grote woorden en kwalificaties in de media te hebben gelezen over de toenmalige wethouder, maar na het lezen van de schriftelijke beantwoording geen ‘smoking gun’ te hebben gevonden. Hij vraagt of dit de manier is waarop bestuurders worden aangevallen op hun persoon in plaats van dat bij de feiten wordt gebleven, en wijst erop dat het oordeel soms al klaar lijkt te staan voordat alle feiten op tafel liggen, zoals destijds bij het Black Lives Matter-protest op de Dam. Pagina 13 van 23 Gemeente Amsterdam Mobiliteit Raadscommissie voor Mobiliteit Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026 Het lid WIJNANTS onderbreekt met de vraag of Van Munster als raadslid de hogere kosten voor de verkiezingen had willen weten, en zo ja, wanneer precies. Het lid VAN MUNSTER antwoordt dat hij dit had willen weten op het moment dat er voldoende zekerheid over bestond, aangezien het een voortdurend proces betreft waarin niet elke dag een brief zinvol is; als een dergelijke brief eerder was gekomen, was de raad waarschijnlijk met vragen gekomen die op dat moment nog niet te beantwoorden waren, wat de zaak volgens hem prematuur maakte. Hij bestrijdt de suggestie dat de raad hierdoor buitenspel is gezet. Het lid WIJNANTS stelt vervolgens dat de positie van Van Munster, namelijk dat hij ermee kan leven dat de raad niet op de hoogte was van een verdubbeling van de kosten bij zo'n groot project, niet strookt met zijn eerdere reputatie als raadslid dat juist scherp op de kosten zit. Het lid VAN MUNSTER antwoordt dat de vraag is of de kosten anders waren geworden als de raad de bandbreedte eerder had geweten, en dat dit soort processen nu eenmaal tijd nodig hebben voordat er zekerheid is; hij bestrijdt dat de raad niet in positie is gebracht om zich hierover uit te spreken. Het lid KOYUNCU vraagt wat Van Munster ervan vindt dat, naast de verdubbeling van de kosten, er tegelijkertijd voor is gekozen het voortgangsrapportagemoment over te slaan. Het lid VAN MUNSTER antwoordt dat het opvallend is dat de raad niet reageerde toen de voortgangsrapportage uitbleef en ook niet toen de bedragen in de coalitiestukken stonden, maar pas toen AT5 hierover berichtte. Hij stelt dat de raad zichzelf serieus nemend eerder had kunnen signaleren dat er iets veranderde, en verwijst naar de veegbrief van 2 april waarin al stond dat de brug duurder zou worden en dat werd uitgezocht hoeveel. Op de vervolgvraag van Koyuncu of dit betekent dat het college vrij spel heeft zolang de raad niets vraagt, antwoordt Van Munster ontkennend: het college informeert de raad juist actief, en het te vroeg naar buiten brengen van onzekere informatie leidt volgens hem tot onnodige onrust, wat hij toelicht met een voorbeeld uit zijn eigen werk rond het zoeken van een opvanglocatie. Het lid HAVELAAR onderbreekt met de vraag of de fractie van PRO Amsterdam nog uitgaat van de oorspronkelijke 325 miljoen euro, of inmiddels ook rekening houdt met een verdubbeling. Het lid VAN MUNSTER antwoordt dat het ‘flink duurder’ gaat worden, maar dat het precieze bedrag nog wordt uitgezocht. Het lid HAVELAAR reageert dat een verdubbeling wezenlijk iets anders is dan ‘flink duurder’, waarop VAN MUNSTER zijn eerdere boodschappenmandje-vergelijking herhaalt: je kunt pas bij het afrekenen zeggen wat het kost, niet halverwege het vullen van het karretje. Het lid HAVELAAR stelt vervolgens dat PRO Amsterdam hiermee zelf al aangeeft ervan uit te gaan dat het oorspronkelijke budget niet meer haalbaar is, en vraagt waarom de fractie dit niet al voor de verkiezingen wilde weten, zodat de kiezer dit in de campagne had kunnen meewegen. Het lid VAN MUNSTER antwoordt dat hij liever besluit op basis van cijfers die kloppen dan op basis van een ruime bandbreedte, en vergelijkt dit met een eerdere discussie over de scheepswerf. Het lid VAN BURK merkt op dat het opmerkelijk is dat PRO Amsterdam het prima vindt zelf niet over de cijfers geïnformeerd te zijn, en vraagt of de fractie in elk geval vindt Pagina 14 van 23 Gemeente Amsterdam Mobiliteit Raadscommissie voor Mobiliteit Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026 dat de wethouder had moeten melden dat eenzijdig was besloten geen voortgangsrapportage uit te brengen. Het lid VAN MUNSTER antwoordt dat dit had gekund, maar dat dit de informatiepositie van de raad niet heeft geschaad en de gebruikte kwalificaties over de wethouder niet rechtvaardigt. Het lid WIJNANTS reageert dat Van Munsters eigen partij, ondanks de gestelde onzekerheid, wel 100 miljoen euro heeft uitgetrokken als dekking bij de coalitieonderhandelingen, en noemt het hypocriet dat dezelfde cijfers kennelijk wel bruikbaar waren aan de onderhandelingstafel maar niet voor de raad of de Amsterdammer. Het lid REIJNAERS vraagt of Van Munster in ieder geval de mening deelt dat het verstandig was geweest de cijfers te delen. Het lid VAN MUNSTER antwoordt dat dit een positief effect had kunnen hebben, maar dat hij erop vertrouwt dat het college bepaalt wanneer informatie rijp genoeg is om aan de raad voor te leggen. Het lid REIJNAERS vraagt vervolgens wanneer cijfers dan wel concreet genoeg zijn om te delen, aangezien signalen over een mogelijke verdubbeling al anderhalf jaar bekend waren. Het lid VAN MUNSTER antwoordt dat dit destijds nog om een mogelijkheid ging met veel aannames, en herhaalt zijn vergelijking met een boodschappenlijst waarvan de eindprijs nog niet vaststaat. Het lid REIJNAERS stelt daarop dat het tijdspad juist laat zien dat de cijfers wel degelijk concreet waren. Het lid VAN MUNSTER reageert met een voorbeeld uit een eerder project (de kademuren) waarbij een aanvankelijk hoge kostenraming later juist gunstiger uitviel dankzij nieuwe technieken, om te onderstrepen dat dit soort ramingen zich ontwikkelen en niet eenvoudig zijn. Het lid WIJBENGA vraagt waarom niet eerst bij het college is nagevraagd of het karretje niet te duur werd, voordat naar de gemeente (bedoeld: de raad) wordt gegaan. Het lid VAN MUNSTER antwoordt dat dit juist zijn punt is: zodra er een duidelijke bandbreedte is, is er weinig zinvols te zeggen anders dan dat het duurder wordt, en dat dit al meerdere keren door het college is gecommuniceerd. Het lid KOYUNCU stelt dat het college eerder sprak van kosten die ‘op onderdelen’ konden stijgen, wat iets anders is dan een verdubbeling of verdrievoudiging, en vraagt of Het lid VAN MUNSTER het ermee eens is dat de raad bij zo'n disproportionele stijging om opheldering mag vragen. Van Munster antwoordt dat de raad vaker om tussentijdse updates vraagt die weinig toevoegen zolang de cijfers nog niet definitief zijn. Het lid DESSING (Forum voor Democratie) stelt dat een gemeenteraad alleen goede keuzes kan maken met volledige en actuele informatie, en dat de intransparantie rond de kosten van de Sprong over het IJ hem zorgen baart, mede gezien recente berichtgeving over een mogelijk goedkopere tunnelvariant (de IJ Klopper). Hij vraagt hoe de raad een goede afweging tussen alternatieven kan maken zonder volledige financiële informatie, en hoe de kiezer dit in zijn stemgedrag kan meenemen. Het lid CRUICKSHANK (D66) geeft aan dat zijn fractie vasthoudt aan het belang van de Oostbrug voor de bereikbaarheid van Amsterdam-Noord en de woonambities van de stad. Hij stelt vast dat de toenmalige wethouder op 12 februari op de hoogte werd Pagina 15 van 23 Gemeente Amsterdam Mobiliteit Raadscommissie voor Mobiliteit Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026 gesteld van de bandbreedte van 650 tot 850 miljoen euro, dat dit bestuurlijk is besproken maar niet met de raad is gedeeld, en vraagt waarom op dat moment niet opnieuw is afgewogen of de raad geïnformeerd moest worden, wat de status en betrouwbaarheid van de raming destijds was, en of het standaardprocedure is eerst opties te verkennen voordat de raad wordt geïnformeerd. Hij vraagt daarnaast waarom dezelfde informatie in april wel voldoende werd geacht om met coalitieonderhandelaars te delen, en verwijst naar een interne notitie waarin zou staan dat de raming voor de verkiezingen beschikbaar moest zijn zodat de wethouder kon beslissen over openbaarmaking voor of na de verkiezingen. Het lid VAN BURK onderbreekt met de vraag wat D66 er zelf van vindt dat de voortgangsrapportage eenzijdig is uitgesteld zonder dit aan de raad te melden. Het lid CRUICKSHANK antwoordt dat hij hierover al een vraag heeft gesteld en het antwoord van de wethouder afwacht. Het lid Cruickshank vervolgt zijn betoog met de vraag welke onzekerheden nog in de meest actuele raming zitten, en of de wethouder bereid is met de raad afspraken te maken over wanneer een tussentijdse kostenstijging zo substantieel is dat de raad actief wordt geïnformeerd, ook wanneer de raming nog niet definitief is. Hij sluit af met de opmerking dat hij begrijpt dat het college voorzichtig moet zijn met voorlopige bedragen, maar niet begrijpt waarom onzekerheid reden is om een bedrag niet te delen in plaats van reden om het bedrag mét een waarschuwing over die onzekerheid te delen. Na de eerste termijn schorst de VOORZITTER de vergadering voor tien minuten. Beantwoording door wethouder Moeskops Wethouder MOESKOPS opent met de constatering dat er meerdere, deels overlappende debatten door elkaar lopen, en probeert deze in haar beantwoording samen te brengen. Zij schetst de voorgeschiedenis: het gesprek over een sprong over het IJ loopt al sinds 2015, in 2019 is de commissie-De Hoge ingesteld, in 2021 heeft het college zich verbonden aan het advies om onder meer twee bruggen te bouwen, en bij aanvang van de vorige coalitieperiode was er geen geld en geen project Oostbrug. Het project is vervolgens nieuw leven ingeblazen en heeft vanaf de voorjaarsnota van 2023 concreetheid gekregen, waarna in latere voorjaarsnota's, zonder dat daar nieuwe ramingen aan ten grondslag lagen, aanvullende bedragen zijn gereserveerd. Zij licht het Plan- en Besluitvormingsproces Openbare Ruimte en Infrastructuur (PBI) toe, waarbij ramingen in opeenvolgende fasen (principebesluit, voorkeursbesluit, definitiebesluit, uitvoerings- en budgetbesluit) steeds preciezer worden gedeeld met de raad, en het budgetbesluit het moment is waarop de raad daadwerkelijk over het geld besluit. Vanwege de complexiteit van het project heeft het college besloten ook bij het definitiebesluit een aparte stap met de raad in te bouwen. De oorspronkelijke raming van 325 miljoen euro dateert uit de coronaperiode en hield nog geen rekening met latere eisen van partners. In 2025 werd, mede uit gesprekken met het ministerie, duidelijk dat serieus hogere kosten konden worden verwacht; hierover is intern gesproken en is de raad, zonder bedragen te noemen, tot twee keer toe geïnformeerd. In een periodiek overleg in februari kwam de bandbreedte voor het eerst concreet met bedragen op tafel, maar op dat moment liep er nog een review door Rotterdam, was het kabinet gevallen waardoor onzekerheid ontstond over de positie van het Rijk, en had de toenmalige wethouder zelf nog openstaande vragen over mogelijke besparingen. Volgens wethouder Moeskops was de raming op dat moment niet rijp om te delen, ook niet in een voortgangsrapportage, aangezien in voortgangsrapportages sowieso geen ramingen worden gedeeld. Het lid DESSING onderbreekt met de opmerking dat, hoewel het gesprek over alternatieven buiten de scope van dit agendapunt lijkt te vallen, grote financiële verschillen tussen varianten wel degelijk relevant kunnen zijn voor deze discussie, en vraagt of de wethouder dat met hem eens is. Wethouder Moeskops antwoordt dat zij dit najaar met een aparte brief komt waarin zij dieper ingaat op de duiding van de bedragen, en dat zij daar dan op terugkomt. Pagina 16 van 23 Gemeente Amsterdam Mobiliteit Raadscommissie voor Mobiliteit Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026 Het lid WIJNANTS vraagt of hij het standpunt van het college goed samenvat dat de SSK-raming van Haskoning van december 2025 een tussenraming betrof die nog niet rijp was om met de raad te delen. Wethouder MOESKOPS bevestigt dit: het betrof een tussenstand van een tussenraming, in een fase waarin nog veel liep, waaronder de val van het kabinet, waardoor de positie van de belangrijkste partner onzeker was. Het lid WIJNANTS brengt hiertegen in dat in een brief uit september 2021 exact dezelfde SSK-systematiek is gebruikt om een bandbreedte van 325 tot 515 miljoen euro met de raad te delen, en vraagt hoe het kan dat dezelfde systematiek in 2021 wel geschikt werd geacht om te delen en nu niet. Wethouder MOESKOPS antwoordt dat er destijds nooit een volledige SSK-raming met de raad is gedeeld, slechts een bandbreedte, en dat op de huidige bandbreedte zelfs geheimhouding rust, om twee redenen: ten eerste zitten er nog bestuurlijke keuzes en onzekerheden achter het uiteindelijke bedrag, zoals ook in 2021 uiteindelijk voor het lagere bedrag is gekozen; ten tweede bestaat een SSK-raming uit deelposten, en het vroegtijdig bekendmaken van een deelbedrag (zij noemt als voorbeeld een geraamd bedrag voor prullenbakken op de brug) zou ertoe leiden dat leveranciers dat bedrag als ondergrens gaan hanteren, wat de gemeente financieel zou benadelen. Het lid WIJNANTS stelt vervolgens dat er in 2021 wél voor is gekozen de bandbreedte te delen, terwijl er toen ook nog veel werk te verzetten was, en concludeert dat het argument dat de raming ‘niet rijp’ was dus niet houdbaar is; er moet volgens hem ergens een bestuurlijke afweging zijn gemaakt om de bandbreedte, mede vanwege de verkiezingen, dit keer niet te delen. Wethouder MOESKOPS antwoordt dat het verschil zit in de fase van het PBI- proces: in 2021 ging het om het voorkeursbesluit, een moment waarop volgens het proces wél wordt gedeeld, terwijl het nu gaat om de aanloop naar het definitiebesluit, een latere en preciezere fase waarin het college bewust voorzichtiger is met het delen van cijfers. Zij erkent de spanning met de door Wijnants aangehaalde vergelijking met een boodschappenmandje, maar stelt dat de vergelijking desondanks opgaat: er is nog niet genoeg bekend om het gesprek met de raad goed te kunnen voeren. Het lid WIJNANTS citeert vervolgens een mail van Haskoning van 3 december 2025 waarin het complete SSK-dossier, inclusief kostenramingen en dekkingen, zou zijn opgeleverd, en noemt het onbegrijpelijk dat een raming met een dergelijke stijging (hij noemt een percentage van 93 procent) wordt achtergehouden terwijl delen juridisch mogelijk was en de onderhandelingspositie van de gemeente hiermee niet in gevaar zou zijn gekomen. Hij concludeert dat er een besluit moet zijn genomen om de raming niet te delen, mogelijk ingegeven door schrik over de omvang van de stijging, en vraagt waarom dit niet is gebeurd en of dit geen cruciale inschattingsfout is. Wethouder MOESKOPS herhaalt dat dit kwestie van het juiste PBI-moment is, en illustreert met een hypothetisch scenario waarin de raad al vroeg akkoord zou zijn gegaan met het hoogste bedrag van de bandbreedte, zonder dat er onderbouwing, reviews of gesprekken met het Rijk aan ten grondslag lagen, wat volgens haar de onderhandelingspositie van de gemeente en de belastingcenten van de Amsterdammer zou hebben geschaad. Het lid WIJNANTS herhaalt zijn punt met een verwijzing naar een document van 16 december 2025 waarin de verschillen tussen de ramingen van 2021 en 2025 worden benoemd, en concludeert dat de raming wel degelijk voldoende concreet was om te delen. De VOORZITTER merkt op dat deze vraag al meerdere keren is gesteld, maar geeft wethouder Moeskops nog de gelegenheid te reageren. Pagina 17 van 23 Gemeente Amsterdam Mobiliteit Raadscommissie voor Mobiliteit Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026 Wethouder MOESKOPS verwijst opnieuw naar het verschil in PBI-fase en stelt dat de 2021-raming werd gedeeld bij het voorkeursbesluit, wat een formeel afgesproken deelmoment betrof, terwijl de huidige raming nog niet bij zo'n moment hoort. Het lid KOYUNCU vraagt naar aanleiding van de door wethouder Moeskops genoemde toelichting op de voortgangsrapportage waarom er, gezien de vorige voortgangsrapportages steevast onderdelen als scope, planning en financiën bevatten, nu is gesteld dat er ‘niet zoveel te melden was’, terwijl uit de stukken blijkt dat dit wel het geval was. Wethouder MOESKOPS antwoordt dat deze commissie in het verleden meermaals heeft gevraagd rapportages niet te sturen wanneer er weinig nieuws is, zoals bij de tunnelrapportages, en dat vlak voor het overgeslagen moment al een uitgebreide nota Reikwijdte en Detailniveau met de raad was gedeeld, waardoor een aparte voortgangsrapportage weinig aanvullends had opgeleverd. Het lid KOYUNCU vraagt vervolgens of het overslaan van de rapportage op een goede manier bij de raad is gemeld. Wethouder MOESKOPS antwoordt dat in de veegbrief wel de datum van de volgende voortgangsrapportage stond, maar erkent dat actiever gemeld had kunnen worden dat een rapportage werd overgeslagen, al noemt zij dit geen halszaak. Het lid KOYUNCU haalt vervolgens een brief uit 2023 aan over de kademuren, waarin destijds, in afstemming met de begeleidingscommissie van raadsleden, is voorgesteld de rapportagefrequentie te verlagen en expliciet is aangegeven wat daarvoor in de plaats kwam, verstuurd door wethouder Van der Horst zelf. Hij vraagt waarom dat toen wel netjes werd afgestemd en nu niet. Wethouder MOESKOPS antwoordt dat het in het kademurendossier ging om een structurele, blijvende verlaging van de rapportagefrequentie, wat wezenlijk anders is dan het incidenteel overslaan van één rapportagemoment. Het lid VAN BURK vraagt of dit betekent dat een wethouder bij een project onder de regeling grote projecten voortaan mag afwijken van een afgesproken rapportagemoment zonder dit vooraf te melden. Wethouder MOESKOPS antwoordt dat hiermee juist is voldaan aan een eerdere wens van de commissie om geen inhoudsloze rapportages te sturen, en dat de inschatting was gemaakt dat er geen inhoud was om te rapporteren. Het lid WIJBENGA vraagt waarom er niet voor is gekozen de bandbreedte vertrouwelijk te delen in het fractievoorzittersoverleg, een gremium bedoeld voor gevoelige informatie die de positie van de gemeente zou kunnen schaden. Wethouder MOESKOPS antwoordt met een tegenvraag: wat zou de raad hebben gehad aan een bedrag met enorme onzekerheid, waarover met niemand anders gesproken had mogen worden en waaraan geen besluitvorming was gekoppeld? Zij zegt dit oprecht niet te weten. Het lid VAN BURK vraagt waarom het overslaan van de rapportage, als de wethouder dit onnodig acht, dan niet op een fatsoenlijke manier aan de raad kan worden gemeld, in plaats van dat de raad hier zelf achter moet komen. Wethouder MOESKOPS herhaalt dat hiermee is voldaan aan een wens van de commissie, en biedt aan voortaan een korte mededeling te doen wanneer een rapportage wordt overgeslagen. Pagina 18 van 23 Gemeente Amsterdam Mobiliteit Raadscommissie voor Mobiliteit Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026 De VOORZITTER merkt op dat dit de eerste vergadering van deze nieuwe commissie is, waardoor een dergelijk precedent nog niet eerder is vastgelegd. Het lid WIJNANTS komt terug op de bandbreedte, die hij als het belangrijkste punt beschouwt, en erkent dat vertrouwelijk delen inderdaad weinig had toegevoegd. Hij herhaalt echter dat de wethouder nog geen antwoord heeft gegeven op de vraag waarom bestuurlijk is besloten de informatie niet actief met de raad te delen, maar alleen met de coalitieonderhandelaars, waardoor deze pas in tweede instantie openbaar werd. Wethouder MOESKOPS herhaalt haar eerdere antwoord over de PBI-fase en stelt daarnaast dat de SSK-raming niet het enige instrument is in de aanloop naar het definitiebesluit, en dat de timing van deze raming bewust dichter bij dat besluit ligt dan destijds bij het voorkeursbesluit. Het lid WIJNANTS citeert opnieuw uit de mail van Haskoning van 3 december 2025 en herhaalt dat, aangezien de systematiek identiek was aan 2021, het onbegrijpelijk is dat de bandbreedte niet is gedeeld, zeker gezien de omvang van de stijging. Hij noemt dit een gemiste stap die ertoe heeft geleid dat Amsterdammers de informatie niet hadden bij de verkiezingen en de raad niet goed kon besluiten, en noemt dit een inschattingsfout. Wethouder MOESKOPS reageert met de opmerking dat zij concludeert dat de VVD kennelijk zin heeft belastinggeld weg te gooien, wat volgens haar ‘ook wel eens verfrissend’ is. Het lid REIJNAERS draait de vraag om en vraagt of de wethouder het beroep op de Wet open overheid, waardoor de informatie uiteindelijk alsnog boven tafel kwam, dan nutteloos vindt, aangezien de informatie kennelijk ook via de coalitieonderhandelingen op tafel kwam. Wethouder MOESKOPS antwoordt dat zij in een ideale wereld had gewild dat deze bedragen nog niet bekend waren geweest bij de raad, omdat een wethouder die zijn handtekening onder een raming zet ook de verantwoordelijkheid moet kunnen dragen deze te onderbouwen, wat op dat moment nog niet het geval was. Zij zegt voorstander te zijn van transparantie en de Wet open overheid, maar dat het delen met coalitieonderhandelaars geen bestuurlijke keuze van het college was, en dat zij uiteindelijk blij is dat de bedragen op die manier alsnog gedeeld zijn, omdat de raad hierdoor niet voor een voldongen feit komt te staan bij het definitiebesluit. Het lid REIJNAERS stelt vervolgens dat, als de informatie niet vertrouwelijk genoeg was om buiten een WOO-verzoek te houden, dit lijkt te bevestigen dat de informatie niet vertrouwelijk was, en vraagt of het dan niet onverstandig was deze toch achter te houden. Wethouder MOESKOPS antwoordt dat het WOO-verzoek is gedaan ná het openbaar worden van de coalitiestukken, waardoor de bedragen op dat moment al openbaar waren. Het lid KRIJGER vraagt hoe de door de wethouder benadrukte onzekerheid en voorzichtigheid zich verhoudt tot de stelligheid waarmee de toenmalige wethouder zich tijdens de verkiezingscampagne heeft uitgelaten. Wethouder MOESKOPS antwoordt dat het niet aan haar is als collegelid om uitspraken van lijsttrekkers te duiden, en wijst erop dat het feit dat de kosten van 325 miljoen euro zouden gaan stijgen al tot twee keer toe openbaar was gemaakt. Het lid KRIJGER reageert dat de lijsttrekker in kwestie destijds ook wethouder was, en herhaalt haar vraag. Pagina 19 van 23 Gemeente Amsterdam Mobiliteit Raadscommissie voor Mobiliteit Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026 De VOORZITTER geeft aan dat deze vraag beter aan wethouder Van der Horst gesteld kan worden. Beantwoording door wethouder Van der Horst Wethouder VAN DER HORST geeft aan dat zij, ondanks dat zij geen portefeuillehouder meer is, graag ingaat op de vragen die specifiek op haar handelen zien. Zij benadrukt dat de afspraken over het informeren van de raad bestaan om te voorkomen dat er doorlopend wisselende, nog onzekere tussenbedragen worden gedeeld die later weer moeten worden bijgesteld, en dat verkiezingen of haar rol als lijsttrekker naar eigen zeggen geen rol hebben gespeeld in haar handelen als wethouder. Het lid WIJNANTS merkt op dat de wethouder in een eerdere commissievergadering zelf al een vermoeden leek te hebben van de uiteindelijke kostenstijging. Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat zij toen nog geen concrete ramingen had. Het lid WIJNANTS komt vervolgens terug op het punt van de verkiezingen en citeert een mail van 12 februari 2026, een terugkoppeling van een gesprek met de wethouder, waarin zou staan dat vanwege de verkiezingen en het recent informeren van de raad over de nota Reikwijdte en Detailniveau is besloten niet apart over de voortgang te rapporteren. Hij vraagt hoe dit te rijmen valt met de eerdere stelling dat verkiezingen geen rol speelden. Wethouder VAN DER HORST legt eerst haar algemene werkwijze bij tussenramingen uit, met een voorbeeld uit het project Oranjeloper, waarbij zij destijds bij een onverwachte kostenstijging van 100 miljoen euro niet direct naar de raad stapte, maar eerst onderzoek deed naar besparingsmogelijkheden en pas na verloop van tijd met een voorstel binnen budget naar de raad kwam, wat zij haar taakopvatting als wethouder noemt. Zij stelt dat de huidige raming eveneens een tussenstand betrof waarop nog een externe review en toetsing liepen, en dat zij dergelijke stukken niet gewend is naar de raad te sturen voordat deze zijn afgerond. Over de timing rond de verkiezingen zegt zij dat een voortgangsrapportage kort voor de verkiezingen sowieso nooit was gehaald, ook in eerdere jaren niet, en dat de rapportage van dit project altijd na de verkiezingen kwam. Het lid VAN BURK vraagt wat er precies erg aan zou zijn geweest als de informatie in februari wél met de raad was gedeeld. Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat zij op dat moment de bestuurlijke verantwoordelijkheid voor het bedrag nog niet kon dragen, omdat zij zelf nog vragen had, een review liep en een gesprek met het (destijds demissionaire) Rijk nog moest plaatsvinden. Zij stelt dat het delen van tussentijdse, nog niet extern getoetste ramingen het raadswerk niet ten goede zou komen, en bestrijdt opnieuw dat de verkiezingen hierbij een rol speelden. Het lid VAN BURK brengt hiertegen in dat het hier niet gaat om een kleine bijstelling maar om een factor twee tot drie, wat volgens hem wél reden kan zijn om in ieder geval de brede bandbreedte tussentijds te delen, en herhaalt zijn vraag wat er erg aan zou zijn geweest als dit in februari was gebeurd. Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat zij toen de bestuurlijke verantwoordelijkheid nog niet kon dragen zolang haar eigen vragen en de review nog niet waren afgerond, en wijst erop dat al anderhalf jaar eerder een signaal van het Rijk was dat de kosten flink konden oplopen, waarop zij naar eigen zeggen actie heeft ondernomen door een gesprek met de minister te zoeken, dat door de val van het kabinet echter niet doorging. Zij zegt zich zorgen te maken over her feit dat haar geloofwaardigheid hier in twijfel wordt getrokken, en benadrukt dat zij haar gebruikelijke werkwijze heeft gevolgd Pagina 20 van 23 Gemeente Amsterdam Mobiliteit Raadscommissie voor Mobiliteit Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026 zonder dat de verkiezingen daarin een rol speelden, al erkent zij achteraf dat zij in de veegbrief expliciet had kunnen vermelden dat deze in de plaats kwam van de voortgangsrapportage. Het lid REIJNAERS merkt op dat de wethouder de kwestie van haar geloofwaardigheid lijkt af te schuiven op degenen die een beroep hebben gedaan op de Wet open overheid, en herhaalt zijn eerdere, nog onbeantwoorde vraag of de wethouder niet had kunnen voorzien dat het niet delen van dit soort cijfers dit beeld zou oproepen. Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat dit een lastige, generieke vraag is die zou betekenen dat de raad over alle nieuwe cijfers geïnformeerd zou moeten worden, wat volgens haar het functioneren van de raad niet ten goede zou komen omdat er op zulke momenten geen besluit voorligt om over te debatteren. Het lid REIJNAERS vraagt vervolgens rechtstreeks of het, gezien de taakopvatting van de wethouder, dan helemaal nooit bij haar is opgekomen om dit op enig moment met de raad te delen. Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat de raad wat haar betreft altijd in het hoofd van de wethouder zit, dat zij zichzelf dienstbaar aan de raad beschouwt, maar dat zij bij lopende reviews en onderzoeken altijd wacht tot deze zijn afgerond voordat zij een bedrag deelt. Zij zegt zelf het gevoel te hebben dat de verkiezingen wel voor de raad een rol lijken te spelen in de tijdsdruk van deze discussie, wat volgens haar niet zou moeten gelden voor een wethouder die haar gewone werk doet. Het lid KOYUNCU vraagt waarom het woord ‘verkiezingen’ dan toch herhaaldelijk in de stukken voorkomt, en waarom, als er nog op een externe review werd gewacht, niet in ieder geval een voorlopige orde van grootte met de raad kon worden gedeeld, zeker aangezien de bedragen sindsdien niet meer zijn gewijzigd. Wethouder VAN DER HORST antwoordt, met verwijzing naar het eerder door wethouder Moeskops gegeven antwoord, dat de informatie die in de voortgangsrapportage had gemoeten uiteindelijk in de veegbrief is beland, waardoor er inhoudelijk niets is veranderd, en dat zij er wel op reflecteert dat zij scherper had kunnen aangeven dat de veegbrief in de plaats kwam van de rapportage. Het lid WIJNANTS stelt dat niet de rapportage maar de bandbreedte zelf in de veegbrief gedeeld had moeten worden, en richt zich vervolgens op de reviews waarnaar wethouder Van der Horst herhaaldelijk verwijst. Volgens zijn lezing van de opdrachtbeschrijvingen zagen deze reviews, uitgevoerd door het Ingenieursbureau Rotterdam en Rijkswaterstaat, uitsluitend op de technische haalbaarheid van het project en niet op de kosten, waardoor het argument dat de kosten nog onzeker waren vanwege lopende reviews volgens hem niet standhoudt. Wethouder MOESKOPS beantwoordt dit punt: zij stelt dat de review wel degelijk ook op de kosten zag, en dat er bewust voor is gekozen deze bij Rotterdam te laten uitvoeren vanwege een daar werkzame, bijna met pensioen gaande specialist in brugkosten; daarnaast liep er nog een aparte second opinion op de kosten. Zij voegt toe dat het project nog altijd niet is afgerond, wat ook blijkt uit het feit dat het definitiebesluit nog niet aan de raad is voorgelegd. Het lid WIJNANTS dankt voor deze verduidelijking over de reviews, maar herhaalt dat dit zijn kernpunt niet wegneemt: de bandbreedte was al eerder gedeeld op basis van dezelfde systematiek, en de vraag waarom ervoor is gekozen dit nu niet te doen, mede blijkens de expliciete verwijzing naar de verkiezingen in de mail van 12 februari, blijft volgens hem onbeantwoord. De VOORZITTER wijst hem op zijn resterende spreektijd. Pagina 21 van 23 Gemeente Amsterdam Mobiliteit Raadscommissie voor Mobiliteit Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026 Wethouder VAN DER HORST benadrukt in reactie nogmaals dat de bandbreedte en de voortgangsrapportage twee gescheiden kwesties zijn: het woord verkiezingen wordt volgens haar alleen genoemd in relatie tot de voortgangsrapportage, niet in relatie tot de bandbreedte. Zij licht toe dat ambtenaren het woord verkiezingen doorgaans anders bedoelen dan politici en media: voor ambtenaren is dit een onzekere overgangsperiode waarin onder meer wordt voorgesorteerd op coalitieonderhandelingen en waarin normale besluitvorming tijdelijk stokt, in tegenstelling tot de meer strategische lading die politici en media aan het woord geven. Het lid REIJNAERS vraagt om een nadere toelichting op hoe ambtenaren dan precies anders werken rond verkiezingen en hoe dit relevant is voor de huidige kwestie. Wethouder VAN DER HORST legt uit dat ambtenaren zich voorbereiden op coalitieonderhandelingen en op eventuele nieuwe, demissionaire bestuurders, en dat er in die periode doorgaans geen grote besluiten meer worden genomen en geen reguliere commissievergaderingen plaatsvinden, in tegenstelling tot de realiteit van politici die met campagnes en verkiezingsuitslagen bezig zijn. Zij herhaalt dat de informatie die in de voortgangsrapportage had gemoeten, is opgenomen in de veegbrief, die mede is opgesteld omdat zij als wethouder de periode afsloot en nog niet wist of zij zou terugkeren. Wethouder Van der Horst gaat vervolgens in op haar rol als lijsttrekker, en stelt dat zij hierover als collegelid formeel geen verantwoording aflegt aan de raad, maar toch wil reflecteren. Zij wijst erop dat de Oostbrug bij aanvang van de vorige coalitieperiode niet in het coalitieakkoord stond en zonder budget was, en dat zij er, mede met steun van de raad, in is geslaagd hiervoor gedurende meerdere jaren geld te reserveren, wat volgens haar uniek is. Zij vindt het niet vreemd dat een lijsttrekker hier vervolgens ook in de campagne trots op is en de ambitie uitspreekt dat de bruggen er komen. Het lid WIJNANTS reageert dat het kernpunt is dat de wethouder tijdens de campagne, ondanks te weten dat het gereserveerde geld niet meer voldoende was, dit niet aan de kiezer heeft gemeld en daarmee een oneerlijk beeld heeft geschetst. Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat ook Wijnants zelf wist dat er onvoldoende geld was, aangezien de kostenstijging in twee rapportages was gemeld en ook in de media aan bod kwam; zij herinnert hem eraan dat hij in een eerdere commissievergadering zelf al een schatting van 850 miljoen euro noemde. Zij stelt vast dat het besef dat de brug duurder zou worden breed gedeeld was in de commissie, en dat zij als lijsttrekker vasthoudt aan haar ambitie voor de brug, ook al erkent zij dat bepaalde nuances destijds voorzichtiger geformuleerd hadden kunnen worden. Het lid KRIJGER vraagt, met verwijzing naar de eerder geciteerde uitspraak over ‘geld voor bruggen over het IJ’ als wapenfeit, of de Amsterdamse kiezer dan niet had moeten weten dat dit niet helemaal klopte. Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat zij vindt dat het debat nu erg gedetailleerd wordt gevoerd over haar rol als lijsttrekker, wat zij een ongebruikelijke positie in een commissiedebat noemt, en herhaalt dat zij ambitie voor de brug heeft uitgesproken, wat volgens haar een normaal onderdeel is van campagne voeren, en dat zij op de resultaten van de afgelopen jaren trots mag zijn. Het lid KRIJGER verduidelijkt daarop dat het haar niet gaat om de vraag of trots gerechtvaardigd is, maar om transparante informatievoorziening aan de kiezer op het moment dat iemand twee rollen tegelijk vervult. Het lid REIJNAERS merkt op dat de wethouder als lijsttrekker sprak met de wetenschap dat wat zij zei niet meer helemaal klopte. Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat de kostenstijging destijds al openbaar bekend was gemaakt, tot drie keer toe, en dat alle lijsttrekkers en de media over deze informatie beschikten, waardoor zij het lastig vindt op elke nuance in haar campagne- Pagina 22 van 23 Gemeente Amsterdam Mobiliteit Raadscommissie voor Mobiliteit Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026 uitspraken te worden aangesproken. Zij geeft aan dit onderwerp na deze reactie te willen afronden en de verdere afweging aan de raad en wethouder Moeskops te laten. Het lid REIJNAERS reageert nog dat het niet gaat om de vraag of de kosten zouden stijgen, maar om de vraag of ze met een half miljard euro zouden stijgen, en dat het uitzoeken van dat verschil precies de taak van de raad is. Wethouder MOESKOPS sluit dit onderdeel af met de opmerking dat dit gesprek in het voorjaar verder met haar gevoerd zal worden, wanneer het definitiebesluit voorligt. Het lid KOYUNCU verzoekt om een korte schorsing van vijf minuten, wat wordt toegekend. Afronding Na de schorsing vraagt de VOORZITTER beide wethouders of alle vragen zijn beantwoord, wat bevestigend wordt beantwoord. Er is geen behoefte aan een tweede termijn. Het lid WIJNANTS verzoekt het agendapunt door te geleiden naar de eerstvolgende raadsvergadering en dit verzoek bij het presidium neer te leggen voor behandeling op 2 september, met het oog op een aantal zaken die volgens hem ook in de raad gewogen moeten kunnen worden. De VOORZITTER neemt dit verzoek voor kennisgeving aan. Het lid WIJNANTS dankt namens de commissie wethouder Van der Horst voor haar aanwezigheid en tijd, waarna de VOORZITTER zich hierbij aansluit. Sluiting De VOORZITTER constateert dat de vergadering, ondanks de omvang van agendapunt 11, keurig op tijd is afgerond. Zij dankt alle aanwezigen en de kijkers thuis voor hun komst en aandacht bij deze eerste vergadering van de commissie Mobiliteit en sluit de vergadering. Pagina 23 van 23

Tekst uit PDF geëxtraheerd