Home › Neder-Betuwe › Document
Mandaatbesluit tot nemen mer-beoordelingsbesluit
Raadsvoorstel
| Type | Raadsvoorstel |
| Gemeente | Neder-Betuwe |
| Datum | 2026-09-10 |
| Bron | Download brondocument → |
Document
Geëxtraheerde tekst
Datum raadsvergadering
Inlichtingen bij Griffie ([email protected])
Raadnummer Z/26/115453/RAAD/26/03820
Raadsvoorstel
Onderwerp Mandaatbesluit tot nemen mer-beoordelingsbesluit
Ingediend door College van burgemeester en wethouders (portefeuillehouder Van
Wolfswinkel)
Voorgesteld besluit
1. Het college met terugwerkende kracht per 1 juli 2024 te mandateren voor het nemen van de
m.e.r.-beoordelingsbesluiten bij plannen, programma’s en projecten waarvoor de raad het
bevoegd gezag is;
2. Het college te machtigen om uitvoering te geven aan de artikelen uit de Omgevingswet die
onderdeel kunnen zijn van de mer-procedure, zoals de voorbereiding van een milieueffectrapport
(MER):
a. Het raadplegen van bestuursorganen en instanties over de reikwijdte en het detailniveau (artikel
16.38 Omgevingswet);
b. Het adviseren over reikwijdte en detailniveau (artikel 16.46 Omgevingswet);
c. Het in de gelegenheid stellen van de Commissie voor de milieueffectrapportage om advies uit te
brengen (artikel 16.39 en 16.47 Omgevingswet).
Samenvatting voor lezer
Een m.e.r.-beoordelingsbeslissing moet na de komst van de Omgevingswet genomen worden door de
gemeenteraad. Hiervoor was dit altijd een bevoegdheid van het college. Met dit raadsvoortel wordt de
raad gevraagd om het mandaat van de m.e.r.-beoordelingsbeslissing weer terug te geven aan het
college. Dit is hoe vele andere gemeenten het ook hebben geregeld.
Inleiding
Onder de Omgevingswet is er ten aanzien van het nemen van het m.e.r.-besluit (ook wel m.e.r.-
beoordelingsbesluit) iets veranderd ten opzichte van hoe het tot 1-1-2024 geregeld was. Specifiek is deze
verandering relevant voor wijzigingen van het omgevingsplan. Onder de Omgevingswet heeft de raad het
mandaat gekregen tot het nemen van een m.e.r.-besluit. In tegenstelling tot hoe het gebruikelijk geregeld
was, namelijk dat het college dit besluit neemt. In een m.e.r.-besluit wordt besloten of er een
milieueffectrapportage moet worden gemaakt voor een omgevingsplan.
Een mer-beoordelingsbeslissing kan nodig zijn bij een project en bij een plan of programma. Uit artikel
16.43, tweede lid, Omgevingswet volgt dat het bevoegd gezag beoordeelt of er sprake is van
aanzienlijke milieueffecten en of bij de voorbereiding van het besluit bij een project een
milieueffectrapport moet worden gemaakt: de project-mer-beoordeling. Uit artikel 16.36, vijfde lid,
Omgevingswet volgt dat het bevoegd gezag beoordeelt of er sprake is van aanzienlijke milieueffecten
en of bij de voorbereiding van het plan of programma een milieueffectrapport moet worden gemaakt:
de plan-mer-beoordeling.
Voor de Omgevingswet geldt dat onder bevoegd gezag moet worden verstaan het orgaan dat het
mer-beoordelingsplichtige besluit neemt. Bij bijvoorbeeld het omgevingsplan is dit in beginsel de
gemeenteraad. Als de omgevingsvergunning het mer-beoordelingsplichtige besluit is, dan is het
college het bevoegd gezag. Omdat de Omgevingswet niet een artikel kent dat stelt dat zowel het
college als de raad een mer-beoordelingsbeslissing kunnen nemen, is de raad het bevoegd gezag tot
het nemen van een mer-beoordelingsbeslissing als zij ook het bevoegd gezag is voor het uiteindelijke
Postbus 20 | 4043 ZG Opheusden | Burgemeester Lodderstraat 20 | 4043 KM Opheusden | telefoon 14 0488 |www.nederbetuwe.nl | [email protected]
besluit.
In veel andere gemeenten is een soortgelijk mandaatbesluit genomen of wordt deze nu voorbereid.
Naast de mandatering van de mer-beoordelingsbeslissing is ook het raadplegen van bestuursorganen
en instanties over de reikwijdte en het detailniveau, het adviseren over reikwijdte en detailniveau en
het in de gelegenheid stellen van de Commissie voor de milieueffectrapportage te adviseren, als
beslispunt toegevoegd. In de Omgevingswet staat namelijk dat ‘het bevoegd gezag’ dit doet.
Beoogd effect
Het beoogde effect van de mandatering is dat het resultaat van de mer-beoordeling kan worden
opgenomen in het ontwerp van het plan, programma of besluit, om zo te voldoen aan artikel 11.1, eerste
lid, van de Omgevingsbesluit of artikel 11.11, tweede lid, van het Omgevingsbesluit. Hiermee wordt
voldaan aan de termijn van artikel 11.11, eerste lid, Omgevingsbesluit.
Argumenten
1.1 Mandaatbesluit met terugwerkende kracht inwerking treden
Door het mandaatbesluit met terugwerkende kracht te in werking te laten treden kunnen
planprocessen voortgezet worden. Het met terugwerkende kracht nemen van het mandaatbesluit
zorgt ervoor dat het college met een mer-beoordelingsbeslissing de voortgang van projecten kan
bevorderen wanneer dit nodig is. Tot 1 juli 2024 is het nog niet nodig geweest een mer-
beoordelingsbeslissing te nemen. Het voorkomt de noodzaak tot het bekrachtigen van de mer-
beoordelingsbeslissing die worden genomen tussen 1 juli 2024 en het uiteindelijk nemen van dit
besluit. In Neder-Betuwe zijn twee mer-beoordelingsbesluiten genomen na 1-1-2024. Het ging om de
bestemmingsplannen ‘’Bonegraaf-Oost’’ en ‘’Dalwagen ongenummerd’’. Er zijn geen gevolgen voor
deze plannen.
1.2 Mandatering aan college levert tijdswinst op
Het nemen van de mer-beoordelingsbeslissing door burgemeester en wethouders levert tijdswinst op
in de voorbereiding van een plan, programma of project en geeft initiatiefnemer eerder duidelijkheid
over het wel of niet noodzakelijk zijn van een milieueffectrapport. Wanneer de raad in de
voorbereiding een mer-beoordelingsbeslissing moet nemen kost dit meer tijd in de procedure, omdat
voorafgaand of gelijktijdig met de ter inzagelegging van het ontwerpplan er een raadsbesluit nodig is,
ook voor de kleinere plannen. Daarbij komt nog dat in artikel 11.11, eerste lid, van het
Omgevingsbesluit staat dat het bevoegd gezag binnen zes weken na ontvangst van de mededeling
vanuit het project, de beslissing neemt of er een milieueffectrapport gemaakt moet worden. Deze
termijn kan niet gehaald worden als er een raadsbesluit nodig.
1.3 Mandatering aan college sluit aan bij de gebruikelijke werkwijze
Het mandateren van de bevoegdheid tot het nemen van een mer-beoordelingsbeslissing is een
voortzetting van de bestaande werkwijze onder de Wet Milieubeheer. Onder de Wet milieubeheer
waren zowel de raad als het college bevoegd een mer-beoordelingsbesluit te nemen. Ongeacht wie
uiteindelijk het bevoegd gezag was voor het mer-beoordelingsplichtige besluit. Met deze mandatering
wordt deze werkwijze voortgezet. Het college hoeft niet vaak een mer-beoordelingsbesluit te nemen.
Al deze besluiten kan de gemeenteraad bij de vaststelling van het bestemmingsplan/omgevingsplan
zien. Tot dusver heeft dit niet tot discussies in de commissie of gemeenteraad geleid.
1.4 Het mandaat mag wettelijk worden verlegd naar het college
Mandaatverlening past bij de bevoegdheid tot het nemen van een m.e.r.-beoordelingsbeslissing. De
aard van de bevoegdheid mag zich niet tegen de mandaatverlening verzetten (artikel 10:3), lid 1, van
de Algemene wet bestuursrecht). In dit geval verzet de aard van de bevoegdheid zich niet tegen de
mandaatverlening. Het is een bevoegdheid die door burgemeester en wethouders kan worden
uitgeoefend. De aard van de bevoegdheid verzet zich wel tegen delegatie.
1.5 Mandatering is in lijn met wetgeving
Pagina 2 van 4 Z/26/115453/RAAD/26/03820
Deze wijziging laat zich moeilijk rechtstreeks uit het wetsartikel lezen, vandaar dat deze verandering
tot voor kort niet duidelijk was. Het doel van dit besluit is daarom hoe de procedure in
overeenstemming gebracht kan worden met de wetgeving en toch even snel en laagdrempelig blijft
als voorheen.
1.6 Bevoegdheid van raad om het college te mandateren
Met de introductie van de Omgevingswet zijn er enkele procedurele wijzigingen in de wetgeving rond
de milieueffectrapportage (mer). Onder het oude recht bepaalde artikel 7.1, vierde lid, van de Wet
milieubeheer dat zowel het college als de gemeenteraad een mer-beoordelingsbesluit konden
nemen. Onder de Omgevingswet ontbreekt een met artikel 7.1, vierde lid, vergelijkbare bepaling. Dit
betekent dat, wanneer de raad het bevoegd gezag is, het college door de raad gemandateerd moet
zijn om een mer-beoordelingsbeslissing te nemen.
2.1 Mandatering uitvoering m.e.r. aan college sluit aan bij landelijke werkwijze
In veel andere gemeenten is een soortgelijk mandaatbesluit genomen. Dit besluit sluit aan bij de
landelijke werkwijze.
2.2 Mandatering uitvoering aan college werkt pragmatisch
Door te besluiten dat burgemeester en wethouders bevoegd zijn om handelingen die horen bij de
voorbereiding van een milieueffectrapport uit te voeren worden om juridische risico’s voorkomen.
Naast de mandatering van de mer-beoordelingsbeslissing is ook het raadplegen van
bestuursorganen en instanties over de reikwijdte en het detailniveau, het adviseren over reikwijdte en
detailniveau en het in de gelegenheid stellen van de Commissie voor de milieueffectrapportage te
adviseren als beslispunt toegevoegd. In de Omgevingswet staat namelijk dat ‘het bevoegd gezag’ dit
doet. Het Informatiepunt Leefomgeving stelt dat de voorbereidende handelingen voor een
milieueffectrapport horen bij de taak van het burgemeester en wethouders, zodat een machtiging
hiervoor niet nodig is. Maar om juridische risico's te voorkomen is de machtiging opgenomen in het
raadsvoorstel, conform raadsvoorstellen in vele andere gemeenten.
Risico’s
Geen
Financiën
Dit voorstel heeft geen financiële gevolgen.
Communicatie
Er hoeft geen participatie te worden gedaan voor een mandaatbesluit. Het besluit hoeft ook niet
gepubliceerd te worden en staat niet open voor bezwaar of beroep.
Vervolgstappen
Dit besluit wordt verwerkt in de mandaatregeling van de gemeente Neder-Betuwe.
Met vriendelijke groet,
burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe,
{{esl:signer1:Capture:size(150,40)}} {{esl:signer2:Capture:size(150,40)}}
Nicolien de Geus Jan Kottelenberg
Secretaris Burgemeester
Bijlagen
1. Collegevoorstel Mandaatbesluit tot het nemen m.e.r.-beoordelingsbeslissing door college B&W
2. Memo ODR bevoegdheid m.e.r.-besluit
Pagina 3 van 4 Z/26/115453/RAAD/26/03820
Raadsbesluit
De raad van de gemeente Neder-Betuwe
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders;
gelet op het bepaalde in artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 16.36, vijfde lid, en
artikel 16.43, tweede lid, van de Omgevingswet;
B E S L U I T:
1. het college met terugwerkende kracht per 1 juli 2024 te mandateren voor het nemen van de m.e.r.-
beoordelingsbesluiten bij plannen, programma’s en projecten waarvoor de raad het bevoegd gezag is;
2. het college te machtigen om uitvoering te geven aan de artikelen uit de Omgevingswet die onderdeel
kunnen zijn van de mer-procedure, zoals de voorbereiding van een milieueffectrapport (MER):
a. het raadplegen van bestuursorganen en instanties over de reikwijdte en het detailniveau (artikel
16.38 Omgevingswet);
b. het adviseren over reikwijdte en detailniveau (artikel 16.46 Omgevingswet);
c. het in de gelegenheid stellen van de Commissie voor de milieueffectrapportage om advies uit te
brengen (artikel 16.39 en 16.47 Omgevingswet).
Aldus vastgesteld in de raadvergadering van 24 september 2026
de griffier, de voorzitter,
{{esl:signer3:Capture:size(150,40)}} {{esl:signer2:Capture:size(150,40)}}
/signer1/
Erwin van der Neut Jan Kottelenberg
Pagina 4 van 4 Z/26/115453/RAAD/26/03820
Tekst uit PDF geëxtraheerd