Home › Amsterdam › Document
Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie Mobiliteit d.d. 20 augustus 2026
Raadsvoorstel
| Type | Raadsvoorstel |
| Gemeente | Amsterdam |
| Datum | 2026-09-17 |
| Bron | Download brondocument → |
Document
Geëxtraheerde tekst
Gemeente Amsterdam Mobiliteit
Mobiliteit, Openbare ruimte, Varen, Gemeentelijk vastgoed, Zuidasdok, Maatschappelijke
voorzieningen, Sport en bewegen
Raadscommissieverslag, 20 augustus 2026
CONCEPTVERSLAG
Vergadering Openbare vergadering van de raadscommissie Mobiliteit
Vergaderdatum Donderdag 20 augustus 2026 van 13.30 uur tot 17.00 uur in de Willem Kraanzaal
Verslag vast te stellen
op: D onderdag 17 september 2026
Voorzitter: Anna Bomhof
Commissiegriffier: B. Brouwer (commissiegriffier), M. Saelman
(commissieondersteuner)
Verslaglegging: S.E. Yildiz (Notuleerservice Nederland)
Aanwezige commissieleden: D. Akkermans (Partij voor de Dieren), A. Bomhof
(PRO Amsterdam), P. van Burk (Volt), S. Cruickshank (D66), J. Dessing (Forum voor
Democratie), W. Deterink (VVD), R.B. Havelaar (CDA), B. van Hilten (D66), N. Kasmi
(PRO Amsterdam), S. Keij (JA21), S. Koyuncu (DENK), A. Krijger (Partij voor de Dieren),
J. Krom (Partij voor de Dieren), D. Reijnaers (SP), A. Snijders (Forum voor Democratie),
G. Vijzelman (BIJ1), I. Wijbenga (CDA), D. Wijnants (VVD)
Afwezige commissieleden: N. Ait Boubker (D66), M. Belkasmi (PRO Amsterdam,
vervangen door het lid Van Munster), T. Dibi (BIJ1)
Aanwezige portefeuillehouders: wethouder Van der Horst, wethouder Mbarki,
wethouder Moeskops
Afwezige portefeuillehouder:
Overige aanwezigen:
1. Algemeen deel
1a.
Opening procedureel gedeelte
De VOORZITTER heet iedereen van harte welkom bij de eerste vergadering van
de commissie Mobiliteit. Zij stelt zichzelf voor als vaste voorzitter van de commissie en stelt
de heer Brouwer voor als griffier van de commissie. De voorzitter heet alle leden, de
wethouders, de aanwezigen op de publieke tribune en de kijkers thuis welkom en opent de
vergadering.
1b.
Mededelingen
De VOORZITTER staat stil bij het overlijden van Maarten Brante, hoofd
fractiebureau van JA21, en betuigt namens de commissie haar condoleances en steun aan
de fractie van JA21.
Het lid Belkasmi (PRO Amsterdam) heeft zich afgemeld voor de vergadering en
laat zich vervangen door het lid Van Munster. Ook de leden Ait Boubker (D66) en Dibi
(BIJ1) hebben zich afgemeld.
De voorzitter meldt dat wethouder Van der Horst vandaag aanwezig zal zijn bij de
bespreking van agendapunt 11, over de gestegen kosten van de Sprong over het IJ.
Pagina 1 van 23
Gemeente Amsterdam Mobiliteit
Raadscommissie voor Mobiliteit
Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026
Vanwege de start van een nieuwe commissiecyclus na het zomerreces neemt de
voorzitter de huisregels door. Leden dienen zich vooraf aan te melden voor de
agendapunten waarop zij het woord willen voeren, uiterlijk 24 uur voor de vergadering bij
de griffie. Stukken van de TKN-lijst die leden willen bespreken, dienen uiterlijk om 13.00 uur
op de dag voor de vergadering bij de griffie te worden ingediend, onder vermelding van de
motivatie. Overige punten die leden willen aandragen voor de agenda dienen uiterlijk vijf
werkdagen voor de vergadering bij de griffie te worden ingediend. Dit is ook terug te lezen
in het reglement van orde.
Omdat dit de eerste vergadering van de commissie is, wordt een plaatsvervangend
voorzitter gekozen. Het lid Deterink (VVD) wordt hiervoor aangedragen en de commissie
stemt hiermee bij acclamatie in. De voorzitter feliciteert het lid Deterink met zijn benoeming.
Er zijn geen overige mededelingen vanuit de leden.
Wethouder MBARKI meldt een toezegging uit de vorige bestuursperiode over
golfclub Sloten af te handelen. Golfclub Sloten kampt met een dalend ledenaantal en kan
hierdoor de huur voor 2026 en daarna niet meer betalen. Afgesproken is dat de golfclub in
2026 50 procent van de huur betaalt en dat de golfactiviteiten op Sportpark Sloten per 1
januari 2027 stoppen, zoals eerder al was aangekondigd. De leden van de golfclub zijn
hierover geïnformeerd tijdens de ALV in april. De gemeente ondersteunt leden die dat
wensen bij het vinden van een andere golfclub, bijvoorbeeld bij Sportpark 't Loopveld, en bij
het afbouwen van de activiteiten van de golfclub, indien gewenst.
Wethouder MOESKOPS biedt de commissie twee technische sessies aan,
waarvoor de griffie een intekenlijst laat rondgaan. De eerste sessie gaat over het
programma Zuidasdok, dat een nieuwe fase ingaat terwijl de commissie grotendeels nieuw
is samengesteld. De sessie behandelt zowel de inhoud van het programma als een
terugblik op het verloop tot nu toe. De griffie stelt hiervoor woensdag 4 november van 14.00
tot 15.30 uur voor. De tweede sessie gaat over de werkwijze van de stadsregisseur, die
ervoor zorgt dat de stad tijdens werkzaamheden in de openbare ruimte bereikbaar blijft
door werkzaamheden in straten en buurten onderling af te stemmen, in samenwerking met
regio, partners, logistiek, openbaar vervoer en hulpdiensten. De stadsregisseur heeft als
onafhankelijk adviseur zelf aangeboden de raad hierin mee te nemen. Hiervoor wordt nog
een datum gezocht, afhankelijk van de animo.
De VOORZITTER geeft aan dat een technische sessie doorgaat zodra leden van
ten minste vier fracties zich hiervoor aanmelden. De uitkomst van de inventarisatie wordt
de volgende dag in de uitslagenlijst gedeeld.
1c.
Vaststellen agenda
De VOORZITTER neemt de vooraf via de dagmail gedeelde agendavoorstellen
door.
Het lid HAVELAAR (CDA) verzoekt agendapunt 7, over de positie van
verloskundigen in het verkeer, van de agenda af te voeren, in verband met de aanstaande
herziening van het beleid omtrent RVV-ontheffingen. Dit verzoek is mede ingediend door
de leden Deterink (VVD) en Keij (JA21). Beide leden stemmen op de vraag van de
voorzitter in met het afvoeren van dit punt.
Het lid AIT BOUBKER (D66) verzoekt agendapunt 8, de raadsinformatiebrief over
sociaal veilige en aantrekkelijke openbare ruimte, door te schuiven naar de volgende
vergadering.
Het lid BELKASMI (PRO Amsterdam) verzoekt agendapunt 10, de Najaarsbrief
2025 van het Mobiliteitsprogramma Zeeburgereiland en IJburg, door te schuiven naar de
Pagina 2 van 23
Gemeente Amsterdam Mobiliteit
Raadscommissie voor Mobiliteit
Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026
commissievergadering van 18 november, in verband met de technische sessie op 4
november over De Cruciale Mijl en de nieuwe tramstalling op het Zeeburgereiland. De
voorzitter meldt dat het lid Wijbenga (CDA) zich voor dit punt heeft aangemeld.
Het lid WIJNANTS (VVD) verzoekt agendapunt 11, over de gestegen kosten van
de Sprong over het IJ, aan het begin van de vergadering te bespreken.
De VOORZITTER stelt voor om eerst agendapunt 3 met wethouder Mbarki te
behandelen en vervolgens agendapunt 11 en de overige punten met wethouder Moeskops.
Het lid VAN MUNSTER (PRO Amsterdam), als vervanger van het lid Belkasmi,
vraagt of agendapunt 4, over het Jaar van de Voetganger, kan worden afgevoerd als hij de
enige aangemelde spreker is.
Het lid REIJNAERS (SP) geeft aan zich ook voor dit punt te hebben aangemeld,
waarna de VOORZITTER concludeert dat dit punt op de agenda blijft staan.
Het lid VAN MUNSTER stemt hiermee in.
Het lid DETERINK (VVD) vraagt om verduidelijking van het eerdergenoemde
agendapunt.
De VOORZITTER licht toe dat het gaat om agendapunt 7 en dat het lid Havelaar
heeft verzocht dit af te voeren, waarop het lid DETERINK en het lid KEIJ (JA21), die zich
beiden voor dit punt hadden aangemeld, bevestigen hiermee akkoord te gaan.
Er zijn geen overige agendavoorstellen. De commissie stemt in met de agenda, die
hiermee is vastgesteld.
1d.
Conceptverslag van de openbare vergadering van de raadscommissie TAR van 17
juni 2026
De VOORZITTER meldt dat er, omdat dit de eerste vergadering van de commissie
Mobiliteit is, geen eigen verslag van deze commissie ter vaststelling voorligt. Het verslag
van de tijdelijke algemene raadscommissie van 17 juni 2026 is reeds vastgesteld in de
commissievergadering Huisvesting.
1e.
Actielijsten en langetermijnagenda’s, per portefeuille
De VOORZITTER licht toe dat op de actielijsten onder meer de openstaande
moties, schriftelijke vragen en toezeggingen staan vermeld, waarover leden bij dit
agendapunt vragen kunnen stellen over de voortgang. Op de langetermijnagenda's geeft
het college aan welke beleidsdocumenten de commissie in de toekomst kan verwachten,
ook hierover kunnen vragen worden gesteld. De voorzitter merkt op dat sommige
actielijsten en langetermijnagenda's leeg zijn of onderwerpen bevatten die niet meer in de
betreffende portefeuille vallen, en dat het college bezig is deze onderwerpen naar de juiste
lijst over te zetten.
Er zijn geen vragen of opmerkingen van de leden.
1f.
TKN-lijst
Pagina 3 van 23
Gemeente Amsterdam Mobiliteit
Raadscommissie voor Mobiliteit
Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026
De VOORZITTER licht toe dat leden stukken van de TKN-lijst kunnen laten
agenderen voor inhoudelijke bespreking in een volgende vergadering. Dit dient uiterlijk om
13.00 uur op de dag voor de vergadering bij de griffie te worden gemeld via het hiervoor
bedoelde formulier, met vermelding van de motivering, zodat andere leden zich op het
debat kunnen voorbereiden.
De VOORZITTER meldt een ontvangen verzoek om TKN 2, de raadsinformatiebrief
over de afdoening van motie 566 inzake de effecten van gratis OV voor kinderen en de
onderzoeksresultaten GVB Kids Vrij 2025/2026, te agenderen voor bespreking in de
vergadering van 17 september. Dit verzoek is ingediend door de leden Deterink (VVD) en
Belkasmi (PRO Amsterdam), met een motivering die vooraf via de dagmail is gedeeld.
De commissie stemt hiermee in.
1g.
Ingekomen stukken stadsdeelcommissies
De VOORZITTER meldt dat er één ingekomen stuk van een stadsdeelcommissie
voorligt, van de stadsdeelcommissie Oost. Zij licht toe dat de raadscommissie beslist of een
ingekomen stuk voor kennisgeving wordt aangenomen of voor bespreking wordt
geagendeerd, en dat bij bespreking eventueel ook om een bestuurlijke reactie van het
college kan worden gevraagd.
Het ingekomen stuk betreft Advies 465 van de leden Jaarsma en Van der Sangen
over een aanpassing van de kosten voor een BHG-vignet voor huurders van waterpercelen
aan de Nico Jessekade, voorzien van een reactie van het dagelijks bestuur.
Het lid DETERINK (VVD) verzoekt dit stuk te bespreken en geeft aan dat een
aparte bestuurlijke reactie van het college niet nodig is, omdat de reactie van het dagelijks
bestuur al een reactie van het college bevat.
De VOORZITTER concludeert dat de commissie hiermee instemt: het stuk wordt
geagendeerd voor bespreking, zonder een aparte bestuurlijke reactie te vragen.
2. Inhoudelijk deel
2a.
Opening inhoudelijk deel
De VOORZITTER opent het inhoudelijke deel van de vergadering en wijst de leden
erop dat vanaf dit moment de spreektijden ingaan.
2b.
Inspreekmoment publiek
De VOORZITTER kondigt aan dat er voor deze vergadering drie insprekers zijn
aangemeld en neemt de spelregels voor het inspreken door. Insprekers krijgen drie
minuten spreektijd, worden verzocht na hun bijdrage te blijven zitten in verband met
eventuele vragen van commissieleden, krijgen een signaal wanneer de spreektijd bijna is
verstreken, hun wordt gevraagd hun betoog tot de commissie te richten en niet tot de
wethouders, aangezien deze te gast zijn bij de commissievergadering, en het is niet
toegestaan namen van ambtenaren te noemen.
Eerste inspreker: de heer Frans Hein, namens Admiraal Hein, over agendapunt 2b
De heer HEIN schetst de geschiedenis van het vaarbeleid vanaf 2009, waarbij
achtereenvolgende colleges en wethouders wisselend beleid voerden, een innovatielab liep
Pagina 4 van 23
Gemeente Amsterdam Mobiliteit
Raadscommissie voor Mobiliteit
Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026
dat na twee jaar werd afgekapt, en een juridisch traject volgde waarin hij uiteindelijk bij de
Raad van State gelijk kreeg en de rechter het gehele beleid onrechtmatig verklaarde. Hij
stelt dat hierdoor onder tijdsdruk nieuw beleid moest worden opgesteld, wat volgens hem
heeft geleid tot een ‘race to the bottom’ en het verdwijnen van tientallen salonbootrederijen.
Hij meldt dat inmiddels vier leden hebben gereageerd op zijn aanbod tot een
informatiebijeenkomst, die hij samen met de Verenigde Rederijen wil organiseren, en dat
een eerste bijeenkomst na de herfstvakantie gepland lijkt te zijn. Hij verzoekt de commissie
kritische ondernemers niet langer tegen te werken, bezwaartermijnen te respecteren en
geleden schade te vergoeden.
Het lid DESSING (Forum voor Democratie) vraagt de heer Hein naar zijn
langetermijnvisie op het vaarbeleid voor kleine rederijen. De heer Hein verwijst naar de
honderden oplossingen die tijdens het innovatielab van 2016 zijn uitgewerkt, waaronder
afspraken over lichtplaatsen, en geeft aan dat deze oplossingen nog steeds beschikbaar
zijn maar door een beleidswijziging niet zijn doorgevoerd.
Er zijn geen overige vragen van commissieleden.
De VOORZITTER dankt de heer Hein voor zijn komst.
Tweede inspreker: mevrouw H.E. van Nierop, namens het Comité Westelijke
Grachtengordel e.o., over agendapunt 9
Mevrouw VAN NIEROP geeft aan dat de beantwoording van het raadsadres van
juni 2024, die negen maanden op zich liet wachten, naar haar mening inadequaat is en
geen oplossing biedt ter voorkoming van schade aan bomen. Zij stelt daarbij de volgende
vragen aan de commissie:
• Hoe kan de heftruckbestuurder gewaarschuwd worden om geen zakken met
stenen of andere zaken op de boomspiegels te deponeren om schade te
voorkomen?
• Wie controleert dat?
• Is de heftruckbestuurder wel de Nederlandse taal machtig?
• Kan hij 's ochtends om half acht nog precies herinneren wat de opdracht was?
• Weet hij wat een boomspiegel inhoudt?
Zij stelt dat de controle door de omgevingsmanager tekortschiet of ontbreekt en
vraagt hoe het zit met die zichtbaarheid van die omgevingsmanager. Ter illustratie
beschrijft zij een incident waarbij een jonge aanplant scheef kwam te staan doordat een
geparkeerde auto niet op de handrem stond, en waarbij de gemeente er vervolgens toe
overging de boom te kappen in plaats van te herstellen, tot onbegrip van omwonenden. Zij
verzoekt de commissie controle bij werkzaamheden rond bomen in de openbare ruimte
verplicht te stellen en de zichtbaarheid van de omgevingsmanagers te verbeteren.
Er zijn geen vragen van commissieleden.
De VOORZITTER dankt mevrouw Van Nierop voor haar komst en inspraak.
Derde inspreker: de heer Ed Eringa, namens de Fietsersbond Amsterdam, over
agendapunt 11
De heer ERINGA adviseert het college sinds 2014 over IJ-oeververbindingen. Hij
plaatst de recent bekendgemaakte kostenstijging van 300 miljoen euro voor de
herinrichting van het oostelijk IJ, inclusief de Oostbrug, in de context van wereldwijde
prijsstijgingen die volgens hem ook andere grote infrastructuurprojecten raken. Hij
benadrukt de maatschappelijke waarde van de Oostbrug voor het fiets- en
voetgangersnetwerk, waaronder minder files, schonere lucht en gezondheidswinst, en
verwijst naar onderzoek van de Universiteit Maastricht dat het lagere
overgewichtspercentage in Amsterdam becijfert op een jaarlijkse besparing van 300 miljoen
euro. Hij schetst de politieke geschiedenis van het project vanaf de eerste plannen tot het
Pagina 5 van 23
Gemeente Amsterdam Mobiliteit
Raadscommissie voor Mobiliteit
Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026
vrijmaken van budget door wethouder Van der Horst. Hij roept de commissie op het project
niet af te remmen en stelt dat een lagere brughoogte, mits goed afgestemd met Den Haag,
tot een kostenbesparing zou kunnen leiden.
Het lid REIJNAERS (SP) reageert dat hij de bijdrage belangrijk vindt en deze ter
harte neemt.
Er zijn geen overige vragen.
De VOORZITTER dankt de heer Eringa voor zijn tijd en komst.
2c.
Actualiteiten
Er zijn voor deze vergadering geen actualiteiten aangemeld.
2d.
Rondvraag
Er zijn voorafgaand aan de vergadering geen aanmeldingen voor de rondvraag
ontvangen.
De VOORZITTER vraagt de leden of er een vraag voor de rondvraag is. Dit is niet
het geval.
BESPREEKPUNTEN
De VOORZITTER licht toe dat op de agenda zowel raadsvoordrachten ter
advisering aan de gemeenteraad als door leden zelf geagendeerde punten kunnen staan.
Raadsvoordrachten worden automatisch geagendeerd voor de eerstvolgende
raadsvergadering na de commissie. Overige bespreekpunten worden niet automatisch
geagendeerd voor de raad; leden die dat wel wensen, kunnen dit aan het einde van het
betreffende agendapunt aangeven, waarna het punt op de agenda komt van de
raadsvergadering van 30 september of 1 oktober. Voor deze vergadering staan geen
raadsvoordrachten geagendeerd; er worden uitsluitend door commissieleden
geagendeerde punten behandeld.
SPORT EN BEWEGEN
3.
Bespreken van de raadsinformatiebrief over zwemles voor volwassenen via
stadspas en voor statushouders (VN2026-008990)
De VOORZITTER licht toe dat dit punt was geagendeerd door het lid Yemane
(PRO Amsterdam), die zich vandaag laat vervangen door het lid Kasmi. Ook de leden
Cruickshank (D66) en Koyuncu (DENK) hebben zich voor dit agendapunt aangemeld. Er
zijn geen overige aanmeldingen.
Het lid KASMI (PRO Amsterdam) geeft aan dat zwemmen in een waterrijke stad als
Amsterdam niet alleen sport of ontspanning is, maar ook een belangrijke basisvaardigheid,
en dat haar fractie het positief vindt dat de gemeente investeert in zwemlessen voor
volwassenen, met specifieke aandacht voor statushouders. Zij vraagt daarbij aandacht voor
verschillen in culturele achtergrond en de manier waarop mensen elders hebben leren
zwemmen, bijvoorbeeld in open water zonder formele zwemles of diploma, wat niet
automatisch betekent dat men voldoende zwemvaardig of bekend met de veiligheidsregels
Pagina 6 van 23
Gemeente Amsterdam Mobiliteit
Raadscommissie voor Mobiliteit
Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026
in een Nederlands zwembad is. Zij verwijst naar het overlijden van een Amsterdamse
inwoner in het Bijlmer Sportcentrum en de bijbehorende rechterlijke uitspraak, en stelt de
wethouder de volgende drie vragen:
• Welke concrete lessen heeft de gemeente hieruit getrokken en welke
veiligheidsmaatregelen zijn sindsdien aangescherpt voor niet-zwemvaardige
volwassenen?
• Hoe worden niet-zwemvaardige bezoekers beschermd buiten de zwemles om, en
zijn er stedelijke afspraken met zwembadexploitanten gemaakt?
• Welke concrete veiligheidseisen stelt de gemeente aan de zwembaden waarmee
zij samenwerkt en hoe wordt hierop actief gecontroleerd?
Het lid CRUICKSHANK (D66) voert het woord namens zijn collega Abeln en
spreekt waardering uit voor de maatregel, die volgens hem bijdraagt aan zowel veiligheid
als volwaardige deelname aan de stad. Hij vraagt aandacht voor de capaciteit: de
gemiddelde wachttijd voor volwassenenzwemlessen bedraagt volgens de brief ongeveer
een half jaar, terwijl het personeelstekort bij zwembaden in zowel de Agenda Zwemmen als
de reactie van de Sportraad als grote uitdaging wordt genoemd. Hij vraagt of het college
hier voldoende op anticipeert, of er al concrete afspraken met zwemaanbieders worden
gemaakt om de capaciteit te vergroten, en of het college kan toezeggen de ontwikkeling
van wachttijden en beschikbare capaciteit actief te monitoren en de raad hierover te
informeren.
Het lid KOYUNCU (DENK) brengt een separaat punt in over de toegankelijkheid
van het zwembad voor mindervalide stadspashouders die gebruik moeten maken van een
lift om in of uit het water te komen. Hij geeft aan dat deze lift niet altijd beschikbaar is in het
bad waar men wil zwemmen, en vraagt het college of dit bekend is en of hier iets aan
gedaan kan worden.
Wethouder MBARKI beantwoordt de vragen. Hij licht toe dat de in de
raadsinformatiebrief aangekondigde actie vanaf september van start gaat: volwassenen
met een stadspas kunnen voor 5 euro een vijflessenkaart aanschaffen in het Zuiderbad, het
Noorderparkbad en het De Mirandabad, en in het Bijlmer Sportcentrum en het
Sloterparkbad een maandabonnement voor zwemles afsluiten. Statushouders kunnen
daarnaast in het Sloterparkbad en het Bijlmer Sportcentrum lessen volgen. Op de vraag
over getrokken lessen antwoordt de wethouder dat naar aanleiding van de genoemde
casus alle protocollen opnieuw onder de aandacht zijn gebracht bij alle betrokken
zwembadmanagers, zowel van eigen als geëxploiteerde zwembaden, waarbij elke
exploitant zelf verantwoordelijk blijft voor het opstellen, naleven en kenbaar maken van
deze protocollen bij het personeel. Voor statushouders die specifiek voor lessen komen, is
als extra maatregel toegevoegd dat zij een polsbandje krijgen en de eerste keer persoonlijk
worden begeleid; zonder les worden zij niet tot het zwembad toegelaten. Ook wordt
bezoekers explicieter gevraagd of zij daadwerkelijk kunnen zwemmen, waarbij bij twijfel via
de portofoon wordt gecommuniceerd met toezichthouders.
Over de bescherming buiten de zwemles om geeft de wethouder aan dat vrij
zwemmen onderworpen is aan wet- en regelgeving waarvoor de exploitanten
verantwoordelijk zijn via hun veiligheidsprotocollen, welke per bad kunnen variëren;
hierover bestaan geen directe stedelijke afspraken. In de zwembaden waar
statushouderslessen worden gegeven, wordt wel gewerkt met polsbandjes in combinatie
met een poortjessysteem, zodat lesdeelnemers niet zomaar toegang hebben, en is in het
betreffende zwembad besloten geen vrij zwemmen meer toe te staan in het diepe water.
Over de rol van de gemeente in toezicht en controle antwoordt de wethouder dat
alle zwembaden in Nederland, dus ook in Amsterdam, dezelfde wettelijke eisen moeten
naleven, vastgelegd in de Omgevingswet, waaronder eisen aan het aantal toezichthouders
en BHV/EHBO. Voor gemeentelijke zwembaden is de gemeente zelf verantwoordelijk en
hierop wordt gecontroleerd; externe exploitanten dragen deze verantwoordelijkheid zelf,
waarbij de gemeente via kwartaalgesprekken extra aandacht besteedt aan het borgen van
veiligheidsprotocollen.
Op de vraag van het lid Cruickshank over capaciteit antwoordt de wethouder dat
met de start van lessen in een extra zwembad direct capaciteit wordt toegevoegd, wat de
Pagina 7 van 23
Gemeente Amsterdam Mobiliteit
Raadscommissie voor Mobiliteit
Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026
wachtlijsten mede moet verminderen. Deze lessen worden bovendien vaak gepland op
tijden met doorgaans meer beschikbaar zwemwater, overdag, wat volgens de wethouder
ook helpt. Hij geeft aan dat de huidige actie alleen via de zwembadexploitanten loopt en
nog niet via commerciële aanbieders, en dat het college bij aanhoudende wachtlijsten met
aanvullende aanbieders in gesprek zal gaan om de wachttijd te verkorten.
Op de vraag van het lid Koyuncu over de toegankelijkheid van de lift voor
mindervalide stadspashouders geeft de wethouder aan hier niet direct het volledige
antwoord op te hebben. Bij de gelegenheid tot een tweede termijn komt de wethouder hier
nogmaals op terug en hij biedt zijn excuses aan voor het ontbreken van een volledig
antwoord op deze naar zijn zeggen terechte vraag, aangezien het hem niet helemaal
scherp voor ogen staat hoe dit precies geregeld is. Hij koppelt dit aan de bredere vraag hoe
laagdrempelig de gemeente dit soort voorzieningen kan maken, en zegt toe hierop terug te
komen.
Er is geen behoefte aan een tweede termijn.
De VOORZITTER stelt vast dat het punt voor nu voldoende is besproken en dankt
wethouder Mbarki voor zijn aanwezigheid. Er wordt niet verzocht dit punt te agenderen voor
de raadsvergadering.
MOBILITEIT (INCL. PARKEREN)
4.
Bespreken van de raadsinformatiebrief over de terugblik op het Jaar van de
Voetganger (VN2026-009072)
De VOORZITTER licht toe dat dit punt is geagendeerd door de fractie van PRO
Amsterdam. Aangemeld hebben zich het lid Reijnaers (SP) en het lid Akkermans (Partij
voor de Dieren). Op navraag van de voorzitter geeft het lid Van Munster (PRO Amsterdam)
aan namens zijn fractie geen gebruik te maken van het woord bij dit agendapunt.
Voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling maakt het lid REIJNAERS een punt
van orde en hij vraagt of de spreektijd, gezien de lengte van het voorgaande debat, kan
worden verruimd.
De VOORZITTER antwoordt dat de griffier dit niet toestaat.
Vervolgens maakt het lid DETERINK (VVD) een punt van orde: hij heeft
agendapunt 5 (de voortgangsrapportage Aanpak Wegtunnels Amsterdam) geagendeerd,
maar houdt hierdoor geen spreektijd meer over, en verzoekt dit agendapunt door te
schuiven naar de volgende commissievergadering. De overige leden stemmen hiermee in.
Het lid REIJNAERS (SP) geeft aan, gezien zijn beperkte spreektijd, kort te zullen
zijn en direct op het belangrijkste punt te komen. Hij stelt dat het bij het Jaar van de
Voetganger onder meer gaat om bewustwording, zichtbaarheid en toegankelijkheid van
OV-haltes en geleidelijnen voor blinden. Hij verwijst naar een recent rapport van de
rekenkamer over de toegankelijkheid van tram- en bushaltes, waarin expliciet wordt gesteld
dat het zoveel mogelijk aansluiten bij bestaande werkzaamheden niet efficiënt is en tot
verkeerde effecten leidt. Hij constateert dat dit precies de aanbeveling is die de wethouder
in haar terugblikbrief doet, en vraagt hoe de wethouder tegen deze aanbeveling aankijkt nu
de rekenkamer hier kritisch over is.
Het lid AKKERMANS (Partij voor de Dieren) stelt dat een stad waarin voetgangers
ruim baan krijgen, gemotoriseerd vervoer minder noodzakelijk maakt, met positieve
gevolgen voor de gezondheid van Amsterdammers, de ecologische voetafdruk en de
verbinding met de buurt. Zij geeft aan dat haar fractie blij is dat de voetganger het
afgelopen jaar veel aandacht heeft gekregen, maar wijst erop dat gedragsverandering in
het verkeer tijd kost. Zij stelt vast dat er voetgangerstellingen zijn uitgevoerd en
verkeersmodellen zijn aangeschaft, maar dat de inzichten die daaruit volgen in de stukken
Pagina 8 van 23
Gemeente Amsterdam Mobiliteit
Raadscommissie voor Mobiliteit
Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026
ontbreken, en vraagt of de stad dit jaar toegankelijker is geworden voor voetgangers, wat
de knelpunten zijn en of deze proactief worden aangepakt, en of de raad deze resultaten
kan volgen. Daarnaast vraagt zij naar de aanbeveling van het college dat agendering van
het thema voetganger belangrijk blijft, terwijl concrete plannen hiervoor volgens haar
ontbreken, en hoe de wethouder ervoor gaat zorgen dat de belangen en veiligheid van
voetgangers op de agenda blijven staan.
Wethouder MOESKOPS beantwoordt de vragen. Over het rekenkamerrapport
geeft zij aan hier apart op terug te komen, aangezien de situatie bij haltes complexer ligt:
de gemeente is wegbeheerder voor het gebied rondom een halte, terwijl de halte zelf onder
de vervoerregio valt, waardoor beide perspectieven eerst onderling worden afgestemd
voordat een reactie volgt. Zij onderschrijft dat het voorliggende stuk een terugblik betreft en
zegt toe graag met de commissie vooruit te kijken naar een betere aanpak van haltes,
aangezien zij ervan uitgaat dat deze ambitie wordt gedeeld.
Op de vraag van het lid Akkermans over het vervolg antwoordt de wethouder dat in
het coalitieakkoord al enkele opmerkingen staan over ruimte voor de voetganger, en zegt
toe hier apart op terug te komen met een uitwerking van de vervolgstappen. Zij vermeldt
dat het Jaar van de Voetganger destijds is geïnitieerd door haarzelf toen zij nog raadslid
was, en geeft aan met plezier verder te willen kijken hoe dit uitgangspunt, ook voor de
nieuwe leden van de raad, verder vorm kan krijgen.
Er is geen behoefte aan een tweede termijn.
De VOORZITTER stelt vast dat het agendapunt voldoende is besproken en dat er
geen behoefte bestaat aan behandeling in de raad.
5.
Bespreken van de voortgangsrapportage Aanpak Wegtunnels Amsterdam tweede
halfjaar 2025 (VN2026-009035)
Dit agendapunt is, op verzoek van het lid Deterink (VVD) in verband met diens
beperkte resterende spreektijd, met instemming van de overige leden doorgeschoven naar
de volgende commissievergadering en is bij deze vergadering niet inhoudelijk behandeld.
6.
Bespreken van de derde halfjaarrapportage van de MIRT Verkenning OV-
verbinding Sloterdijk – Amsterdam Centrum (OVSA) (VN2026-009126)
De VOORZITTER licht toe dat dit punt is geagendeerd door het lid Krom (Partij
voor de Dieren). Aangemeld hebben zich het lid Akkermans (Partij voor de Dieren) en het
lid Wijbenga (CDA), die aangeeft toch geen gebruik te maken van het woord.
Het lid AKKERMANS (Partij voor de Dieren) geeft aan dat veel Amsterdammers, en
ook haar fractie, uitkijken naar een metroverbinding van enkele minuten van halte
Isolatorweg naar het Centraal Station. Zij wil echter, nu deze verkenning voorligt, zorgen
uiten over enkele geschetste scenario's. Zij licht toe dat de longlist van mogelijke opties,
bestaande uit metro-, tram-, bus- en treinvarianten, inmiddels is teruggebracht tot een
shortlist van negen opties, die de komende tijd verder wordt teruggebracht en uitgewerkt.
Zij wijst erop dat een aantal van deze opties, waaronder de varianten 2A, 2C, 4A en 6A, ten
koste zouden gaan van het groen van het Westerpark. Dit kan bijvoorbeeld door een
spoorlijn aan de noordkant van het park, of door een halte tegen het park aan met
bijbehorende fietsenstallingen en fietsroutes door het park. Zij stelt dat dit de druk op het
Westerpark zou vergroten. Het park komt door de verwachte groei van de stad namelijk al
onder druk te staan. Dit is volgens haar onwenselijk met het oog op de leefbaarheid, de
noodzakelijke verkoeling bij toenemende hitte en de kwetsbare biodiversiteit. Zij vraagt of
de wethouder deze zorg deelt en kan toezeggen dat de belangen van omwonenden, mens
en dier worden meegenomen bij de volgende schifting van opties.
Pagina 9 van 23
Gemeente Amsterdam Mobiliteit
Raadscommissie voor Mobiliteit
Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026
Wethouder MOESKOPS antwoordt dat er in de bijdrage van het lid Akkermans niet
zozeer een vraag als wel een gedeelde zorg en een uitgesproken voorkeur van de Partij
voor de Dieren te horen was, waarvan zij kennisneemt. Op de vraag of de genoemde
belangen worden meegewogen, antwoordt zij bevestigend. Zij meldt dat de nota Reikwijdte
en Detailniveau op dit moment ter inspraak ligt, naar zij zich herinnert tot ongeveer 3
september, en dat het onderwerp bij terugkomst van dit stuk verder verdiept met de
commissie kan worden besproken, eventueel met aanvullende technische duiding, gezien
de omvang en complexiteit van dit project.
Het lid AKKERMANS reageert dat dit haar zorg niet volledig wegneemt, aangezien
juist een relatief groot aantal van de resterende opties (2A, 2C, 4A, 6A) invloed heeft op het
Westerpark, en zij vreest dat na de volgende schifting alleen nog opties overblijven die ten
koste gaan van het park. Zij vraagt of de wethouder deze zorg kan wegnemen.
Wethouder Moeskops licht in reactie een technisch punt toe: als te weinig opties worden
onderzocht, ontstaat er juridisch risico in het kader van de milieueffectrapportage. Daarom
moet een voldoende brede reeks logische varianten worden onderzocht, om latere
problemen bij de uiteindelijke voorkeursvariant te voorkomen.
Er is geen behoefte aan een tweede termijn.
De VOORZITTER stelt vast dat het agendapunt voldoende is besproken en dat er
geen behoefte bestaat aan behandeling in de raad.
7.
Bespreken van de positie van verloskundigen in het verkeer (VN2026-008882)
Dit agendapunt is op verzoek van het lid Havelaar (CDA) bij de vaststelling van de
agenda afgevoerd en is bij deze vergadering niet inhoudelijk behandeld.
OPENBARE RUIMTE
8.
Bespreken van de raadsinformatiebrief Sociaal veilig en aantrekkelijke openbare
ruimte (VN2026-009248)
Dit agendapunt is op verzoek van het lid Ait Boubker (D66) bij de vaststelling van
de agenda doorgeschoven naar een volgende commissievergadering en is bij deze
vergadering niet inhoudelijk behandeld.
OPENBARE RUIMTE
9.
Bespreken van beantwoording raadsadres Evaluatie pilot werken rond Bomen
(VN2026-009050)
De VOORZITTER licht toe dat dit punt is geagendeerd op verzoek van het lid
Veenhoff (PRO Amsterdam). Het lid Wijbenga (CDA) had zich eveneens aangemeld, maar
heeft zich teruggetrokken.
Het lid VEENHOFF (PRO Amsterdam) leidt haar bijdrage in met de opmerking dat
een onderwerp als bomen wellicht als niche-onderwerp wordt gezien, maar dat de recente
hitte laat zien hoe waardevol met name oudere bomen zijn voor verkoeling, een effect dat
volgens haar exponentieel toeneemt naarmate een boom ouder wordt. Zij stelt dat hierom
zorgvuldig moet worden omgegaan met werkzaamheden in de openbare ruimte rond
bomen, met name het plaatsen van zware materialen tegen de stam. Zij constateert dat de
beantwoording van het raadsadres als strekking heeft dat het beleid op orde is, verwijzend
naar het handboek Zo Werken Wij in Amsterdam (WIOR). Zij stelt vast dat dit handboek
Pagina 10 van 23
Gemeente Amsterdam Mobiliteit
Raadscommissie voor Mobiliteit
Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026
toestaat zware materialen op de boomspiegel te plaatsen mits er een rijplaat onder ligt, wat
zij niet kan rijmen met de poster van het Norminstituut Bomen, die aangeeft dat de
kwetsbare zone rond een boom juist moet worden afgeschermd. Zij wijst erop dat zij dit
knelpunt eerder, in stadsdeel West, al eens heeft gesignaleerd, waarbij haar destijds is
toegezegd dat met de bomenposter zou worden gewerkt, maar dat in de praktijk
onderaannemers deze poster vaak niet kennen. Zij vraagt of het handboek WIOR op dit
punt klopt, en wijst erop dat ook foto's in het handboek zelf voorbeelden tonen van
opstapeling onder bomen als ‘goed voorbeeld’. Zij pleit voor een fysieke afscherming met
een hekwerk, zoals in andere steden gebruikelijk is, gecombineerd met het ophangen van
de bomenposter op het hek of aan de boom zelf.
Wethouder MOESKOPS beantwoordt de vragen en complimenteert het lid
Veenhoff met het signaleren van een inconsistentie tussen twee formele documenten: de
Bomenverordening/WIOR enerzijds, die de basis vormt waarop een vergunning wordt
verleend, en de ZWIA anderzijds. Zij geeft aan dat de WIOR wordt geactualiseerd om deze
in lijn te brengen met de door de raad vastgestelde bomenverordening, en dat de ZWIA op
dit punt nog niet op orde is, waarbij zij toezegt hier een zorgvuldiger alinea aan te wijden.
Zij nuanceert vervolgens, op basis van deskundig advies, dat de praktijk rond bomen
genuanceerder ligt dan een simpel ‘wel of niet toegestaan’: bij onverharde grond, zoals in
parken, moet met rijplaten worden gewerkt tot ver van de boom vandaan, omdat het
kwetsbare wortelstelsel zich daar bevindt, terwijl direct onder de boom, op de boomspiegel
zelf, meer belasting kan worden toegestaan. Bij verharde ondergrond, zoals straten, ligt dit
anders, omdat boomwortels daar al gewend zijn aan belasting door bijvoorbeeld verkeer.
Daarnaast maakt zij onderscheid tussen bescherming van de wortels en
bescherming van de stam (bast), waarbij voor de stam gewerkt wordt met een
beschermende ombouw. Zij licht toe dat een hekwerk als afscherming juist averechts kan
werken, omdat dit de kwetsbare zone verder van de boom afschermt terwijl juist dichter bij
de boom meer belasting toelaatbaar is, en zij zet uiteen dat de gewenste werkwijze inhoudt
dat opslag zoveel mogelijk dicht bij de boom plaatsvindt terwijl de stam wordt beschermd.
Daarnaast meldt zij dat naar aanleiding van een positief geëvalueerde pilot in
Amsterdam-Noord de werkwijze ‘werken rond bomen’ stadsbreed is uitgerold, waarvoor
twee fte zijn aangesteld en een trainee wordt toegevoegd, die schouwen uitvoeren en
maatwerk per boom beoordelen. In een aanvullende reactie licht zij toe dat de door het lid
Veenhoff aangehaalde poster van een instantie buiten de gemeente afkomstig is en dat er
momenteel bij uitvoerders en stadsdelen verschillende posters in omloop zijn; zij kondigt
aan dat de gemeente daarom een eigen, eenduidige poster zal ontwikkelen.
Het lid VEENHOFF dankt de wethouder voor de uitgebreide beantwoording en
geeft aan hiermee meer inzicht te hebben gekregen in het onderscheid tussen de theorie
en de praktijk rond opslag bij bomen. Zij pleit ervoor de nieuwe bomenposter daadwerkelijk
in de openbare ruimte bij bomen op te hangen, juist vanwege het probleem met
onderaannemers die de regels niet uit eigen beweging kennen. Zij doet daarnaast de
suggestie om bij de aangekondigde actualisatie van het handboek WIOR ook de
samenvatting aan te passen, aangezien werken rond bomen daarin momenteel geheel
ontbreekt, wat volgens haar iets zegt over de prioritering, en pleit ervoor dit onderwerp
gezien de klimaatcrisis een prominentere plek te geven.
Wethouder MOESKOPS erkent dit punt eveneens, licht toe dat het handboek
verouderd is en sowieso aan actualisatie toe was, en zegt toe dat in de samenvoeging en
inleiding meer aandacht zal worden besteed aan het groen van de stad, aansluitend bij de
veranderde prioritering binnen de organisatie.
Er is geen behoefte aan een tweede termijn.
De VOORZITTER stelt vast dat het agendapunt voldoende is besproken en dat er
geen behoefte bestaat aan behandeling in de raad.
Pagina 11 van 23
Gemeente Amsterdam Mobiliteit
Raadscommissie voor Mobiliteit
Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026
MOBILITEIT (INCL. PARKEREN)
10.
Bespreken van de Najaarsbrief 2025 van het Mobiliteitsprogramma
Zeeburgereiland en IJburg (VN2026-009070)
Dit agendapunt is, conform het bij de vaststelling van de agenda door het lid
Belkasmi (PRO Amsterdam) gedane verzoek, doorgeschoven naar de
commissievergadering van 18 november en is bij deze vergadering niet inhoudelijk
behandeld.
TOEGEVOEGD BESPREEKPUNT
MOBILITEIT (INCL. PARKEREN)
11.
College intransparant over gestegen kosten Sprong over het IJ (VN2026-009354)
De VOORZITTER kondigt aan dit agendapunt te behandelen in een eerste termijn,
gevolgd door een korte schorsing. Het punt is geagendeerd door het lid Wijnants (VVD).
Wethouder Van der Horst is op uitnodiging van het lid Wijnants aanwezig, hoewel zij geen
portefeuillehouder meer is voor dit onderwerp; wethouder Moeskops is verantwoordelijk
voor de Oostbrug en voor vragen over de toekomst van het project, terwijl vragen over het
handelen van wethouder Van der Horst in haar toenmalige rol aan haar worden gesteld.
Aangemeld voor dit agendapunt hebben zich de leden Wijnants (VVD), Keij (JA21),
Reijnaers (SP), Koyuncu (DENK), Krijger (Partij voor de Dieren), Wijbenga (CDA), Van
Burk (Volt), Van Munster (PRO Amsterdam), Dessing (Forum voor Democratie) en
Cruickshank (D66).
Eerste termijn
Het lid WIJNANTS (VVD) stelt dat wethouder Van der Horst voor de verkiezingen
wist dat de brug minimaal het dubbele zou gaan kosten van wat tot dan toe met raad en
stad was gedeeld, en dat zij ervoor koos deze informatie niet te delen terwijl zij als
lijsttrekker van D66 in de campagne claimde dat de brug er zou komen en het geld hiervoor
gereserveerd was. Hij wijst op de SSK-raming van Haskoning van december 2025, waaruit
een bandbreedte van 650 tot 850 miljoen euro bleek, en stelt de volgende vragen: waarom
is de raad niet direct geïnformeerd toen deze bandbreedte bekend werd; klopt het dat de
wethouder zelf pas op 12 februari is geïnformeerd, en hoe kan het dat er ruim drie
maanden zaten tussen het bekend worden van de cijfers en het informeren van de
wethouder, laat staan de raad; waarom is in de campagne nooit gezegd dat de brug
duurder zou worden; en waarom benadrukten ambtenaren in interne correspondentie dat
de cijfers vertrouwelijk moesten blijven? Hij besluit met de vraag of hier sprake is van een
inschattingsfout of van het bewust beïnvloeden van de beeldvorming.
Het lid KEIJ (JA21) wijst op de regeling grote projecten, ingesteld om een nieuw
Noord/Zuidlijndebacle te voorkomen door de raad vooraf te informeren in plaats van
achteraf te laten controleren. Hij stelt dat de raming opliep tot 2,5 keer het laatst
gerapporteerde bedrag, dat de wethouder dit voor de verkiezingen wist, en dat de
voortgangsrapportage pas na de verkiezingen is gedeeld, waardoor de Oostbrug in de
campagne als succes kon worden gepresenteerd terwijl de werkelijke kosten verborgen
bleven. Hij citeert uit een interne mail van 12 februari waarin zou staan dat de update
vanwege de verkiezingen niet is verstuurd, en stelt dat het ontkennen van wat in eigen
stukken staat het vertrouwen in de politiek ondermijnt.
Het lid REIJNAERS (SP) stelt vast dat een brug die eerst 325 miljoen euro zou
kosten, mogelijk een half miljard duurder wordt, en dat de wethouder dit al ruim een half
jaar weet. Hij stelt dat het niet gaat om de vraag of iets wettelijk verplicht was, maar om
Pagina 12 van 23
Gemeente Amsterdam Mobiliteit
Raadscommissie voor Mobiliteit
Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026
vertrouwen en een cultuur van transparantie tussen bestuur en Amsterdammers, en vraagt
de wethouder of zij niet gewoon kan erkennen dat dit een inschattingsfout is geweest.
Het lid KOYUNCU (DENK) wijst op eerdere financiële tegenvallers zoals bij de
Noord/Zuidlijn en het belang van tijdige informatievoorziening bij grote projecten. Hij
constateert dat voor de Oostbrug is afgesproken de raad twee keer per jaar te informeren
over onder meer geld en risico's, dat in overleg met de wethouder is besloten een van die
momenten samen te voegen, en dat de eigen projectrapportage aangeeft dat de ramingen
op dat moment al inzicht gaven in grote kostenstijgingen. Hij stelt dat het
rapportagemoment dus precies is overgeslagen op het moment dat het financiële alarm
afging, en vraagt of dit een bewuste bestuurlijke keuze was, en hoe dit te rijmen valt met de
stelling van het college dat er niet is gesproken over het al dan niet delen van de
tussenstand met de raad.
Het lid KRIJGER (Partij voor de Dieren) wijst op het volgens recente CBS-cijfers
historisch lage vertrouwen in de nationale politiek en stelt dat bestuurders een grote
verantwoordelijkheid hebben dit vertrouwen te versterken. Zij stelt dat uit door AT5
openbaar gemaakte documenten blijkt dat de voormalig wethouder al ruim voor de
verkiezingen beschikte over de bandbreedte van 650 tot 850 miljoen euro, en citeert
uitspraken van de wethouder tijdens het AT5-verkiezingsdebat ("Die bruggen over het IJ,
die gaan er komen") en in een interview met BNR, waarin zij als wapenfeit noemde dat er
geld was voor de bruggen over het IJ. Zij vraagt hoe de wethouder terugkijkt op deze
uitspraken en wat het effect hiervan is geweest op het vertrouwen van Amsterdammers in
de politiek.
Het lid WIJBENGA (CDA) stelt dat het debat niet gaat over het nut van de brug,
maar over de vraag of de raad zijn werk kan doen met de informatie die hij krijgt. Hij noemt
drie punten uit de schriftelijke beantwoording die volgens hem nieuwe vragen oproepen:
ten eerste dat de tijdlijn van het college al in februari 2025 begint, toen de wethouder werd
geïnformeerd dat de door het Rijk geëiste brug twee keer duurder zou uitkomen dan de
door Amsterdam gewenste variant, zonder dat dit signaal in de verdere beantwoording
terugkomt; ten tweede dat het college stelt dat er geen besluit is genomen om de raad niet
te informeren en dat geen ander collegelid hiervan wist, wat volgens hem niet kan verklaren
waarom een half miljard euro extra dan geen collegebeslissing zou zijn; en ten derde dat
de coalitieonderhandelaars op 16 april wel over dezelfde bandbreedte beschikten, terwijl
deze niet met de raad is gedeeld. Hij citeert de uitspraak van de wethouder dat
‘verkiezingen geen datum maar een periode zijn’ en stelt dat verkiezingen nooit een reden
mogen zijn om relevante financiële informatie bij de raad weg te houden.
Het lid VAN BURK (Volt) stelt dat de raad voldoende informatie nodig heeft om zijn
controlerende taak uit te oefenen, ook wanneer er geen formele informatieplicht bestaat, en
vraagt de wethouder om reflectie op drie keuzes: ten eerste het niet delen van de
kostenstijging op 12 februari met de raad terwijl dit wel kon, en de vraag hoe de
verkiezingen hierbij een rol speelden; ten tweede het op diezelfde dag eenzijdig overslaan
van de afgesproken halfjaarlijkse voortgangsrapportage zonder dit met de raad te delen; en
ten derde het in de campagne als lijsttrekker uitdragen van de brug als succes terwijl de
kostenstijging al bekend was, terwijl zij er ook voor had kunnen kiezen hier niets over te
zeggen. Hij besluit met de opmerking dat hij hier ‘toch echt slecht van zou slapen’.
Het lid VAN MUNSTER (PRO Amsterdam) stelt dat hij in acht jaar Amsterdamse
politiek heeft geleerd dat nuance snel sneuvelt en dat zaken gecompliceerder zijn dan ze
lijken. Hij zegt tijdens zijn vakantie grote woorden en kwalificaties in de media te hebben
gelezen over de toenmalige wethouder, maar na het lezen van de schriftelijke
beantwoording geen ‘smoking gun’ te hebben gevonden. Hij vraagt of dit de manier is
waarop bestuurders worden aangevallen op hun persoon in plaats van dat bij de feiten
wordt gebleven, en wijst erop dat het oordeel soms al klaar lijkt te staan voordat alle feiten
op tafel liggen, zoals destijds bij het Black Lives Matter-protest op de Dam.
Pagina 13 van 23
Gemeente Amsterdam Mobiliteit
Raadscommissie voor Mobiliteit
Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026
Het lid WIJNANTS onderbreekt met de vraag of Van Munster als raadslid de
hogere kosten voor de verkiezingen had willen weten, en zo ja, wanneer precies.
Het lid VAN MUNSTER antwoordt dat hij dit had willen weten op het moment dat er
voldoende zekerheid over bestond, aangezien het een voortdurend proces betreft waarin
niet elke dag een brief zinvol is; als een dergelijke brief eerder was gekomen, was de raad
waarschijnlijk met vragen gekomen die op dat moment nog niet te beantwoorden waren,
wat de zaak volgens hem prematuur maakte. Hij bestrijdt de suggestie dat de raad hierdoor
buitenspel is gezet.
Het lid WIJNANTS stelt vervolgens dat de positie van Van Munster, namelijk dat hij
ermee kan leven dat de raad niet op de hoogte was van een verdubbeling van de kosten bij
zo'n groot project, niet strookt met zijn eerdere reputatie als raadslid dat juist scherp op de
kosten zit.
Het lid VAN MUNSTER antwoordt dat de vraag is of de kosten anders waren
geworden als de raad de bandbreedte eerder had geweten, en dat dit soort processen nu
eenmaal tijd nodig hebben voordat er zekerheid is; hij bestrijdt dat de raad niet in positie is
gebracht om zich hierover uit te spreken.
Het lid KOYUNCU vraagt wat Van Munster ervan vindt dat, naast de verdubbeling
van de kosten, er tegelijkertijd voor is gekozen het voortgangsrapportagemoment over te
slaan.
Het lid VAN MUNSTER antwoordt dat het opvallend is dat de raad niet reageerde
toen de voortgangsrapportage uitbleef en ook niet toen de bedragen in de coalitiestukken
stonden, maar pas toen AT5 hierover berichtte. Hij stelt dat de raad zichzelf serieus
nemend eerder had kunnen signaleren dat er iets veranderde, en verwijst naar de veegbrief
van 2 april waarin al stond dat de brug duurder zou worden en dat werd uitgezocht hoeveel.
Op de vervolgvraag van Koyuncu of dit betekent dat het college vrij spel heeft
zolang de raad niets vraagt, antwoordt Van Munster ontkennend: het college informeert de
raad juist actief, en het te vroeg naar buiten brengen van onzekere informatie leidt volgens
hem tot onnodige onrust, wat hij toelicht met een voorbeeld uit zijn eigen werk rond het
zoeken van een opvanglocatie.
Het lid HAVELAAR onderbreekt met de vraag of de fractie van PRO Amsterdam
nog uitgaat van de oorspronkelijke 325 miljoen euro, of inmiddels ook rekening houdt met
een verdubbeling.
Het lid VAN MUNSTER antwoordt dat het ‘flink duurder’ gaat worden, maar dat het
precieze bedrag nog wordt uitgezocht.
Het lid HAVELAAR reageert dat een verdubbeling wezenlijk iets anders is dan ‘flink
duurder’, waarop VAN MUNSTER zijn eerdere boodschappenmandje-vergelijking herhaalt:
je kunt pas bij het afrekenen zeggen wat het kost, niet halverwege het vullen van het
karretje.
Het lid HAVELAAR stelt vervolgens dat PRO Amsterdam hiermee zelf al aangeeft
ervan uit te gaan dat het oorspronkelijke budget niet meer haalbaar is, en vraagt waarom
de fractie dit niet al voor de verkiezingen wilde weten, zodat de kiezer dit in de campagne
had kunnen meewegen.
Het lid VAN MUNSTER antwoordt dat hij liever besluit op basis van cijfers die
kloppen dan op basis van een ruime bandbreedte, en vergelijkt dit met een eerdere
discussie over de scheepswerf.
Het lid VAN BURK merkt op dat het opmerkelijk is dat PRO Amsterdam het prima
vindt zelf niet over de cijfers geïnformeerd te zijn, en vraagt of de fractie in elk geval vindt
Pagina 14 van 23
Gemeente Amsterdam Mobiliteit
Raadscommissie voor Mobiliteit
Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026
dat de wethouder had moeten melden dat eenzijdig was besloten geen
voortgangsrapportage uit te brengen.
Het lid VAN MUNSTER antwoordt dat dit had gekund, maar dat dit de
informatiepositie van de raad niet heeft geschaad en de gebruikte kwalificaties over de
wethouder niet rechtvaardigt.
Het lid WIJNANTS reageert dat Van Munsters eigen partij, ondanks de gestelde
onzekerheid, wel 100 miljoen euro heeft uitgetrokken als dekking bij de
coalitieonderhandelingen, en noemt het hypocriet dat dezelfde cijfers kennelijk wel
bruikbaar waren aan de onderhandelingstafel maar niet voor de raad of de Amsterdammer.
Het lid REIJNAERS vraagt of Van Munster in ieder geval de mening deelt dat het
verstandig was geweest de cijfers te delen.
Het lid VAN MUNSTER antwoordt dat dit een positief effect had kunnen hebben,
maar dat hij erop vertrouwt dat het college bepaalt wanneer informatie rijp genoeg is om
aan de raad voor te leggen.
Het lid REIJNAERS vraagt vervolgens wanneer cijfers dan wel concreet genoeg
zijn om te delen, aangezien signalen over een mogelijke verdubbeling al anderhalf jaar
bekend waren.
Het lid VAN MUNSTER antwoordt dat dit destijds nog om een mogelijkheid ging
met veel aannames, en herhaalt zijn vergelijking met een boodschappenlijst waarvan de
eindprijs nog niet vaststaat.
Het lid REIJNAERS stelt daarop dat het tijdspad juist laat zien dat de cijfers wel
degelijk concreet waren.
Het lid VAN MUNSTER reageert met een voorbeeld uit een eerder project (de
kademuren) waarbij een aanvankelijk hoge kostenraming later juist gunstiger uitviel dankzij
nieuwe technieken, om te onderstrepen dat dit soort ramingen zich ontwikkelen en niet
eenvoudig zijn.
Het lid WIJBENGA vraagt waarom niet eerst bij het college is nagevraagd of het
karretje niet te duur werd, voordat naar de gemeente (bedoeld: de raad) wordt gegaan.
Het lid VAN MUNSTER antwoordt dat dit juist zijn punt is: zodra er een duidelijke
bandbreedte is, is er weinig zinvols te zeggen anders dan dat het duurder wordt, en dat dit
al meerdere keren door het college is gecommuniceerd.
Het lid KOYUNCU stelt dat het college eerder sprak van kosten die ‘op onderdelen’
konden stijgen, wat iets anders is dan een verdubbeling of verdrievoudiging, en vraagt of
Het lid VAN MUNSTER het ermee eens is dat de raad bij zo'n disproportionele
stijging om opheldering mag vragen. Van Munster antwoordt dat de raad vaker om
tussentijdse updates vraagt die weinig toevoegen zolang de cijfers nog niet definitief zijn.
Het lid DESSING (Forum voor Democratie) stelt dat een gemeenteraad alleen
goede keuzes kan maken met volledige en actuele informatie, en dat de intransparantie
rond de kosten van de Sprong over het IJ hem zorgen baart, mede gezien recente
berichtgeving over een mogelijk goedkopere tunnelvariant (de IJ Klopper). Hij vraagt hoe
de raad een goede afweging tussen alternatieven kan maken zonder volledige financiële
informatie, en hoe de kiezer dit in zijn stemgedrag kan meenemen.
Het lid CRUICKSHANK (D66) geeft aan dat zijn fractie vasthoudt aan het belang
van de Oostbrug voor de bereikbaarheid van Amsterdam-Noord en de woonambities van
de stad. Hij stelt vast dat de toenmalige wethouder op 12 februari op de hoogte werd
Pagina 15 van 23
Gemeente Amsterdam Mobiliteit
Raadscommissie voor Mobiliteit
Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026
gesteld van de bandbreedte van 650 tot 850 miljoen euro, dat dit bestuurlijk is besproken
maar niet met de raad is gedeeld, en vraagt waarom op dat moment niet opnieuw is
afgewogen of de raad geïnformeerd moest worden, wat de status en betrouwbaarheid van
de raming destijds was, en of het standaardprocedure is eerst opties te verkennen voordat
de raad wordt geïnformeerd. Hij vraagt daarnaast waarom dezelfde informatie in april wel
voldoende werd geacht om met coalitieonderhandelaars te delen, en verwijst naar een
interne notitie waarin zou staan dat de raming voor de verkiezingen beschikbaar moest zijn
zodat de wethouder kon beslissen over openbaarmaking voor of na de verkiezingen.
Het lid VAN BURK onderbreekt met de vraag wat D66 er zelf van vindt dat de
voortgangsrapportage eenzijdig is uitgesteld zonder dit aan de raad te melden.
Het lid CRUICKSHANK antwoordt dat hij hierover al een vraag heeft gesteld en het
antwoord van de wethouder afwacht.
Het lid Cruickshank vervolgt zijn betoog met de vraag welke onzekerheden nog in
de meest actuele raming zitten, en of de wethouder bereid is met de raad afspraken te
maken over wanneer een tussentijdse kostenstijging zo substantieel is dat de raad actief
wordt geïnformeerd, ook wanneer de raming nog niet definitief is. Hij sluit af met de
opmerking dat hij begrijpt dat het college voorzichtig moet zijn met voorlopige bedragen,
maar niet begrijpt waarom onzekerheid reden is om een bedrag niet te delen in plaats van
reden om het bedrag mét een waarschuwing over die onzekerheid te delen.
Na de eerste termijn schorst de VOORZITTER de vergadering voor tien minuten.
Beantwoording door wethouder Moeskops
Wethouder MOESKOPS opent met de constatering dat er meerdere, deels
overlappende debatten door elkaar lopen, en probeert deze in haar beantwoording samen
te brengen. Zij schetst de voorgeschiedenis: het gesprek over een sprong over het IJ loopt
al sinds 2015, in 2019 is de commissie-De Hoge ingesteld, in 2021 heeft het college zich
verbonden aan het advies om onder meer twee bruggen te bouwen, en bij aanvang van de
vorige coalitieperiode was er geen geld en geen project Oostbrug. Het project is vervolgens
nieuw leven ingeblazen en heeft vanaf de voorjaarsnota van 2023 concreetheid gekregen,
waarna in latere voorjaarsnota's, zonder dat daar nieuwe ramingen aan ten grondslag
lagen, aanvullende bedragen zijn gereserveerd.
Zij licht het Plan- en Besluitvormingsproces Openbare Ruimte en Infrastructuur
(PBI) toe, waarbij ramingen in opeenvolgende fasen (principebesluit, voorkeursbesluit,
definitiebesluit, uitvoerings- en budgetbesluit) steeds preciezer worden gedeeld met de
raad, en het budgetbesluit het moment is waarop de raad daadwerkelijk over het geld
besluit. Vanwege de complexiteit van het project heeft het college besloten ook bij het
definitiebesluit een aparte stap met de raad in te bouwen. De oorspronkelijke raming van
325 miljoen euro dateert uit de coronaperiode en hield nog geen rekening met latere eisen
van partners. In 2025 werd, mede uit gesprekken met het ministerie, duidelijk dat serieus
hogere kosten konden worden verwacht; hierover is intern gesproken en is de raad, zonder
bedragen te noemen, tot twee keer toe geïnformeerd. In een periodiek overleg in februari
kwam de bandbreedte voor het eerst concreet met bedragen op tafel, maar op dat moment
liep er nog een review door Rotterdam, was het kabinet gevallen waardoor onzekerheid
ontstond over de positie van het Rijk, en had de toenmalige wethouder zelf nog
openstaande vragen over mogelijke besparingen. Volgens wethouder Moeskops was de
raming op dat moment niet rijp om te delen, ook niet in een voortgangsrapportage,
aangezien in voortgangsrapportages sowieso geen ramingen worden gedeeld.
Het lid DESSING onderbreekt met de opmerking dat, hoewel het gesprek over
alternatieven buiten de scope van dit agendapunt lijkt te vallen, grote financiële verschillen
tussen varianten wel degelijk relevant kunnen zijn voor deze discussie, en vraagt of de
wethouder dat met hem eens is. Wethouder Moeskops antwoordt dat zij dit najaar met een
aparte brief komt waarin zij dieper ingaat op de duiding van de bedragen, en dat zij daar
dan op terugkomt.
Pagina 16 van 23
Gemeente Amsterdam Mobiliteit
Raadscommissie voor Mobiliteit
Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026
Het lid WIJNANTS vraagt of hij het standpunt van het college goed samenvat dat
de SSK-raming van Haskoning van december 2025 een tussenraming betrof die nog niet
rijp was om met de raad te delen.
Wethouder MOESKOPS bevestigt dit: het betrof een tussenstand van een
tussenraming, in een fase waarin nog veel liep, waaronder de val van het kabinet,
waardoor de positie van de belangrijkste partner onzeker was.
Het lid WIJNANTS brengt hiertegen in dat in een brief uit september 2021 exact
dezelfde SSK-systematiek is gebruikt om een bandbreedte van 325 tot 515 miljoen euro
met de raad te delen, en vraagt hoe het kan dat dezelfde systematiek in 2021 wel geschikt
werd geacht om te delen en nu niet.
Wethouder MOESKOPS antwoordt dat er destijds nooit een volledige SSK-raming
met de raad is gedeeld, slechts een bandbreedte, en dat op de huidige bandbreedte zelfs
geheimhouding rust, om twee redenen: ten eerste zitten er nog bestuurlijke keuzes en
onzekerheden achter het uiteindelijke bedrag, zoals ook in 2021 uiteindelijk voor het lagere
bedrag is gekozen; ten tweede bestaat een SSK-raming uit deelposten, en het vroegtijdig
bekendmaken van een deelbedrag (zij noemt als voorbeeld een geraamd bedrag voor
prullenbakken op de brug) zou ertoe leiden dat leveranciers dat bedrag als ondergrens
gaan hanteren, wat de gemeente financieel zou benadelen.
Het lid WIJNANTS stelt vervolgens dat er in 2021 wél voor is gekozen de
bandbreedte te delen, terwijl er toen ook nog veel werk te verzetten was, en concludeert
dat het argument dat de raming ‘niet rijp’ was dus niet houdbaar is; er moet volgens hem
ergens een bestuurlijke afweging zijn gemaakt om de bandbreedte, mede vanwege de
verkiezingen, dit keer niet te delen.
Wethouder MOESKOPS antwoordt dat het verschil zit in de fase van het PBI-
proces: in 2021 ging het om het voorkeursbesluit, een moment waarop volgens het proces
wél wordt gedeeld, terwijl het nu gaat om de aanloop naar het definitiebesluit, een latere en
preciezere fase waarin het college bewust voorzichtiger is met het delen van cijfers. Zij
erkent de spanning met de door Wijnants aangehaalde vergelijking met een
boodschappenmandje, maar stelt dat de vergelijking desondanks opgaat: er is nog niet
genoeg bekend om het gesprek met de raad goed te kunnen voeren.
Het lid WIJNANTS citeert vervolgens een mail van Haskoning van 3 december
2025 waarin het complete SSK-dossier, inclusief kostenramingen en dekkingen, zou zijn
opgeleverd, en noemt het onbegrijpelijk dat een raming met een dergelijke stijging (hij
noemt een percentage van 93 procent) wordt achtergehouden terwijl delen juridisch
mogelijk was en de onderhandelingspositie van de gemeente hiermee niet in gevaar zou
zijn gekomen. Hij concludeert dat er een besluit moet zijn genomen om de raming niet te
delen, mogelijk ingegeven door schrik over de omvang van de stijging, en vraagt waarom
dit niet is gebeurd en of dit geen cruciale inschattingsfout is.
Wethouder MOESKOPS herhaalt dat dit kwestie van het juiste PBI-moment is, en
illustreert met een hypothetisch scenario waarin de raad al vroeg akkoord zou zijn gegaan
met het hoogste bedrag van de bandbreedte, zonder dat er onderbouwing, reviews of
gesprekken met het Rijk aan ten grondslag lagen, wat volgens haar de
onderhandelingspositie van de gemeente en de belastingcenten van de Amsterdammer
zou hebben geschaad.
Het lid WIJNANTS herhaalt zijn punt met een verwijzing naar een document van 16
december 2025 waarin de verschillen tussen de ramingen van 2021 en 2025 worden
benoemd, en concludeert dat de raming wel degelijk voldoende concreet was om te delen.
De VOORZITTER merkt op dat deze vraag al meerdere keren is gesteld, maar
geeft wethouder Moeskops nog de gelegenheid te reageren.
Pagina 17 van 23
Gemeente Amsterdam Mobiliteit
Raadscommissie voor Mobiliteit
Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026
Wethouder MOESKOPS verwijst opnieuw naar het verschil in PBI-fase en stelt dat
de 2021-raming werd gedeeld bij het voorkeursbesluit, wat een formeel afgesproken
deelmoment betrof, terwijl de huidige raming nog niet bij zo'n moment hoort.
Het lid KOYUNCU vraagt naar aanleiding van de door wethouder Moeskops
genoemde toelichting op de voortgangsrapportage waarom er, gezien de vorige
voortgangsrapportages steevast onderdelen als scope, planning en financiën bevatten, nu
is gesteld dat er ‘niet zoveel te melden was’, terwijl uit de stukken blijkt dat dit wel het geval
was.
Wethouder MOESKOPS antwoordt dat deze commissie in het verleden meermaals
heeft gevraagd rapportages niet te sturen wanneer er weinig nieuws is, zoals bij de
tunnelrapportages, en dat vlak voor het overgeslagen moment al een uitgebreide nota
Reikwijdte en Detailniveau met de raad was gedeeld, waardoor een aparte
voortgangsrapportage weinig aanvullends had opgeleverd.
Het lid KOYUNCU vraagt vervolgens of het overslaan van de rapportage op een
goede manier bij de raad is gemeld.
Wethouder MOESKOPS antwoordt dat in de veegbrief wel de datum van de
volgende voortgangsrapportage stond, maar erkent dat actiever gemeld had kunnen
worden dat een rapportage werd overgeslagen, al noemt zij dit geen halszaak.
Het lid KOYUNCU haalt vervolgens een brief uit 2023 aan over de kademuren,
waarin destijds, in afstemming met de begeleidingscommissie van raadsleden, is
voorgesteld de rapportagefrequentie te verlagen en expliciet is aangegeven wat daarvoor in
de plaats kwam, verstuurd door wethouder Van der Horst zelf. Hij vraagt waarom dat toen
wel netjes werd afgestemd en nu niet.
Wethouder MOESKOPS antwoordt dat het in het kademurendossier ging om een
structurele, blijvende verlaging van de rapportagefrequentie, wat wezenlijk anders is dan
het incidenteel overslaan van één rapportagemoment.
Het lid VAN BURK vraagt of dit betekent dat een wethouder bij een project onder
de regeling grote projecten voortaan mag afwijken van een afgesproken rapportagemoment
zonder dit vooraf te melden.
Wethouder MOESKOPS antwoordt dat hiermee juist is voldaan aan een eerdere
wens van de commissie om geen inhoudsloze rapportages te sturen, en dat de inschatting
was gemaakt dat er geen inhoud was om te rapporteren.
Het lid WIJBENGA vraagt waarom er niet voor is gekozen de bandbreedte
vertrouwelijk te delen in het fractievoorzittersoverleg, een gremium bedoeld voor gevoelige
informatie die de positie van de gemeente zou kunnen schaden.
Wethouder MOESKOPS antwoordt met een tegenvraag: wat zou de raad hebben
gehad aan een bedrag met enorme onzekerheid, waarover met niemand anders gesproken
had mogen worden en waaraan geen besluitvorming was gekoppeld? Zij zegt dit oprecht
niet te weten.
Het lid VAN BURK vraagt waarom het overslaan van de rapportage, als de
wethouder dit onnodig acht, dan niet op een fatsoenlijke manier aan de raad kan worden
gemeld, in plaats van dat de raad hier zelf achter moet komen.
Wethouder MOESKOPS herhaalt dat hiermee is voldaan aan een wens van de
commissie, en biedt aan voortaan een korte mededeling te doen wanneer een rapportage
wordt overgeslagen.
Pagina 18 van 23
Gemeente Amsterdam Mobiliteit
Raadscommissie voor Mobiliteit
Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026
De VOORZITTER merkt op dat dit de eerste vergadering van deze nieuwe
commissie is, waardoor een dergelijk precedent nog niet eerder is vastgelegd.
Het lid WIJNANTS komt terug op de bandbreedte, die hij als het belangrijkste punt
beschouwt, en erkent dat vertrouwelijk delen inderdaad weinig had toegevoegd. Hij
herhaalt echter dat de wethouder nog geen antwoord heeft gegeven op de vraag waarom
bestuurlijk is besloten de informatie niet actief met de raad te delen, maar alleen met de
coalitieonderhandelaars, waardoor deze pas in tweede instantie openbaar werd.
Wethouder MOESKOPS herhaalt haar eerdere antwoord over de PBI-fase en stelt
daarnaast dat de SSK-raming niet het enige instrument is in de aanloop naar het
definitiebesluit, en dat de timing van deze raming bewust dichter bij dat besluit ligt dan
destijds bij het voorkeursbesluit.
Het lid WIJNANTS citeert opnieuw uit de mail van Haskoning van 3 december 2025
en herhaalt dat, aangezien de systematiek identiek was aan 2021, het onbegrijpelijk is dat
de bandbreedte niet is gedeeld, zeker gezien de omvang van de stijging. Hij noemt dit een
gemiste stap die ertoe heeft geleid dat Amsterdammers de informatie niet hadden bij de
verkiezingen en de raad niet goed kon besluiten, en noemt dit een inschattingsfout.
Wethouder MOESKOPS reageert met de opmerking dat zij concludeert dat de VVD
kennelijk zin heeft belastinggeld weg te gooien, wat volgens haar ‘ook wel eens verfrissend’
is.
Het lid REIJNAERS draait de vraag om en vraagt of de wethouder het beroep op
de Wet open overheid, waardoor de informatie uiteindelijk alsnog boven tafel kwam, dan
nutteloos vindt, aangezien de informatie kennelijk ook via de coalitieonderhandelingen op
tafel kwam.
Wethouder MOESKOPS antwoordt dat zij in een ideale wereld had gewild dat deze
bedragen nog niet bekend waren geweest bij de raad, omdat een wethouder die zijn
handtekening onder een raming zet ook de verantwoordelijkheid moet kunnen dragen deze
te onderbouwen, wat op dat moment nog niet het geval was. Zij zegt voorstander te zijn
van transparantie en de Wet open overheid, maar dat het delen met
coalitieonderhandelaars geen bestuurlijke keuze van het college was, en dat zij uiteindelijk
blij is dat de bedragen op die manier alsnog gedeeld zijn, omdat de raad hierdoor niet voor
een voldongen feit komt te staan bij het definitiebesluit.
Het lid REIJNAERS stelt vervolgens dat, als de informatie niet vertrouwelijk genoeg
was om buiten een WOO-verzoek te houden, dit lijkt te bevestigen dat de informatie niet
vertrouwelijk was, en vraagt of het dan niet onverstandig was deze toch achter te houden.
Wethouder MOESKOPS antwoordt dat het WOO-verzoek is gedaan ná het
openbaar worden van de coalitiestukken, waardoor de bedragen op dat moment al
openbaar waren.
Het lid KRIJGER vraagt hoe de door de wethouder benadrukte onzekerheid en
voorzichtigheid zich verhoudt tot de stelligheid waarmee de toenmalige wethouder zich
tijdens de verkiezingscampagne heeft uitgelaten.
Wethouder MOESKOPS antwoordt dat het niet aan haar is als collegelid om
uitspraken van lijsttrekkers te duiden, en wijst erop dat het feit dat de kosten van 325
miljoen euro zouden gaan stijgen al tot twee keer toe openbaar was gemaakt.
Het lid KRIJGER reageert dat de lijsttrekker in kwestie destijds ook wethouder was,
en herhaalt haar vraag.
Pagina 19 van 23
Gemeente Amsterdam Mobiliteit
Raadscommissie voor Mobiliteit
Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026
De VOORZITTER geeft aan dat deze vraag beter aan wethouder Van der Horst
gesteld kan worden.
Beantwoording door wethouder Van der Horst
Wethouder VAN DER HORST geeft aan dat zij, ondanks dat zij geen
portefeuillehouder meer is, graag ingaat op de vragen die specifiek op haar handelen zien.
Zij benadrukt dat de afspraken over het informeren van de raad bestaan om te voorkomen
dat er doorlopend wisselende, nog onzekere tussenbedragen worden gedeeld die later
weer moeten worden bijgesteld, en dat verkiezingen of haar rol als lijsttrekker naar eigen
zeggen geen rol hebben gespeeld in haar handelen als wethouder.
Het lid WIJNANTS merkt op dat de wethouder in een eerdere
commissievergadering zelf al een vermoeden leek te hebben van de uiteindelijke
kostenstijging.
Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat zij toen nog geen concrete ramingen
had.
Het lid WIJNANTS komt vervolgens terug op het punt van de verkiezingen en
citeert een mail van 12 februari 2026, een terugkoppeling van een gesprek met de
wethouder, waarin zou staan dat vanwege de verkiezingen en het recent informeren van de
raad over de nota Reikwijdte en Detailniveau is besloten niet apart over de voortgang te
rapporteren. Hij vraagt hoe dit te rijmen valt met de eerdere stelling dat verkiezingen geen
rol speelden.
Wethouder VAN DER HORST legt eerst haar algemene werkwijze bij
tussenramingen uit, met een voorbeeld uit het project Oranjeloper, waarbij zij destijds bij
een onverwachte kostenstijging van 100 miljoen euro niet direct naar de raad stapte, maar
eerst onderzoek deed naar besparingsmogelijkheden en pas na verloop van tijd met een
voorstel binnen budget naar de raad kwam, wat zij haar taakopvatting als wethouder
noemt. Zij stelt dat de huidige raming eveneens een tussenstand betrof waarop nog een
externe review en toetsing liepen, en dat zij dergelijke stukken niet gewend is naar de raad
te sturen voordat deze zijn afgerond. Over de timing rond de verkiezingen zegt zij dat een
voortgangsrapportage kort voor de verkiezingen sowieso nooit was gehaald, ook in eerdere
jaren niet, en dat de rapportage van dit project altijd na de verkiezingen kwam.
Het lid VAN BURK vraagt wat er precies erg aan zou zijn geweest als de informatie
in februari wél met de raad was gedeeld.
Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat zij op dat moment de bestuurlijke
verantwoordelijkheid voor het bedrag nog niet kon dragen, omdat zij zelf nog vragen had,
een review liep en een gesprek met het (destijds demissionaire) Rijk nog moest
plaatsvinden. Zij stelt dat het delen van tussentijdse, nog niet extern getoetste ramingen het
raadswerk niet ten goede zou komen, en bestrijdt opnieuw dat de verkiezingen hierbij een
rol speelden.
Het lid VAN BURK brengt hiertegen in dat het hier niet gaat om een kleine
bijstelling maar om een factor twee tot drie, wat volgens hem wél reden kan zijn om in ieder
geval de brede bandbreedte tussentijds te delen, en herhaalt zijn vraag wat er erg aan zou
zijn geweest als dit in februari was gebeurd.
Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat zij toen de bestuurlijke
verantwoordelijkheid nog niet kon dragen zolang haar eigen vragen en de review nog niet
waren afgerond, en wijst erop dat al anderhalf jaar eerder een signaal van het Rijk was dat
de kosten flink konden oplopen, waarop zij naar eigen zeggen actie heeft ondernomen door
een gesprek met de minister te zoeken, dat door de val van het kabinet echter niet
doorging. Zij zegt zich zorgen te maken over her feit dat haar geloofwaardigheid hier in
twijfel wordt getrokken, en benadrukt dat zij haar gebruikelijke werkwijze heeft gevolgd
Pagina 20 van 23
Gemeente Amsterdam Mobiliteit
Raadscommissie voor Mobiliteit
Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026
zonder dat de verkiezingen daarin een rol speelden, al erkent zij achteraf dat zij in de
veegbrief expliciet had kunnen vermelden dat deze in de plaats kwam van de
voortgangsrapportage.
Het lid REIJNAERS merkt op dat de wethouder de kwestie van haar
geloofwaardigheid lijkt af te schuiven op degenen die een beroep hebben gedaan op de
Wet open overheid, en herhaalt zijn eerdere, nog onbeantwoorde vraag of de wethouder
niet had kunnen voorzien dat het niet delen van dit soort cijfers dit beeld zou oproepen.
Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat dit een lastige, generieke vraag is die
zou betekenen dat de raad over alle nieuwe cijfers geïnformeerd zou moeten worden, wat
volgens haar het functioneren van de raad niet ten goede zou komen omdat er op zulke
momenten geen besluit voorligt om over te debatteren.
Het lid REIJNAERS vraagt vervolgens rechtstreeks of het, gezien de taakopvatting
van de wethouder, dan helemaal nooit bij haar is opgekomen om dit op enig moment met
de raad te delen.
Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat de raad wat haar betreft altijd in het
hoofd van de wethouder zit, dat zij zichzelf dienstbaar aan de raad beschouwt, maar dat zij
bij lopende reviews en onderzoeken altijd wacht tot deze zijn afgerond voordat zij een
bedrag deelt. Zij zegt zelf het gevoel te hebben dat de verkiezingen wel voor de raad een
rol lijken te spelen in de tijdsdruk van deze discussie, wat volgens haar niet zou moeten
gelden voor een wethouder die haar gewone werk doet.
Het lid KOYUNCU vraagt waarom het woord ‘verkiezingen’ dan toch herhaaldelijk
in de stukken voorkomt, en waarom, als er nog op een externe review werd gewacht, niet in
ieder geval een voorlopige orde van grootte met de raad kon worden gedeeld, zeker
aangezien de bedragen sindsdien niet meer zijn gewijzigd.
Wethouder VAN DER HORST antwoordt, met verwijzing naar het eerder door
wethouder Moeskops gegeven antwoord, dat de informatie die in de voortgangsrapportage
had gemoeten uiteindelijk in de veegbrief is beland, waardoor er inhoudelijk niets is
veranderd, en dat zij er wel op reflecteert dat zij scherper had kunnen aangeven dat de
veegbrief in de plaats kwam van de rapportage.
Het lid WIJNANTS stelt dat niet de rapportage maar de bandbreedte zelf in de
veegbrief gedeeld had moeten worden, en richt zich vervolgens op de reviews waarnaar
wethouder Van der Horst herhaaldelijk verwijst. Volgens zijn lezing van de
opdrachtbeschrijvingen zagen deze reviews, uitgevoerd door het Ingenieursbureau
Rotterdam en Rijkswaterstaat, uitsluitend op de technische haalbaarheid van het project en
niet op de kosten, waardoor het argument dat de kosten nog onzeker waren vanwege
lopende reviews volgens hem niet standhoudt.
Wethouder MOESKOPS beantwoordt dit punt: zij stelt dat de review wel degelijk
ook op de kosten zag, en dat er bewust voor is gekozen deze bij Rotterdam te laten
uitvoeren vanwege een daar werkzame, bijna met pensioen gaande specialist in
brugkosten; daarnaast liep er nog een aparte second opinion op de kosten. Zij voegt toe
dat het project nog altijd niet is afgerond, wat ook blijkt uit het feit dat het definitiebesluit nog
niet aan de raad is voorgelegd.
Het lid WIJNANTS dankt voor deze verduidelijking over de reviews, maar herhaalt
dat dit zijn kernpunt niet wegneemt: de bandbreedte was al eerder gedeeld op basis van
dezelfde systematiek, en de vraag waarom ervoor is gekozen dit nu niet te doen, mede
blijkens de expliciete verwijzing naar de verkiezingen in de mail van 12 februari, blijft
volgens hem onbeantwoord.
De VOORZITTER wijst hem op zijn resterende spreektijd.
Pagina 21 van 23
Gemeente Amsterdam Mobiliteit
Raadscommissie voor Mobiliteit
Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026
Wethouder VAN DER HORST benadrukt in reactie nogmaals dat de bandbreedte
en de voortgangsrapportage twee gescheiden kwesties zijn: het woord verkiezingen wordt
volgens haar alleen genoemd in relatie tot de voortgangsrapportage, niet in relatie tot de
bandbreedte. Zij licht toe dat ambtenaren het woord verkiezingen doorgaans anders
bedoelen dan politici en media: voor ambtenaren is dit een onzekere overgangsperiode
waarin onder meer wordt voorgesorteerd op coalitieonderhandelingen en waarin normale
besluitvorming tijdelijk stokt, in tegenstelling tot de meer strategische lading die politici en
media aan het woord geven.
Het lid REIJNAERS vraagt om een nadere toelichting op hoe ambtenaren dan
precies anders werken rond verkiezingen en hoe dit relevant is voor de huidige kwestie.
Wethouder VAN DER HORST legt uit dat ambtenaren zich voorbereiden op
coalitieonderhandelingen en op eventuele nieuwe, demissionaire bestuurders, en dat er in
die periode doorgaans geen grote besluiten meer worden genomen en geen reguliere
commissievergaderingen plaatsvinden, in tegenstelling tot de realiteit van politici die met
campagnes en verkiezingsuitslagen bezig zijn. Zij herhaalt dat de informatie die in de
voortgangsrapportage had gemoeten, is opgenomen in de veegbrief, die mede is opgesteld
omdat zij als wethouder de periode afsloot en nog niet wist of zij zou terugkeren.
Wethouder Van der Horst gaat vervolgens in op haar rol als lijsttrekker, en stelt dat
zij hierover als collegelid formeel geen verantwoording aflegt aan de raad, maar toch wil
reflecteren. Zij wijst erop dat de Oostbrug bij aanvang van de vorige coalitieperiode niet in
het coalitieakkoord stond en zonder budget was, en dat zij er, mede met steun van de raad,
in is geslaagd hiervoor gedurende meerdere jaren geld te reserveren, wat volgens haar
uniek is. Zij vindt het niet vreemd dat een lijsttrekker hier vervolgens ook in de campagne
trots op is en de ambitie uitspreekt dat de bruggen er komen.
Het lid WIJNANTS reageert dat het kernpunt is dat de wethouder tijdens de
campagne, ondanks te weten dat het gereserveerde geld niet meer voldoende was, dit niet
aan de kiezer heeft gemeld en daarmee een oneerlijk beeld heeft geschetst.
Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat ook Wijnants zelf wist dat er
onvoldoende geld was, aangezien de kostenstijging in twee rapportages was gemeld en
ook in de media aan bod kwam; zij herinnert hem eraan dat hij in een eerdere
commissievergadering zelf al een schatting van 850 miljoen euro noemde. Zij stelt vast dat
het besef dat de brug duurder zou worden breed gedeeld was in de commissie, en dat zij
als lijsttrekker vasthoudt aan haar ambitie voor de brug, ook al erkent zij dat bepaalde
nuances destijds voorzichtiger geformuleerd hadden kunnen worden.
Het lid KRIJGER vraagt, met verwijzing naar de eerder geciteerde uitspraak over
‘geld voor bruggen over het IJ’ als wapenfeit, of de Amsterdamse kiezer dan niet had
moeten weten dat dit niet helemaal klopte.
Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat zij vindt dat het debat nu erg
gedetailleerd wordt gevoerd over haar rol als lijsttrekker, wat zij een ongebruikelijke positie
in een commissiedebat noemt, en herhaalt dat zij ambitie voor de brug heeft uitgesproken,
wat volgens haar een normaal onderdeel is van campagne voeren, en dat zij op de
resultaten van de afgelopen jaren trots mag zijn.
Het lid KRIJGER verduidelijkt daarop dat het haar niet gaat om de vraag of trots
gerechtvaardigd is, maar om transparante informatievoorziening aan de kiezer op het
moment dat iemand twee rollen tegelijk vervult.
Het lid REIJNAERS merkt op dat de wethouder als lijsttrekker sprak met de
wetenschap dat wat zij zei niet meer helemaal klopte.
Wethouder VAN DER HORST antwoordt dat de kostenstijging destijds al openbaar
bekend was gemaakt, tot drie keer toe, en dat alle lijsttrekkers en de media over deze
informatie beschikten, waardoor zij het lastig vindt op elke nuance in haar campagne-
Pagina 22 van 23
Gemeente Amsterdam Mobiliteit
Raadscommissie voor Mobiliteit
Concept-raadscommissieverslag, 20 augustus 2026
uitspraken te worden aangesproken. Zij geeft aan dit onderwerp na deze reactie te willen
afronden en de verdere afweging aan de raad en wethouder Moeskops te laten.
Het lid REIJNAERS reageert nog dat het niet gaat om de vraag of de kosten
zouden stijgen, maar om de vraag of ze met een half miljard euro zouden stijgen, en dat
het uitzoeken van dat verschil precies de taak van de raad is.
Wethouder MOESKOPS sluit dit onderdeel af met de opmerking dat dit gesprek in het
voorjaar verder met haar gevoerd zal worden, wanneer het definitiebesluit voorligt.
Het lid KOYUNCU verzoekt om een korte schorsing van vijf minuten, wat wordt
toegekend.
Afronding
Na de schorsing vraagt de VOORZITTER beide wethouders of alle vragen zijn
beantwoord, wat bevestigend wordt beantwoord. Er is geen behoefte aan een tweede
termijn.
Het lid WIJNANTS verzoekt het agendapunt door te geleiden naar de
eerstvolgende raadsvergadering en dit verzoek bij het presidium neer te leggen voor
behandeling op 2 september, met het oog op een aantal zaken die volgens hem ook in de
raad gewogen moeten kunnen worden.
De VOORZITTER neemt dit verzoek voor kennisgeving aan.
Het lid WIJNANTS dankt namens de commissie wethouder Van der Horst voor
haar aanwezigheid en tijd, waarna de VOORZITTER zich hierbij aansluit.
Sluiting
De VOORZITTER constateert dat de vergadering, ondanks de omvang van
agendapunt 11, keurig op tijd is afgerond. Zij dankt alle aanwezigen en de kijkers thuis voor
hun komst en aandacht bij deze eerste vergadering van de commissie Mobiliteit en sluit de
vergadering.
Pagina 23 van 23
Tekst uit PDF geëxtraheerd