Home › Neder-Betuwe › Document

Opvang asielzoekers: ontwikkelingen en strategie

Raadsvoorstel
TypeRaadsvoorstel
GemeenteNeder-Betuwe
Datum2026-09-17
BronDownload brondocument →

Document

Geëxtraheerde tekst

Asielopvang Neder-Betuwe – afwegingen en scenario’s Gespreksavond gemeenteraad 17 september 2026 Doel van de gespreksavond De gemeente staat voor de opgave om opvang voor asielzoekers in de gemeente mogelijk te maken. Er zijn verschillende manieren om deze opgave in te vullen. Deze hangen met elkaar samen en hebben verschillende consequenties voor de opvanglocatie, de omgeving en de manier waarop de opvang wordt georganiseerd. Het doel van deze gespreksavond is om de gemeenteraad met elkaar in gesprek te laten gaan over de verschillende afwegingen die een rol spelen bij de invulling van de asielopvangopgave. Daarbij gaat het om de omvang van de opvang en om de ruimtelijke en organisatorische manier waarop deze kan worden vormgegeven. De opbrengsten worden meegenomen bij de verdere uitwerking van de gemeentelijke aanpak en kunnen aanleiding zijn voor het college om de eerder vastgestelde locatie- uitgangspunten te herzien. Onderwerpen als participatie, integratie en specifieke locaties worden op een later moment betrokken bij het verdere traject. De gespreksavond is nadrukkelijk geen besluitvormingsmoment. Er worden geen kaders vastgesteld en er wordt geen keuze gemaakt voor een specifiek scenario. Werkwijze De raadsleden gaan met elkaar in gesprek over zes afwegingen en drie scenario’s. Daarbij is van belang welke overwegingen en aandachtspunten van belang zijn bij de geschetste afwegingen en te maken keuzes. De uitkomsten van de avond worden gebruikt als input voor het vervolgproces. De Neder-Betuwse opgave In de Capaciteitsraming van 27 februari 2026 is opgenomen dat de gemeente Neder-Betuwe op grond van het inwoneraantal en de gemeentelijke SES-WOA-score geacht wordt om in de periode 2027- 2028 in totaal 132 asielzoekers op te vangen, waarvan 8 alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV’ers). Deze opgave staat los van de opvangopgave voor ontheemden uit Oekraïne en van de wettelijke taakstelling voor het huisvesten van statushouders: asielzoekers die een verblijfsvergunning hebben gekregen. De wettelijke opgave bedraagt momenteel 132 opvangplekken. De opgave wordt iedere twee jaar opnieuw vastgesteld en kan daardoor in de toekomst wijzigen. Om enige ruimte te hebben om toekomstige fluctuaties in de opgave op te vangen, wordt voor de verdere verkenning uitgegaan van minimaal 150 opvangplekken. Dit betreft alleen reguliere opvangplekken en geen plekken voor AMV’s. Kaders en voorwaarden Bij het realiseren van een opvanglocatie hebben we als gemeente te maken met wettelijke kaders en met voorwaarden vanuit het COA. Deze bepalen een deel van de mogelijkheden en zijn niet of slechts beperkt lokaal beïnvloedbaar. Het is daarom belangrijk om onderscheid te maken tussen wat vaststaat en waarover de gemeenteraad voorkeuren kan uitspreken. Opgave De gemeente heeft een wettelijke opvangopgave. Voor Neder-Betuwe gaat het op dit moment om 132 waarvan 124 reguliere opvangplekken en 8 opvangplekken voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv). Dit aantal wordt iedere twee jaar opnieuw vastgesteld. Beschikbaarheidsduur Binnen de Spreidingswet moet een opvanglocatie minimaal vijf jaar beschikbaar zijn. De beschikbare financiële middelen en de mogelijkheden voor investeringen kunnen mede afhankelijk zijn van de periode waarvoor een locatie beschikbaar wordt gesteld. Doelgroep Het COA bepaalt welke asielzoekers op een opvanglocatie worden geplaatst. Dit is afhankelijk van onder andere de situatie in de asielopvang en de fase van de asielprocedure. De gemeente bepaalt niet uit welke landen bewoners afkomstig zijn, in welke fase van de asielprocedure zij zitten of hoe de groep bewoners wordt samengesteld. Het betreft verder een regulier azc, en geen azc met aanmeldfaciliteiten (zoals in Ter Apel en Budel), een azc met versnelde procedure voor asielzoekers met een duidelijk kansarme asielaanvraag of een AMV-opvang voor jongeren die alleen naar Nederland zijn gekomen. Criteria COA Een locatie moet voldoen aan de geschiktheidscriteria en richtlijnen van het COA. Voor betrokkenheid van het COA geldt als uitgangspunt een opvangcapaciteit van minimaal 50 plekken. Het COA voert hiervoor per locatie een schouw uit en toetst de locatie aan het eigen programma van eisen. Daarnaast wordt een businesscase opgesteld waarin onder meer de financiële en ruimtelijke haalbaarheid, de benodigde investeringen en de exploitatie in relatie tot de looptijd worden beoordeeld. Ook de beschikbaarheid van infrastructuur en energievoorziening is hierbij een belangrijk aandachtspunt. Voorzieningen zoals onderwijs en zorg die niet op de opvanglocatie aanwezig zijn, moeten volgens de uitgangspunten van het COA binnen een bepaalde reistijd (45 minuten) bereikbaar zijn met het openbaar vervoer of per fiets. Ook de bereikbaarheid van dagelijkse voorzieningen, zoals een supermarkt, speelt een rol (30 minuten loopafstand). Niet alle voorwaarden zijn in harde kaders te vatten. De geschiktheid van een locatie wordt in samenhang beoordeeld. Daarom kan per locatie sprake zijn van maatwerk en wordt in overleg met het COA bepaald wat op een locatie mogelijk is. Voor locaties kleiner dan 50 biedt het COA geen ondersteuning. Waar kan de gemeenteraad richting aan geven? Naast deze kaders zijn er verschillende aspecten waarop keuzes mogelijk zijn. Denk bijvoorbeeld aan de omvang en spreiding van de opvang, de ligging van een locatie, de mate waarin gebruik kan worden gemaakt van voorzieningen (zorg, dagbesteding) die op de locatie zelf aanwezig zijn of binnen de gemeente beschikbaar moeten zijn en de manier waarop de opvang wordt georganiseerd. Om de verschillende mogelijkheden te bespreken, zijn zes belangrijke afwegingen en drie scenario’s uitgewerkt. De mate waarin deze keuzes daadwerkelijk kunnen worden gemaakt, is afhankelijk van de locaties die beschikbaar en geschikt zijn. De afwegingen en scenario’s zijn daarmee geen voorstel voor een voorkeursrichting, maar een hulpmiddel om het gesprek over de verschillende mogelijkheden te voeren. Bijlage 1 – Afwegingen Wat betreft de asielopvang zijn er verschillende keuzemogelijkheden. Om de gemeenteraad hierover met elkaar in gesprek te laten gaan, zijn deze keuzemogelijkheden uitgewerkt in de vorm van zes afwegingen. Per afweging wordt eerst toegelicht welke keuze voorligt. Vervolgens worden per afweging de belangrijkste consequenties beschreven. Bij het bespreken van de afwegingen kunnen de volgende vragen worden gebruikt:  Wat zijn voor u belangrijke overwegingen en aandachtspunten bij deze afweging?  Welke consequenties vindt u aanvaardbaar en welke minder wenselijk?  Zijn er keuzes of aandachtspunten die voor u randvoorwaardelijk zijn?  Wat vindt u van de besluitvorming tot nu toe? Bijlage 2 – Scenario’s Naast de afwegingen zijn drie denkbare scenario’s uitgewerkt. De scenario’s laten zien hoe verschillende keuzes met elkaar kunnen samenhangen. Het zijn scenario’s en geen vaststaande keuzes of voorkeursvarianten. Bij het bespreken van de scenario’s kunnen de volgende vragen centraal staan:  Wat zijn voor u belangrijke overwegingen en aandachtspunten per scenario?  Welke elementen uit een ander scenario vindt u belangrijk om mee te nemen? Bijlage 1. Afwegingen Afweging 1: Totaal aantal plekken De keuze: realiseert de gemeente alleen de eigen opgave (circa 150 opvangplekken) of ook de opgave van een buurgemeente (circa 300 opvangplekken) indien hiertoe eventueel ruimtelijk ook mogelijkheden zijn? Toelichting Alleen de eigen opgave: 150 plekken Met het realiseren van 150 opvangplekken voldoet de gemeente Neder-Betuwe aan haar wettelijke opgave en heeft zij ruimte om toekomstige fluctuaties in de opgave op te vangen. Het COA spreekt van kleinschalige opvanglocaties als er rond de 150 plekken of minder zijn. Op kleinschalige opvanglocaties zijn niet alle faciliteiten aanwezig die asielzoekers nodig hebben. Zo zijn er bijvoorbeeld geen aparte leslokalen, spreekkamers voor de huisarts of recreatiemogelijkheden. Samenwerking met een asiellocatie in een buurgemeente is nodig om deze voorzieningen aan te bieden. Eén van de locaties heeft dan bijvoorbeeld een voorzieningencentrum en fungeert als hoofdlocatie waar de bewoners van de andere locatie gebruik van maken óf voorzieningen worden verspreid over de verschillende locaties. Dit brengt ook de nodigde vervoersbewegingen met zich mee. Als er geen locatie in de buurt is om mee samen te werken, moet de gemeente ruimten beschikbaar stellen waarin de voorzieningen georganiseerd worden door het COA. Ook moet er dan waarschijnlijk aanspraak gemaakt worden op lokale zorgaanbieders zoals de huisarts en tandarts. Indien gebruik moet worden gemaakt van lokale voorzieningen, is de ligging en bereikbaarheid van de opvanglocatie (in of nabij een dorpskern) een aandachtspunt. Bij kleinschalige locaties bezoekt een ambulant team de locatie meerdere keren per week Ook de realisatie van de opgave van een buurgemeente: 300 plekken Bij minimaal 300 plekken spreekt het COA van een regulier asielzoekerscentrum en neemt zij de volledige exploitatie over. Voorzieningen als les- en recreatieruimten en ruimten voor (medische) zorg en begeleiding zijn op de locatie aanwezig. Ook is er permanente begeleiding en beveiliging aanwezig. Doordat voorzieningen en diensten op de locatie aanwezig zijn, zijn er meer mogelijkheden om de opvanglocatie op enige afstand van een dorpskern te realiseren. Het realiseren van 300 opvangplekken kan ruimte bieden om met regiogemeenten afspraken te maken over het overnemen van (een deel van) hun opgave. Daarbij kan worden besproken welke gemeentelijke opgaven daar tegenover kunnen staan, zoals de opvang van ontheemden uit Oekraïne of de huisvesting van statushouders. Ook kunnen afspraken worden gemaakt over andere vormen van compensatie of samenwerking, bijvoorbeeld op het gebied van grond, ruimtelijke ontwikkelingen of andere gemeentelijke opgaven. Voor- en nadelen per scenario 150 opvangplekken 300 opvangplekken Voordelen Voordelen + Past bij de wettelijke taak + COA neemt de volledige exploitatie over + Kleinere ruimtelijke impact op de directe + 24/7 beveiliging, professionele zorg en omgeving begeleiding inbegrepen + Beperkte omvang van de locatie en + Leslokalen en andere voorzieningen kunnen op voorzieningen locatie worden georganiseerd + Sterkere regionale onderhandelingspositie + Mogelijkheid om voorzieningen ook voor omliggende locaties in buurgemeenten te benutten Nadelen / aandachtspunten Nadelen / aandachtspunten − Gemeente moet ruimten ter beschikking − Grotere ruimtelijke en maatschappelijke impact stellen of bewoners moeten mogelijk naar een op de directe omgeving locatie in een buurtgemeente reizen. − Groter beroep op lokale voorzieningen, zoals − Grotere locatie noodzakelijk de zorg, terwijl capaciteit beperkt kan zijn Afweging 2: Aantal locaties De keuze: organiseert de gemeente de opvang op één locatie of op meerdere locaties? Toelichting: Eén locatie Bij één locatie wordt de opvang volledig op één plek geconcentreerd. Dit maakt de voorbereiding, besluitvorming en uitvoering overzichtelijker. Er is één planologisch traject en één participatietraject voor de omgeving. Ook kunnen beheer, begeleiding en voorzieningen efficiënter worden georganiseerd door de schaalgrootte. Daar staat tegenover dat de ruimtelijke en maatschappelijke impact volledig op één plek terechtkomt. Meerdere locaties Bij meerdere locaties wordt de opvang over verschillende plekken verspreid. Dit vermindert de druk op één locatie en maakt het mogelijk om de opvang over meerdere kernen te spreiden. Daar staat tegenover dat de gemeentelijke organisatie meer moet coördineren en er meerdere planologische en participatietrajecten nodig zijn. Bij meerdere locaties is er minder schaalvoordeel, omdat bepaalde kosten per locatie opnieuw moeten worden gemaakt. In de praktijk kan dit betekenen dat er per locatie minder ruimte is voor personele bezetting (beveiliging, begeleiding) of voorzieningen. Voor- en nadelen per scenario Eén locatie Meerdere locaties Voordelen Voordelen + Overzichtelijk te organiseren en te + Spreiding van bewoners over meerdere locaties, waardoor communiceren de druk op één plek kleiner is + Eén participatie- en planologisch + Mogelijkheid om opvang over meerdere kernen van de traject gemeente te spreiden + Beheer, begeleiding en voorzieningen overzichtelijker te organiseren Nadelen / aandachtspunten Nadelen / aandachtspunten − Geen spreiding van bewoners over − Meerdere planologische trajecten en participatieprocessen de gemeente − Grotere ruimtelijke en − Hogere organisatie- en coördinatiekosten maatschappelijke impact op één plek − Minder schaalvoordeel: beveiliging, begeleiding en voorzieningen moeten per locatie worden georganiseerd. Dit kan leiden tot hogere kosten per opvangplek en daardoor tot minder ruimte voor personele bezetting. − Meer reisbewegingen wanneer voorzieningen niet op iedere locatie beschikbaar zijn Afweging 3: Voorzieningen op locatie of in de dorpskern De keuze: maken bewoners van de opvang vooral gebruik van voorzieningen op de opvanglocatie of van voorzieningen in de dorpskern? Toelichting Voorzieningen op de opvanglocatie of een hoofdlocatie Wanneer voorzieningen zoveel mogelijk op de opvanglocatie zelf of op een nabijgelegen hoofdlocatie worden georganiseerd, zijn bewoners minder afhankelijk van voorzieningen in de dorpskern. Dit kan de druk op lokale voorzieningen beperken. Bij een opvanglocatie van circa 300 plekken kan het COA voorzieningen op de locatie organiseren, zoals ruimte voor begeleiding, zorg, taallessen en dagbesteding. Bij kleinschaligere locaties van circa 150 plekken zijn er verschillende mogelijkheden. Daar zijn niet standaard alle benodigde voorzieningen gerealiseerd. Er kan dan samengewerkt worden met een asiellocatie in de buurt, waarbij één van de locaties wel een voorzieningencentrum heeft. De locatie de gebruik maakt van de voorzieningen op de andere (hoofd)locatie wordt de dependance genoemd. van de ene locatie reizen dan af naar de andere locatie om daar deel te nemen aan activiteiten, taallessen en andere programma’s. Dit is alleen mogelijk wanneer de andere locatie in maximaal 45 minuten met het openbaar vervoer te bereiken is. Voorzieningen in de dorpskern Indien er geen locatie in de buurt is om mee samen te werken, is er sprake van een zelfstandige locatie. Bewoners zijn dan meer aangewezen op de dorpskern. Voorzieningen voor taallessen, activiteiten en gezondheidszorg moeten lokaal worden gerealiseerd, bijvoorbeeld in een buurthuis. De gemeente is verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van deze ruimtes. Het COA zorgt voor de verdere begeleiding. Daarnaast maken bewoners meer gebruik van voorzieningen in de dorpskern. Denk aan de huisarts, sportverenigingen, winkels, het dorpshuis en andere maatschappelijke voorzieningen. Dit biedt meer mogelijkheden voor bewoners om in contact te komen met inwoners en onderdeel te worden van de lokale gemeenschap. Dat kan bijdragen aan participatie en integratie. Tegelijkertijd vraagt dit om voldoende capaciteit en draagkracht bij lokale voorzieningen. Voor- en nadelen per scenario Voorzieningen op een opvanglocatie Voorzieningen via de dorpskern Voordelen Voordelen + Meer contact tussen bewoners en inwoners van + COA regelt zorg, begeleiding en taallessen en de dorpskern, wat kan bijdragen aan participatie de benodigde ruimten daarvoor. en integratie + Beperkter beroep op de capaciteit van + Minder voorzieningen en ruimte nodig op de voorzieningen in de dorpskern. opvanglocatie zelf. + Mogelijkheid om voorzieningen te delen met omliggende locaties + Buurtfunctie mogelijk: bijvoorbeeld sport open voor omwonenden Nadelen / aandachtspunten Nadelen / aandachtspunten − Groter beroep op lokale voorzieningen en − Minder vanzelfsprekend contact met inwoners daarmee op de beschikbare capaciteit in de van de dorpskern. dorpskern. − De gemeente moet mogelijk extra inzet leveren − Bij een dependance zijn bewoners afhankelijk om lokale voorzieningen en ruimtes beschikbaar te van de bereikbaarheid van de hoofdlocatie. maken. − Meer voorzieningen op de opvanglocatie vragen ruimte en kunnen de omvang van de locatie vergroten. Afweging 4: Termijn De keuze: Kiezen we een locatie voor een periode van 5 jaar of voor een langere periode? Hoe lang we ons committeren aan een locatie bepaalt mede welke kwaliteit geboden kan worden. De genoemde termijnen schetsen een beeld van de mogelijkheden. De daadwerkelijke mogelijkheden zijn afhankelijk van de locatie en de afspraken met het COA. Toelichting Termijn van 5 jaar Als we kiezen voor een termijn van 5 jaar, dan voldoen we aan de minimale wettelijke termijn. Bij een termijn van 5 jaar blijft de gemeente relatief flexibel in het toekomstige gebruik van de locatie. Een kortere exploitatietermijn beperkt echter de mogelijkheden om te investeren in de kwaliteit en inrichting van de locatie, bijvoorbeeld in groen, voorzieningen en de huisvesting zelf. De huisvesting zal naar verwachting vaker bestaan uit tijdelijke woonunits. Een kortere termijn betekent daarnaast dat na afloop opnieuw een keuze moet worden gemaakt over het gebruik van de locatie. Dit kan opnieuw onzekerheid geven voor bewoners en de omgeving en kan betekenen dat de gemeente opnieuw een traject moet doorlopen. Termijn van 15 jaar Bij een langere termijn ontstaat meer ruimte om te investeren in de kwaliteit en duurzaamheid van de locatie. Denk aan de inrichting van de openbare ruimte, groen, voorzieningen en duurzame huisvesting. Bij een langere exploitatietermijn kan gebruik worden gemaakt van meer duurzame en circulaire vormen van huisvesting. Deze gebouwen zijn aanpasbaar, verplaatsbaar en op termijn ook voor andere doelgroepen inzetbaar. De huisvesting kan bovendien een aantrekkelijke uitstraling krijgen en daarmee bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. Zo kunnen woningen na afloop van de opvangfunctie bijvoorbeeld worden hergebruikt of aangepast voor sociale woningbouw. Een langere termijn biedt bovendien meer zekerheid voor bewoners en omwonenden en geeft meer tijd om voorzieningen, samenwerking en verbinding met de omgeving op te bouwen. Daar staat tegenover dat de gemeente de locatie voor langere tijd vastlegt en daardoor minder flexibel is in het toekomstige gebruik ervan. Termijn van 20 jaar of langer Bij een termijn van 20 jaar of langer kan sprake zijn van een Meerjarig Integraal Project (MJIP). In dat geval wordt de locatie ontwikkeld als een duurzame woonomgeving met ruimte voor voorzieningen. Het uitgangspunt is dat de ontwikkeling ook na beëindiging van de opvangfunctie kan blijven functioneren als reguliere woonwijk. De locatie wordt daarmee voor langere tijd onderdeel van de lokale gemeenschap. De langdurige functie van de locatie biedt het COA meer mogelijkheden om te investeren in duurzame huisvesting, voorzieningen, integratie en de leefomgeving. Daar staat tegenover dat de gemeente de locatie voor een zeer lange periode aan de opvangfunctie verbindt. Voor- en nadelen per scenario Termijn van circa 5 jaar Termijn van circa 15 jaar Termijn van 20 jaar of langer Voordelen Voordelen Voordelen + Meer flexibiliteit in het + Meer ruimte om te investeren in + Mogelijkheid om de locatie als toekomstige gebruik van de kwaliteit, duurzaamheid, groen en duurzame woonomgeving met locatie. voorzieningen. voorzieningen te ontwikkelen. + De ontwikkeling kan ook na + Mogelijkheid voor duurzame en + Beperkte langjarige binding beëindiging van de circulaire huisvesting met een aan de opvangfunctie. opvangfunctie als reguliere aantrekkelijke uitstraling. woonwijk blijven functioneren. + Huisvesting kan aanpasbaar, + Langdurige zekerheid biedt verplaatsbaar en op termijn + Past bij een tijdelijke inzet ruimte voor investeringen in inzetbaar zijn voor andere van de locatie. huisvesting, voorzieningen, doelgroepen, bijvoorbeeld sociale integratie en leefomgeving. woningbouw. + Meer tijd om voorzieningen, + Meer zekerheid voor bewoners samenwerking en verbinding en omwonenden. met de omgeving op te bouwen. Nadelen / aandachtspunten Nadelen / aandachtspunten Nadelen / aandachtspunten − De gemeente legt de locatie voor − Minder mogelijkheden om te − De gemeente verbindt de langere tijd vast en heeft daardoor investeren in de kwaliteit en locatie voor zeer lange tijd aan minder flexibiliteit in het inrichting van de locatie. een opvang- en woonfunctie. toekomstige gebruik. − Huisvesting zal naar − Langere termijn betekent een − Minder ruimte om in de verwachting vaker bestaan uit langere aanwezigheid van de toekomst andere keuzes te tijdelijke woonunits. opvang in de omgeving. maken over de locatie. − Na 5 jaar ontstaat opnieuw − De langdurige ontwikkeling een keuzemoment, wat vraagt een grotere en meer onzekerheid kan geven voor structurele inzet van gemeente bewoners en omgeving. en omgeving. − Mogelijk moet na afloop opnieuw een planologisch of bestuurlijk traject worden doorlopen. Afweging 5: Ligging De keuze: Kiezen we voor een opvanglocatie in de dorpskern, tegen een dorpskern aan of in het buitengebied? De ligging van een opvanglocatie heeft invloed op de bereikbaarheid van voorzieningen, de mogelijkheden voor contact met inwoners en de ruimtelijke en maatschappelijke impact op de omgeving. Toelichting In de dorpskern Een opvanglocatie in de dorpskern ligt dicht bij voorzieningen, zoals winkels, openbaar vervoer, sportverenigingen en maatschappelijke voorzieningen. Bewoners kunnen hierdoor gemakkelijker deelnemen aan het dagelijks leven in de dorpskern en contact leggen met inwoners. Daar staat tegenover dat een opvanglocatie in de dorpskern relatief veel ruimte kan vragen op een plek waar ruimte schaars is. Ook kan de komst van een opvanglocatie directer merkbaar zijn voor omwonenden en andere gebruikers van de openbare ruimte. Bij de keuze voor een locatie kan gekeken naar mogelijkheden om bestaande, leegstaande gebouwen te benutten, zoals een voormalig kantoorpand, een voormalige school of een ander gebouw dat geschikt kan worden gemaakt voor opvang. Aan de rand van de dorpskern Een locatie aan de rand van de dorpskern of tegen de dorpskern aan vormt een middenpositie. Bewoners hebben voorzieningen en de gemeenschap relatief dichtbij, terwijl de opvanglocatie iets meer afstand houdt tot de bestaande bebouwing. Een locatie aan de rand kan daardoor mogelijkheden bieden om de opvang ruimtelijk in te passen en tegelijkertijd de verbinding met de dorpskern te behouden. Daar staat tegenover dat de bereikbaarheid van voorzieningen sterk afhankelijk is van de precieze ligging. In het buitengebied Een opvanglocatie in het buitengebied biedt doorgaans meer ruimte en kan mogelijk makkelijker worden ingepast. De directe impact op de bestaande bebouwde omgeving kan daardoor kleiner zijn. Daar staat tegenover dat bewoners verder van voorzieningen en openbaar vervoer zitten. Dit kan de afhankelijkheid van vervoer vergroten en maakt het minder vanzelfsprekend om contact te hebben met inwoners en om gebruik te maken van voorzieningen in de dorpskern. Het kan nodig zijn om meer voorzieningen op de opvanglocatie zelf aan te bieden. Voor- en nadelen per scenario In de dorpskern Aan de rand van de dorpskern In het buitengebied Voordelen Voordelen Voordelen + Meer ruimte beschikbaar voor + Voorzieningen, winkels en + Relatief dichtbij voorzieningen de opvanglocatie en bijbehorende openbaar vervoer zijn dichtbij. en de dorpsgemeenschap. voorzieningen. + Meer mogelijkheden voor + Mogelijk minder directe impact + Mogelijkheid om de opvang contact tussen bewoners en op omwonenden en de bestaande ruimtelijk goed in te passen. inwoners. bebouwde omgeving. + Biedt balans tussen nabijheid van voorzieningen en afstand tot bestaande bebouwing. Nadelen / aandachtspunten Nadelen / aandachtspunten Nadelen / aandachtspunten − Afhankelijk van de precieze − Grotere afstand tot − Grotere directe impact op de ligging kan de afstand tot voorzieningen, winkels en omgeving en omwonenden. voorzieningen alsnog relatief openbaar vervoer. groot zijn. − Beperkte ruimte in de − Beperkte bereikbaarheid met het − Goede en veilige wandel- en dorpskern kan de openbaar vervoer, waardoor fietsverbinding met de dorpskern mogelijkheden voor een bewoners meer afhankelijk zijn zijn mogelijk nodig. geschikte locatie beperken. van ander vervoer. − Minder vanzelfsprekend contact − Meer gebruik van de met inwoners en deelname aan openbare ruimte en bestaande het dagelijks leven in de voorzieningen in de kern. dorpskern. Afweging 6: COA-opvang of asielopvang onder gemeentelijke regie De keuze: wordt de opvang georganiseerd door het COA of door de gemeente? COA-opvang Bij COA-opvang ligt de verantwoordelijkheid voor de opvang en de dagelijkse begeleiding van bewoners bij het COA. Het COA organiseert de opvanglocatie en zorgt voor de benodigde voorzieningen, begeleiding en ondersteuning. De gemeente blijft verantwoordelijk voor haar wettelijke taken en voor de samenwerking met het COA en de omgeving. COA-opvang maakt gebruik van de bestaande kennis, expertise en werkwijze van het COA. Hierdoor hoeft de gemeente niet zelf de volledige organisatie voor de opvang op te zetten. De dagelijkse uitvoering vindt plaats binnen de landelijke kaders en structuur van het COA. De gemeente heeft binnen deze vorm minder directe regie over de dagelijkse uitvoering op de opvanglocatie. De mate waarin de opvang kan worden afgestemd op de lokale situatie en gemeentelijke ambities is afhankelijk van de afspraken tussen de gemeente en het COA. Duurzame gemeentelijke opvang onder gemeentelijke regie Bij duurzame gemeentelijke opvang (dgo) heeft de gemeente de regie over de dagelijkse uitvoering rond opvang, begeleiding, participatie en veiligheid. De gemeente kan deze taken zelf uitvoeren, maar kan (een deel van) de uitvoering ook uitbesteden aan een derde partij. De opvang vindt plaats onder de eindverantwoordelijkheid van het COA. De gemeente is verantwoordelijk voor het realiseren van de opvanglocatie en het vastgoed en organiseert de dagelijkse uitvoering op de locatie zelf of laat deze onder haar verantwoordelijkheid uitvoeren. Dit omvat bijvoorbeeld het voeren van gesprekken met bewoners, het organiseren van een informatiebalie, kamercontroles en het aanbieden van participatieactiviteiten, zoals vrijwilligerswerk en taallessen. De gemeente kan de verbinding leggen tussen de opvang en het sociale domein en daarmee de integratie van bewoners bevorderen. Dit biedt mogelijkheden om vanaf de start aandacht te besteden aan participatie, onderwijs, zorg, dagbesteding en de verbinding met inwoners en lokale organisaties. Deze vorm vraagt om structurele gemeentelijke inzet voor de organisatie, het beheer, de begeleiding en de samenwerking met lokale partners. De gemeente draagt daarbij verantwoordelijkheid voor de continuïteit en kwaliteit van de dagelijkse uitvoering en voor de bijbehorende organisatorische en financiële aspecten. Voor- en nadelen per scenario COA-opvang Opvang onder gemeentelijke regie Voordelen Voordelen + De gemeente heeft directe regie + Het COA beschikt over expertise en ervaring met de over de dagelijkse uitvoering en opvang en begeleiding van asielzoekers. inrichting van de opvang. + De opvang kan worden afgestemd + De gemeente kan gebruikmaken van bestaande COA- op de lokale situatie en gemeentelijke werkwijzen en ondersteunende structuren. ambities. + De gemeente hoeft niet zelf een volledige + Mogelijkheid om de opvang direct te opvangorganisatie op te zetten en er is minder structurele verbinden met het lokale sociale organisatorische capaciteit nodig binnen de gemeente voor domein en lokale voorzieningen. het dagelijks beheer van de opvang. + Meer ruimte voor lokaal maatwerk en + Duidelijke verdeling van verantwoordelijkheden tussen het samenwerking met inwoners en lokale COA en de gemeente. organisaties. Nadelen / aandachtspunten Nadelen / aandachtspunten − De gemeente heeft structurele − De gemeente heeft minder directe invloed op de capaciteit en deskundigheid nodig voor dagelijkse organisatie en begeleiding. de uitvoering. − De gemeente is verantwoordelijk − De mogelijkheden voor lokaal maatwerk zijn mede voor de organisatie, het beheer en de afhankelijk van de afspraken met het COA. continuïteit van de opvang. − De gemeente draagt meer − De werkwijze en inrichting zijn mede gebonden aan de organisatorische en financiële landelijke kaders en werkwijze van het COA. verantwoordelijkheid. − De lokale verbinding vraagt mogelijk om aanvullende afspraken en samenwerking tussen het COA en de gemeente. Bijlage 2. Scenario’s Uit de verschillende afwegingen is duidelijk geworden dat er meerdere keuzes mogelijk zijn bij de invulling van de opvang. Deze keuzes staan niet los van elkaar, maar hangen met elkaar samen en kunnen elkaar versterken, beperken of uitsluiten. Tegelijkertijd wordt de ruimte om keuzes te maken mede bepaald door de locaties die daadwerkelijk beschikbaar en geschikt zijn. Niet iedere combinatie van keuzes is op iedere locatie mogelijk. Om deze samenhang inzichtelijk te maken, zijn drie denkbare scenario’s uitgewerkt. De scenario’s zijn bedoeld om het gesprek over de verschillende mogelijkheden te ondersteunen. Het zijn scenario’s en geen vaststaande keuzes of voorkeursvarianten. De uiteindelijke invulling is afhankelijk van de beschikbare en geschikte locaties en de mogelijkheden die deze locaties bieden. Daarnaast is maatwerk mogelijk. Zodra een geschikte locatie in beeld is, zal daarom met het COA moeten worden besproken welke voorzieningen, begeleiding en andere aspecten van de opvang op die locatie mogelijk en wenselijk zijn. Scenario’s in één oogopslag Scenario 1 2 locaties met elk circa 75 plekken in de dorpskern Scenario 2 1 locatie met 150 plekken aan de rand van de dorpskern Scenario 3 1 locatie met 300 plekken in het buitengebied Elk scenario wordt beschreven aan de hand van de volgende aspecten: - Begeleiding: Hierbij wordt beschreven welke vorm van begeleiding op de opvanglocatie aanwezig is en in hoeverre bewoners voor begeleiding en activiteiten zijn aangewezen op een andere locatie. - Beveiliging: Hierbij wordt beschreven welke vorm van beveiliging op de opvanglocatie aanwezig is. Het COA zorgt voor de beveiliging op een opvanglocatie. Dit varieert van fysieke beveiliging tot en met cameratoezicht en een mobiel veiligheidsteam. - Voorzieningen: Hierbij wordt beschreven welke voorzieningen op de locatie aanwezig zijn en in hoeverre bewoners gebruikmaken van voorzieningen buiten de locatie, zoals taallessen, activiteiten, ontmoetingsruimten, zorg, dagelijkse boodschappen, sport en recreatie. - Ligging: Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen situering in de dorpskern, aan de rand van de dorpskern of in het buitengebied. - Spreiding over kernen: Hierbij wordt aangegeven of de asiellocatie(s) in één of meerdere kernen van de gemeente worden gerealiseerd. - Dependanceconstructie of zelfstandige locatie: Hierbij wordt beschreven of de locatie kan samenwerken met een andere opvanglocatie en gebruik kan maken van voorzieningen op die locatie, of dat de locatie zelfstandig functioneert en aangewezen is op voorzieningen op of buiten de locatie. Scenario 1: 2x circa 75 plekken in de dorpskern Begeleiding Op kleinschalige locaties is geen vaste begeleiding aanwezig. Een ambulant team bezoekt de locatie meerdere keren per week. Op locaties van deze grootte worden asielzoekers geplaatst op basis van zelfredzaamheid. Als de opvanglocatie een dependance is van een hoofdlocatie in de buurt, dan gaan de bewoners voor gesprekken en trainingen naar de hoofdlocatie. Is die locatie er niet, dan komt het ambulante team vaker voor gesprekken langs en worden de trainingen gegeven in ruimtes in de gemeente. Beveiliging Er is geen permanente beveiliging aanwezig. Wel worden er op kleinere locaties maatregelen getroffen voor de veiligheid van bewoners en de omgeving. Op basis van een risico-inventarisatie kunnen verschillende maatregelen worden ingezet, zoals het inzetten van camera’s of andere beveiligingstechnieken, het inzetten van beveiligers of toezichthouders overdag of ’s nachts, of de inzet van een mobiel beveiligingsteam Voorzieningen Op kleinschalige opvanglocaties van deze omvang zijn meestal geen opvanggerichte faciliteiten aanwezig die asielzoekers nodig hebben. Zo zijn er bijvoorbeeld geen aparte leslokalen, spreekkamers voor zorgverleners of recreatiemogelijkheden. Bewoners moeten daarvoor naar een hoofdlocatie in de buurt en als die er niet is, moet de gemeente ruimten beschikbaar stellen. Het COA kan eventuele kosten voor het gebruik van deze ruimtes en voorzieningen betalen. Daarnaast maken bewoners gebruik van voorzieningen in de dorpskern. Denk aan de huisarts, sportverenigingen, winkels, het dorpshuis en andere maatschappelijke voorzieningen. Ligging Omdat bewoners van kleinschalige locaties meer afhankelijk zijn van lokale voorzieningen is de ligging en bereikbaarheid van de opvanglocatie een belangrijk aandachtspunt. Deze kleinschalige locaties zijn daarom in of aan de rand van een dorpskern gesitueerd. Spreiding over kernen Er is sprake van spreiding over maximaal twee dorpskernen. Hierdoor wordt de opvang kleinschaliger verdeeld over de gemeente, maar ontstaan ook twee afzonderlijke locaties die afzonderlijk bereikbaar, beheerd en beveiligd moeten worden. De spreiding is afhankelijk van de beschikbare locaties. Dependance constructie of zelfstandige locatie Zoals de situatie er momenteel voorstaat, is de gemeente Tiel de enige gemeente in de regio met een bestaande asiellocatie. Deze locatie biedt echter geen mogelijkheid om gebruik te maken van de daar aanwezige voorzieningen. Daardoor is een dependance-constructie met deze locatie niet mogelijk en zijn de locaties aangewezen op lokale voorzieningen. In de gemeente West Maas en Waal is inmiddels besluitvorming genomen over de realisatie van een asiellocatie met 150-180 plekken. Met deze gemeente kunnen mogelijk samenwerkingsafspraken worden gemaakt over het delen van voorzieningen.. In de gemeente Buren bevindt het proces van asielopvang zich nog in een zeer pril stadium. Er is op dit moment nog geen besluit genomen over de invulling van de asielopvangopgave of over een concrete opvanglocatie. Een samenwerkingsconstructie met Buren is daarom op dit moment nog niet concreet aan de orde, maar kan eventueel op een later moment worden verkend. Scenario 2: 1x 150 plekken aan de rand van de dorpskern Begeleiding Op kleinschalige locaties is geen vaste begeleiding aanwezig. Een ambulant team bezoekt de locatie meerdere keren per week. Op locaties van deze grootte worden asielzoekers geplaatst op basis van zelfredzaamheid. Als de opvanglocatie een dependance is van een hoofdlocatie in de buurt, dan gaan de bewoners voor gesprekken en trainingen naar de hoofdlocatie. Is die locatie er niet, dan komt het ambulante team vaker voor gesprekken langs en worden de trainingen gegeven in ruimtes in de gemeente. Beveiliging Op opvanglocaties van meer dan 100 bewoners is er permanente beveiliging aanwezig. Voorzieningen Bij kleinschaligere locaties van circa 150 plekken zijn verschillende mogelijkheden denkbaar. Op dergelijke locaties worden niet standaard alle voorzieningen gerealiseerd die asielzoekers nodig hebben. Er kan daarom worden samengewerkt met een nabijgelegen asiellocatie, waarbij op één van de locaties de benodigde voorzieningen worden aangeboden. In het geval van een dependanceconstructie kunnen voorzieningen bijvoorbeeld op onze locatie worden gerealiseerd, waardoor bewoners van een andere opvanglocatie naar onze locatie kunnen komen om gebruik te maken van deze voorzieningen, bijvoorbeeld voor activiteiten, taallessen en andere programma’s. Wanneer er geen geschikte locatie in de omgeving is waarmee kan worden samengewerkt, is sprake van een zelfstandige locatie. Bewoners zijn dan voor voorzieningen meer aangewezen op de omliggende dorpskern. Voorzieningen voor bijvoorbeeld taallessen, activiteiten en gezondheidszorg moeten dan lokaal worden georganiseerd, bijvoorbeeld in een buurthuis. De gemeente is daarbij verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van geschikte ruimtes; het COA zorgt voor de verdere begeleiding en organisatie. Ligging Vanwege de omvang van de locatie is het waarschijnlijk niet mogelijk om deze binnen een dorpskern te realiseren, bijvoorbeeld vanwege het ontbreken van voldoende beschikbare ruimte. Tegelijkertijd is de ligging ten opzichte van voorzieningen en de bereikbaarheid daarvan een belangrijk aandachtspunt. Omdat bewoners van een kleinschalige locatie meer afhankelijk zijn van lokale voorzieningen, ligt het daarom voor de hand om de locatie nabij of aan de rand van een dorpskern te situeren. Op die manier blijven voorzieningen en de dorpskern goed bereikbaar. Spreiding over kernen Binnen dit scenario is geen sprake van spreiding van de opvang over meerdere dorpskernen, omdat bewoners op één locatie worden opgevangen. Deze locatie wordt bepaald op basis van de beschikbaarheid en geschiktheid van een locatie. Dependanceconstructie of zelfstandige locatie Zoals de situatie er momenteel voorstaat, is de gemeente Tiel de enige gemeente in de regio met een bestaande asiellocatie. Deze locatie biedt echter geen mogelijkheid om gebruik te maken van de daar aanwezige voorzieningen. Daardoor is een dependanceconstructie met deze locatie niet mogelijk en is de locatie aangewezen op lokale voorzieningen. In de gemeente West Maas en Waal is inmiddels besluitvorming genomen over de realisatie van een asiellocatie met 150-180 plekken. Met deze gemeente kunnen mogelijk samenwerkingsafspraken worden gemaakt over het delen van voorzieningen. In de gemeente Buren bevindt het proces van asielopvang zich nog in een zeer pril stadium. Er is op dit moment nog geen besluit genomen over de invulling van de asielopvangopgave of over een concrete opvanglocatie. Een samenwerkingsconstructie met Buren is daarom op dit moment nog niet concreet aan de orde, maar kan eventueel op een later moment worden verkend. Scenario 3: Eén regionale voorziening met 300 plekken in het buitengebied Begeleiding Bij een locatie van 300 plekken is begeleiding op de locatie aanwezig. Het COA zorgt voor de dagelijkse begeleiding van bewoners en biedt ondersteuning bij het verblijf, het zelfstandig wonen en de voorbereiding op de toekomst. Bewoners kunnen hiervoor terecht bij medewerkers van het COA op de locatie. Beveiliging Op een locatie met minimaal 300 plekken is permanente beveiliging aanwezig. Zij bemensen de receptie en surveilleren bijvoorbeeld over het terrein. Voorzieningen Bij een opvanglocatie van minimaal circa 300 plekken kan sprake zijn van een regulier asielzoekerscentrum, waarbij het COA verantwoordelijk is voor de exploitatie en begeleiding op de locatie. Op de locatie kunnen verschillende voorzieningen worden gerealiseerd, zoals ruimten voor taallessen, dagbesteding en recreatie, spreekkamers en ruimten voor zorg en begeleiding. Hierdoor kan een groot deel van de benodigde voorzieningen en activiteiten op de locatie zelf worden georganiseerd en is de afhankelijkheid van lokale voorzieningen kleiner dan bij een kleinschalige opvanglocatie. Ook bij een asielzoekerscentrum blijven bewoners gebruikmaken van voorzieningen buiten de locatie, bijvoorbeeld onderwijs, winkels, openbaar vervoer en bepaalde zorg. Ligging Doordat bij een grotere opvanglocatie veel voorzieningen en diensten op de locatie zelf aanwezig kunnen zijn, zijn er meer mogelijkheden om de opvanglocatie op enige afstand van een dorpskern te realiseren, bijvoorbeeld in het buitengebied. Tegelijkertijd blijft een goede bereikbaarheid van een dorpskern belangrijk. Voor de integratie en participatie van bewoners is het wenselijk dat zij eenvoudig toegang hebben tot voorzieningen en activiteiten in de omgeving en contact kunnen leggen met de lokale gemeenschap. Spreiding over kernen Binnen dit scenario is geen sprake van spreiding van de opvang over meerdere dorpskernen, omdat wordt uitgegaan van één opvanglocatie. Deze locatie wordt bepaald op basis van de beschikbaarheid en geschiktheid van een locatie. Dependanceconstructie of zelfstandige locatie Een locatie van deze omvang beschikt over aanzienlijk meer opvanggerichte voorzieningen op de locatie zelf. Een dergelijke locatie kan als hoofdlocatie fungeren, waarbij dependances in omliggende gemeenten gebruik maken van voorzieningen op de hoofdlocatie.

Tekst uit PDF geëxtraheerd