Home › Krimpen aan den IJssel › Document
Raadsvoorstel Ontwerp-Warmteprogramma
Raadsvoorstel
| Type | Raadsvoorstel |
| Gemeente | Krimpen aan den IJssel |
| Datum | 2026-09-10 |
| Bron | Download brondocument → |
Document
Geëxtraheerde tekst
Raadsvoorstel
Datum collegevergadering: 1 september 2026
Portefeuillehouder: Anton Brand
Behandelend team: Duurzaam Wonen en Werken
Zaaknummer: 1648737
Onderwerp
Ontwerp-Warmteprogramma
Gevraagd raadsbesluit:
1. Geen wensen en bedenkingen kenbaar te maken over het ontwerp-
Warmteprogramma.
2. De benodigde begrotingsruimte voor de uitvoering van het Warmteprogramma over
te hevelen van de algemene dekkingsmiddelen (algemene uitkering) naar programma
2 (Warmteprogramma), waarbij € 15.000 voor 2026 en € 160.000 structureel per jaar
voor de periode 2027 tot en met 2030 beschikbaar te stellen.
Aanleiding
De nieuwe Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) verplicht gemeenten om
uiterlijk 31 december 2027 een warmteprogramma vast te stellen. Het ontwerp-
Warmteprogramma volgt de Transitievisie Warmte (TVW) op. Voordat het warmteprogramma
definitief kan worden vastgesteld, wordt het ontwerp gedurende zes weken ter inzage
gelegd. Parallel aan deze terinzagelegging wordt het warmteprogramma aan de raad
voorgelegd met het voorstel om geen wensen en bedenkingen kenbaar te maken. De
definitieve vaststelling is begin 2027 voorzien.
Argumenten
1.1 Het ontwerp–Warmteprogramma sluit aan bij eerdere besluitvorming.
Het ontwerp-Warmteprogramma is in lijn met de Transitievisie warmte, de door het college
vastgestelde startnotitie en de door de raad vastgestelde basisvoorwaarden. De raad is
tijdens het proces op verschillende momenten geïnformeerd en betrokken, onder andere via:
- de raadsinformatiebrief over de start van het warmteprogramma;
- het raadsvoorstel over de basisvoorwaarden;
- de raadsinformatiebrief over de startnotitie en participatieplan;
- de presentatie in de informatieve commissie van 8 juli 2026;
De inbreng van de raad is betrokken bij de uitwerking van het ontwerp-Warmteprogramma.
1.2 In de startnotitie is toegezegd dat het ontwerp-Warmteprogramma aan de raad wordt
voorgelegd.
In de startnotitie is aangegeven dat het ontwerp-Warmteprogramma met een raadsvoorstel
aan de raad wordt voorgelegd. De raad kan daarbij wensen of bedenkingen in te dienen. Het
ter inzage leggen en vaststellen van het Warmteprogramma is een collegebevoegdheid.
1.3 Het Warmteprogramma is een directe uitwerking van de Omgevingsvisie Krimpen 2050.
De Omgevingsvisie Krimpen 2050 is richtinggevend voor de ontwikkeling van onze fysieke
leefomgeving. In de visie zijn zes thematische opgaven benoemd waaraan we de komende
jaren werken om de visie ‘Krimpen 2050’ waar te maken. Het Warmteprogramma is een
uitwerking binnen het thema ‘Toekomstbestendig Krimpen’. Dit thema richt zich op het
1 van 4
omgaan met klimaatverandering, energie en bodemdaling. Binnen dit thema geeft het
Warmteprogramma invulling aan speerpunt 3: ‘We stappen over op schone en hernieuwbare
energie met slimme oplossingen voor netcongestie.’ Het programma beschrijft hoe we
gebouwen voorbereiden op duurzame warmteoplossingen door in te zetten op isoleren,
aardgasvrij gereed maken en het voorbereiden van toekomstige warmteoplossingen.
Het Warmteprogramma bevat geen nieuwe, strategische keuzes ten opzichte van de
Omgevingsvisie, maar werkt bestaande ambities verder uit.
1.4 De uitvoering draagt bij aan de ambities uit het Duurzaamheidsprogramma 2025-2028.
Het Warmteprogramma geeft uitvoering aan de ambitie om in 2050 klimaatneutraal en
toekomstbestendig te zijn. Onze inzet is gericht op afname van het gebruik van fossiele
brandstoffen. En het voorbereiden van gebouwen op toekomstige duurzame
warmteoplossingen.
1.5 De gekozen stapsgewijze aanpak is passend bij de huidige situatie in Krimpen.
Het ontwerp-Warmteprogramma zet de komende jaren vooral in op drie sporen: isoleren,
leren en onderzoeken en het voorbereiden van toekomstige wijkgerichte aanpakken.
Daarmee worden gebouwen voorbereid op duurzame verwarming, terwijl ruimte blijft bestaan
om rekening te houden met ontwikkelingen in technieken, betaalbaarheid, wetgeving en de
capaciteit van het elektriciteitsnet. De inzet van de aanwijsbevoegdheid is op dit moment niet
aan de orde. Bij elke actualisatie van het warmteprogramma wordt de afweging gemaakt om
wel of niet de aanwijsbevoegdheid in te zetten.
1.6 Voor het ontwerp-Warmteprogramma hoeft geen plan-MER te worden opgesteld.
Een plan-MER brengt de effecten van beleidskeuzes op het milieu in beeld en helpt om
milieu- en duurzaamheidsbelangen mee te wegen bij de besluitvorming.
Het ontwerp-Warmteprogramma wijst geen gebieden aan, bevat geen besluit over de inzet
van de aanwijsbevoegdheid en stelt geen kaders voor concrete projecten. Daarom hoeft voor
het ontwerp geen plan-MER te worden opgesteld. Deze afweging is in het
warmteprogramma gemotiveerd.
2.1 Voor de uitvoering van de activiteiten benoemd in het warmteprogramma is budget
nodig, hiervoor zijn rijksmiddelen ter beschikking gesteld.
De activiteiten benoemd in het warmteprogramma komen deels overeen met het
vastgestelde duurzaamheidsprogramma. Aanvullend zijn extra acties benoemd, om te
zorgen dat de gemeente aan haar ambitie van aardgasvrij 2050 kan gaan voldoen. Hiervoor
zijn extra middelen nodig. Deze middelen zijn door het Rijk ter beschikking gesteld.
Kanttekeningen
1.1 De uitvoering is mede afhankelijk van landelijke wetgeving en ondersteuning.
De haalbaarheid en betaalbaarheid van de warmtetransitie zijn mede afhankelijk van
landelijke wetgeving, subsidies, stimuleringsregelingen en middelen voor
uitvoeringscapaciteit. De gemeente heeft hierop slechts beperkt invloed. We volgen de
landelijke ontwikkelingen, brengen de Krimpense belangen regionaal en landelijk onder de
aandacht en passen de uitvoering zo nodig aan.
1.2 Netcongestie werkt vertragend op het realiseren van onze duurzaamheidsdoelen.
Duurzame warmteoplossingen vragen vaak extra elektriciteit. Bijvoorbeeld voor het
aansluiten van een warmtepomp, laadinfrastructuur of elektrisch koken. De beperkte
2 van 4
capaciteit van het elektriciteitsnet kan daarom het tempo beïnvloeden waarin woningen,
bedrijven en voorzieningen kunnen verduurzamen. We beperken dit risico door eerst in te
zetten op het aardgasvrij gereed maken en de isolatieaanpak. Bij toekomstige wijkgerichte
aanpakken stemmen we de planning af met Stedin. En onderzoeken we de mogelijkheden
voor opslag van energie.
1.3 Onvoldoende deelname kan de warmtetransitie vertragen.
Voor het aardgasvrij maken is het cruciaal om gebouweigenaren en -gebruikers te motiveren
om mee te doen aan de verduurzaming van hun woning en wijk of buurt. Bij onvoldoende
draagvlak vertraagt de warmtetransitie. Door inwoners en andere belanghebbenden tijdig te
betrekken, duidelijkheid te geven over mogelijkheden en gevolgen en ruimte te bieden aan
lokale initiatieven, vergroten we de kans op deelname. Om deelname te bevorderen, nemen
we ruim de tijd om in aanloop naar de volgende warmteprogramma’s logische buurten of
wijken te identificeren. Vervolgen werken we voor deze gebieden een zorgvuldige
wijkaanpak uit.
2.1 Onvoldoende uitvoeringscapaciteit kan tot vertraging leiden.
De uitvoering vraagt capaciteit van de gemeente, samenwerkingspartners en marktpartijen.
Als deze capaciteit onvoldoende beschikbaar is, kunnen activiteiten later worden uitgevoerd.
We beperken dit risico door prioriteiten te stellen, regionaal samen te werken, kennis te
delen en werkzaamheden waar mogelijk te combineren.
Participatie
Bij de start van het opstellen van het Warmteprogramma is een participatieplan opgesteld en
gedeeld met de raad. Dit participatieplan is uitgevoerd. Er heeft participatie plaatsgevonden
met inwoners, ondernemers en samenwerkingspartners, waaronder Stedin en QuaWonen.
De participatie was gericht op meeweten en meedenken. De opgehaalde inbreng heeft onder
meer geleid tot een nadere toelichting op de basisvoorwaarden en het opnemen van de
wens om voorbeeldprojecten te faciliteren. Het doorlopen proces, de opgehaalde inbreng en
de wijze waarop deze is verwerkt, zijn vastgelegd in het Participatielogboek
Warmteprogramma (bijlage 2).
Financiële gevolgen
Voor de uitvoering van het Warmteprogramma is aanvullend budget nodig. Voor 2026 betreft
dit € 15.000 en vanaf 2027 tot en met 2030 € 160.000 structureel per jaar. Deze middelen
zijn nodig voor de uitvoering van de werkzaamheden die voortvloeien uit het
Warmteprogramma, waaronder de beleidsmatige, organisatorische en uitvoerende inzet die
nodig is om de warmtetransitie binnen de gemeente vorm te geven en de ambities en
wettelijke opgaven te realiseren.
Voor de uitvoering van deze werkzaamheden stelt het Rijk middelen beschikbaar in het
kader van het Klimaatakkoord. In de huidige meerjarenbegroting is voor de jaren 2028 en
verder uit voorzichtigheid rekening gehouden met een lager basisbedrag aan rijksmiddelen.
Inmiddels is duidelijk dat dit bedrag voor de jaren 2028 tot en met 2030 naar verwachting
met € 428.499 per jaar hoger zal uitvallen. Hierdoor blijft het budget in 2028 tot en met 2030
op hetzelfde niveau als in de voorgaande jaren. Deze hogere rijksbijdrage wordt verwerkt in
de begroting 2027.
De benodigde begrotingsruimte wordt bij de begroting 2027 overgeheveld van de algemene
dekkingsmiddelen (algemene uitkering) naar programma 2 (Duurzaamheid). Het betreft een
3 van 4
bedrag van € 15.000 voor 2026 en € 160.000 structureel per jaar vanaf 2027 tot en met
2030.
Per saldo is sprake van een budgettaire verschuiving binnen de beschikbare middelen,
waarbij de uitvoering van het Warmteprogramma volledig wordt gedekt door daarvoor
bestemde rijksmiddelen.
Vervolg
Tijdens de terinzagelegging kunnen inwoners en andere belanghebbenden zienswijzen
indienen. Na afloop van de terinzagelegging worden de zienswijzen beantwoord in een nota
van antwoord. Daarin staat ook of de zienswijzen aanleiding geven om het ontwerp aan te
passen. De nota van antwoord en het definitieve Warmteprogramma worden vervolgens ter
vaststelling aan het college voorgelegd. Na vaststelling wordt het Warmteprogramma
bekendgemaakt.
Het college blijft de raad gedurende de uitvoering van het Warmteprogramma informeren en
betrekken bij de verdere uitwerking van de warmtetransitie. Daarnaast wordt de raad in 2029
geïnformeerd over de voortgang van het programma. Het Warmteprogramma wordt iedere
vijf jaar herzien, waarbij de raad opnieuw wordt betrokken.
Bijlagen
1. Ontwerp-Warmteprogramma
2. Participatielogboek
Hoogachtend,
Burgemeester en wethouders van Krimpen aan den IJssel,
drs. V.L. Dobbe mr. H.D. Westerdijk
gemeentesecretaris burgemeester
4 van 4
Raadsbesluit
Onderwerp
Ontwerp-Warmteprogramma
De raad van de gemeente Krimpen aan den IJssel;
Besluit, na het lezen van het voorstel van burgemeester en wethouders van 1 september
2026, om:
1. Geen wensen en bedenkingen kenbaar te maken over het ontwerp-
Warmteprogramma.
2. De benodigde begrotingsruimte voor de uitvoering van het Warmteprogramma over
te hevelen van de algemene dekkingsmiddelen (algemene uitkering) naar programma
2 (Warmteprogramma), waarbij € 15.000 voor 2026 en € 160.000 structureel per jaar
voor de periode 2027 tot en met 2030 beschikbaar te stellen.
Dit besloot de raad van de gemeente Krimpen aan den IJssel in zijn openbare vergadering
van 22 september 2026.
voorzitter griffier
mr. H.D. Westerdijk L. van der Linden MSc
Tekst uit PDF geëxtraheerd